Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1947 - Soedah, laat maar - en het jaar 2602

Julie had de boodschap goed begrepen na haar aankomst eind 1946. Zwijgen over Indië en meehelpen met de wederopbouw van Nederland. Terwijl haar moeder en haar twee kinderen in een contractpension in Markelo verbleven was Julie begin 1947 op zoek naar werk in Amsterdam. Zij vond al snel een baan bij een Notaris kantoor aan de Vossiusstraat. Een paar maanden later leerde zij Anton kennen en zouden al snel gezamenlijk een etage betrekken aan de Amstel. In januari 1948 werd hun eerste kind geboren.

De inmiddels zo bekende ‘zwijgzaamheid’ van de eerste generatie gerepatrieerden en later de spijtoptanten uit Nederlands-Indië kan gerelateerd worden aan: de koele ontvangst door de Nederlanders, de discussies over ‘wat is een Indo’ een Nederlander of een Indonesiër (lees Socioloog Wertheim ‘ze moeten maar in psychoanalyse om te ontdekken dat zij Indonesiër zijn’). Hun Indische opvoeding die vaak conservatief was geweest en gebaseerd op gehoorzaamheid  (je vader en de Europeaan weten het beter). De gerepatrieerde Indo's hadden een vaak zeer verschillende culturele achtergrond en kwamen zeker niet allemaal van het eiland Java. De nieuwe bewoners met een Indische achtergrond werd echter als één groepering met een grote culturele achterstand beschouwd. Betutteling was het gevolg.

Het merendeel van de Indo’s kreeg hierdoor het gevoel dat zij tweederangs burgers waren. Door dan maar te zwijgen, te gehoorzamen en hard te werken zouden zij op termijn wel een plaats in de maatschappij gaan veroveren. Het duurde echter soms jaren voordat Indische families een eigen huis en werk hadden gevonden. De Nederlandse overheid vindt echter nog steeds dat de 'inburgering' van de Indo's zeer geslaagd zou zijn. Opvallend vaak waren de Indo’s de bescheiden maar wél aanwezige gangmakers in het verenigingsleven wat weer langzaam op gang kwam toen de Nederlanders weer geld voor contributies hadden. In bijna elke vereniging in Nederland zitten wel een of twee Indo’s die op een bescheiden manier veel werk verrichten.

De opvang en hulp aan oorlogslachtoffers was vanaf 1945 langzaam op gang gekomen. Men had geleerd van de eerste wereldoorlog van 1914-1918 dat men wel degelijk aandacht moest besteden aan de individueel getroffenen ook als het een heel volk betreft. In de psychiatriese instellingen in Nederland werden veel Nederlanders verpleegd die niet alleen hun echtgenoot/echtgenote waren verloren maar soms ook hun kinderen of gehele familie. De huisartsen maakten melding van veel patiënten die klachten van depressieve aard hadden. De ontwikkeling van antidepressiva die aansloot op een goed onderzocht ziektebeeld moest nog op gang komen. Dus het advies was al snel ‘ach mevrouwtje van tobben wordt je ook niet beter’. Een goede “volksgezondheid” was immers hard nodig om het land weer op te kunnen bouwen. Het was ook nog de periode dat slachtoffers ‘recht op privacy’ hadden. In de tegenwoordige tijd is dat bijna andersom. De media zoals kranten en TV staan soms eerder dan de hulpverleners een drama ‘te verslaan’. Terwijl men zich vroeger schaamde voor een depressie kan men heden een groot arsenaal aan ‘hulp’ zoeken los van de tips en het begrip van familie en partners. 

Terwijl veel gerepatrieerde Europeanen hun Nederlandse familie hadden kan dit niet gezegd worden over de Indo’s zoals Julie. Die had in Nederland alleen haar moeder en een verre aangetrouwde nicht. Over haar Vader was niets bekend geweest bij het Rode Kruis. De Indo’s moesten ook nog een zekere schroom overwinnen om naar de zo ‘Nederlandse’ artsen op bezoek te gaan. Zou de arts hun wel begrijpen en goed verstaan? Hoeveel Indo mannen en vrouwen de huisarts bezochten met depressieve klachten vanwege hun opspelende oorlogservaringen is niet echt bekend. 

Als er indertijd een stichting ‘Soedah, laat maar’ was opgericht ipv bijvoorbeeld Stichting Pelita dan waren er zeker zo’n 150.000 Indo’s lid geworden. Hun passieve houding is pas vanaf eind jaren ’60 veranderd. De gordijnen van de huizen ging verder open en er kwam een periode dat er ‘leefkuilen’ en ‘knuffelmuren’ in zwang kwamen. Flowerpower, Peace en Love. Oorlogslachtofferhulp werd veranderd in erkenning en hulpverlening. Het sobere beleid van de jaren '50 bleek succesvol geweest. De sociale zekerheid nam toe en de sociaal-maatschappelijke veranderingen werden  aangejaagd door de eerste naoorlogse generatie jongeren die de ‘grijsheid’ van de jaren ’50 als benauwd hadden ervaren en de liberale oprispingen van de jaren ’60 ten volle wilde benutten.   

De Indo broers de Wolff scoorden in 1959 een eerste hit onder de naam de Blue Diamonds en Anneke Grönloh veroverde in 1962 met het liedje Brandend Zand de Nederlandse harten. De Indo muzikanten werden vanaf eind jaren ’60 steeds minder gevraagd en moesten plaats maken voor uit Engeland en Amerika afkomstige of door Nederlandse muzikanten geïmiteerde populaire (Pop) muziek. De bevolking was tussen 1945 en 1970 met drie miljoen inwoners toegenomen en de TV was van zwart/wit naar kleur gegaan. Door het Groot Indonesisch Kookboek van Bep Vuyk maakten vele Nederlanders kennis met de gevarieerde rijsttafels. Onder Indo’s en hun families met Nederlandse aanhang was de eerste Pasar Malem Tong Tong in Den Haag 1959 een groot succes. Ook het voorbereidend werk door Mary Bruckel-Beiten in de voorgaande jaren (waaronder de eerste grote Pasar Malam in 1958 en vergelijkbare evenementen in de jaren daar voor) en vele anderen zoals o.a. Tjalie Robinson die vonden dat het Indies (Indo) gedachtegoed bewaard moest blijven sloeg niet alleen aan bij de Indo's er kwamen ook steeds meer Nederlanders naar de Pasar Malam's.

De ‘zelfhulp’ onder de Indo’s  kwam op gang door met elkaar in gesprek te gaan tijdens deze steeds populairder wordende evenementen. De menukaarten van de Chinese restaurants werden uitgebreid met Indische recepten die vergeten leken te zijn. De termen ‘Binnenkampers’ en ‘Buitenkampers’ werden nog niet openlijk gebezigd. Bijna geheel Nederland had immers buiten de gevangenis en concentratie kampen de oorlog doorgemaakt. En toch wilde men nauwelijks horen dat ‘de toestand’ op o.a. Java onvergelijkbaar was met de ‘verschrikkelijke jaren' tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Koningin Wilhelmina heeft in November 1945 nog wel een heel lief briefje geschreven aan de ‘Kinderen die geïnterneerd geweest zijn’. De twee jonge kinderen van Julie en de vele andere Indo kinderen hebben dit lieve briefje nooit gekregen want zij waren immers nooit ‘geïnterneerd' geweest. Wilhelmina wist kennelijk ook niet dat veel kinderen opnieuw 'geïnterneerd waren in zogenaamde 'beschermingskampen'. De kinderen die wel geïnterneerd waren geweest zullen nog wel eventjes verbaasd zijn geweest over de opmerking over hun Moeders en (door omstandig heden elders geïnterneerde Vaders:
Wist de Koningin dan niet de er mannen/jongens en aparte vrouwenkampen waren geweest en dat veel geïnterneerde kinderen met name hun vaders nauwelijks herkenden als zij al verenigd werden?  Willem Nijholt over het contact met zijn Vader na de oorlog; 'Mama hij zegt dat we naar bed moeten'Was zij ook niet op de hoogte dat er géén Nederlands onderwijs aan de kampkinderen gegeven mocht worden. De 'buitenkamp' kinderen moesten net als Julie en alle andere buiten de kampen verblijvende Indo's zo snel mogelijk 'gejapaniseerd' worden.

Veelzijdig acteur Willem Nijholt leerde in de jaren '80 zijn publiek nog een Japans liedje om daarna pas te vertellen dat het een liedje was uit zijn kamptijd als jonge jongen. Nijholt in 1934 geboren in Gombong uit Nederlandse ouders, kwam op zijn achtste ook in een kamp terecht. Hoewel hij zei daar geen trauma's aan overgehouden te hebben, waren het wel vormende jaren. ‘Je slaat je jeugd over als je op je twaalfde dode mannen moet afleggen, terwijl je ook nog zo aan jezelf moet denken dat je daarnaast ook hun eten gaat ophalen, zodat je wat extra voedsel hebt’. Jaren later, in 2002 zegt hij: 

"Het kamp, daar word ik vooral aan herinnerd als ik Japanse toeristen zie, of iets níet koop omdat het een Japans merk is. Laatst ging ik een grasmaaimachine kopen en ze hadden in de winkel alleen Japanse. Ik zei tegen Ben, mijn vriend: 'Ik doe het niet.' Maar ik kon niet anders, we hadden het ding nodig. Toen zei ik: 'Oké, dan zal deze Jap godverdomme voor míj werken.' Ja, en dat 55 jaar na dato.'' 
 ''Ik heb er de laatste jaren weer meer last van. Een bitter gevoel, omdat ik door het kamp geen goede scholing heb gehad, omdat ik mijn moeder heb verloren... 

Terwijl  Willem Nijholt in een van de kampen verbleef  leefde ‘buitenkamper’ Okke Norel in een boom.

De in Nederland aangekomen Indo’s hielden aldus noodgedwongen de lippen op elkaar . Er waren vanaf 1945 veel discussies op gang gekomen over wie ‘goed’ en wie ’fout’ in de oorlogsperiode was geweest. De Indo’s kregen vaak het verwijt te horen dat zij eigenlijk ook een beetje fout waren geweest. Zij hadden ‘hun’ land immers niet goed verdedigd en kwamen eenmaal Nederland aangekomen hun hand op houden. Ook de kinderen van Julie en Anton werden al op jonge leeftijd geconfronteerd met geheimzinnige uitspraken zoals ‘die melkboer daar is verkeerd geweest’. Of ‘oh, ben jij er een uit dat NSB gezin’! Nog in 1965 hoorde de kinderen over ‘die verkeerd geweest zijnde familie. ‘Ja daar, schuin aan de overkant!’ Wat de kinderen dan zagen was een grote vrijstaande villa met een mooi onderhouden tuin. Was dat huis betaald met oorlogsbuit? In die villa woonden ook kinderen met dezelfde leeftijd als de kinderen van Julie en Anton. 

Natuurlijk vroegen de kinderen niets aan de kinderen van de villa maar je paste er wel voor op om het hen om te gaan. Pas jaren later hoorde je dan de achtergrond. Het was de grootvader van de villa eigenaar geweest die een rol in de NSB gespeeld zou hebben en met de moffen geheuld zou hebben. De Nationaal Socialistische Beweging van Anton Mussert die samen met de bezettende Duitsers het land wilde gaan regeren. Ja, die waren goed  ‘fout’ geweest. Had de moeder van Charlotte ook niet meegelopen met de Indische NSB optochten in Bandoeng 1935 toen Mussert Indië bezocht? Julie was laaiend van woede geweest toen zij haar moeder in een bruin hemd voorbij zag marcheren. 

Wie ‘goed’ was geweest kon rekenen op repatriëring naar Nederland. Dat ging echter niet vanzelfsprekend de Nederlandse regering was er logistiek maar ook psychologisch niet echt op ingesteld om hun ‘onderdanen die in den verre verbleven’ snel naar Nederland te halen. En wie zou de transportkosten moeten betalen? Nederland was immers zwaar ‘berooid’. Er was wel genoeg (geleend) geld om tussen 1945 en 1950 meer dan 200.000 militairen naar Nederlands-Indië te sturen. De Nederlandse politici waren echter wel zo ‘slim’ om er op toe te zien dat Nederlands-Indië zogenaamd autonoom was geweest waardoor de ‘eigen’ schulden waaronder de achterstallige salarissen en pensioenen van de Europeanen en Indo’s dus niet uitgekeerd behoefde te worden. Laat staan dat er sprake was van schadevergoeding vanwege het achterlaten van huizen en inboedels. 


Nederland Helpt Indië

...... 
Met die fundamentele basisveiligheid heeft het ernstig kijkende kind op de tekening die vlak na de oorlog is gemaakt, 
de dingen die zijn kinderogen zagen een plek gegeven die hem 
immuum maakten tegen latere trauma’s en complexen.



Thea schrijft in het Engels

What are these eyes telling me? What have they seen? 
I know there were some terrible things, 
these eyes saw, but my mother has protected me from all these horrible things. 
Thank you mom. She has tried so hard to protect me, but these eyes saw. 
Moentilan was a terrible place for young children. 
As a child you saw daily that women got beaten, 
just because they did not bow enough.




Het jaar 2602   klik met je muis op het jaartal




aankomst repatrianten schip 1946 - Rotterdam

Indische Toko Amsterdam Slotervaart - 1956

Aankomst repatrianten uit Indië station Utrecht 1958

Station Utrecht 1956 - aankomst repatrianten uit Indië

Indische repatrianten uitgenodigd bij prinses Wilhelmina op Het Loo 1958

bagage van gearriveerde Indische repatrianten 1958


Lunetten opvangkamp - voor Ambonese KNIL militairen met hun familie 

Belofte maakt schuld - De Molukkers in Nederland

1 opmerking:

  1. Goedenmiddag,

    Met belangstelling heb ik uw website bekeken en gelezen. Mijn belangstelling komt mede voort uit het feit dat ik een boekje aan het schrijven ben over Indische Nederlanders in Harderwijk.

    Om een lang verhaal kort te maken. Voor de omslag van het boek zoek ik een passende foto, het liefst bv van de ontscheping van repatrianten in een haven in Nederland, of iets dat betrekking heeft op de aankomst van repatrianten. Kunt u mij een dergelijke foto leveren en wat zijn daaraan de voorwaarden. De foto is dus bedoeld voor de omslag van een boekje.
    Graag hoor ik het van u.

    Met vriendelijke groet, Theo Bakker

    BeantwoordenVerwijderen