Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1950 deel 1 – Julie in de grijze jaren vijftig en de Koude Oorlog

Het was op 15 januari 2012 honderd jaar geleden dat Anton in het winderige Den Helder werd geboren. Zijn vader was al enige keren in Indië geweest. Het waren reizen van maximaal 6 maanden geweest. Vanwege het uitbreken van de eerste wereldoorlog die van 1914 tot 1918 plaats vond duurde het tot 1919 voor dat Anton’s vader opnieuw naar het toen nog zo verre Indië zou uitvaren. Hij zou veel langer weg bleven dan voorheen. Bijna twee jaar. De eenzaamheid onderweg en in het verre Batavia had Anton  senior geen goed gedaan. Bij terugkomst in 1921 was hij opnieuw niet bevorderd. Hij was zelfs gedegradeerd vanwege drankmisbruik en onbehoorlijk gedrag. Door zijn drankschulden had Anton senior niet veel geld naar zijn gezin met vier jonge kinderen kunnen sturen. Bij terugkomst in Den Helder was de liefde tussen moeder Helena en Anton senior zeer bekoeld. Na verloop van tijd zou vader Anton uit huis vertrekken en een kamer in het marine logement huren.

Vele jaren later zou zijn jongste zoon Anton vertellen dat hij eigenlijk geen échte vader heeft gekend. Anton senior overleed 73 jaar oud in een kosthuis in de Dapperbuurt van Amsterdam. Zijn zoon Anton overleed 1994 in een senioren woning. Twee jaar na de echtscheiding van Julie, die in Italië verbleef. Enige maanden na zijn overlijden vertelde Julie dat Anton op zijn sterfdag gebeld zou hebben. Het was laat op de avond geweest. Julie had aangevoeld dat het Anton was. Zij had de telefoon niet opgenomen zij was nog steeds boos op hem.

Onlangs kreeg de auteur van dit blog een mail van een bezorgde zus. Zal je wel aardig over onze Pa schrijven? ‘ik heb eerlijk gezegd meer liefde voor mij, bij hém gevoeld dan bij Ma’ voegde zij toe. Zij heeft wel een punt. Anton was veel strenger tegen zijn zoons dan tegen zijn dochters. Vermoedelijk kan geen van zoons terugdenken aan een troostende woorden of een omhelzing door Anton. Kort nadat zus haar boodschap had gestuurd vond ik opnieuw een reactie op het Julie blog in mijn mailbox. Het ging om een kromme zin in een van de Julie blogberichten. De mijnheer die mij hierop opmerkzaam maakte vertelde in een paar korte zinnen wat hem in als klein kind in Indië was overkomen.

In 1946 had hij, nog geen vier jaar oud en zwaar ziek in een ziekenhuis te Bandoeng gelegen. Het was op het hoogtepunt van de Bersiap periode. Jonge opstandige Indonesiërs hadden ook het ziekenhuis aangevallen. Het ooit zo rustige Bandoeng was gevaarlijk geworden voor de Nederlanders en de Indo’s. Het ziekenhuis werd verdedigd door de verslagen en nog aanwezige Japanners en de Indische Gurkha soldaten die onder Brits bevel stonden. Ondanks zijn ziekte heeft de kleine jongen de grote spanningen en angst bij zijn ouders en onder de verzorgers gevoeld. Na de Bersiap periode kon het gezin naar Nederland vertrekken. Een gezin wat alles kwijt was geraakt en met onzichtbare maar diep zittende emotionele wonden naar het verre Nederland zou afreizen.

Eenmaal in Nederland trof het gezin een land in opbouw aan. Een land wat liever niets wilde weten over ervaringen uit Indië. Het verlies van Indië wat voortaan Indonesië zou heten, was een groter nationaal trauma dan het kleine leed van een klein gezin waarvan men het vermoeden had dat zij toch aanmerkelijk minder hadden geleden dan de gemiddelde Nederlander. Het jongetje was inmiddels acht jaar oud. De eerste vijf jaren van zijn leven had hij in grote onveiligheid door gemaakt. De drie jaar daarna met zijn bezorgde ouders die weinig tijd voor hem hadden, er waren grotere zorgen. Weg uit Indië en aanpassen in het grijze Nederland. De jaren vijftig gleden als een saaie mist voorbij. Het jongetje werd een jongen en toen een man. Over Indië werd gezwegen.

