Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1946 - Julie, 25 jaar oud. Op weg naar Nederland - Een tussenbalans

Indische repatrianten pension Herikerberg bij Markelo 1946




In de haven van Tandjong Priok wacht  oktober 1946 de Ms. Klipfontein om Julie met haar kinderen en moeder naar Nederland te vervoeren. Vanuit Nederland waren inmiddels vele schepen met militairen aangekomen. Militairen die vanaf 1947 onder de vreemd aandoende noemer "politionele acties" ingezet zouden worden om 'de orde' te herstellen. De lege schepen werden ingezet om repatrianten naar hun vaderland te vervoeren. Julie behoorde echter niet bij de groep repatrianten die terugkeerden naar het vaderland. Zij was er immers nooit eerder geweest. Julie voelde zich eerder vluchteling. 

De aanstaande serie blogberichten kan gelezen worden als de tweede episode uit het leven van Julie. Ook in deze tweede levensfase van Julie wordt telkens terug gekeken naar historische ontwikkelingen in Indië en Nederland vanaf circa 1730 tot het begin van de jaren '70 van de vorige eeuw toen Koningin Juliana als eerste lid van het Koningshuis een bezoek bracht aan Indonesië en Julie haar laatste baby had gekregen. 

In de documentaire 'Vrijwillig  voor het vaderland' onderzoekt Pia van der Molen hoe het met haar vader was vergaan die als vrijwilliger en deelnemer aan de politionele acties naar Indië was afgereisd. 

Julie is in november 1946 in Nederland aangekomen en was de eerste 25 jaar van haar leven in vele kleine en grote dramatische ontwikkelingen betrokken. Welke invloed hebben de eerste 25 jaren van Julie's leven op haarzelf en haar nieuwe gezin in Nederland gehad? Hoe was het met haar gezondheid? Hoe had zij zich psychologisch ontwikkeld? Welke trauma’s had Julie bij zich na die noodlottige jaren vol onzekerheden, honger en apathie? 

Heeft Julie de verborgen pijn waar zij niet aan kon of wilde werken misschien gecompenseerd met het krijgen van 12 kinderen? Wat stond haar de volgende 25 jaar te wachten in het kille Nederland? Wie was zij eigenlijk, een Indo meisje in een land waar cultuurverschillen bijna altijd als achterstand worden beoordeeld? Waren INDO's een nieuw ras die zich moesten inburgeren net zoals de huidige allochtonen of immigranten in het Nederland van vandaag?

Nederlanders behoefden zich kennelijk niet in te burgeren als zij in Indië arriveerden. Als het mis ging was er voldoende 'opvang' in de verschillende sanatoriums of anders in de gevangenissen verspreid over geheel Java. Als men te veel kritiek had op de handel en wandel van de Nederlandse overheid dan was er sprake van gebrek aan burgerzin of zelfs een geestesziekte. Als Indo moest je helemaal oppassen, want bij welke bevolkingsgroep hoorde je eigenlijk? Na de dood van Multatuli, in 1887, werd het stilzwijgen doorbroken en barstte de kritiek los. 

De aanzet daartoe werd in 1888 gegeven door een neef van Multatuli, de arts Dr. Swart Abrahamsz. Die schreef in dat jaar een stuk in het tijdschrift De Gids, niet over het werk, maar over de persoonlijkheid van Multatuli. Met die persoonlijkheid bleek iets ernstigs aan de hand. Op grond van medische en ‘zielkundige’ analyse was Swart Abrahamsz tot de slotsom gekomen, dat Multatuli geestelijk niet in orde was en als gevolg daarvan niet verantwoordelijk kon worden gesteld voor wat hij deed en schreef. 

Het resultaat van het onderzoek werd gepubliceerd in De Gids onder het veelzeggende opschrift: ‘Eene Ziektegeschiedenis’. Douwes Dekker leed — volgens de diagnose van Swart Abrahamsz — aan een zenuwziekte, die ten gevolge van zijn verblijf in Nederlands-Indië zeer ernstige vormen had aangenomen. 

Was hij in Nederland gebleven, dan zou de patiënt er minder slecht aan toe zijn geweest, want hier zouden ‘de eischen der Europeesche samenleving en voornamelijk de eisch van beroepskeuze’ een matigende uitwerking op zijn ziekte hebben gehad. Aan zijn verblijf in de tropen was het toe te schrijven, dat het met de zenuwlijder helemaal de verkeerde kant op ging. 

Het onderzoek dat Swart Abrahamsz had ingesteld, wees uit dat Douwes Dekker een ongevaarlijke neurasthenicus was. Doordat hij nogal tenger was uitgevallen, had de maatschappij niets van hem te vrezen. Je moest dus een gezonde sterke jongen zijn als je naar Indië vertrok. Julie’s oom, Pa van der Steur was in 1933 opnieuw zeer bezorgd over de toekomst van Nederland in Indië want de Nederlanders brachten hun 'geslacht' over;


