Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1955 - Van Amsterdam naar Alkmaar en de verandering van Julie

Terwijl President Soekarno en Minister Luns van Buitenlandse zaken elkaar steeds onsympathieker vonden had Anton het idee opgevat om zijn oude beroep als tuinman weer op te pakken. Het gezin bestond inmiddels uit zes kinderen en Julie was inmiddels opnieuw zwanger. Een groter huis vinden in het door woningnood geplaagde Amsterdam was een bijna onmogelijke opgave. Politiek stonden Anton, Luns en Soekarno in die jaren aan de zelfde kant. 

De drie mannen hadden het Atlantisch denken omarmd en waren tégen de communisten. In geheel Nederland konden de communisten op steeds minder sympathie rekenen. Dat was bij Soekarno voorheen wel anders geweest maar zijn contacten met de Amerikanen brachten behalve meer politiek aanzien gewoonweg meer geld en opdrachten voor het Indonesische bedrijfsleven op. Ook de antikoloniale houding van de Amerikanen was voor Soekarno een mooi wapen tegen de onverwerkte sentimenten over het verlies van Indië in Nederland. 

Pas in 2000 zou premier Wim Kok geneigd zijn om de relatie met Indonesië in ander licht te willen stellen.  Zo niet Minister Joseph Luns die nam de opdracht om Nieuw Guinea voor Nederland te kunnen behouden in 1956 zeer serieus en moest ondanks grote tegenzin alsnog met de Indonesische regering aan de vergadertafel om de  Nederlandse (industriële) belangen in Indonesië niet in gevaar te brengen. Anton volgde via de radio en de kranten het politieke nieuws op de voet. 

Anton was zich hierdoor zeer bewust van het grote gevaar uit Rusland wat steeds dichterbij leek te komen door de Koude Oorlog. Hij luisterde veelal naar het avondnieuws op de radio terwijl hij het rekverband aan zijn onderbeen verwisselde. Het was een dichtgegroeide schotwond opgelopen tijdens een razzia door de Duitsers in de oorlogsjaren.

Anton had weinig sympathie gehad voor de acties van de Nederlandse communistische beweging tegen het optreden van het Nederlandse leger in het nieuwe Indonesië. De kaartenactie om de door de Indonesische regering aan Nederland uitgeleverd ‘overloper’ Piet van Staveren uit de gevangenis te bevrijden had hij ronduit belachelijk gevonden. Julie stond meer aan de kant van de pacifistische Koningin Juliana. Die had immers gezegd dat als de mensheid zich zo geweldig had ingespannen om de oorlog te winnen dan zouden zij toch ook met de zelfde inspanning ‘de vrede’ kunnen winnen

Ook Julie wist dat het op paleis van de koningin te Soestdijk niet altijd even gezellig was geweest. De gebedsgenezeres Greet Hofmans had een paar jaar grote invloed op Juliana gehad en Greet had zelfs een eigen kamer op het paleis gehad. Prins Bernhard had zich zeer verzet tegen de aanwezigheid van Greet maar anderzijds kwam de onrust in het paleis hem ook wel goed van pas zou hij vele jaren later toe geven. In 1952 werd zijn buitenechtelijke dochter geboren. 

De affaire Hofmans zou pas in 1956 door een artikel in het Duitse magazine Der Spiegel internationaal aandacht trekken. De Nederlandse pers had door zelf censuur weinig over de interne problemen op Soestdijk naar buiten gebracht. Juliana, Greet en Julie hadden met elkaar gemeen dat zij alle drie bewonderaar waren van Jidu Krishnamurti die zichzelf in 1929 zou bevrijden van de Theosofen. 

Vanaf 1925 zou Krishnamurti de door de Theosofen opgelegde volgelingen uitleggen dat hij die een ander volgt ophoudt de waarheid te volgen. Hij brak in 1930 met de Theosofen en begon de wereld af te reizen met lezingen om mensen ‘onvoorwaardelijk vrij te maken’. Julie herkende haar eigen wens naar innerlijke vrijheid in de woorden van Krishnamurti en zou haar leven lang om de zoveel tijd zijn boeken blijven lezen.