Toen de man vijftig werd voelde hij steeds vaker een diep een onbestemd verdriet. Hij verzette zich er tegen, werd vaak boos om eigenlijk niets. Dan weer periodes van apathie en lang in een zijn schemerige kamer zittend. Hij begreep niet waar zijn verdriet vandaan kwam. Zijn vrouw maakte zich bezorgd. Hun kinderen waren inmiddels uit huis. De stilte in huis maakte geen plaats voor vreugde en nieuwe activiteiten. Steeds vaker trof de vrouw de man in stille huilbuien aan. Je moet gaan praten had zij gezegd. Er volgde therapie en bevrijding maar geen troost. De man ontdekte dat zijn jeugd, zijn eerste tien levensjaren waren weggenomen door de oorlogsomstandigheden in Indië en daarna opnieuw door zijn zwijgende vader en bezorgde moeder die hun schokkende ervaringen weg hadden willen poetsen met hard werken en zwijgzaamheid. Alleen je toekomst telt had de vader van het slanke Indo jongetje gezegd. Op straat werd hij 'pinda kind' genoemd.  

De man heeft vele tekeningen gemaakt tijdens de therapie. Vaak met kleine gedichtjes rechts onderaan. Heel vaak tekende hij een grote rode zon. En buigende kinderen. Er druppelde bloed uit de zon, in het hoofdje van het kleine kind. Zijn eerste tien levensjaren kwamen door de tekeningen niet terug. Wel de erkenning en het verdriet over een kindertijd die hem nooit was gegund. Weggenomen door omstandigheden waar hij niet verantwoordelijk voor was geweest. Opgroeiend in een kamp onder de Japanners. Toen wéér in een kamp want de Nederlanders en Indo’s moesten beschermd worden. Toen drie jaar één grote kamer met vader en moeder en twee andere kinderen in een pension, in het grijze Nederland.  De tekenende man had schuldgevoelens over het onbegrip en het ongeduld wat hij had gehad toen zijn eigen kinderen opgroeiden. Toch waren de tekeningen van zijn kinderen anders geweest. Daar stonden huizen op. Met gordijnen en een vaas met bloemetjes. En straten met auto’s. Brandweer mannen en politie. Zijn kinderen ontdekten de wereld en gaven structuur aan hun indrukken door overvolle tekeningen met veel kleur. Zo anders dan de tekeningen van het jongetje die een verdrietige man was geworden en het kind in zichzelf nimmer had leren kennen.

Anton groeide op in eenvoudig milieu in een stadje waar de marine in veel gezinnen bepaalde wanneer de vaders vertrokken en terug zouden keren. Hij groeide op met een liefhebbende moeder, twee oudere broers en een oudere zus. Anton was een vrolijk en ondernemend jongste kind met een lastige vader die telkens voor langere periodes verdween en dan weer een paar maanden thuis was en dan veel tijd door bracht met zijn marine vrienden en diensten op de aangemeerde oorlogsschepen. Vader was vaak dronken en kwam dan boosaardig of half beschonken aan huis. Sliep zijn roes uit, maakte ruzie met moeder Helena en verdween dan weer schielijk naar werk of kroeg. Anton vond dat hij zijn moeder moest beschermen tegen vader. Zijn broers en zus waren immers al het huis uit. Anton heeft hierdoor nooit een zorgende vader gekend. Wel een moeder met veel zorgen. Hij kende de signalen wanneer moeder verdriet of hulp nodig had. Hij maakte haar dan aan het lachen of bedacht plannen en droomde met haar over een toekomst zonder zorgen. Toch was Anton soms eenzaam en miste een vader. Want andere kinderen hadden er wel een en die waren daardoor gelukkiger dan hij. Jij bent de man in huis had zijn moeder gezegd. Maar wat was dat ‘een man in huis’ dacht Anton.

Julie heeft altijd verteld dat de eerste tien jaar van haar leven onbezorgd en avontuurlijk waren geweest. Zij groeide op met een zorgende moeder en een vrolijke vader. In een gebied met prachtige tuinen in een tropisch landschap met vulkanen en oude tempels. Haar vader werkte niet veel verderop in een fabriek waar het suikerriet door machines werd vermalen en werd gekookt tot suikerstroop. Soms ging het in flessen en vaak werd er weer door andere machines suiker van gemaakt. Haar vader bediende deze machines. Hij was stoer en vrolijk en verdiende genoeg om zorgeloos te kunnen leven. Toen kwam er een crisis. Haar vader vertelde dat de crisis over de hele wereld plaats vond. De suiker werd niet meer zo makkelijk verkocht aan andere landen. Want je had schepen en olie nodig om de suiker te kunnen vervoeren. Vader verteld dat er steeds meer ruzie over geld en olie was in andere landen. Daarom kocht niemand meer suiker en vader raakte zijn werk en salaris kwijt. Hij moest zoals veel andere mannen werk gaan zoeken. Toen Julie twaalf jaar oud was vertrok haar vader naar het buitenland. Hij zou eigenlijk nooit meer terug komen. 

Julie’s moeder was boos en verdrietig en gaf niet de wereld de schuld maar de vader van Julie. Zij hield niet meer van hem en eigenlijk ook niet meer van haar kinderen. Julie stond er vanaf haar vijftiende levensjaar alleen voor. Haar broertje werd in het kinderhuis van Pa van der Steur aangemeld. Haar moeder had eigenlijk altijd al laten merken dat zij kinderen maar lastig vond. Het had haar ook zoveel lichamelijke pijn gedaan toen zij geboren werden. En was haar eigen moeder niet overleden door pijn en ziekte nadat haar twee jaar jongere zusje was geboren. Van de strenge nonnen in het klooster had de moeder van Julie niet kunnen leren wat het betekende om een moeder te zijn. Zij had God leren vrezen maar niet geleerd hoe zij liefde en aandacht aan haar kinderen zou kunnen schenken.

Varende vaders die maandenlang soms jaren weg bleven. Hard werkende vaders die hun banen kwijt raakten en daardoor hun gezinnen. Oorlog voerende vaders die naar het slagveld vertrokken. Mannen en jongens die veel te snel man werden omdat zij oorlog moesten voeren.  Mannen die soms terug kwamen als verslagen jongens die zich in zwijgen en stil verdriet hulden en troost zochten bij hun vrouwen en zich dan weer omdraaiden en zich opnieuw eenzaam en alleen voelden. De kinderen die daaruit voortkwamen waren speels en vrolijk. Maar hoorden al jong: Stil Papa slaapt, Papa is moe, Papa gaat nu weg, misschien komt Papa morgen, Papa is aan het geld verdienen, Papa heeft geen geld verdient, Papa is dood.

In 1950 had de wereld schoon genoeg van al die oorlogen. Elk land wat de baas had gespeeld over andere landen zou gedwongen worden om die op te geven. In Nederland telde men opeens 60 miljoen landgenoten minder. Er werd nog wel een rekening gestuurd naar het nieuwe Indonesië. De rekeningen voor Duitsland en Japan waren al verstuurd. Rekeningen vanwege geleden schade en verloren investeringen. Zijn die eigenlijk wel betaaldOnlangs viel er wel een rekening uit Indonesië op de deurmat van de huidig Minister President Rutte.

Amerika financierde alvast de benodigde kosten om Nederland op te bouwen. Wel zo aardig want dat vele geld kon ook de Russen weg houden. Die stonden immers al in Oost Berlijn. In Nederland was er een groot budget beschikbaar voor de aanschaf van doofpotten. Archieven gingen op slot en nagekomen brieven en andere berichten werden vroegtijdig opgevangen en naar een van doofpotten gebracht. De vader van Julie heeft kennelijk iets gedaan wat tot 2020 geheim moet blijven. De mijnheer van het Nationaal Archief zei peinzend; tsja dat zijn de regels.

