Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1951 - Julie en Anton kunnen eindelijk trouwen

Soerabaja 1941 - Het was een drukkend warme dag  geweest in en Julie had pijn in haar rug gehad vanwege haar zware buik. Deze zwangerschap was anders geweest. Het kindje had zich vaak bewogen en leek onrustiger te zijn dan haar eersteling. De vroedvrouw was snel gehaald door de Baboe toen de eerste weeën waren begonnen. Het voelde deze keer anders dan bij het eerste kindje van Julie en William. Hun eerste zoon was een jaar eerder in oktober geboren. Het was toen veel rustiger geweest in Soerabaja. De naderende oorlog en de mobilisatie had stad een sombere stemming bezorgd.

William was nu veel vaker van huis vanwege zijn opleiding op de Marinebasis bij de haven van Soerabaja. De berichten uit Nederland waren verontrustend en bedroefd geweest maar beiden hadden geen familie in Nederland. De dreigementen uit Japan werden steeds serieuzer genomen. William wist dat het Indische leger en de marine over veel te weinig materiaal beschikten en onvoldoende getraind waren in het oorlog voeren. Voor Julie was in die periode de wereld veel kleiner en zij maakte zich innerlijk grote zorgen over de toekomst van haar kleine gezin.

Op deze zaterdag de 22ste november draaide het om de komst van de baby. William was nog onderweg naar hun huis aan de Niasstraat 82 toen hun tweede zoon werd geboren. Een prachtig hoofdje met veel zwart haar en al duidelijk de trekken van zijn vader. William was net als bij de geboorte van hun eerste zoon opnieuw hevig geroerd door de aanblik van dit nieuwe leven. Ondanks de donkere wolken van de oorlogsdreiging had hun gezinnetje zo compleet geleken. De baby werd vernoemd naar de voormalige Amerikaanse Theodore (Teddy ) Roosevelt. Nog geen 10 weken later zou William zijn beide kinderen voor het laatst in zijn leven zien.

Amsterdam 1951 - Anton was tijdens de dodenherdenking op 4 mei altijd zeer rustig en in zich zelf terug getrokken. De oorlog lag nu 6 jaar achter hem maar de herinneringen werden dagelijks levend gehouden door herstel werkzaamheden in het land en in de stad. De ogen van alle wereldburgers waren gericht op een toekomst zonder oorlog terwijl de grootmachten Amerika en Rusland zich als overwinnaars gedroegen en zich opnieuw bewapenden met atoombommen en van zich lieten horen met dreigementen. Krantenberichten schreven over een Koude Oorlog en de Russen hadden getracht Berlijn te isoleren waardoor de splitsing van Duitsland in Oost- en West Duitsland een grimmig karakater had gekregen. 

Berlijn lag immers op nog geen 800 kilometer van Amsterdam en Anton vond dat de Russen wel heel erg dichtbij waren. De Amerikanen pompten miljarden dollars in de West Duitse economie om zodoende hun aanwezigheid in Duitsland te rechtvaardigen met als neveneffect dat de economie in de omringende landen eveneens wonderlijk snel opleefde. De zakelijke en voortvarende aanpak van de Amerikanen had ook invloed op Anton en Julie. Geen woorden maar daden hoorde Anton geregeld op het hoofdkantoor van Reynolds Ballpoints. Hij verdiende een basisloon van 250 gulden per maand waarvan 200 gulden per maand als alimentatie aan zijn aanstaande ex vrouw uitgekeerd diende te worden. 

Julie en Anton moesten hierdoor veel Reynolds producten verkopen aan hun klanten de Amsterdamse kantoorartikelen handelaren om aldoende hun jaarlijks groeiende gezin te kunnen onderhouden. Niet ver bij Julie en Anton vandaan kwamen de uit Indië terugkerende Nederlandse militairen aan en die werden opnieuw bewapend om te vertrekken naar Korea om de Amerikanen te steunen tegen de Chinese en Russische communisten. 

Dat gold echter niet voor de Ambonese ex-KNIl  militairen die in maart 1951 in Nederland aankwamen en aan boord of bij aankomst een briefje kregen waaruit zij geheel onverwacht hun ontslag konden vernemen. Zo werd trouwheid aan de Nederlandse vlag en het Koningshuis beloond in die dagen.

Inmiddels werden ook de gevallen soldaten uit de naoorlogse periode in Indië ook herdacht. Anton keek tijdens de dodenherdenking ook terug op zijn eigen verleden. Anton maakte een andere balans op. Tussen 1930 en 1950 was Anton meer dan 20 keer verhuisd. Twee keer getrouwd geweest en had vijf kinderen waar hij geen band mee kon onderhouden. Zijn zakenleven was geen succes geworden. En nu hij bijna veertig jaar oud was wilde hij juist wél een succes van zijn nieuwe leefsituatie maken. 

