Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1960 – Voordeliger per dozijn? - en het Rode Gevaar tijdens de Koude Oorlog

Julie had een grote prestatie geleverd, haar 12de kind werd in de zomer van 1960 geboren. De eerste twee kinderen waren geboren in Indië in 1940 en 1941. De andere tien tussen 1948 en 1960 in Holland. In december van dat jaar zou Julie 40 jaar oud worden. Tijdens deze zwangerschap was Julie alweer begonnen aan een nieuwe opleiding. Reclame tekenen en marketing. Julie wilde graag weer aan het werk niet alleen om de huishoudpot aan te vullen maar ook omdat het bij haar temperament paste. Haar onafhankelijke geest was niet echt geschikt om 100% op te gaan in de altijd zorgende moederrol. Op het door Julie ontworpen geboorte kaartje was een kraantje te zien met druppels die in een emmer vielen. Er stond een regel boven: (dochter) J.... heeft het dozijntje vol gemaakt. 

Het leek erop dat Anton en Julie vonden dat het gezin met twaalf kinderen compleet zou zijn en dat er een nieuwe periode zonder zwangerschappen aan zou breken. Julie zou immers eind december 1960 veertig jaar oud worden en in die jaren werd veertig jaar al oud genoemd. De zwangerschappen waren periodes van overdenken en het uitzetten van toekomst strategieën. Julie vond het ook haar taak om Anton voortdurend te motiveren om voldoende inkomen te genereren voor het grootste gezin in de wijk. Als Julie boos was dan kon zij nogal bijtend zeggen dat zij 'niets kocht' met het huiskamer socialisme van Anton als hij zich weer eens opwond over de communisten. Hiermee doelde Julie echter op een van de oude helden van Anton die misschien niet geheel toevallig de zelfde voornaam droeg van haar vader, Ferdinand van der Steur. 

Elke ochtend behalve op zondagen trok Anton een van zijn vertegenwoordiger kostuums aan. Een donkere broek met bijpassend jasje met een wit hemd en stropdas in de winter en in de zomermaanden een grijs kostuum soms met een ondeugend licht weefstreepje door de stof heen verwerkt. De grote schoenen werden gepoetst door een van de oudere kinderen en vader kon op stap. Anton deed dit alles zeer plichtsgetrouw en ondanks de moeilijke markt voor snijbloemen en vaste planten slaagde hij er in om het gezin weer draaiende te krijgen na het rampzalige 1959. 

De schoolgaande kinderen maakten voor elkaar of zichzelf het ochtendbrood met Bleu Band margarine klaar en vertrokken zo rond 08.00 naar school. De kleintjes werden door de grotere naar de kleuterschool gebracht. Julie bleef achter met de baby en de peuters. Het zal zeker veel organisatie talent gevergd hebben om naast de kinderen en de huishoudklussen ook nog tijd te vinden voor studie. Onopgemerkt door Julie en Anton ontwikkelde zich ook de eerste kleine barstjes in het zielenleven van de groter groeiende kinderen. Troost en aandacht gingen vanzelfsprekend uit naar de jongere kinderen. De kinderen die tussen 1948 en 1954 waren geboren moesten het steeds vaker doen zonder affectie en voldoende aandacht. Julie en Anton gingen ook niet graag naar ouderavonden enerzijds door tijdgebrek en anderzijds door het onprettige en beklemmende gevoel wat Julie in dat soort gebouwen kreeg. 

Het deed haar te veel denken aan de vele benauwde uren die zij o.a. in de MULO school van Bandoeng had door moeten maken. Dat was het gebouw waar de Japanse Militaire Politie de Kempeitai was gevestigd tussen 1942 en 1945. Daar werd geslagen, geschreeuwd, diep gezucht en zacht gehuild. Het klonk weer na, door de lange betegelde gangen en spreekkamers van de scholen van Julie’s kinderen. Als het oude Indië op die wijze in Julie terugkeerde dan leek zij wel veel kleiner en luisterde met grote treurige ogen en beantwoordde vragen met een zachte stem. Daar werd je als kind stil van. Wat was er aan de hand met moeder?

Julie was innerlijk zeer geraakt en ontroerd nadat zij op 30 december haar broer Boy en zijn gezin had kunnen begroeten in de haven van Amsterdam waar het schip met repatrianten uit Indonesië was aangekomen. Zij was diep getroffen maar had ook een gevoel van gelijk hebben ondervonden na  zijn verhalen en moeilijkheden in de voorgaande jaren in het verre Indië wat alweer vijftien jaar Indonesië genoemd werd aangehoord te hebben. Toen Anton op 31 december 1959 voor de TV zat met de kinderen die op deze avond langer op mochten blijven sprong de Amerikaanse zanger Perry Como opeens door een levensgrote papieren gulden waar 1959 op was afgebeeld. 

Het was opeens 1960 en Perry zong en alles zou beter worden. Anton en Perry hadden iets gemeenschappelijks. Zij zijn beiden in 1912 geboren en Perry was een soort schoolvoorbeeld van de gewone Amerikaanse jongen die ondanks zijn succes ‘gewoon’ was gebleven. Wie gebruikte er in die jaren geen ‘Old Spice aftershave’ of anders het goedkopere merk ‘Tabac’ en natuurlijk hadden Perry en Anton een pot Brylcreem om het haar mooi nat te houden op het spiegelplankje bij de wasbak staan. Anton en Perry hadden meer gemeen met elkaar, beiden waren fel anticommunist en zouden voor geen geld een proletarisch vodkaatje met CPN Kamerlid Paul de Groot willen drinken. Er waren veel meer Nederlandse huisvaders die zich met de Amerikaanse man identificeerden. Daar woonden ook veel meer helden dan in het rode Rusland. Daar woonde eigenlijk maar één held en dat was kosmonaut Joeri Gagarin maar die werd pas in 1961 een held toen hij als eerste mens een ruimtereis zou maken. 

Het is niet duidelijk welke aftershave de leden van de steeds minder populaire Communistische Partij Nederland, de CPN gebruikten. De grote naoorlogse populariteit van de CPN die ook voor een onafhankelijk en vrij Indonesië hadden gestreden was naar een ongekend laag dieptepunt afgegleden. Met name de Hongaarse opstand van 1956 zou het ongelijk van de politieke standpunten van de CPN bewezen hebben. Pas vele jaren later zou de CPN enigszins gelijk gaan krijgen toen Nederland langzaam aan accepteerde dat Indië echt verleden tijd was en dat het imperialistische gedrag uit de koloniale periode het vertrek van menig communist naar Indië in de hand had gewerkt. 

Eenmaal in Indië aangekomen waren de contacten met de inlandse Nationalisten al snel gelegd en zou o.a. hun invloed de basis leggen voor de het latere succes van de PKI ofwel de Partai Komunis Indonesia met als collega van Paul de Groot (Ahmet) Dipa Nusantara Aidit die in 1965 onder  Sukarno geëxecuteerd zou worden. Een andere bijzondere Indonesiër was het eerste Indonesische kamerlid Roestas Effendi. Hij werd in 1946 door de Nederlandse CPN geroyeerd omdat hij geen rol had gespeeld in de illegaliteit tijdens de tweede wereldoorlog in Nederland. Hij zou in 1946 naar Indonesië terugkeren.

Al ver voor 1960 maakten de Amerikaan zich grote zorgen over de politieke ontwikkelingen in Indonesië. Sukarno zocht contact met de Russen om de grote economische problemen in Indonesië aan te kunnen pakken maar ook om zijn leger te kunnen versterken. Onze Minister Luns probeerde met het behoud van Nieuw Guinea tegelijkertijd de Amerikanen te paaien om mee te werken aan het behoud van Nieuw Guinea maar vond weinig gehoor bij de Amerikanen. Het naar binnen halen van Indonesië was voor de Amerikanen een veel grotere vis in de moddervijver die de ‘Koude Oorlog’ werd genoemd. 

Anton had een op z’n Amsterdams gezegd enorme ‘bloedhekel’ aan de communisten en stond meer aan de kant van de Amerikanen. De krantenfoto’s van Ahmed Soekarno met Nikita Chroesjtsjov bevestigde bij Anton het idee dat Indonesië bestond uit een steeds roder wordende (communistische) Stalinistische bende die een bedreiging zou vormen voor zijn grote gezin in Aalsmeer. Onder de Nederlandse jeugd was Chroesjtsjov behoorlijk populair nadat hij met zijn schoen op een lessenaar had gebeukt tijdens een vergadering van de Verenigde Naties.

Elke ochtend geurde Anton naar die mengeling van aftershave, haarvet, gepoetste schoenen en zijn eerste Arsenal sigaret. Hij kuste Julie en een paar van de kleinere dochters. Nooit de jongens, dat was niet stoer. Dan zouden het maar mietjes worden. Hij sloeg hen wel, veelal met een stok of met die grote vlakke hand.  En zeker niet onterecht want wij waren ondeugend maar ook wel jaloers op elkaar tijdens de strijd om aandacht van Anton of Julie. Het was voor Anton en Julie gewoonweg bijzonder moeilijk om aandacht en troost te schenken aan zo’n grote kinderschare terwijl er ook nog brood op tafel moest komen. 

De TV begon een steeds grotere rol te spelen in het gezin. Dwz bij Anton. Het merendeel van de kinderen was nog te jong om langer op te blijven dan tot circa half negen ’s avonds daarna was de huiskamer voor Anton terwijl Julie veelal aan haar schriftelijke cursus reclame werkte.  Het oude Indië kwam alleen op bezoek als oma Charlotte voor enige dagen of weken kwam logeren. Oma mocht niet echt Indisch koken. Enerzijds omdat Anton er niet van hield anderzijds omdat Julie niet wilde dat haar kinderen te veel zouden verindischen. Oma maakte echter wel heerlijke hapjes voor haarzelf waarvan Julie soms proefde als er veel sambal in zat. Dat was ook vaak het moment dat oma en Julie kort Maleis met elkaar spraken. Die bijzondere geheimtaal uit het verre Indië die allen door Julie en haar moeder werd gesproken. 

Het was meestal oma Charlotte die eerste een diepe zucht nam en dan ... Loh weet je en dan zacht pratend en meestal met een verwijtende of samenzweerderige toon de laatste nieuwtjes of roddels uit het Indische Den Haag vertelde waar Charlotte met meerdere zussen in een flatgebouw samen woonde. Haar zussen hadden allen hun echtgenoot verloren tijdens de Japanse bezetting. Behalve Charlotte, haar vriend was in een kamp omgekomen. Sommige zussen hadden ook hun kinderen verloren die als soldaat hadden gediend en in gevangenschap waren omgekomen. Daar werd echter zelden over gesproken. De kinderen van Julie vingen flarden geschiedenis op met een ondertoon van groot verdriet en heimwee. Niet veel verderop woonde een Indo familie. De grootmoeder was fors en Hollands en tegelijkertijd zeer Indisch. Charlotte en Julie hadden ooit andere familieleden van hen gekend. 

In de buurt van Magelang waar Pa van der Steur indertijd zijn Oranje-Nassau Stichting had gehad. De grote Indische oma buurvrouw had één zoon en die was getrouwd met Joyce en mooie jonge verlegen vrouw die duidelijk zwaar onder de plak van oma zat evenals de twee kinderen van haar schoondochter Joyce. De familie kon zo heerlijk luidruchtig Indisch zijn. Hard klinkende begroetingen bij aankomst en vertrek van hun vrienden. En zoals oma buurvrouw ‘sportief’ kon zeggen met die Indische nadruk op sp- en dan het rollende –ortief. Oma Charlotte haalde dan haar schouders afwijzend op en keek de andere kant op. Volgens onze oma waren de buren niet zoals wij. ‘Wat bedoeld u Oma, met zoals WIJ?’. Ach soedah zei Oma gewoon een andere klasse. Het was duidelijk dat oma een lagere klasse bedoelde. Maar uit welke klasse kwamen wij dan? 

Een paar blokken verder kwam een Molukse familie te wonen. Een keurig geklede vader en een moeder die wij zelden zagen ook niet in de winkels. Hun kinderen waren klein van stuk en zagen er exotisch uit. Prachtig zwart haar een donkere tint, ook in de winter. En witte tanden die voortdurend rond een plezierige lach zichtbaar waren. Door het grote raam van hun woning kon men zien dat er veel muziek werd gemaakt.

Ook op school waren er kinderen met een Indische uitstraling en bijna altijd waren de kinderen als repatrianten naar Nederland gekomen. Toch werd er op school zelden tot nooit over Indië gesproken. Wel over Afrika en over de missie die bedoeld was om arme zwarte kinderen te helpen met goed onderwijs en tot het geloof te brengen. Er kwamen zelfs speciale onderwijzers op school die vaak Pater of Non waren in Afrika. Er werden dan tekeningen of fotoboekjes rondgedeeld waarop zeer schaars geklede zwarte kinderen in hutten woonden of dicht naast elkaar in een overvolle klas met een tekenlei aan het schrijven waren. Maar nooit een woord over Indië en zeker niet over Indonesië. 

Uit de krant wisten wij dat Minister Luns zich vaak ergerde aan het gedrag van President Soekarno en dat er boosheid was over geld wat niet terugbetaald werd. Als kinderen werd ons wel voorgehouden dat koningin Juliana en Prins Bernhard een soort vader en moeder voor ons waren. En dat de prinsesjes een soort oudere zussen waren waar wij een voorbeeld aan moesten nemen. Toch waren er momenten dat Anton nogal smalend over Prins Bernhard sprak. Anton vond hem maar een playboy! Wat is een playboy Pa? Ach dat is iemand die dag en nacht feestviert. Wij keken elkaar aan. En die anjer dan? Die kwam toch uit Aalsmeer. 

Ja zei Pa: en die krijgt ie ook nog eens elke dag gratis en voor niets. Toch zagen wij hem zelden met zijn vrouw Juliana in een dure sportwagen of vliegtuig zitten. Hoe flikte Bernhard dat toch?  Vond hij haar soms te dik of zo? Er was een vriendje en zijn vader was beroepsmilitair. Het vriendje was trots en verdrietig. Zijn vader zou uitgezonden worden naar Nieuw Guinea voor een lange periode. Waarom dan? Hij zou de Papoea’s gaan beschermen tegen Indonesië. Tegen Indonesië? Ja want Nieuw Guinea was nog steeds van Nederland en Indonesië wilde het afpakken. 

Er klopte iets niet. Waarom werden sommige donkere Indische of Molukse vriendjes op straat uitgescholden voor aapjes en stomme Indo? Waarom werd er zo laagdunkend over het oude Indië gedaan. Als jonge kinderen stonden wij zeer regelmatig voor onbegrijpelijke raadsels omtrent geschiedenissen waar wij kennelijk geen weet van mochten hebben. Julie zei altijd bij vragen... ach laat ze maar schelden of dat vertel ik jullie later wel eens. Het zou de komende jaren vaker gebeuren. De kinderen hebben vragen maar krijgen geen antwoorden. En wat wisten de Nederlanders eigenlijk van Nieuw Guinea  of van het oude Indië

In 1960 zagen de kinderen van Anton en Julie voor het eerst een zwart/wit versie van een oude Amerikaanse speelfilm op de TV. Het was de in 1950 uitgebrachte speelfilm ‘Cheaper by the Dozen’ naar het boek van  Frank B. Gilbreth verschenen in 1948. in Nederland uitgebracht met de titel ‘Voordeliger per Dozijn’. De oudere kinderen van Anton en Julie hadden elkaar verbaasd aangekeken. De film liet een volledig ander beeld zien van een familie met twaalf kinderen. Wat een leuke vader en wat een zorgzame moeder!!! 

Wat een mooi huis en iedereen paste in de grote auto van de vader. En wat een liefde en humor was er tussen beide ouders. Wij verdachten er Julie onmiddellijk van dat zij zich in 1950 na een bioscoop bezoek had laten inspireren door deze film of misschien wel door het boek. Als in de film de gasmeteropnemer aan de vader vraagt of er soms een picknickfeestje is roept de vader trots. ‘Ze zijn allemaal van mij en geloof me dit is géén picknick’

De kinderen van Julie en Anton zijn nooit gezamenlijk gaan picknicken of op vakantie geweest. Wat voor auto had je in die periode nodig en waar kon je in Nederland naar toe met zoveel kinderen. Een camping? De kinderen van Anton en Julie zagen al snel in dat zij nooit in een vergelijkbare situatie zouden komen zoals vertoond in de film.

1960 - Julie met haar jongste dochter

Blue Band met caroteen, daar zou je een gezond kleurtje van krijgen. 
De kinderen van Anton en Julie hadden dat niet echt nodig. 
Het was duidelijk te zien dat zij een Indo huidje hadden. 


Cheaper by the Dozen - Voordeliger per Dozijn

1922- de echte familie Gilbreth in Nantucky USA

1960 - Negen kinderen van Anton en Julie - 
de twee oudsten waren toen niet thuis en de jongste lag fris in haar wiegje.

1959 -Oudjaarsavond TV programma met Perry Como

Anton - Paul de Groot 'Staatsvijand nr. 1' en Perry Como

Jaren '60 - De geuren van Anton

Soms door Anton afgewisseld met Old Spice 

1960 - De pakken van Anton bij Peek .. 'twee halen, een betalen!'



Kreymborg een langdurige favoriet van Anton

1960 - Indië was naar de achtergrond verdrongen het werd o.a. Afrika

1960 - fietsen in Djakarta 

1960 - Nieuwbouw in Jakarta

1960 Sukarno en Chroesjtsjov 'neuken met sigaretjes' werd er toen gezegd.

Russische mannenmode eind jaren '50

Een van de weinige winkels met luxe artikelen in het Rusland van 1960





Geen opmerkingen:

Een reactie posten