Het leven en werken als vertegenwoordiger in kantoorartikelen beviel Anton niet meer. Ondanks zijn huwelijk in 1940 met Tonia met wie hij al sinds 1938 had samengewoond was de oorlog de enige periode in zijn leven geweest waarin Anton zich het meest vrij had gevoeld. Nadat de Duitser Nederland hadden bezet in het voorjaar van 1945 had de Nederlandse samenleving zich aan moeten passen aan de nieuwe door de Duitsers opgelegde regels. Vanaf 1941 liet Anton zich steeds minder zien in zijn jonge gezin aan de Marco Polostraat. Hij wilde niet in Duitsland tewerkgesteld worden en was daarom ondergedoken geweest. 

Slechts sporadisch kon hij zijn moeder, zijn vrouw en zijn kinderen opzoeken die allen in de zelfde straat woonden. Hij leefde in die periode op tientallen ‘illegale’ adressen en verleende als zwarthandelaar hand en spandiensten aan personen die in het verzet zaten of goederen wilden ruilen voor extra voedsel. Tijdens de buitengewoon koude hongerwinter van 1944 had ook Anton grote problemen gehad om zijn kinderen, vrouw en moeder van extra voedsel en brandstof te voorzien. 

Ondanks alle spanningen die het heimelijk verzet tegen de Duitsers met zich mee had gebracht had Anton als zwarthandelaar en ritselaar voor het eerst van zijn leven een doel gehad wat op een hoger niveau had gelegen dan de economische korte termijn oplossingen waar hij voor de oorlog mee te maken had gehad. Later zou hij zijn 'werk' tijdens de oorlogsjaren 'verzetswerk' noemen. 

Anton was machteloos geweest toen hij als 8jarige mee had moeten maken dat zijn moeder had willen scheiden en heimelijk vanuit Den Helder naar Amsterdam was gevlucht. Naar een bovenwoning in de Borgerstraat. Anton’s vader was in 1890 vanwege gedragsmoeilijkheden naar de Zeevaartschool in Leiden gestuurd en zou na 30 jaar dienst als marineman recht hebben op pensioen. Een veel lager pensioen vanwege de vele voorvallen die in verband hadden gestaan met dronkenschap en agressief gedrag. Anton’s vader was in februari 1920 voor zijn laatste reis naar Batavia vertrokken. 

Helena, de moeder van Anton wilde echter zelfstandig verder en niet meer samen zijn met een echtgenoot die vaak dronken was en dan gewelddadig werd. Zij voelde zich nog jong genoeg om werk in Amsterdam aan te nemen als huishoudster of anders als winkeljuffrouw. Na zijn terugkeer uit Indië had Anton senior in zijn boosheid over de scheiding besloten om eveneens woonruimte te huren in de Borgerstraat maar dan op de tweede etage. Kort daarna raakte hij bij een vechtpartij betrokken en werd in het Huis van Bewaring opgesloten. 

Het zou tussen Anton en zijn vader nooit meer goed komen. Het melancholische en dan weer flinke gedrag van zijn moeder en de autoritaire invloed van zijn oudere zuster Marie die met de veel afwezige onderzeeboot machinist Arie was getrouwd zou een grote rol spelen in zijn psychologische ontwikkeling en zijn respect voor vrouwen en visie op het moederschap. Anton werd vanaf zijn 8ste levensjaar telkens opnieuw ergens anders ondergebracht en heeft daardoor weinig stabiliteit in zijn jeugd gekend. Vanaf 1920 tot 1947 zouden ontelbare verhuizingen volgen. De persoonskaarten uit de vele gemeente archieven zijn hier stille getuigen van.

Pas tijdens de samenleving met Julie begon Anton te ervaren wat stabiliteit was. Na de relatief vrije periode in de oorlogsjaren en het mislukken van zijn huwelijk met Tonia wilde Anton ook aan zichzelf bewijzen dat hij als echtgenoot en vader van betekenis kon zijn. De zoektocht naar een ruimer huis kwam in een nieuw daglicht te staan toen Anton in 1954 had vernomen dat de oude kwekerij van de familie Doggenaar in Alkmaar te huur zou zijn. 

Anton kende de kwekerij nabij het oude centrum van Alkmaar zeer goed. In de vooroorlogse jaren had hij herhaaldelijk als los werkman klussen in de kwekerij gedaan die verbonden was aan een bloemisterij in de Alkmaarse Langestraat. Het was ook in die periode geweest dat Anton zich bewoog tussen twee vakgebieden. Hij was samen met zijn in Den Helder wonende oudere broer Jo een kantoorboekhandel begonnen die in 1934 failliet was gegaan. Hierdoor moest hij noodgedwongen weer aan het werk als tuinman maar kon door de economische crisis geen vast werk vinden. Nadat zijn eerste huwelijk op een scheiding van de moeder van zijn eerste zoon was uitgelopen en na een avontuurlijke maar weinig succesvolle periode als vertegenwoordiger van tuinkas verwarmingen in Zuid Frankrijk zou Anton zich ‘Tuinbouwkundige’ gaan noemen. 

Na de oorlog hadden de bloemen en planten kwekers een zeer moeilijke periode. De krappe beurs van de bevolking liet niet toe dat er veel bloemen en planten werden gekocht. Toen de economie zich vanaf het begin van de jaren vijftig leek te herstellen zag Anton nieuwe kansen en ook het ruime bovenhuis wat bij de kwekerij hoorde leek aantrekkelijk te zijn. In 1955 verhuisde het hele gezin naar Alkmaar en begon Anton de bouwvallige en verwilderde kwekerij nieuw leven in te blazen. 

Voor de reeds geboren kinderen van Anton en Julie was het veel ruimere bovenhuis een zegen en de tuinderij een klein paradijs. Zij konden heerlijk spelen in de oude plantenkassen en meehelpen met het wieden van de bloemenbedden die door lange betonnen randen van elkaar werden gescheiden. Voor de twee oudste kinderen van Julie was het wonen op de kwekerij minder leuk. Die werden al snel als ‘werknemers’ van Anton in gezet. 

Omdat de kwekerij geheel opnieuw opgebouwd moest worden en nog geen inkomsten genereerde moest Julie noodgedwongen op zoek naar een vaste baan die ook de ziektekosten verzekering voor de kinderen zou gaan dekken. Julie vond al snel werk bij een grote drukkerij in de oude binnenstad van Alkmaar (Drukkerij W.F. Slinger) niet ver van de Kaasmarkt. Al heel snel maakte zij promotie omdat bleek dat Julie behalve snel drukwerk correcties kon uitvoeren ook advertenties kon schrijven en van een grafische opmaak kon voorzien. Haar salaris steeg hierdoor zo vlot dat zij besloot om een gedeelte van haar salaris te besteden aan kunstschilderlessen o.a. in het atelier van een van de bekende Alkmaarse kunstschilder Koos Stikvoort bekend van het tekengenootschap Kunst Zij Ons Doel en later van de kunstenaarsvereniging 'Doorwerken'. 

Julie genoot van haar werk en de schilderlessen. Voor het eerst na haar aankomst in het Nederland van 1946 had zij het gevoel dat haar grafische werk op de drukkerij en de teken- en schilderlessen een brug over haar traumatische ervaringen op Java zou bouwen. Julie verdiende voldoende om ook een dienstbode-kindermeisje in te kunnen huren die overdag voor de kinderen zorgde en het eten zou koken terwijl Anton de kwekerij opknapte. Het gaf haar een nieuwe vrijheid zowel op financieel als artistiek gebied. 

De zelfstandigheid van Julie beviel Anton niet geheel. Julie was vijf dagen per week aan het werk en daarnaast volgde zij nog de schilderlessen. Er waren jaloerse ruzies die geregistreerd werden door de opgroeiende kinderen. En de conflicten tussen Anton en Julie's tweede, in Indië geboren zoon liepen steeds hoger op. 

Een persoonskaart uit het gemeente archief van Den Helder
Anton is in 1912 geboren (Joseph Luns in 1911)



Anton aan het werk als vertegenwoordiger in Amsterdam



Amsterdam 1955


In 1955 verhuizen Anton en Julie naar Alkmaar. Op de foto het huis waarvan zij de boven en zolder etage in gebruik zouden nemen. Aan de achterkant was er een houten trap die over de achtertuin van de buren toegang tot de de kwekerij zou geven die door Julie - Kwekerij Bloemenland - genoemd zou worden


Op de luchtfoto links boven het adres is een parkeerterrein waar te nemen wat aansluit op het park. Hier was de oude kwekerij gevestigd waar Julie en Anton van 1955 tot 1959 zouden wonen en werken.


Een oefenschilderijtje door Julie gemaakt in 1956 
het is een van de kinderen van Julie



De Rotterdamse communist Piet van Staveren (*1925), die zich als dienstplichtige 
tegen uitzending naar Indonesië verzet had maar er toch terecht kwam, 
liep in 1947 in Djokjakarta naar de republikeinse troepen over. 
Hij veranderde zijn naam in Pitojo en probeerde in radiouitzendingen 
Nederlandse soldaten over te halen de strijd te staken. Hij werd als communist 
door de regering Hatta gearresteerd en aan Nederland uitgeleverd, 
waar hij tot 1955 gevangen zat.




Alkmaar 1956 


In 1955 werd er een conferentie in Bandung georganiseerd, 

Een belangrijk onderdeel van het debat ging over de vraag, of het beleid van de Sovjet-Unie in Oost-Europa en Centraal-Azië op dezelfde manier benaderd moest worden als het westerse kolonialisme. Men bereikte er consensus over, dat "kolonialisme in al zijn verschijningsvormen" werd veroordeeld, wat impliciet inhield dat zowel de Sovjet-Unie als het Westen dit zich konden aantrekken.  


De Greet Hofmans affaire Soestdijk bracht het Koningshuis in gevaar 
en Bernhard zocht elders troost



“Ik loop met Luns over het Plein in Den Haag”, vertelt oud-premier Piet de Jong thuis in zijn woonkamer in Den Haag. “Zegt Luns tegen mij: 'Ik heb vannacht weer mijn mooie droom gehad'. Dus ik vraag hem waarover hij het heeft. 'Nou, we liepen hier, jij en ik. En er kwam een vrachtauto om de hoek en die reed jou aan'. 
Dus ik kijk hem verbaasd aan en zeg: 'Dat is nou ook wat!' Luns gaat verder: 'Je ligt op de grond en je laatste woorden zijn: 'Neem het over, Joseph! Neem het over!'”, grijnst De Jong. Luns droomde premier te worden. En vertelde De Jong dat hij die droom had in elk kabinet waarin hij tot dan toe zitting had.


Wilde Papoea stammen in het Nieuw Guinea van Joseph Luns


Sukarno 1955


Het eerste NTS journaal in 1956. 
Pas in 1959 zouden Anton en Julie 
hun eerste TV aanschaffen.

1 opmerking:

  1. Dit is persoonlijk een werkelijk uitstekend lezen, moet toegeven dat je een van de beste bloggers die ik ooit zag. We echt struikelde over dit op yahoo, en ik ben blij plachten te doen. Ik zal zeker weer terug te komen.http://www.inuwtuin.nl/tuinkasten

    BeantwoordenVerwijderen