Julie was anders dan zijn vorige geliefden. Julie was klein van stuk, leek kwetsbaar en was toch vol levenslust. Zij luisterde aandachtig, trok conclusies maar liet eventuele beslissingen aan hem over. Hierdoor kon hij de verantwoordelijkheid voor zijn eigen beslissingen niet uit de weg gaan en dat was nieuw voor hem. Anton was nog getrouwd met zijn vorige liefde. Zij had het vermoeden dat Anton veel meer verdiende dan dat hij op de rechtbank had verteld en wilde daarom niet scheiden. Anton bewoog zich immers in zeer verzorgde kleding en straalde onafhankelijkheid en voorspoed uit. Julie had in de voorgaande jaren bewezen dat zij, en indien nodig ook zonder Anton haar gezin kon onderhouden en haar zelfstandigheid en zakeninstinct fascineerde Anton en maakte hem verliefd. 

Dat hoorde ook zo bij Anton, fascinatie en begeerte werden door hem begrepen als ‘houden van’. Anton had bij zijn moeder geleerd dat zorg en aandacht geven beloond zou worden met troost en snelle bevrediging. Het was een kortzichtig patroon waar Julie al snel mee om wist te gaan om haar eigen doelstellingen te bereiken. Als Jozef en Maria samen te leven, om nieuw leven te schenken en om een betere wereld te creëren met schepsels die de verwoestingen in de oude wereld zouden overschaduwen door een sterk geloof aan God en de wereldvrede.

In oktober 1951 werd hun vierde kindje gedoopt. De twee eerdere kinderen van Julie waren niet gedoopt. Hun vader William was immers niet katholiek en Julie had in 1940 na een inhoudelijk conflict met haar vroegere pastoor in Bandoeng afscheid van de Kerk genomen. Hij had haar ervan beticht dat zij in ‘zonde’ zou leven met een ongelovige man. Toen de oorlog in alle hevigheid ook Julie op de vlucht dreef en opsloot in gevangenissen was het geloof weer bij haar teruggekeerd. In de vaak uiterst moeilijke lange en eenzame uren hadden Julie en haar medegevangenen bijzonder veel troost gevonden in het zingen van christelijk getinte liederen en was er veel hoop gevestigd op bevrijding door de Grote Verlosser. 

Omdat de Nederlandse regering de bewoners van Indië volstrekt machteloos aan hun lot hadden overgelaten moest er naar het idee van Julie wel een hogere macht zijn geweest die ook haar had bevrijd en haar zelfs in Nederland hadden doen belanden. En was het juist niet pastoor Bollinger geweest die Julie in mei 1947 had getroost in die grote kerk op de hoek van de Ceintuurbaan en Amsteldijk en haar had verteld dat nieuw leven alle oude wonden zouden helen. 

Toen in september 1951 de vroedvrouw was aangekomen op de Blauwburgwal 13 waar Anton en Julie inmiddels woonden leek het een routine geboorte te worden. Toch duurde het deze keer langer en er ontstond paniek nadat de baby was geboren vergezeld van een heftige bloeding. De baby had vastgezeten door een onverwachte contractie en moeder en kind hadden beiden een zwaar moment beleefd. De heftigheid van de zware bevalling werd ook buiten de kraamkamer geregistreerd. Door o.a. Julie’s tweede kind die 10 jaar eerder was geboren. 

Hij zou het zijn halfbroer in 1982 vertellen tijdens de voorbereidingen voor een feest ter gelegenheid van het 25 jarig samenzijn van Julie en Anton. Ook de toenmalige vroedvrouw was op dat feest aanwezig. Zij bevestigde vriendelijk maar kortaf en dat het in 1951 geboren kindje bijna de dood van zijn moeder op zijn geweten zou hebben en dat Anton nog nooit zo zenuwachtig was geweest. Het zou tot januari 1954 duren voordat Julie weer een baby zou krijgen. Julie herstelde zich echter vlot en eindelijk had de vorige vrouw van Anton ingestemd met een echtscheiding. 

Julie en Anton zijn getrouwd op 8 december 1951. Haar eerste twee kinderen heten Dobson en de daarna volgende vier kinderen heten Van Der Steur. Dat zou pas in de jaren ’60 rechtgezet worden toen in 1962 de Algemene Kinderbijslagwet actueel werd en Julie en Anton hun aankomen ruimschoots konden aanvullen met een oogst van 10 kinderen. De twee oudsten waren inmiddels volwassen en al ‘uit huis’.

Zoals eerder geschreven was het zesde kind in 1951 geboren en zou het tot januari 1954 duren voordat er een dochter geboren zou worden. Anton en Julie hadden het in de jaren na 1951 druk met het door hen beheerde kantoorartikelen depot waaruit hoofdzakelijk vulpennen en ballpoints werden verkocht. Hun jongste kind werd veelvuldig door de moeder van Julie verzorgd. Oma Charlotte was indertijd 55 jaar oud en had een kleine uitkering. Zij deed huishoudelijke werk in Den Haag waar zij inmiddels met haar drie Indische zussen en een aangetrouwde nicht een bovenwoning deelde.  

Haar drie oudere zussen en de aangetrouwde nicht waren allen als weduwe uit Indië in Nederland aangekomen. Zij hadden behalve hun mannen ook hun zonen verloren. Oma Charlotte was formeel geen weduwe zij had na haar scheiding van de vader van Julie als ‘bijzit’  samengewoond met de eigenaar van een grote wasserij in Bandoeng.Haar vriend was in april/mei 1942 door de Japanse bezetters in een mannenkamp opgesloten en zou het niet overleven. Oma Charlotte kwam regelmatig naar Amsterdam om mee te helpen in het drukke gezin van Julie en Anton. 

Haar stille en volgzame karakter irriteerde Anton nogal eens en Julie was weliswaar loyaal aan Charlotte omdat het haar moeder was maar had zich al heel jong innerlijk van Charlotte los gemaakt omdat Charlotte niet in staat was geweest om Julie en haar broer met liefde en zorg te omgeven. Julie werd al op haar 13de in pleeggezinnen ondergebracht en haar broertje werd in het ‘Oranje Nassau Gesticht’ van hun oom, Pa van der Steur ondergebracht.

Het zesde kind van Julie en Anton heeft vele uren, dagen en weken met Charlotte doorgebracht. Het was een stil kind met een groot hoofd en veel zwart haar. Niet de favoriete haarkleur van Charlotte want die had in Indië al geleerd dat een witte huid en licht gekleurd haar de basis van succes in het leven zou zijn. Dat hadden de Zusters Franciscanen haar in het weeshuis in het verre Indië goed laten weten.  Zij was door hen alleen geschikt bevonden om de lagere school af te maken om daarna opgeleid te worden als huishoudster bij blanke mensen. 

Zij was immers een Indo meisje met een zeer Indische uitstraling maar wel met een Nederlandse naam. Nadat Charlotte de kloosterschool had verlaten had zij vele ‘dienstjes’ gehad in verschillende blanke huishoudens. Zij werkte in 1920 in het huishouden van de administrateur van Suikerfabriek Poerworedjo toen zij de bijna 4 jaar jongere aankomend machinist Ferdinand P. van der Steur zou ontmoeten. Hij werd toen nog Nand genoemd. Door zijn moeder die in Bandoeng woonde Nandje. 

Was het liefde op het eerste gezicht? Of waren het de grijze ogen en het blonde haar die Charlotte deden besluiten om werk te maken van de veel jongere Nand. Of was het Nand die door enthousiaste hormonen de warmte zocht van een mooie Indische jonge vrouw met een melancholische uitstraling. Julie werd in december 1920 geboren. En Charlotte en Ferdinand zouden in januari 1921 trouwen in het kantoor van de Assistent Gouverneur achter het stationnetje van Djenar

Twee en dertig jaar later liep Charlotte weer achter een kinderwagen maar nu met haar kleinzoon. Omdat het jongetje loenste met zijn linkeroog had de huisarts haar gezegd om veel met het ventje te gaan wandelen. Het liefst naar de haven achter het Centraal Station want daar kon hij ‘ver’ kijken en dat zou zijn ogen recht zetten. Het jongetje wilde nooit van huis zonder zijn speelgoed. Dat waren de afgekeurde en gekleurde balpennen uit de voorraad van zijn vader. 

Het jongetje is misschien geïnspireerd door de grote schepen en de vergezichten en zou later veel gaan reizen en is mogelijk door die balpennen o.a. dit blog gaan schrijven. Toen Charlotte in 1979 haar laatste dagen beleefde was de schrijver evenals de familie in haar nabijheid. Na het feestje in het zaaltje van het Indisch bejaardenhuis te Deventer begeleide hij Charlotte in de lift naar de hoger gelegen ziekenzaal. 

Ben je bang Oma? ‘Nou eigenlijk wel, ik heb de pastoor gesproken en de dominee en anderen maar ik geloof hen niet meer’. Charlotte werd weer stiller en opende toen haar hand. Hier pak maar aan fluisterde zij zacht. Het was een klein gevouwen biljet van 5 gulden. Genoeg voor een doosje balpennen. 


1951 Trouwdag 8 december. 
Julie in het midden en Anton links achter. 


1986 - Julie vertelde over haar Ambonese petekind en over 
een pastoor in Bandoeng. Zij spreekt over de periode 1942/1943


De woning van Julie en Anton. 
Blauwburgwal 13 - tweede etage en zolder.

Charlotte Deuning rond 1920 

Charlotte Deuning (1896 - 1979 )

Maart 1951 Aankomst Molukse gezinnen in Rotterdam 
waarvan de vader veelal als militair in Indië had gediend.

Aan boord of bij aankomst werd als complete verrassing het ontslag aangediend. 
Een nieuw schandaal uit 'Indië verloren, rampspoed geboren' 

1951 De Molukse gezinnen worden in barakken ondergebracht.

1951 Koningin Juliana bezoekt een rijtje nieuwbouw huizen speciaal 
gebouwd voor uit Indië gerepatrieerde Nederlandse weduwen.

1951 Philips introduceert hun TV in de Nederlandse huiskamers.



De Nederlandse propaganda richt zich nu op de resterende koloniale bezittingen.


Er hebben ook West Afrikanen in het Nederlands-Indische leger gediend





Geen opmerkingen:

Een reactie posten