Pa van der Steur spreekt in het krantenknipsel uit Het Vaderland van 13 mei 1933 over het wetenschappelijk werk van prof. Kohlbrugge  een Indië kenner en kritische tijdgenoot van prof. Lodewijk (Louis) Bolk;
"Hoe ruimer zou onze opvatting van het leven zijn, indien het ons gegeven ware dit eens te bestuderen met verkleinglazen."
Een uitspraak van anatoom Louis Bolk die rond de eeuwwisseling van de vorige eeuw met veel collega’s antropologisch onderzoek deed middels schedelmeting (Craniometrie). De ontwikkeling van de antropologie in Nederland stond nog in de kinderschoenen en was nauw verweven met de onderzoeken in Nederlands-Indië. Ook de 'Frenologie' ofwel ‘gelaatskunde’ was populair.  Bepaalde knobbels zouden zelfs kunnen wijzen op bijzondere talenten zoals een wiskundeknobbel of een talenknobbel

Later zouden Freud en Jung serieuze aandacht krijgen met hun theorieën over de ziel en de geest. Dr. Swart Abrahamsz had inderdaad bijzondere ideeën over geestesziektes die mede door het aanwezig zijn in Indië versterkt zouden worden. Neem anders zijn opmerking over Chinezen in zijn artikel over Multatuli :



Opmerkenswaardig is het in elk geval, dat de breedgeschedelde (brachycephale) volken, zooals b.v. de Chineezen, een zeer weinig ontwikkeld voorstellingsvermogen hebben, bij groote intelligentie en krachtigen wil.



Dr. Swart Abrahamsz is nog niet helemaal klaar met Multatuli;



Voorts zijn er onzes inziens nog enige factoren, die schadelijk inwerken op het zenuwgestel van den Europeaan in Indië, en die ook bij Douwes Dekker hun invloed niet hebben gemist. In de eerste plaats werkt het klimaat verzwakkend. Is deze invloed al niet dadelijk merkbaar op het individu, dat zij op de progenituur nimmer geheel uitblijft, pleit ontegensprekelijk voor haar bestaan. 



Wij gelooven niet te veel te zeggen, door te beweren dat nakomelingen in het vierde geslacht van Europeanen - geheel onvermengd - in de tropen niet voorkomen. Waar het tegendeel verzekerd wordt is de bewering verdacht en niet te bewijzen en mocht het wèl het geval wezen, dan zijn de gevallen toch zeldzaam. Doch meestal is de schadelijke invloed wèl merkbaar bij het individu en mocht men zelf er ook niets van meenen te bespeuren, zoolang men in Indië is, dan komen de neurasthenische verschijnselen toch te voorschijn, zoodra men zich naar Europa verplaatst. - 


Zoowel de bekende ‘apathie’ als de ‘irritabiliteit’ van onze Indische landgenooten zijn verschijnselen van zenuwverzwakking. -



Was dit een visionaire opmerking van Swart Abrahamsz? Heeft hij het over de 'Indische Zwijgzaamheid'?

In Nederlands-Indië werd in die jaren ook veel ‘materiaal’ verzameld. Bijvoorbeeld schedels en sleutelbenen van verschillende volken of er werden organen gewogen. Men vergeleek bijvoorbeeld Europeanen met Maleiers en andere lokale volkeren. Al gauw ontstond het idee dat de Europeanen toch wel superieur waren. Er werden in Indië immers veel minder 'knobbels' gevonden bij de inheemse bevolking.

Julie’s vader Ferdinand Pieter van de Steur werd in november 1900 in Surabaya geboren uit Nederlandse ouders. Zijn vader Adriaan Hendrik van der Steur (1868 Amersfoort) was machinist bij de Indische Marine en zou in 1899 trouwen met Joanna Carolina Heijligers. De Heijligers woonden al enige generaties in Indië. Het was geen gelukkig huwelijk. Adriaan leed aan depressie's en is verschillende keren opgenomen geweest in een sanatorium in de omgeving van Soerabaya. In 1907 is hun echtscheiding uitgesproken. 

Julie’s moeder Charlotte Deuning (1896) was geboren uit een relatie die haar vader Casper Frederik Deuning (Soerakarta 1842) was aangegaan met een ‘Javaansche vrouw’ die Djeminem werd genoemd. Djeminem was geboren in de omgeving van Yogyakarta en behoorde zoals zoveel meisjes bij de Kraton (terrein waar de Koning woont) van de Sultan van Yogyakarta. Dat maakt haar nog geen Prinses maar zij moet voldoende aantrekkelijk geweest zijn om door Casper als Njai (bijzit) rond 1875 geaccepteerd te worden. Casper zou haar trouw blijven en toen het wettelijk mogelijk was zijn Casper en de vele jaren jongere Djeminem, die inmiddels tot Johanna was gedoopt op 29 mei 1898 in het huwelijk getreden.

Er waren inmiddels al meer dan 12 kinderen geboren in het prachtig gelegen Bojolali. Telkens opnieuw werd de nageboorte en de navelstreng in een klein kruikje begraven in de achtertuin van de glooiende en vruchtbare aarde van het huis in de buurt van Suiker Onderneming Tjokro Toelong waar Casper zoveel jaren als gewaardeerd administrateur had gewerkt. Julie's moeder Charlotte verloor haar beide ouders al heel jong en Charlotte werd op negen jarige leeftijd naar een klooster gebracht waar hoofdzakelijk kinderen van gemengd bloed werden ondergebracht. 

