Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1966 – 1967 – onverschilligheid, verborgen wanhoop, een kinderrechter, een psychiater en vrijheid door anarchisme

Anton was inmiddels 54 jaar oud en samen met Julie (46) genoot hij van het zoveel ruimere en grotere huis in de villawijk van Bussum. Julie woont inmiddels twintig jaar in Nederland en haar integratie in het Nederlandse denken en doen lijkt ogenschijnlijk geslaagd. In huis waren er weinig voorwerpen die aan het Indische verleden van Julie doen herinneren. De inschrijving van de meer dan 13 nieuwe bewoners die Anton op één ochtend aanbracht op het Bussemse gemeentehuis was een flinke klus geweest voor de gemeenteambtenaar. 

Aha, dus uw echtgenote is in Indië geboren was zijn reactie op het grote kindertal. Alsof de afkomst van Julie de logische verklaring voor het grote kindertal zou zijn. Ook de buren hadden licht geschokt gereageerd op zoveel exotisch ogende nieuwe kinderen uit één gezin in hun voorheen zo rustige chique laan. Bussum had in 1966 meer dan 42.000 inwoners en was daardoor de meest dichtbevolkte gemeente van Nederland. 

De tegenstelling met de voormalige woonplaats Aalsmeer kon haast niet groter zijn. Het vertrek uit de Aalsmeerse straat met doorzonwoningen waarin kleine gezinnen woonden die bijna allen in de bloemen en plantenteelt industrie hun brood hadden verdiend naar de chique villawijk van Bussum had Anton veranderd. Nooit eerder had hij zo ‘op stand’ gewoond. Zijn jeugd had hij door gebracht in kleine arbeiderswoningen en tijdens de vooroorlogse crisisjaren was hij vanwege gebrek aan vast werk tientallen malen verhuisd van kosthuis naar kosthuis. Zijn kleding kocht hij niet meer bij Peek en Kloppenburg in Amsterdam maar bij het chique Old England aan de Bussumse Brinklaan. De grote Mercedes op het schone grind naast de ruime en mooi aangelegde voortuin gaf het beeld van een zeer welvarend gezin.

Julie en Anton hadden het druk. De verkoop van turfstrooisel in Nederland en omringende landen was een groot succes geworden. Naast haar werk aan diverse reclamecampagnes werkte Julie in haar werkkamer aan een boek over het heden en verleden van de turf in Nederland. Het boek verscheen in het najaar van 1966 en had als titel ‘Turf heeft een nieuw gezicht’. Hierbij refererend aan voorgaande jaren toen turf vooral als brandstof had gediend en in het heden als bedekking en mest voor tuinen of als bijmengsel voor potplanten. Anton en Julie hadden het druk, heel druk. De vele kinderen op evenzoveel scholen werden opgevangen door de oudste dochter, of door grootmoeder Charlotte en soms voor enige maanden door leerling verzorgsters van een Leger des Heils opleiding die dan enige maanden op weekdagen 24 uur in huis verbleven. 

Die meisjes hebben niet altijd makkelijk gehad. Zeker niet met de grote jongens die midden in hun puberteit zaten en daardoor zeer ongezeglijk en ruw waren. Anton en Julie kwamen meestal pas na 20.00 thuis en hadden dan al in een restaurant gegeten waardoor zij het werkprogramma in alle rust konden evalueren en bij thuiskomst het merendeel van de kinderen al zou slapen. Het harde werken van Julie en Anton had ook een keerzijde. Voor de oudere kinderen was er geen aandacht en voldoende toezicht op hun schoolgang. Ook was Anton zeer zuinig waardoor het betalen van de noodzakelijke kosten voor de middelbare scholen van de vijf oudste kinderen een voortdurende strijd met de schoolleiding en zijn kinderen zou zijn. De kinderen begonnen zelf naar oplossingen te zoeken. Krantenwijken nemen voor het eigen zakgeld en noodgedwongen banen zoeken in het beroepsonderwijs waarin het toenmalige leerlingstelsel voorzag in één dag theorie op een praktijkschool en de resterende dagen bij een baas werken. 

De oudste kinderen hebben hierdoor geen van allen in die periode een middelbaar school diploma kunnen halen. Terwijl zij allen met weinig moeite HAVO of hoger hadden kunnen doorlopen áls Anton de middelen ter beschikking had gesteld. Julie kon weinig aan deze situatie doen zij verzorgde het huishoudbudget en Anton deed de grotere uitgaven. Het grote nieuwe huis met de entourage van een Mercedes voor de deur en het ruime kledingbudget van Anton maar ook de kleding en het schoeisel voor de kleinere kinderen en een groeiende spaarrekening raakten voor Anton de grenzen van zijn zorgbeleid.

Als je nog niet zo goed kan zwemmen en je komt door overmoed en bij gebrek aan toezicht door een badmeester of badjuffrouw in het diepe gedeelte van het zwembad terecht. Dan doe je soms wanhopige pogingen om aan de kant te komen. Opgelucht kan jezelf dan optrekken aan de zwembadrand. Maar je bent wel alleen en geschrokken. Die eenzaamheid op die zwembadrand doet iets met je. Je gaat je eigen keuzes maken en leert jezelf aan om zonder badmeester of juf je eigen gang te gaan. Je komt thuis om te eten en te slapen. Een andere keuze heb je immers nog niet. Maar innerlijk broeit het. Je wil je afzetten en vrij zijn en je volgt niet meer de autoritaire aanwijzingen van de badmeester. Want was hij het niet die jou bijna deed verdrinken omdat hij de andere kant op keek. 

Je maakt je los van autoriteit en leert zwijgend niet te doen van hetgeen van jou verwacht wordt. Anton kreeg steeds meer moeite om zijn jongens in de hand te houden. Zij zorgden dat zij veel weg waren dus uit het zich bleven. Ook Julie kreeg het niet makkelijk met haar dochters die hadden vragen zoals je die aan moeders zou willen stellen. Maar Julie was druk en kon dan zo afwezig reageren. De jongere kinderen zal dit alles ontgaan zijn en die kregen het ook iets makkelijker door het uit huis gaan van de oudere kinderen. De oudere kinderen waren allen min of meer zelfstandig in hun denken en doen vanaf hun vijftiende. Zij moesten noodgedwongen hun lot in eigen hand nemen in een periode dat de welvaart in Nederland met jaarlijkse sprongen naar grote hoogte steeg en het consumentengedrag regels oplegde met betrekking tot kleding en schoenen die voor de oudere kinderen van Julie en Anton onbereikbaar waren behalve als zij er zélf voor werkten. 

In de HEMA werden de eerste tennisrackets verkocht tot soms ingehouden ergernis van de rijkere bewoners in het Gooi. Het ging goed met Nederland. Maar minder goed met de emotionele ontwikkeling van de oudere kinderen van Julie en Anton. Gezien de eigen ontwikkeling van Anton en Julie in hun jeugd met alle problemen die zij toen hebben ervaren kan het niet anders dat Anton en Julie vanuit dat toenmalige perspectief hun oudere kinderen al zo jong los lieten.

In het voorjaar van 1966 zaten Julie en ik in lijn 16 op weg naar de kinderrechter in het Palies van Justitie aan de Prinsengracht. Ik was vijftien jaar oud en had een brommer ‘geleend’. Dat had de politie niet leuk gevonden. Vanwege benzinegebrek zeulde ik met de brommer over straat om hem terug te zetten op de plek waar ik hem ‘gevonden’ had en werd aangehouden. Mijn verhaal werd kwalijker gevonden toen men ontdekte dat ik nog geen zestien jaar oud was. Ik moest voorkomen bij de kinderrechter. De Bussemse advocate was een geweldige hulp geweest. Voor het eerst in mijn leven werd ik mij bewust van een systeem wat verder ging dan de moraliserende opvattingen van de Kerk of in het gezin. Ik zou straf gaan krijgen van een systeem wat sterker was dan mijn anarchistisch verzet tegen Anton en Julie of de leraren op mijn scholen. Julie was stil, zij hield niet van grote hoge gebouwen waar mensen werkten die straffen uit zouden kunnen delen. Waar je gehoord werd in de vorm van een verhoor. 

De lichtgroen geverfde zaal was hoog met grote ramen. Het hekje was licht gebogen en van donkerbruin hout. Hoeveel kinderhanden had dit hekje al niet gevoeld. Ik keek naar mijn handen en knokkels die wit werden. En ik huilde. Ik huilde van schaamte en onmacht. Ik kreeg een vorm van aandacht die ik nooit had gewild maar wel over mijzelf had afgeroepen. Julie had ook tranen. Dat vond ik het ergste van alles. Want ik was nu in handen van een vrouwelijke rechter en links en rechts ook twee vrouwen die eigenlijk háár rol hadden overgenomen. Mijn advocate hield een kort pleidooi en benadrukte dat ik spijt had. Ik kreeg een jaar voorwaardelijk. Nog nooit in mijn leven had ik mij zo vernederd gevoeld. En tegelijkertijd was ik gefascineerd geraakt door het mechanisme wat achter de kinderrechtspraak als motor functioneerde. Met Julie kon ik er toen goed over praten maar het was voor mij onvoldoende. 

Ik heb Julie gevraagd of zij de advocate wilde bellen omdat ik eigenlijk de kinderrechter persoonlijk wilde ontmoeten om haar als mens te leren kennen. Ik zag een ontmoeting als enige mogelijkheid om te kunnen begrijpen waarom ik mij zo diep vernederd en eenzaam had gevoeld voor dat vermaleidde hekje in de rechtbank. Julie begreep het en belde waar ik bij was naar de advocate. Ik mocht bij haar langskomen en het uitleggen. De advocate luisterde aandachtig en zou kijken wat zij kon doen. Het was een zeer ongebruikelijk verzoek. Na enige maanden vertelde Anton dat de advocate had gebeld en waarom hij daar niets van af wist? Anton vond als patriarch dat hij van alles op de hoogte moest zijn en voelde zich gepasseerd in zijn autoriteit. Maar tussen mij en Anton was er iets gebeurd wat nooit meer goed zou komen. Hij had mij niet beschermd tegen de vernedering die ik had moeten ondergaan. 

Natuurlijk het was mijn eigen schuld. Maar waar was Anton in de afgelopen jaren? De weg terug naar de rechtbank was een zelf opgelegde kwelling. Het wachten op de gang in het oude gebouw was al rustgevender. Na een half uurtje werd ik door een bode naar de werkkamer geleid. Mijn schrik was groot. De mevrouw die achter haar bureau vandaan kwam was klein van gestalte en had donker grijs haar wat op haar schouders viel en een kruk want zij had kennelijk polio gehad.  Wij hebben een gesprek gehad wat tekenend is gebleken voor de rest van mijn leven. Zij kende Hans Keilson en vroeg mij of ik ook ene Lea Dasberg kende, het was een vriendin van haar. Het leek die middag alsof ik naar een bibliotheek was geweest en urenlang vele boeken zonder enige dwang had mogen lezen. 

Ik had een buitengewoon mens ontmoet die met grote inzet kinderen sterker wilde maken en juist niet straffen maar zonodig regels oplegde waar wettelijke afspraken over waren gemaakt. Zo klein als ik was geweest toen ik voor het hekje had gestaan zo veel groter en bemoedigd verliet ik de kamer van de rechter. Thuis vertelde ik het gebeuren aan Julie wij huilden samen in stilte. Wij wisten beiden dat mijn leven een andere wending zou nemen en dat mijn tekortkomingen en de tekortkomingen van Anton en Julie mij voor het hekje hadden gebracht en dat ik op eigen kracht nu vóór het hekje stond aan het begin van een nog onbekende weg. Mijn besluit stond vast. Nooit zou ik meer in zo'n vernederende situatie 'voor een hekje' willen komen. Dan liever zwakkere mensen helpen en onrecht bestrijden. De rechter was een 'role model' voor mij geworden. Doe dat maar zei Julie.

Na een paar maanden kwam er een nieuwe brief. De rechtbank had bevolen dat ik in therapie moest. Anton vond dat een uitstekend idee want zei hij; er zit misschien een draadje los bij jou. Intuïtief voelde ik aan dat het een cadeau was van de vrouwelijke kinderrechter uit Amsterdam. Het huis van Dr. Keilson kende ik al omdat ik in zijn wijk kranten had bezorgd. In de wachtkamer zaten drie grote Perzische katten zwijgend naar buiten te kijken, mij werd geen blik gegund. En weer had ik die sterke ervaring zoals bij de kinderrechter in haar werkkamer. Dr. Keilson glimlachte naar mij. Vertel zei hij. En ook hij luisterde aandachtig en gaf mij alle ruimte om te vertellen over mijzelf en thuis, tot vier sessies toe. Tijdens de vijfde sessie vertelde hij over zijn onderzoek naar het lot van joodse jongeren die soms geheel verweesd bij christelijke gezinnen of in tehuizen tijdens en na de oorlog waren opgegroeid. In huizen die niet van hun ouders waren. 

Hun lot trof mij zeer diep want in het geheim had ik al vaker bedacht dat ik eigelijk een wees was en net zoals Anton en Julie een oorlog had meegemaakt waar over gezwegen werd maar die als een open wond onder de hartstreek dooretterde. Dokter Keilson vertelde dat de het merendeel van de weeskinderen toch een succes van hun leven hadden weten te maken en dat anderen in stilte nog hevig zouden lijden. Maar dat er door luisteren en praten zonder enige afkeuring opluchting was ontstaan. Na de vijf sessies schreef Dr. Hans Keilson een briefje.

      'Geachte heer Deymann uw zoon is volledig normaal. Graag nodig ik u uit om eens te komen praten'. - Het briefje zat niet in een envelop. Ik kon het dus lezen en gloeide van trots. Julie en ik lazen het samen nog eens door voordat ik het met een uitgestreken gezicht aan Anton gaf. Hij las het met grote ogen en zei: ach, wat weet die man nou! Anton was zeer ontstemd en is nooit bij Keilson langs geweest. Op de stoel zittend naast het bureau van Julie heb ik verteld over de sessies bij Keilson en over zijn onderzoek. Julie luisterde stil en geconcentreerd. Af en toe gleden haar ogen weg naar donkere uiteinden. Ik zelf had iets geleerd over Julie en Anton. Anton leek onverschillig en vast te houden aan zijn mening en Julie was zeker niet onverschillig maar leek wel vastgeklonken te zijn aan een innerlijk hek waardoor beiden hun liefde voor hun kinderen met moeite konden tonen. 

De kinderen van Anton en Julie hadden ouders die zich emotioneel moeilijk konden uiten en daardoor moest er altijd een klimaat heersen van doen wat er gezegd werd en opgelegde vrede en soms onnatuurlijke vreugde. De kinderen van Anton en Julie waren minder belast en brachten vreugde en een lach in huis die de donkere dagen uit het verleden van Anton en Julie deden vergeten. Hoe meer vreugde hoe beter, terwijl de dieper liggende problemen niet besproken werden. Was het onverwerkte verleden van Anton en Julie soms de reden voor het grote kindertal? Pas in de jaren negentig van de vorige eeuw komen antwoorden op deze vraag.

Voor Anton brak er in 1966 met de herhaling van de TV serie 'De bezetting' een nieuwe verwerking van zijn oorlogservaringen aan. Het wekelijkse programma greep hem veel meer aan dan hij op het oog liet merken. Als het programma was afgelopen kon hij soms wat verslagen en nadenkend in zijn stoel blijven zitten. Het kijken was voor Anton deze keer anders dan voorheen. Zijn oudere kinderen keken mee en reageerden soms openlijk geschokt en verbaasd en hadden vragen die met de inhoud van het programma te maken hadden en niet zozeer met de persoonlijke beleving van Anton. Hierdoor leek de oorlog in Nederland niet meer zijn exclusieve domein te zijn. Omdat de productie activiteiten rond 'de turf' naar Duitsland waren verlegd en de door Anton in Nederland verzorgde voorlichtingscampagne's niet meer nodig waren kwam het werkcontract geheel op naam van Julie en was Anton haar adviseur/begeleider en chauffeur geworden. 

Thuis trok Anton zich steeds vaker terug in zijn kantoor in de achtertuin en 's avonds keek hij TV. Anton ontwikkelde somatische klachten en bezocht steeds vaker de huisarts met onverklaarbare klachten. Na verloop van tijd zou hij arbeidsongeschikt verklaard worden en omdat het resterende werk op naam van Julie stond kwam zijn uitkering niet in gevaar. Hier werd niet openlijk over gesproken en voor veel kinderen zal dit aspect een verrassing zijn. De oorlog en de politionele acties zoals die zich in Indië hadden afgespeeld waren in de toenmalige samenleving nog niet aan de beurt het was 'flower power' en jezelf ontdekken Nederland was nog niet klaar voor terugkijken en openlijke verwerking en erkenning van grove fouten. Julie keek zelden TV maar deed handwerkjes op de bank en was veelal in haar werkkamer aan het werk. Werkend aan een boek en reclame campagnes over Nederlands-Duitse turf voor Nederlandse tuinen.  

Julie had er moeite mee toen ik in april 1967 zelfstandig besloot om naar Noord Ierland te gaan. Heb ik dan helemaal niets meer te zeggen? vroeg Julie? Op de drukkerij waar ik als leerling typograaf werkte kreeg ik naar mijn idee te weinig begeleiding en ook op de grafische school moest ik zaken leren die ik al lang beheerste omdat ik voorheen zoveel uren in het kantoor van Julie had meegeholpen met het knippen, plakken en monteren van teksten en beeldmateriaal. Een grotere drijfveer was echter het absoluut weg willen zijn uit het huis van Anton en Julie. In Ierland kon Ik aan de slag als hulp in een verzorgingshuis voor diep zwakzinnige kinderen. 

Het contact met Ierland werd gelegd door bemiddeling van een Ierse buurthuiswerkster die daar vandaan kwam en met een Nederlandse onderwijzer was getrouwd. Zij werkte in buurthuis Centrum De Engh in Bussum waar ik toen knutselclubjes mee hielp te organiseren voor kleine kinderen. In de voorgaande maanden had ik met baantjes en klussen een vliegtuigticket, een koffer en reiskleding en wat zakgeld bij elkaar gespaard. Om de KLM ticket te mogen kopen had ik Julie’s formele toestemming nodig. Anton protesteerde hevig maar ik hield voet bij stuk en vroeg aan Anton of hij mij soms meer kon bieden dan de mensen in Ierland?

In mijn aankomstbrief schreef ik aan Julie;
10 juni 1967 - Mama, het is hier ontzettend mooi. Het is een soort dorpje met kleine huizen aan een grote baai met zeeleeuwen.Wij wonen samen met leidsters en verzorgers en heel erg zieke kinderen die vaak niet kunnen praten en veel aandacht en zorg nodig hebben. Ik zorg voor vier ‘eigen’ kinderen die allemaal niets terug kunnen zeggen. In de huizen en gebouwen hangt een foto van een serieuze man waarvan ik vermoed dat hij de directeur is. De mensen zeggen dat hij Rudolf Steiner heet. De huizen zijn niet allemaal goed gebouwd want de ramen en deuren maar ook de daken zijn vaak heel scheef geplaatst dus het is wel een beetje misgegaan tijdens het bouwen. Als de kinderen ouder zijn geworden kunnen zij hier toch blijven wonen tot dat zij bejaard zijn. Het dorpje heet Glencraig en ligt niet ver van Belfast. Ma, ik wil hier nooit meer weg!

Julie schreef een lange brief terug. Vol blijdschap en dankbaarheid dat ik het zo naar mijn zin had. Over elke kind schreef zij een paar warme regels en over Anton dat hij niet veel was veranderd. Julie was buitengewoon blij geweest met de eerste nieuwe koelkast in huis die zij met Albert Heijn zegeltjes bij elkaar had gespaard. Zij legde verder uit dat ik bij antroposofen terecht was gekomen en dat haar vader vroeger in Indië naar de theosofen avonden in Bandoeng was gegaan en ook  naar de vrijmetselarij

Omdat Steiner ruzie had gehad met mevrouw Annie Besant van de theosofen was hij een eigen stroming begonnen met een iets andere naam. Julie schreef dat zij persoonlijk zeer op Jiddu Krisnamurthi was gesteld in Nederland bekend van de toenmalige ‘Orde van de Ster in het Oosten’ bijeenkomsten in Ommen. Krisnahmurti had weer onenigheid met mevrouw Besant gehad en had zich in 1929 in Ommen, volledig vrijgemaakt. Oma Charlotte ging in die periode liever naar Guna Guna avonden en op bezoek bij Chinese waarzeggers. 


24 november 1966 - De Gooi en Eemlander




Anton en Julie 1967 

1967 - de politie wordt steeds moderner

Hangt dit bordje er nog? Rechtbank Prinsengracht Amsterdam

Annie Besant

Rudolf Steiner

Jiddu Krishnamurti

Bandoeng - Vrijmetselaars Loge St. Jan

Julie heeft altijd grote bewondering gehad voor Thomas A. Kempis die in Zwolle 
niet ver van Ommen is begraven. In 1977 verhuizen Julie en Anton naar Ommen. 
Het Ommen waar Krishnamurti zich volledig vrij zou maken. 
Net zoals Julie zou doen vanaf 1990.

Vraag niet wie dit of dat gezegd heeft, 
maar geef u rekenschap van hetgeen er gezegd wordt.



Kasteel Eerde te Ommen waar vroeger 'De Ster' kampen werden gehouden 
en waar Krishnamurti in 1929 zijn afscheid aankondigde.

Julie ging graag op bezoek in deze omgeving vanwege het bijzondere licht.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten