Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label Njai. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Njai. Alle posts tonen

Over verdringing en ontkenning - Julie met Freud en Jung bij Villa Matuzia

Het thema van dit blog is ontkenning en verdringing. Twee bekende begrippen uit de psychologie. Hetgeen mensen verdringen of ontkennen heeft alles te maken met het instinct om te willen overleven en met keuzes maken zodat je schijnbaar 'veilig' verder kunt na traumatische gebeurtenissen. Voor veel mensen kan verdringing ook een verdedigingsmechanisme tegen ongewenste herinneringen zijn. 

In veel gevallen komen de herinneringen op hogere leeftijd en veel heftiger terug. Soms sluipend langzaam, soms op een harde en confronterende wijze. Het herbeleven van trauma kan een pijnlijk en soms ziekmakend proces zijn. Herbeleving in eenzaamheid wordt opnieuw geplaagd door de altijd sluimerende ontkenning en verdringing's mechanismen. 

'Erkenning' heeft een grote therapeutische waarde. Erkenning zal echter nooit tot volledige 'genezing' leiden. Het is hooguit een pleister op een wond die oppervlakkig lijkt maar onder de huid zoveel schade heeft veroorzaakt. Het is wel een belangrijke pleister. Een pleister die moed geeft. De moed om weer door te gaan. Schrijven helpt ook maar is een confrontatie met jezelf en moeilijker dan het praten 'over vroeger' met toehorende medemensen. Julie zou haar verhaal vast anders geschreven hebben. Zij had de moed niet. De wonden zaten te diep en toch zo dicht onder haar huid. Julie hield niet van wonden en pleisters plakken. Opkrabbelen, niet zeuren én door-gaan was haar devies. Zij was  immers Indisch.

Julie hield van Italië, omdat zij vond dat het klimaat zo overeenkwam met het warme klimaat uit de streek waar zij was opgegroeid in het oude Indië. Zij kende de geschiedenis van de Romeinen zeer goed. Op de Hogere Burger School in Bandoeng hadden bevlogen leerkrachten gewerkt die vooral de geschiedenis van Nederland en Europa er goed ‘in’ hadden gekregen. Voor de geschiedenis van Indonesië was altijd bijzonder weinig ruimte in het schoolprogramma.

Anton en Julie hadden rond 1977 in San Remo een eenvoudige vakantiewoning gevonden. Het was op sterk aandringen van Julie gekocht. Anton had eigenlijk niet zoveel op met de Italianen. Hij vond het maar fietsendieven en soms wat gladde onderkruipers. Ook met de vele Duitsers die  wat verder hun vakantiehuisjes hadden had Anton weinig op. Toen een Duitse buurman die in oud geel busje rondreed met een sticker ‘Grüsse aus Birkenau’ op een dag hulp zocht met de gastoevoer van zijn badgeiser wees Anton hem onverbiddelijk de deur. "Nein. Ich helfe nicht! Er habt ja früher auch kein problemen mit gas gehabt". Hierbij refererend aan de gaskamers in de Duitse concentratie kampen. 

Julie maakte wel eens schalkse opmerkingen dat zij een incarnatie zou zijn van Keizer Hadrianus die zo graag aan de Italiaanse Riviera had verbleven. Maar was het niet zo dat San Remo eigenlijk was vernoemd naar de heilige Sint Sanremo ofwel Sint Romulus van Genua. Een bisschop die leefde rond de 4de eeuw na Christus en die uiteindelijk overleed in de grotten van Villa Matuzia in de heuvels waar nu San Remo is gevestigd. Villa Matuzia was vernoemd naar de Godin Mater Matuta later werd zij door de Romeinen ook wel Aurora genoemd. Mater Matuta was oorspronkelijk de Godin (beschermheilige) die verantwoordelijk was over de geboorte van kinderen. 

Het leek wel of Julie een vervanging of bescherming had gezocht voor de Poenti Anak verhalen uit haar jeugd op Java die zo'n grote indruk op haar hadden gemaakt. Poenti Anak is de geest van een jonge vrouw die in het kraambed is gestorven en het daarna had voorzien op zwangere vrouwen. De heuvel waar Jullie vanuit haar huisje tegenaan keek was de Romulus heuvel. Het was Julie’s uitdrukkelijke wens om in het katholieke Italië alsnog gecremeerd te worden en een gedeelte van haar as zou in een altaartje ondergebracht moeten worden. Een altaartje wat uit zou kijken op de Romulus vanuit haar tuintje. 

Cremeren in het katholieke Italië is redelijk ongewoon. Het kon alleen in Genua de stad waar Sint Romulus (San Remo) bisschop was geweest. De nabijheid van de grillige Mater Matuta heuvel gaf haar veel voldoening en een ieder die Julie wilde bezoeken moest telkens de naast gelegen berg bestijgen waar Julie zich in 1992 volledig had gevestigd.

Enige weken na de crematie hebben Carlo en ik de bruin koperen urn van de algemene begraafplaats in San Remo ongezien en midden in de nacht opgehaald. Met een schroevendraaier hebben we de kleine afsluitdeksel losgewrikt. De zandkleurige circa 3,5 kilo asresten werden keurig verdeeld in potten. Was het toeval dat de as over enige Conimex potten werd verdeeld? Een gedeelte zou naar de geboortegrond van Julie in de buurt van de Borobudur gaan. Een ander gedeelte moest achter haar huisje in een klein altaarhuisje met uitzicht op de zee bijgezet worden. 

Dit as-verdeel-ritueel was een typische Julie beslissing. Hetgeen Julie besliste en ondernam in haar latere leven was bijna altijd een zéér bewuste keuze evenals haar vlucht in artistiek werk en haar zoeken naar afleiding om onlustgevoelens uit weg te kunnen gaan en zich te verliezen in vertalingen van dromen in textiel of op papier. Want zij wilde vooral niet 'ziek' zijn. Haar grote concentratie tijdens werk tilde haar vaak over die 'kleine ongemakken' heen zoals confrontaties met haar kinderen of de volwassenen met wie zij samen was of als zij geplaagd werd door de verwarrende beelden uit haar jeugd en de oorlogsjaren.

De bekende psychoanalyticus en later opponent van Sigmund Freud, Carl Gustav Jung zou de bovenstaande ‘toevalligheden’ in de keuze voor de woonomgeving van Julie in Italië synchroniciteit
genoemd hebben. Het gaat hierom een begrip uit de ‘hogere psychologie’. Jung en Freud waren in de eerste helft van de twintigste eeuw zeer beroemd vanwege hun moderniserende bijdragen aan de dieptepsychologie

Of de nieuwe inzichten een waardig opvolger waren van het in de 19de eeuw zo populaire spiritisme en occultisme of juist een gevolg was is een andere discussie. Stel (nu droomt de schrijver even) dat Jung en Freud gezellig op de borrel bij Julie en Carlo waren geweest dan had Julie vast en zeker naast de wat dromerige Jung gezeten en Carlo en Freud op het andere bankje. 

Freud was geen makkelijk mens. Pas toen zijn eigen moeder overleed werd hij wat meer ontspannen. Freud verklaarde veel uit het driftleven. Jung wees de mensheid erop dat verlichting mogelijk was als je op zoek ging naar de diepere betekenis van de keuzes die je maakt en daar bij onderscheid maakte tussen twee gebieden.

Citerend uit het werk van Jung*: 
Het collectief onbewuste is een begrip uit het werk van Carl Gustav Jung. Volgens deze (onbewezen) hypothese van Jung is het collectief onbewuste een soort opslagplaats van latente beelden die de mens als soort heeft geërfd uit zijn verleden, een verleden dat zowel dierlijke als menselijke voorouders omvat. 

Zo zou angst voor duisternis of voor slangen te verklaren zijn, niet uit persoonlijke ervaringen, maar doordat onze voorouders generaties lang deze angsten hebben gekend.

Volgens Jung is de droom een gedeeltelijk onwillekeurige werking van de psyche, die niet genoeg bewustzijn bezit om in het waakbestaan te worden gereproduceerd. Julie had meer binding met de ideeën van Carl Gustav Jung dan met de visie van Sigmund Freud. Haar vriend Carlo was een groot aanhanger van Freud en verklaarde minder graag zijn eigen handelingen, maar met name de handelingen van anderen als 'oerdriften en obsessies'. Nadat Julie de zeer geslaagde Freud biografie van Peter Gay volledig had doorgelezen en van veel aantekeningen had voorzien had zij droogjes tegen Carlo gezegd dat hij maar beter iets anders kon gaan doen. 

Bijvoorbeeld meer kunstwerken produceren en meer tentoonstellingen houden. Carlo meende in de lijn van Freud, dat goed luisteren en anderen een spiegel voorhouden door het beluisterde te analyseren en te interpreteren veel problemen bij zijn cliënten kon oplossen. Julie dacht meer in termen van zelfhulp door kwalitatief 'goed werk' af te leveren en je eigen niveau voortdurend te verhogen en zo mogelijk scheppend bezig zijn waardoor het 'innerlijk' zich zou bevrijden van verdriet en demonen (trauma).

De inhoud van het 'collectief onbewuste' van Jung is echter nooit in het bewustzijn aanwezig geweest en is dus nooit individueel verworven. Dat het kan bestaan dankt het uitsluitend en alleen aan evolutionaire overerving. De menselijke geest is door middel van de hersenen in die opvatting net als het lichaam gepredisponeerd door evolutie.

Immers, de hersenen zijn te beschouwen als de voornaamste organen van de geest, zodat het collectief onbewuste afhankelijk is van de evolutie van de hersenen. Volgens deze hypothese zouden herinneringen aan een vorig leven een herinnering uit het 'collectief onbewuste' kunnen zijn dat de hele mensheid deelt. - Het 'persoonlijk onbewuste' van Freud bestaat uit een wezenlijke inhoud van verdrongen herinneringen en ervaringen

Voor Julie waren verdrongen herinneringen en ervaringen niet alleen de  traumatische periodes uit haar oorlogsjaren. Ook de problemen in haar jeugd speelden een grote rol. In haar ogen was de grote oorlog een collectief drama geweest waar ook zij als mens maar een klein onderdeeltje van een veel groter en bijna onmenselijk drama was geweest. Zij relativeerde op die wijze de gebeurtenissen die diep in haar persoonlijke leven hadden ingegrepen naar de achtergrond van een groter geheel waar zij deel van uit zou maken. Behalve dat Julie zich een incarnatie van de Romeinse  Keizer Hadrianus vond gaf zij weinig prijs van haar dromen. Zij kon zich echter wel heel goed inleven in de dromen of impressionistische werkstukken van anderen.

Gelijkaardige droomsymboliek in verschillende culturen, waarvan ook sporen terug te vinden zijn in de kunst of in de alchemie, duiden volgen Jung ook op die gemeenschappelijke, onbewuste inhouden. Volgens Jung zien we in het 'collectief onbewuste' de 'oerervaring' van de mens en dus delen alle mensen, in meer of mindere mate, onbewust dezelfde 'oerervaring'.

Als de oerervaring de overwinning op de duisternis zou zijn (de schepping) dan zijn de vele kunstuitingen van Julie voor haar een motivatie geweest om zich daar zo intensief mee bezig te houden.

Jung gebruikt in zijn werken ook regelmatig de term 'archetype', een noodzakelijke aanvulling op het idee van het 'collectief onbewuste'. Het duidt de tegenwoordigheid van enkele psychische vormen aan, die altijd en overal aanwezig zijn. Het is een soort oorspronkelijk patroon waarnaar andere, soortgelijke zaken worden gemodelleerd. Volgens Jung bestaan er immers twee vormen van het psychische systeem, waarvan er één van persoonlijke- en één van niet-persoonlijke aard is.

De landschappen, bloemen. bomen en hoge huizen in het werk van Julie waren vaak van (droom) symbolische archetypische aard. Klassieke olieverf schilderijen met bloemen en andere voorwerpen heeft Julie gemaakt totdat zij zeker wist dat zij de techniek onder de knie had. Daarna begon zij aan een jarenlange reeks van textiele werkvormen waaronder een serie grote en kleine wandkleden. Het werken met wol, katoen en garens gaf haar kennelijk meer voldoening. Mogelijk ook omdat zij dan makkelijker kon corrigeren of het werk even terzijde kon leggen. Zij vond het ook wel prettig dat haar gehele werkkamer dusdanig volstond met materiaal dat er nauwelijks ruimte was voor bezoek.

C.G. Jung: "In tegenstelling tot het persoonlijke karakter van onze 'bewuste psyche', bestaat er een tweede 'niet-bewust' psychisch systeem van collectieve, 'niet-persoonlijke' aard naast ons normale bewustzijn, dat wij als het enige waarneembare ervaren, zelfs als we het 'persoonlijk onbewuste' er aan toevoegen. Het wordt verkregen door middel van overerving en ontwikkelt zich dus nooit individueel. Het bestaat uit preexistente vormen die pas secundair bewust kunnen worden en verleent daarbij vaste vorm aan de inhoud van het bewustzijn."

Deze stelling van Jung benaderd zeer sterk de wijze waarop Julie haar leven heeft vormgegeven. Julie liet zich niet beetnemen door traumatische ervaringen en de psychische gevolgen. Zij ging daar 'om heen'. De creatieve en artistieke talenten van Julie waren telkens opnieuw het ‘drijfhout’ waar zij zich aan optrok in goede en slechte tijden. Als Julie niet zoveel kinderen had gekregen was zij hoogst waarschijnlijk een bekend kunstenares geworden of anders een schrijfster. Als het krijgen van veertien kinderen ook een kunstvorm genoemd mag worden dan heeft Julie weinig tijd verloren laten gaan in haar leven. In hoeverre haar jeugd en de oorlogservaringen van Julie van invloed zijn geweest op haar  zienswijze en handelen zal mogelijk gaan blijken uit de reconstructie van haar leven en de beschrijvingen van de personen en omgevingen die van invloed op Julie zijn geweest. De geslotenheid van Julie had immers meerdere oorzaken.      

Julie trok zich steeds meer terug in zichzelf toen zij ouder werd. Zij genoot van de dagen dat zij alleen was en veel kon lezen of in haar atelier aan het werk kon zijn. Op zijn manier zorgde Carlo goed voor haar. Koken, boodschappen, praten over kunst en psychologie, galerie bezoek, veel vrienden bezoeken en uitnodigen. Het was warm en intiem tussen hen beiden en in grote tegenstelling met het leven wat zij met haar ex-man Anton had geleid. Carl Jung had vast wel plezier gehad aan de ‘toevalligheid’ dat Julie en Carlo eigenlijk naamgenoten waren. Julie heette immers voluit Juliette Caroline en was Caroline niet de ‘mannelijke versie’ van de naam Carlo.

In haar laatste jaren had Julie steeds minder moeite met het toelaten van oude herinneringen. Hierdoor droomde Julie ook veel meer. Dromen werden met herinneringen uit haar jeugd vermengd. Julie had een wekenlange reis door Thailand gemaakt met Carlo. De Aziatische sfeer, de kleurenpracht en warme gekruide geuren hadden haar geheugen opnieuw gevoed. Doorreizen naar Indonesië had haar te veel angst voor terugkeer van oude ervaringen ingeboezemd.

Toen haar broer Boy overleed vond Julie steeds vaker dat de ‘cirkel rond was’. Zij had immers in 1999 haar half zuster Wendy en half broers ontmoet die waren geboren uit de relaties die haar vader Ferdinand was aangegaan na zijn vertrek in 1933 naar de Filipijnen. Julie had voorheen wel onbevestigde verhalen gehoord dat hij in Argentinië zou wonen en ondanks haar vragen aan o.a. het Rode Kruis direct na de oorlog en in de jaren vijftig kwamen er tot 1998 geen concrete feiten op tafel. 

Stil, luisterend en soms zeer aangedaan had zij naar het relaas van haar halfzuster Wendy geluisterd. Al eerder was er veel informatie per fax bij Julie terecht gekomen maar tijdens de gespreken met  de zeventien jaar jongere Wendy kon zij een goed beeld krijgen over zijn leven en lotgevallen tot aan zijn overlijden in Bogota in 1973. 

Op de foto Julie's grootmoeder van de kant van haar moeder (Charlotte) tenminste... er is bij mij grote twijfel ontstaan of deze foto wel onze overgroot moeder is. In een later bericht zal ik hier op terug komen. 

Grootmoeder Deuning heet eigenlijk Raden Ajoe Sinem Istri Kamidjojo. Zij is geboren omstreeks 1855 en overleden op 29 Mei 1898 te Bojolali. Raden Ajoe werd ook Djeminem (later Joanna gedoopt) genoemd en zou pas  op 9 September 1893 wettelijk met 
Casper Frederik Deuning kunnen trouwen. 

Djeminem was dus jarenlang de 'Njai' van Casper Frederik Deuning. Hij werd geboren in 1842 te Soeracarta (Solo) en overleed 1905 te Klaten niet ver van Bojolali. 

De Deunings waren een familie van planters en komen vermoedelijk rond 1820 uit Zeeland of Zeeuws Vlaanderen. Er zijn ook aanwijzingen dat Deuning een opzettelijke verbastering is van de naam Dönig uit de buurt van het Duitse Hamburg. 



Javaanse batik met vertellende Wajang poppen
zoals de vroegste 'beelden' uit de jeugd van Julie 
verteld door haar Baboe haar altijd zijn bijgebleven




Julie leefde in San Remo 
niet ver van de 'schuil heuvel' waar de 
Romeinse Godin Mater Matuta 
een onderkomen zou hebben gevonden

Freud en Jung



C.G. Jung met een mandala


Mandala van Jung -
 Julie beschouwde schilderijen en wandtapijten als een 'andere' 
manier van mandala's maken





werkkamer van Freud die niet gelovig was maar wel 
veel religieuze beeldjes verzamelde

over Jung Engels gesproken 



over Freud 

1942 - Bandoeng najaar 1942 - Julie; 'Ik had iets gedaan waar de Jappen wat tegen hadden' 1

Ondanks de dagelijkse beslommeringen en de zorg voor twee kleine kinderen verveelde Julie zich. Het was najaar 1942. Zij woonde weer bij haar moeder Charlotte die de grote wasserij aan de Merdekaweg draaiende hield. In het grote huis naast de wasserij had Julie weinig om handen terwijl zij eigenlijk altijd wel iets zocht waar zij in 'op' kon gaan. Julie had met de kinderen enige maanden in een leegstaand huis van een zwager gewoond. Julie was niet alleen geweest maar woonde samen met meerdere voorheen welgestelde families. Ook deze families waren uit hun huizen gezet door de Japanners. De echtgenoten zaten in gevangenissen, kampen of waren op de vlucht voor de Japanners of Indonesische politie. Er werden geen salarissen uitbetaald en men kon ook geen geld opnemen van spaarrekeningen. Zwarthandel was formeel verboden maar er zat niets anders op om daar toch aan mee te doen om alsnog aan voedsel te komen. De lokale steuncomités trachten waar nodig hulp te verlenen maar de situatie werd steeds nijpender.

In het najaar van 1942 werd het al moeilijker om aan het dagelijks voedsel te komen. Met ruilhandeltjes en huisvlijt zoals de door Julie gemaakte kinderschoentjes met houten zooltjes, met van katoen gehaakte voetbedekking of met de verkoop van kinderjasjes uit oude kleding kwam Julie aan de kost. Andere vrouwen in het huis bakten koekjes of andere lekkernijen voor de verkoop.  Na verloop van tijd werd het echter te onveilig om op deze manier samen te wonen in een huis wat op elk moment door de Japanners gevorderd kon worden. Er waren immers geruchten dat ook de blanke vrouwen opgesloten zouden worden en de halfbloed vrouwen waren bang dat zij dan eveneens gearresteerd zouden worden.

Dagelijks werd er veel was gebracht en opgehaald in de wasserij van moeder Charlotte. Nieuwe klanten waren de Japanners. Die brachten hun uniformen en burgerkleding of lieten dat brengen door hun Indonesische bedienden. Julie had er moeite mee dat haar moeder de nieuwe klanten zo vriendelijk ontving en bleef zoveel mogelijk aan de achterkant van het huis waar de klanten niet kwamen. Door het bezoek van oud PTT collega Mijnheer Ingram  kwam er een einde aan de verveling van Julie. 

Julie was Ingram tijdens een fietstocht in de stad tegengekomen. Hij was in 1937/1938 haar  chef geweest op het grote postkantoor van Bandoeng. Zij mocht hem heel graag.  Enige tijd later kwam hij bij Julie langs en gaf haar een som geld. Je zal het nodig hebben vertrouwde Ingram haar toe. Julie was oprecht verbaasd. Ach had hij gezegd we hebben genoeg geld. Enige dagen later kwam Ingram weer langs. ‘Zou je ons willen helpen’? Julie: waarom ook niet, ik heb weinig te doen, ik verveel me dood. Wat moet ik doen? Ingram stelde haar voor om voedsel en geld uit te delen in de armenwijk Tjiateul. Julie wist dat er voedsel uitdeel projecten waren op verschillende plekken in Bandoeng. Ingram voegde er aan toe; "Jij bent Indisch, jij valt niet zo op, dus hebben we bedacht dat jij dat werk eigenlijk zou moeten doen". Wie dat 'we' waren is nooit duidelijk geworden. Tjiateul was in die jaren een van de armste wijken van Bandoeng. Een slum. Kleine stenen huisjes, kamponghuisjes of huisjes van golfplaat opgetrokken. Kleine benauwde straatjes. Er woonden veel Ambonezen en Indische familie van KNIL militairen. Door de oorlogssituatie waren veel KNIL soldaten in kampen opgesloten en werden de salarissen al sinds de Japanse inval niet meer uitgekeerd. Sommige bewoners hadden prachtige achternamen. Saint-Pourcain, De Blok van Haamstede, De Roy van Papendrecht. Veelal samengestelde namen uit de VOC periode.  Bijvoorbeeld fuselier Jan de Rooy, uit Papendrecht had een kind gemaakt bij zijn inlandse njai. Het prachtige donkerblanke kindje werd vervolgens vol trots Johannes de Roy van Papendrecht genoemd.

Ondanks de vaak prachtige namen leefden deze families in buitengewoon moeilijke omstandigheden. Julie is zich altijd zeer verbonden blijven voelen met vooral de Ambonese groeperingen. Nog in de jaren negentig nam zij het op voor onderdrukte Ambonezen middels vele brandbrieven aan Amnesty International. Vaak dacht zij terug aan haar peetkind dochter van een Ambonese soldatenvrouw. Julie heeft haar bijgestaan tijdens haar zwangerschap. Juliette Nanlohy zou heden anno 2011, circa 69 jaar oud moeten zijn. Zou zij de oorlog overleefd hebben? 

Later heeft Julie begrepen dat het contant spaargeld van de Bandoengse banken geweest moet zijn. Vervreemde oorlogsbuit dus. De Japanners waren op zoek naar dat geld en nog zeer druk doende met het uitschakelen van verschillende verzetshaarden binnen en rond Bandoeng. Van enige keren per week werd het dagelijks werk voor Julie. Soms wel twee keer per dag op de fiets naar meerdere uitdeel plaatsen. Onderwijl bouwden de Japanners langzaam maar zeker bepaald wijken waar vooral Nederlanders woonden dicht met bamboespijlen, en prikkeldraad omheiningen.  Julie’s even oude nichtje Deetje Heyligers woonde met haar familie in een van deze wijken. In een vrijstaand huis aan de Papandajanlaan waar Julie tijdens  haar middelbare school periode nog een jaar in huis had gewoond. Jan Bouwer een in Bandoeng ondergedoken journalist schrijft in zijn boek Het Vermoorde Land als volgt over Dee Heyligers :

Julie had de berichten indertijd ook op de illegale radio gehoord en vermeed zoveel mogelijk de Papandajanlaan die echter wel een belangrijke verkeersverbinding was omdat het er altijd druk was en dus kon zij onopvallend passeren. Na enige maanden vertelde Julie’s moeder Charlotte dat er tijdens Julie’s afwezigheid twee Japanse militairen aan de deur waren geweest. Julie was verbaasd geweest. Maar had toch besloten om elders in de straat een kamer te huren. Zij vond het beter dat zij niet in het huis van haar moeder waar ook haar kinderen woonden aangehouden zou worden.

Na een week krijg Julie alsnog bezoek van twee Japanse militairen van de Kempeitai. Julie moest zich de volgende melden aan de Heetjansweg. Het kantoor van de Japanse militaire politie was gevestigd in de voormalige meisjes MULO. Het was december 1942. De volgende ochtend is Julie na grote twijfel toch maar langsgegaan. Tijdens haar wandeling door het oude schoolgebouw hoorde zij geluiden en zag door half openstaande deuren Japanners bezig met hun 'verhoren'.


Bandoeng 1941 - Bandung 1941


Julie vertelde in 1986 




Rechts van het Bandoengse sportterrein Tegallega de armenwijk Tjiateul





































Kamp Kareës Bandoeng grensde aan de Papandajanlaan. 
De dikke zwarte lijn betreft de afbakening




Het kantoor van de Kempeitai aan de Heetjansweg Bandoeng 
was gevestigd in de meisjes MULO. 
Op de buitenmuur rechts het logo van de Kempeitai.
Julie is in dit gebouw verschillende malen op zeer hardhandige wijze 
verhoord alvorens zij naar de gevangenis zou gaan.

Op de foto een andere MULO in Bandoeng die tijdelijk in gebruik is geweest als interneringskamp.























De oude MULO anno 2008 te Bandung



















Groepje Kempeitai mannen

















Kempeitai militairen in de trein





























In november 1942 werden onderstaande pamfletten verspreid in twee wijken 'aangewezen voor het verblijf van Europeesche vrouwen'.


De slag in de Javazee 1942



Guus Zuijderhoff - Zo vrij als een vogel



Verzet in Indië



Meer over de Kempeitai



Japans Amerikaanse burgers in 1942 op weg naar hun internering