Er waren ook veel mannen die het jammer vonden dat de oorlog was afgelopen. Die gingen net als vroeger met oude gordijnen huisjes bouwen en daaronder plannen maken. Zij stuurden dan wel spionnen naar de vijand die onder andere gordijn huisjes zaten. Zij hadden geen wapens en noemden het daarom dan maar de Koude Oorlog en bedachten het Ijzeren Gordijn. De naoorlogse kinderen zijn onder de zon van de koude oorlog verwekt en geboren. Omdat nog niet duidelijk was hoe de wereld zich verder zou ontwikkelen ontstond er een soort grijs gebied waar in zich zelf gekeerde mensen woonden. Vaders werden bouwvakkers en bouwden samen met hun vrouwen aan kleine veilig wereldjes waar hun kinderen het beter zouden hebben dan zij zelf hadden gehad. Daar waren geen regels voor je deed elkaar na en dan deed je alsof het zo hoorde. Opvoedkundige tips of hoe je aan geld kon komen haalde je uit de krant of beluisterde je op de radio.

In de krant foto’s van welvarende Amerikaanse gezinnen en Amerikaanse jeugd die vrije tijd hadden en samen dansten en met open auto’s naar het strand of naar de film gingen. Sombere beelden uit de Oostblok landen zorgden er wel voor welke richting de Nederlanders op keken. En Indië die grote tropische tuin waar zoveel geld was verdiend? Waar zoveel mensen met weinig bagage en incomplete fotoboeken vandaan waren gekomen? Niet zeuren werd er gezegd. Pas je aan of ga anders naar Nieuw Guinea want door bouwen wij een mini Indië zei de Nederlandse regering.

Anton en Julie hadden andere plannen. Julie had van die aardige begripvolle katholieke Pater van de kerk aan de Ceintuurbaan gehoord dat nieuw leven de oude wonden zouden genezen. Toen die kerk in 1969 werd afgebroken zou in dat jaar ook het laatste en twaalfde kind van Julie en Anton het levenslicht zien. Pas vele jaren later zou Julie ontdekken dat de ‘oude wonden’ door het krijgen van zoveel kinderen niet genezen waren. Anton had als kind nooit Cowboy tegen de Indianen gespeeld. Hij was of thuis bij moeder of ging naar school en bracht na schooltijd de boodschappen rond naar klanten uit het kleine winkeltje van zijn moeder. Pas later na de tuinbouwschool afdeling bloemen en planten, zou Anton de natuur ontdekken en zou hij zelf met liefde geplukt worden door vrouwen zoals zijn moeder die bescherming zochten en handige hulp. De periode van cowboytje spelen in het door de Duitsers bezette Amsterdam en de jaren daarna was voor Anton voorbij nadat Julie hem tot de orde had geroepen.

Julie was begin 1950 weer zwanger. Hun derde kind zou in Juni van dat jaar geboren worden en Anton zou voor het eerst sinds vele jaren in loondienst gaan. Julie en Anton gingen vader en moedertje spelen. Zij speelden echter liever niet de voorbeelden uit hun jeugd na. Kunstschilder Karel Appel en zijn vrienden vonden dat het anders moest in de kunst. Zij brachten ongekend veel kleur aan in het grijze Hollandse klimaat. Julie vond het prachtig en Anton vond het maar kinderwerk. Toch bleven hun meningsverschillen noch jarenlang onderhuids. Julie wilde een groot gezin met een zorgzame vader. Anton wilde een lieve vrouw die hij kon beschermen tegen de koude oorlog die nog in haar leefde samen met de ongeboren kinderen. Anton had gewoonweg meer gevoel over. Daar had zijn moeder wel voor gezorgd.

Vanaf 1950 werkte Anton voor de Firma Reynolds als 
vertegenwoordiger in schrijfartikelen.




Karel Appel komt oorspronkelijke uit de Amsterdamse Dapperbuurt 
twee schilderijen uit 1950


Kinderen gaan na de zomervakantie 1950 weer naar school

1950 Juliana en Bernard op weg naar het monument op de Dam

Nieuwjaarsdag 1950 in de Republiek van Indonesië

Straatbeeld Surabaya 1950

Prins Bernard kwam nog wel eens in Indonesië (klik hier met je muis)

Amsterdam 1950

Het huisvuil wordt opgehaald in Amsterdam

1950 - Het schip 'Generaal Sturgis' komt uit Indonesië in Amsterdam aan.

Amsterdam 1950

Amsterdam 1950

Julie fietste vanaf 1947 in Amsterdam en fietste vroeger door Bandoeng - 1942

Julie is peetmoeder van twee Molukse kinderen. 
Julie heeft hen nooit meer terug gezien 
maar is altijd aan hen blijven denken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten