Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Baboes, moeders en Poentianak in Nederlands-Indië

In het onderzoek waar ik al weer jaren aan werk. Met de werktitel Julie, een Indisch meisje. Spelen ook de traditionele medicijnmannen en waarzeggers een rol. Julie’s vader bezocht na haar geboorte een waarzeggende Doekoen. Die zou hem vertellen dat zijn eerste dochter een bijzonder vrijheidslievend kind zou zijn. Ook Julie raadpleegde voor en tijdens de Japanse bezetting op gezette tijden een Doekoen en gereputeerde waarzeggers. Of kocht traditionele medicijnen bij de kruidenvrouwtjes, de Mbok Jamu (Julie schreef Bibi Djamoe). Meer hierover in een volgend artikel.



Het merendeel van de in Nederlands-Indië geboren blanke kinderen zal een baboe gehad hebben. Zo ook de Indo-Europese kinderen. Als die tenminste ouders hadden die een baboe konden betalen. 
  Tijdens het onderzoek voor het boek over Julie heb ik veel biografieën gelezen. In bijna alle verhalen wordt wel een baboe genoemd. Veelal zonder naam. Toch waren het juist de baboe’ die in veel gevallen dichter bij de van baby tot jongvolwassene opgroeiende kinderen hadden gestaan dan de oorspronkelijke moeder. Tot zover heb ik nog geen wetenschappelijke onderzoeken naar de rol van baboe gevonden.


De grote invloed van een baboe op de zintuigelijke en emotionele ontwikkeling van de baby mag niet onderschat worden.  Van een geslaagde ‘hechting’, zoals de duurzame affectieve relatie tussen moeder en kind genoemd word. Zal zeker niet altijd sprake geweest zijn omdat de baboe veel verzorgende taken van de moeder overnam en relatief veel meer tijd met het kind doorbracht. Veel moeders zullen in de veronderstelling geleefd hebben dat de invloed van de ongeschoolde en volgzame baboe gering was. Zolang de baboe maar gevolg gaf aan de aanwijzingen van de gezaghebbende mevrouw zou het wel goed komen met de vorming van het kind. Reggie Baay beschouwt in zijn boek ‘Daar werd wat gruwelijks verricht’  en zeker niet ten onrechte, ook de baboe als (huis)slavin.


Historicus Cees Fasseur word op zijn laatste boek afgebeeld met zijn baboe. In het boek zelf géén woord over zijn baboe. Ook acteur en regisseur Eric Schneider en zijn twee jaar oudere broer Carel Jan zijn samen met hun baboe op de omslag van “Een tropische verrassing” afgebeeld. Carel Jan Scheider is het pseudoniem van diplomaat en schrijver F. Springer. Geen van beiden schrijft over hun baboe. Journalist Max Pam had in 1986 een gesprek met schrijver Rudy Kousbroek van o.a. “Het Oostindisch kampsyndroom. Rudy Kousbroek verteld: ‘Met zo'n baboe had je een eigenaardige relatie. De baboe mocht mij bij voorbeeld niet slaan. Op een bepaalde manier regeerde ik over haar en achteraf denk ik dat ik die macht verschrikkelijk misbruikt heb. Maar als het moment kwam dat zij zich toch moest laten gelden, vertelde zij griezelverhalen. Als kind was ik daar doodsbenauwd voor".

Twee belangrijke boeken - rechts Lizzy van Leeuwen

Kousbroek verteld verder: “Mijn baboe had mij verteld dat er een soort monster bestond, dat uit was op kinderen. Het had monster had het hoofd van een oud vrouwtje. Het had geen lichaam, maar wel ingewanden. Het sleepte zich eindeloos voort: pssst, pssst, pssst... “. Kousbroek doelde op Poentianak een in Indië gevreesde demonische verschijning die veelal in twee gedaantes verschijnt. Als een beeldschone vrouw met prachtig over de grond slepend lang haar. Zij heeft echter geen vagina maar een grote ronde opening waarin je als kind door opgeslokt kan worden. In een andere versie verschijnt Poentianak als de geest van een in het kraambed gestorven vrouw die uit jaloezie kinderen rooft. Het zou mij niet verbazen dat de baboes met dergelijke verhalen een beetje wraak namen op hun werkgeefster.

Poentianak door Kurt Komoda daarnaast Wewe Gombel een andere enge vrouw uit de Javaanse verhalen

Mijn in 1912 in Den Helder geboren vader had geen baboe en groeide op zonder vaderfiguur. Achteraf zou blijken dat Pa eigenlijk alleen maar van zijn moeder heeft gehouden. Mijn in 1920 in Poerworedjo geboren moeder had wél een baboe. En heeft een zeer moeizame relatie met haar moeder gehad. Ook haar broer Gerard heeft nooit een warme relatie met hun moeder Charlotte op kunnen bouwen. In Nederland zou men kinderjuffrouw zeggen, of gouvernante. In Nederlands-Indië was de baboe van inlandse afkomst. Lieve, stille, zachte en zorgzame jonge vrouwen, veelal afkomstig uit een nabijgelegen kampong. Zonder enige scholing en strikt de orders van de vrouw des huizes opvolgend. Die ook leiding gaf aan het andere inlandse personeel. Het keukenmeisje, het wasmeisje, de tuinjongen(s). Afhankelijk van het aantal kinderen in huis kwam het vaak voor dat ieder kind een eigen baboe had.

Circa 1918 Helena Deymann-van Wolferen Den Helder - Charlotte Deuning uit Boyolali. Onze grootmoeders uit twee werelden.

Tijdens haar laatste maanden verlangde Julie niet naar haar moeder. Ook niet naar haar strenge en door Julie zo gevreesde grootmoeder Johanna. De moeder van haar vader. Haar zoon Ferdinand was opgegroeid zonder vader. Zijn in (Den-) Haagse stijl opgevoede moeder Johanna werkte dagelijks mee in de bloeiende hotels van haar zus en zwager. Waaronder het later zo bekend geworden Oranje Hotel in Soerabaya. Het was de baboe van Ferdinand die hem dagelijks zou verzorgen. Zij zou jarenlang op de grond naast zijn bedje slapen. Zou de 19jarige Ferdinand gevallen zijn voor de wulpse vormen van de vier jaar oudere Indische Charlotte omdat zij zou ruiken en aanvoelen zoals zijn baboe? Moeder Johanna was laaiend geweest. Over de zwangerschap, maar ook over hun huwelijk in 1921.

1926 Charlotte vd Steur-Deuning bij het huis op Delanggoe - Johanna vd Steur-Heyligers

Terwijl vader en moeder (links op de foto) werkten. Heerste grootmoeder Johanna over het huishouden in de vrijstaande villa op het terrein van Suikerfabriek Delanggoe. Julie schrijft in 1963 in een artikel voor het Indische magazine Moesson:
“Als ik dan thuiskwam met een druipend natte hansop, was het mijn baboe anak, die mij – schuldbewust – stiekem aan droge kleding hielp. Schuldbewust, want had zij niet, in plaats van bij mijn bed te waken, zoals mijn grootmoeder had opgedragen”. - Julie zal toen circa 6 jaar oud geweest zijn en baboe zou Julie buiten het terrein met schone kleding hebben opgewacht.

Suikerfabriek Delanggoe - Julie schreef in 1963 - "Achter die sawa's lag mijn sprookjesland, de kali en de kampong ten naasten bij".

De in 1911 in Jogjakarta geboren Nederlands-Indonesische dichter, schrijver en geleerde Han Resink zou in 1946 niet zoals Julie naar Nederland vluchten. Resink koos er voor om Indonesiër te worden. Hij overleed in 1997 te Jakarta. In de vele huishoudelijk advies boeken voor blanke vrouwen die in Indië een huishouden moesten leiden werd in veelal zeer bedekte gewaarschuwd voor baboes die met erotische trucjes met name de jongens fijn stil wisten te krijgen. Zouden die heerlijke trucjes de reden zijn dat de mannelijke schrijvers veel lyrischer over hun baboes schrijven dan de vrouwen? Han Resink had een zeer moeizame relatie met zijn moeder. Hij zou ook nooit trouwen.  

Han Resink zit links

Julie maakte in 2001 moeilijk maanden door. Op vijf juni van dat jaar zou Julie overlijden. Haar lever speelde op waardoor zij steeds langer in bed bleef. Het moet ook een pijnlijk proces geweest zijn. Julie zou op 5 juni overlijden aan de gevolgen van een levercirrose. Julie had in de voorgaande jaren dagelijks stevig gedronken. Er was oud verdriet wat weg gespoeld moest worden Rond 12.00 uur een witte wijn met een scheutje Campari.  Vanaf 17.00 maar vaak al eerder, een flink aantal glazen whisky. ’s Avonds rode wijn bij het avondeten. Elke dag.

Gerard en Julie Java 1927 - Julie in haar huisje te San Remo 1997

Julie huilde vaak in bed. Soms luid soms heel stil en dreef na verloop van uren weg in onrustige dromen. Dromen over Indië. Over het Indië van haar vroegste jaren. Jaren die zij doorbracht op het terrein van de suikerfabriek op midden-Java. Waar haar vader Ferdinand en moeder Charlotte beiden werkten. Vader als machinist en moeder op het kantoor. Beide kinderen hadden een eigen baboe. Baboe Jilly en baboe Boy. Want zo werd haar twee jaar jongere broertje Gerard genoemd.  

Baboes op het internet

Vader Ferdinand  had ook een baboe gehad in het fijne en grote geboortehuis aan de Palmenlaan in Soerabaya. Moeder Charlotte en haar twee jaar oudere broer Henri hadden samen een baboe gehad. Dat was wel zo fijn geweest. De moeder van Charlotte was in 1898 overleden toen Charlotte net twee jaar oud was geworden. In 1900 zouden Charlotte en Henri het mooie vrijstaande huis op het terrein van Suikerfabriek Tjokro verlaten. Vader Casper had pensioen en zou zijn laatste jaren bij zijn oudere dochter op het terrein van Suikerfabriek Tjepper met hen doorbrengen. Hij zou in 1905 overlijden.



Niet lang daarna zouden Charlotte en Henri afscheid moeten nemen van hun baboe. Beiden werden naar een katholieke kostschool te Moentilan gestuurd. Charlotte kwam onder de hoede van de strenge witte nonnen en Henri werd een leerling van Pater van Lith. Henri is later pater geworden en Charlotte liet na het mislukken van haar huwelijk met Ferdinand, Julie en Gerard in de steek voor een nieuwe liefde. Julie verbleef vanaf haar 13de in verschillende pleeggezinnen en broertje Gerard werd naar het kinderhuis van Pa van der Steur gebracht. 


Pater Frans van Lith met Henri circa 1915

Geen opmerkingen:

Een reactie posten