Julie’s Indische achtergrond was aldus een vermenging van Duits/Nederlands en Javaanse bloed. Vanuit (sociaal) Darwinistisch standpunt bekeken  was Julie niet al te mooi samengesteld. Zeg maar 75% Nederlands en 25% Javaans. Hoe kwam het toch dat Julie er zo Indisch uitzag? De biologie kent rassen. Als je dat idee echter op mensen toepast krijg je racisme.

Met hulp van o.a. een neef van Charles Darwin, Sir Francis Galton de grondlegger van de weinig wetenschappelijk gefundeerde eugenetica (rasverbetering) die later ook door Adolf Hitler werd gebruikt om zijn ideeën over de Joden vorm te geven en met hulp van de psychometrie (bijvoorbeeld de IQ test) kon Darwin door werken aan zijn ideeën omtrent de evolutie. Hij koos hierbij voor de overtuiging dat ‘de sterkeren overleven’ op basis van natuurlijke selectie.

In de Wikipedia staat het als volgt omschreven:

*  zichzelf vermenigvuldigen
*  de kopieën moeten lijken op het origineel
*  (3) variatie: de kopieën wijken af van het origineel (mutatie)
* selectie: geërfde kenmerken moeten de mogelijkheid van reproductie beïnvloeden

Op sommige punten ging dit kennelijk mis in Nederlands-Indië. Javaanse grootmoeder Djeminem en Julie vallen onder groep 3 net zo als de 14 kinderen die zij beiden zouden baren.

Een andere onderzoeker was Gregor Mendel ook wel de vader van de genetica genoemd ofwel de erfelijkheidsleer. Die zag een mutatie niet zo negatief als Darwin dat soms beleefde. Het darwinisme werd zeer populair en de Ethische Politiek die rond 1900 in Nederlands-Indië werd ingevoerd hoorden als broer en zus bij elkaar en zouden veel wetenschappelijk onderzoekers waaronder Louis Bolk en veel van zijn tijdgenoten inspireren. 

Kritische geluiden waren er ook. Prof. Dr. J.H.F. Kohlbrugge (1865-1941) had het niet zo op het Darwinisme. Jacob Kohlbrugge was in een orthodox protestants gezin geboren en zou zich tijdens zijn gehele leven sterk verbonden blijven voelen met de christelijke ethiek en de mens vooral blijven zien als goddelijk schepsel. Het darwinisme conflicteerde reeds tijdens zijn studie met de christelijke gedachtegang van Kohlbrugge;

'Geen mijner leermeesters begreep dat ik eigenlijk een koekoeksei was, dat ik alleen studeerde en onderzocht om de geestesrichting af te breken (het Darwinisme) die alle mijne leermeesters voorstonden'

Kohlbrugge zou als jonge arts vanaf 1892 veel ervaring op doen in Sanatorium Tosari een hoog gelegen herstellingsoord voor Europeanen. Naast uitgebreid wetenschappelijk onderzoek maakt hij ook veel tijd vrij voor de kosteloze behandeling van de inheemse bevolking. Zijn lange reeks van publicaties maakte het mogelijk om het Darwinisme aan te vallen. Ondanks de dappere kritische pogingen van o.a. Kohlbrugge werden door het koloniaal imperialisme  de politieke structuren, de traditionele economie en de cultuur ernstig aangetast. Zij moesten wijken voor winstgevendheid en nieuwe infrastructuren die de export zouden verhogen. Hierdoor werd ook Java afhankelijk van de wereldeconomie en zou daardoor diep getroffen worden door o.a. de beurskrach van 1929.

Vanaf de VOC tijd tot ver na de politionele en militaire acties tot aan begin jaren '60. Werden de duizenden veelal ongehuwde Europeanen die naar Indië kwamen tégen de toen geldende wettelijke regels, opgenomen in de bescheiden en op beleefdheid gebaseerde culturen van de zeer diverse Javaanse of andere inheemse volkeren op een van de vele eilanden. D.w.z. er werd ’s nachts geslapen met inheems vrouwen die vervolgens ‘gemengd bloedige’ kinderen ter wereld brachten. 

Zo ontstond een nieuwe bevolkingsgroep waar ook Kohlbrugge en Pa van der Steur zich zo’n zorgen om zouden maken. Vele jaren later werden zij de Indo’s genoemd. Als groepering zouden zij pas na vele moeilijke jaren enigszins erkend worden. Maar een ‘eigen identiteit’ zouden zij nooit ontwikkelen want daar zijn de onderlinge verschillen te groot voor.

Julie en haar broer Boy stonden in 1946 voor een keuze. Boy koos er voor om Indonesiër te worden en Julie maakte werk van haar officiële Nederlanderschap. Geen van beiden werden hierbij geholpen door het door Darwin aangereikte darwinisme en zouden vervolgens als een échte Nederlander of échte Indonesiër beschouwd worden. Eens een Indo altijd een Indo. 

Oma Charlotte zou zich vanaf 1947 telkens over de wieg van de nieuwe baby’s van Julie buigen. De eerste 3 baby’s waren blond en fors. De 4de was donkerharig en had een getinte huid. Dat wordt niets mompelde Charlotte hoofdschuddend terwijl zij de baby doordringend aan keek. 

Er zouden nog acht baby’s geboren worden. Telkens weer donker dan weer wat lichter van huidskleur. Maar vooral innerlijk zouden alle baby’s ook Indo bloed hebben en aldus geen volbloed Nederlander wordenDat had ook Julie nooit verwacht. Of juist wel? Hoe heet dat ook alweer? mutatis mutandis "nadat veranderd is wat veranderd moet worden". Was dit Julie’s antwoord op Charlotte en Darwin? 


Net als Kohlbrugge geloofde Julie sterk in de zoektocht naar het goddelijke in de mens, als 'loutering' en brenger van (innerlijke) vrede. Als je maar zocht, zei Julie dan.


Schedelmeting - Craniometrie


Phrenelogie - gelaatskunde



Tosari 


Tosari 2


Tosari 3

Tosari 4

Sanatorium Tosari, Java

Tosari in kleur

De weg naar Tosari 

Terug naar het vaderland

De politiek van Drees
Meer dan 100.000 soldaten stuurde de Nederlandse regering, direct na de oorlog, naar Indonesië Het doel? De revolutie van de Indonesische revolutionairen in de kiem te smoren. Maar... kan een leger wat bereiken als het door de bevolking ter plaatse als bezetter wordt gezien?



1947 - Soedah, laat maar - en het jaar 2602

Julie had de boodschap goed begrepen na haar aankomst eind 1946. Zwijgen over Indië en meehelpen met de wederopbouw van Nederland. Terwijl haar moeder en haar twee kinderen in een contractpension in Markelo verbleven was Julie begin 1947 op zoek naar werk in Amsterdam. Zij vond al snel een baan bij een Notaris kantoor aan de Vossiusstraat. Een paar maanden later leerde zij Anton kennen en zouden al snel gezamenlijk een etage betrekken aan de Amstel. In januari 1948 werd hun eerste kind geboren.

De inmiddels zo bekende ‘zwijgzaamheid’ van de eerste generatie gerepatrieerden en later de spijtoptanten uit Nederlands-Indië kan gerelateerd worden aan: de koele ontvangst door de Nederlanders, de discussies over ‘wat is een Indo’ een Nederlander of een Indonesiër (lees Socioloog Wertheim ‘ze moeten maar in psychoanalyse om te ontdekken dat zij Indonesiër zijn’). Hun Indische opvoeding die vaak conservatief was geweest en gebaseerd op gehoorzaamheid  (je vader en de Europeaan weten het beter). De gerepatrieerde Indo's hadden een vaak zeer verschillende culturele achtergrond en kwamen zeker niet allemaal van het eiland Java. De nieuwe bewoners met een Indische achtergrond werd echter als één groepering met een grote culturele achterstand beschouwd. Betutteling was het gevolg.

Het merendeel van de Indo’s kreeg hierdoor het gevoel dat zij tweederangs burgers waren. Door dan maar te zwijgen, te gehoorzamen en hard te werken zouden zij op termijn wel een plaats in de maatschappij gaan veroveren. Het duurde echter soms jaren voordat Indische families een eigen huis en werk hadden gevonden. De Nederlandse overheid vindt echter nog steeds dat de 'inburgering' van de Indo's zeer geslaagd zou zijn. Opvallend vaak waren de Indo’s de bescheiden maar wél aanwezige gangmakers in het verenigingsleven wat weer langzaam op gang kwam toen de Nederlanders weer geld voor contributies hadden. In bijna elke vereniging in Nederland zitten wel een of twee Indo’s die op een bescheiden manier veel werk verrichten.

De opvang en hulp aan oorlogslachtoffers was vanaf 1945 langzaam op gang gekomen. Men had geleerd van de eerste wereldoorlog van 1914-1918 dat men wel degelijk aandacht moest besteden aan de individueel getroffenen ook als het een heel volk betreft. In de psychiatriese instellingen in Nederland werden veel Nederlanders verpleegd die niet alleen hun echtgenoot/echtgenote waren verloren maar soms ook hun kinderen of gehele familie. De huisartsen maakten melding van veel patiënten die klachten van depressieve aard hadden. De ontwikkeling van antidepressiva die aansloot op een goed onderzocht ziektebeeld moest nog op gang komen. Dus het advies was al snel ‘ach mevrouwtje van tobben wordt je ook niet beter’. Een goede “volksgezondheid” was immers hard nodig om het land weer op te kunnen bouwen. Het was ook nog de periode dat slachtoffers ‘recht op privacy’ hadden. In de tegenwoordige tijd is dat bijna andersom. De media zoals kranten en TV staan soms eerder dan de hulpverleners een drama ‘te verslaan’. Terwijl men zich vroeger schaamde voor een depressie kan men heden een groot arsenaal aan ‘hulp’ zoeken los van de tips en het begrip van familie en partners. 

Terwijl veel gerepatrieerde Europeanen hun Nederlandse familie hadden kan dit niet gezegd worden over de Indo’s zoals Julie. Die had in Nederland alleen haar moeder en een verre aangetrouwde nicht. Over haar Vader was niets bekend geweest bij het Rode Kruis. De Indo’s moesten ook nog een zekere schroom overwinnen om naar de zo ‘Nederlandse’ artsen op bezoek te gaan. Zou de arts hun wel begrijpen en goed verstaan? Hoeveel Indo mannen en vrouwen de huisarts bezochten met depressieve klachten vanwege hun opspelende oorlogservaringen is niet echt bekend. 

Als er indertijd een stichting ‘Soedah, laat maar’ was opgericht ipv bijvoorbeeld Stichting Pelita dan waren er zeker zo’n 150.000 Indo’s lid geworden. Hun passieve houding is pas vanaf eind jaren ’60 veranderd. De gordijnen van de huizen ging verder open en er kwam een periode dat er ‘leefkuilen’ en ‘knuffelmuren’ in zwang kwamen. Flowerpower, Peace en Love. Oorlogslachtofferhulp werd veranderd in erkenning en hulpverlening. Het sobere beleid van de jaren '50 bleek succesvol geweest. De sociale zekerheid nam toe en de sociaal-maatschappelijke veranderingen werden  aangejaagd door de eerste naoorlogse generatie jongeren die de ‘grijsheid’ van de jaren ’50 als benauwd hadden ervaren en de liberale oprispingen van de jaren ’60 ten volle wilde benutten.   

De Indo broers de Wolff scoorden in 1959 een eerste hit onder de naam de Blue Diamonds en Anneke Grönloh veroverde in 1962 met het liedje Brandend Zand de Nederlandse harten. De Indo muzikanten werden vanaf eind jaren ’60 steeds minder gevraagd en moesten plaats maken voor uit Engeland en Amerika afkomstige of door Nederlandse muzikanten geïmiteerde populaire (Pop) muziek. De bevolking was tussen 1945 en 1970 met drie miljoen inwoners toegenomen en de TV was van zwart/wit naar kleur gegaan. Door het Groot Indonesisch Kookboek van Bep Vuyk maakten vele Nederlanders kennis met de gevarieerde rijsttafels. Onder Indo’s en hun families met Nederlandse aanhang was de eerste Pasar Malem Tong Tong in Den Haag 1959 een groot succes. Ook het voorbereidend werk door Mary Bruckel-Beiten in de voorgaande jaren (waaronder de eerste grote Pasar Malam in 1958 en vergelijkbare evenementen in de jaren daar voor) en vele anderen zoals o.a. Tjalie Robinson die vonden dat het Indies (Indo) gedachtegoed bewaard moest blijven sloeg niet alleen aan bij de Indo's er kwamen ook steeds meer Nederlanders naar de Pasar Malam's.

De ‘zelfhulp’ onder de Indo’s  kwam op gang door met elkaar in gesprek te gaan tijdens deze steeds populairder wordende evenementen. De menukaarten van de Chinese restaurants werden uitgebreid met Indische recepten die vergeten leken te zijn. De termen ‘Binnenkampers’ en ‘Buitenkampers’ werden nog niet openlijk gebezigd. Bijna geheel Nederland had immers buiten de gevangenis en concentratie kampen de oorlog doorgemaakt. En toch wilde men nauwelijks horen dat ‘de toestand’ op o.a. Java onvergelijkbaar was met de ‘verschrikkelijke jaren' tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Koningin Wilhelmina heeft in November 1945 nog wel een heel lief briefje geschreven aan de ‘Kinderen die geïnterneerd geweest zijn’. De twee jonge kinderen van Julie en de vele andere Indo kinderen hebben dit lieve briefje nooit gekregen want zij waren immers nooit ‘geïnterneerd' geweest. Wilhelmina wist kennelijk ook niet dat veel kinderen opnieuw 'geïnterneerd waren in zogenaamde 'beschermingskampen'. De kinderen die wel geïnterneerd waren geweest zullen nog wel eventjes verbaasd zijn geweest over de opmerking over hun Moeders en (door omstandig heden elders geïnterneerde Vaders:
Wist de Koningin dan niet de er mannen/jongens en aparte vrouwenkampen waren geweest en dat veel geïnterneerde kinderen met name hun vaders nauwelijks herkenden als zij al verenigd werden?  Willem Nijholt over het contact met zijn Vader na de oorlog; 'Mama hij zegt dat we naar bed moeten'Was zij ook niet op de hoogte dat er géén Nederlands onderwijs aan de kampkinderen gegeven mocht worden. De 'buitenkamp' kinderen moesten net als Julie en alle andere buiten de kampen verblijvende Indo's zo snel mogelijk 'gejapaniseerd' worden.

Veelzijdig acteur Willem Nijholt leerde in de jaren '80 zijn publiek nog een Japans liedje om daarna pas te vertellen dat het een liedje was uit zijn kamptijd als jonge jongen. Nijholt in 1934 geboren in Gombong uit Nederlandse ouders, kwam op zijn achtste ook in een kamp terecht. Hoewel hij zei daar geen trauma's aan overgehouden te hebben, waren het wel vormende jaren. ‘Je slaat je jeugd over als je op je twaalfde dode mannen moet afleggen, terwijl je ook nog zo aan jezelf moet denken dat je daarnaast ook hun eten gaat ophalen, zodat je wat extra voedsel hebt’. Jaren later, in 2002 zegt hij: 

"Het kamp, daar word ik vooral aan herinnerd als ik Japanse toeristen zie, of iets níet koop omdat het een Japans merk is. Laatst ging ik een grasmaaimachine kopen en ze hadden in de winkel alleen Japanse. Ik zei tegen Ben, mijn vriend: 'Ik doe het niet.' Maar ik kon niet anders, we hadden het ding nodig. Toen zei ik: 'Oké, dan zal deze Jap godverdomme voor míj werken.' Ja, en dat 55 jaar na dato.'' 
 ''Ik heb er de laatste jaren weer meer last van. Een bitter gevoel, omdat ik door het kamp geen goede scholing heb gehad, omdat ik mijn moeder heb verloren... 

Terwijl  Willem Nijholt in een van de kampen verbleef  leefde ‘buitenkamper’ Okke Norel in een boom.

De in Nederland aangekomen Indo’s hielden aldus noodgedwongen de lippen op elkaar . Er waren vanaf 1945 veel discussies op gang gekomen over wie ‘goed’ en wie ’fout’ in de oorlogsperiode was geweest. De Indo’s kregen vaak het verwijt te horen dat zij eigenlijk ook een beetje fout waren geweest. Zij hadden ‘hun’ land immers niet goed verdedigd en kwamen eenmaal Nederland aangekomen hun hand op houden. Ook de kinderen van Julie en Anton werden al op jonge leeftijd geconfronteerd met geheimzinnige uitspraken zoals ‘die melkboer daar is verkeerd geweest’. Of ‘oh, ben jij er een uit dat NSB gezin’! Nog in 1965 hoorde de kinderen over ‘die verkeerd geweest zijnde familie. ‘Ja daar, schuin aan de overkant!’ Wat de kinderen dan zagen was een grote vrijstaande villa met een mooi onderhouden tuin. Was dat huis betaald met oorlogsbuit? In die villa woonden ook kinderen met dezelfde leeftijd als de kinderen van Julie en Anton. 

Natuurlijk vroegen de kinderen niets aan de kinderen van de villa maar je paste er wel voor op om het hen om te gaan. Pas jaren later hoorde je dan de achtergrond. Het was de grootvader van de villa eigenaar geweest die een rol in de NSB gespeeld zou hebben en met de moffen geheuld zou hebben. De Nationaal Socialistische Beweging van Anton Mussert die samen met de bezettende Duitsers het land wilde gaan regeren. Ja, die waren goed  ‘fout’ geweest. Had de moeder van Charlotte ook niet meegelopen met de Indische NSB optochten in Bandoeng 1935 toen Mussert Indië bezocht? Julie was laaiend van woede geweest toen zij haar moeder in een bruin hemd voorbij zag marcheren. 

Wie ‘goed’ was geweest kon rekenen op repatriëring naar Nederland. Dat ging echter niet vanzelfsprekend de Nederlandse regering was er logistiek maar ook psychologisch niet echt op ingesteld om hun ‘onderdanen die in den verre verbleven’ snel naar Nederland te halen. En wie zou de transportkosten moeten betalen? Nederland was immers zwaar ‘berooid’. Er was wel genoeg (geleend) geld om tussen 1945 en 1950 meer dan 200.000 militairen naar Nederlands-Indië te sturen. De Nederlandse politici waren echter wel zo ‘slim’ om er op toe te zien dat Nederlands-Indië zogenaamd autonoom was geweest waardoor de ‘eigen’ schulden waaronder de achterstallige salarissen en pensioenen van de Europeanen en Indo’s dus niet uitgekeerd behoefde te worden. Laat staan dat er sprake was van schadevergoeding vanwege het achterlaten van huizen en inboedels. 


Nederland Helpt Indië

...... 
Met die fundamentele basisveiligheid heeft het ernstig kijkende kind op de tekening die vlak na de oorlog is gemaakt, 
de dingen die zijn kinderogen zagen een plek gegeven die hem 
immuum maakten tegen latere trauma’s en complexen.



Thea schrijft in het Engels

What are these eyes telling me? What have they seen? 
I know there were some terrible things, 
these eyes saw, but my mother has protected me from all these horrible things. 
Thank you mom. She has tried so hard to protect me, but these eyes saw. 
Moentilan was a terrible place for young children. 
As a child you saw daily that women got beaten, 
just because they did not bow enough.




Het jaar 2602   klik met je muis op het jaartal




aankomst repatrianten schip 1946 - Rotterdam

Indische Toko Amsterdam Slotervaart - 1956

Aankomst repatrianten uit Indië station Utrecht 1958

Station Utrecht 1956 - aankomst repatrianten uit Indië

Indische repatrianten uitgenodigd bij prinses Wilhelmina op Het Loo 1958

bagage van gearriveerde Indische repatrianten 1958


Lunetten opvangkamp - voor Ambonese KNIL militairen met hun familie 

Belofte maakt schuld - De Molukkers in Nederland

1947 - ’s Morgens Kaiserbrotchen of baguettes bij het ontbijt?

Julie liet begin 1947 haar moeder Charlotte en de twee kinderen achter in het contractpension te Markelo en nam de trein naar Amsterdam. Zij had een kamer in de Helmholzstraat in Amsterdam Oost gehuurd en begon met solliciteren. Zij vond in korte tijd een betrekking bij een advocatenkantoor als secretaresse aan de Vossiusstraat naast het Vondelpark. Julie kocht een oude fiets en bezocht in de weekenden haar kinderen. 

Een van de klanten van het advocatenkantoor was een lange knappe Hollandse man die de rekeningen van zijn aanvraag tot echtscheiding betaalde met de levering en onderhoud van gebruikte en de indertijd zeer schaarse schrijfmachines. Het merendeel van de Nederlandse schrijfmachines was immers door de Nazi's naar Duitsland afgevoerd en waren o.a. ingezet voor de administraties van de werkkampen en vernietigingskampen. 

Hoe zou Amsterdam er vandaag uit zien als men nooit aan de kolonialisering van Indië, Suriname of de Antillen was begonnen?  Vermoedelijk zou Nederland dan het meest op Duitsland hebben geleken. Of liever nog op Zwitserland. Daar worden immigranten pas na vele jaren en met grote moeite staatsburger. De Zwitsers hadden onlangs nog verkiezingsposters waarop een wit schaap een zwart schaap het land uit schopt. Zou het anders geweest zijn als Nederland een provincie van Frankrijk was geworden? Nederland was van 1795 – 1813 door Napoleon geannexeerd. Pas in het voorjaar van 1814 vertrokken de laatste Fransen uit Delfzijl. De VOC was al in 1798 op de fles gegaan door oorlogjes en mismanagement.

Nederland zou er beslist geheel anders hebben uitgezien zonder al dat koloniale geld. Geen uitgebreide grachtengordel met prachtige panden en geen paleis op de Dam. Nederland zou er tuttig maar schoon en van vreemde smetten vrij bij hebben gelegen. En vooral zonder die 6 miljoen immigranten die al sinds 1500 Nederland zijn binnengekomen. Na de tweede wereld oorlog telde Nederland circa 9 miljoen inwoners. Heden telt Nederland bijna 17.000.000 inwoners waarvan circa 3.500.000 met een allochtone achtergrond. Het (dalend) aantal moslims in Nederland is circa 1.000.000. Voor 1942 was Nederlands-Indië overwegend Islamitisch. Meer dan 50 miljoen moslims vielen onder het Nederlandse gezag


De meer dan 200.000 Indo-Europeanen die tot het begin van de zestiger jaren in Nederland aankwamen zijn ondertussen bijna 3 generaties verder en mogen geschat worden op circa 1 miljoen. Die zijn net als de allochtonen ook niet van vreemde smetten vrij. Maar Indo's behoren volgens de normen niet bij de allochtonen want hun integratie zou zo mooi en geruisloos verlopen volgens de trotse overheid.
De aardrijkskunde en geschiedenislessen die Julie op haar katholieke lagere en middelbare scholen in Bandoeng had mogen volgen waren van hoog Nederlands niveau geweest. Julie wist exact waar Hoogezand en Sappemeer zouden liggen. Julie had 'Wien Neerlandsch bloed' op school met veel andere Indo kinderen leren zingen.


1. Wien Neerlandsch bloed in de aders vloeit,

    Van vreemde smetten vrij,


Wiens hart voor land en koning gloeit,

    Verheff' den zang als wij:


Hij stell' met ons, vereend van zin,

    Met onbeklemde borst,


Het godgevallig feestlied in

    Voor vaderland en vorst.

Over het protestantse Markelo hoorde zij echter pas toen zij direct na aankomst in Rotterdam (nov. 1946) in een bus werden gezet om in een contractpension ondergebracht te worden niet zo ver van het terrein van AZC Klompjan. Een in 1991 gevestigd asielzoekerscentrum.

Spreekt u Nederlands? - Of opmerkingen zoals ‘gut u schrijft werkelijk prachtig Nederlands’ heeft Julie in de eerste jaren van haar aanwezigheid op Nederlands grondgebied vaak mogen aanhoren. Haar beleefd wegkijken en glimlachend maar met ingehouden boosheid gegeven antwoorden in uitstekend ABN ofwel Algemeen Beschaafd Nederlands was eigenlijk het minst Hollands aan Julie. Het was een kwaliteit die Indo’s en bijvoorbeeld Javanen met elkaar had verbonden. 

Eind jaren vijftig schrijft volksschrijver Gerard Reve aan vriendin Josine Meyer "Een Nederlander is een soort Duitser die denkt dat hij geen Duitser is omdat hij melk drinkt." Is er ook een Indische variant op de woorden van Reve? "Een Indo is een soort Nederlander die denkt dat hij geen Hollander is omdat hij graag Indisch eet"? Lizzy van Leeuwen heeft een boek geschreven en het is geen kookboek maar op sommige punten is het wel heel pedis (scherp). Alfred Birney die ook lekker schrijft een referentie...


In het Nederland waar Julie eind 1946 aankwam was de oorlog nog geen twee jaar voorbij. Er werden gezonde Hollandse jongens geworven die als militair naar de Oost gezonden zouden worden. De Nederlandse regering wilde ondanks internationale protesten het koloniale gezag herstellen. Er werden zelfs razzia’s gehouden om dienstplichtige weigeraars alsnog uit hun door de oorlog aangeslagen gezinnen op te halen. Veel militairen wilden wel in dienst maar niet tegen de Indonesiërs vechten. Nederland zou nog vele jaren ruziën met Indonesië over de datum waarop de Indonesische Republiek nou echt was geboren. Volgens Indonesië 17 augustus 1945 en volgens de Nederlandse regering 27 december 1949. 

De door de Indonesiërs gevoerde guerrilla oorlog die eerst de Bersiap periode heette en daarna opnieuw de onafhankelijkheidsstrijd. Was politiek gesproken op 27 december 1949 dan weliswaar voorbij maar het zou nog tot eind december 1957 duren voordat de Nederlanders economisch Indonesië gedwongen moesten verlaten vanwege de nationalisatie van alle Nederlandse bedrijven door de Indonesische regering. Hierbij stond het conflict over Nieuw Guinea centraal.

Op de Indische Nederlanders die niet bij de repatrianten hoorden maar in Indonesië waren gebleven werd grote druk uitgeoefend om Indonesiër te worden. Hiervan hebben velen later spijt gekregen vanwege de discriminatie en onderdrukking door de Indonesiërs en werden spijtoptanten genoemd. Nederland deed er in vele gevallen heel lang over om deze groepering alsnog de mogelijkheid te geven om naar Nederland te komen. Het niet los kunnen laten van het Indonesië van 17 augustus 1945 heeft door politieke beslommeringen ook na 17 augustus '45 veel leed en verlies onder de achterblijvers met Indo-Europees bloed veroorzaakt. 

De politieke truc die werd bedacht om de Nederlanders en Indo-Europeanen die vanaf het begin van de oorlog met Japan in maart 1942 geen salaris meer hadden gehad omdat zij een functie hadden gehad onder de Nederlands-Indische regering en daarnaast al hun bezittingen kwijt raakten is tot op heden nog steeds een discussie. De Nederlands-Indische regering was in 1942 naar Ceylon en Australië ‘uitgeweken’. 

Op Gouverneur-Generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer na. Die was op zijn post gebleven en is via de gevangenis van Bandoeng eerst in een kamp op Taiwan en daarna in Mantsjoerije gevangen gehouden. Economisch viel Nederlands-Indië uiteraard wel onder de Nederlandse regering want die deed er alles aan om het gezag over het Indië van 17 augustus '45 zo spoedig mogelijk te herstellen. Nederland had immers veel (inkomen) te verliezen.

De emotionele en materiele verliezen van de ‘binnenkampers en buitenkampers’ wogen kennelijk niet op tegen de winsten die Nederland voorheen al had behaald en opnieuw binnen wilden halen. De roep om compensatie werd door de regering vertaald naar het oprichten van ‘werk en adviesgroepen’ en uitbesteed aan Stichtingen die zelden tot een eensluidende conclusie kwamen. Waardoor de regering opnieuw met de armen over elkaar kon blijven zitten. De spreekwoordelijke Indische Zwijgzaamheid van de Indo’s heeft er kennelijk ook toe geleid dat de binnenkampers zich benadeeld voelden ten opzichte van de buitenkampers. 

Binnenkampers waren merendeels blank en hadden immers veel meer gepubliceerd over de door hun beleefde verschrikkingen in de kampen. Buitenkampers (veelal Indo’s) en een veel grotere groep hebben naar verhouding nauwelijks over hun ervaringen gesproken of geschreven. Julie heeft zich vanaf haar aankomst in 1946 tot aan haar overlijden in 2001 bijna altijd afzijdig gehouden van elke discussie over Japanners, back-pay, troostmeisjes, Japanse kampervaringen, buitenkamp ervaringen en is nooit lid geweest van Tempo Doeloe Indo clubjes. 

Op vragen van haar kinderen gaf zij korte antwoorden. Aan haar gezicht kon je echter vaak aflezen dat de dramatische gebeurtenissen nog steeds een diepe innerlijke pijn veroorzaakte. Door kranten, radio en later de TV en haar vragende kinderen zou Julie echter nooit de kans krijgen haar Indische verleden en afkomst te kunnen vergeten. 

Julie had in Bandoeng en Batavia altijd graag tentoonstellingen met oude en nieuwe kunst bezocht. Toen zij zich begin 1947 in Amsterdam vestigde bezocht zij de diverse musea en kon eindelijk de vele schilderijen zien die zij alleen van foto's in Indië had leren kennen. Met genoegen kon zij soms vertellen over hoe de  Hollanders zich hadden laten 'bedotten' door kunstvervalser Han van Meegeren


Na hun aankomst in november 1946 werden Julie, oma Charlotte 
en de twee jongens in een contractpension te Markelo ondergebracht





1947 - Han van Meegeren voor de rechtbank

Nog tot 1951 zouden er vanwege grote tekorten veel goederen en voedsel 
alleen via 'de bon' verkrijgbaar zijn.

Rijwielen mét banden en zonder bon Amsterdam 1947  

Schillen werden hergebruikt om veevoeder van te maken. Amsterdam 1947

kunstschilders op de brug in Amsterdam 1947

Een straat in Amsterdam rond mei 1947

Ans van Dijk is de enige vrouw Nederlandse vrouw die na de oorlog ter dood 
werd veroordeeld wegens haar verraad van joden. 

Amsterdam, Haarlemmerstraat 1947

Amsterdam, hoek Paleisstraat de Dam 1947

1947 Luilak een volksfeest ook in Amsterdam de laatste zaterdag voor Pinksteren

Amsterdam 1947. Zomerstrand aan de Prins Hendrikkade

Protest vanwege de naar Indië vertrekkende militairen. Amsterdam 1947

Amsterdam 1947. 
Kiosk waar je tijdschriften in kon leveren voor de militairen in Indië

Amsterdam 1947. Walvisvlees was zonder bon te verkrijgen.

1947 Dienstplichtigen in afwachting van hun vertrek naar Indië

1947 Troepentransport naar Indië