Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1959 - Twee gedwongen verhuizingen, de Kerk en een emotioneel weerzien

Er kwamen emotionele berichten en brieven uit Indonesië. Na langdurige procedures was de broer van Julie in staat gesteld om naar Nederland te mogen vertrekken. Hij zou nog in 1959 naar Nederland komen. In de zelfde periode stuurde de Nederlandse regering militairen naar Nieuw Guinea. In december 1957 had de Indonesische regering alle Nederlandse bedrijven genationaliseerd als reactie op de onwil om Nieuw Guinea aan Indonesië over te dragen. De broer van Julie had echter niet bij een Nederlands bedrijf gewerkt maar voor een gemeentelijk nutsbedrijf in Bandung waar hem het werken als Indo-Europeaan bijna onmogelijk werd gemaakt. De nationalisering van de Nederlandse bedrijven was in 1957 een populistische afleidingsmanoeuvre geweest om de enorme economische problemen waar geheel Indonesië onder gebukt ging toe te kunnen dekken. Indonesië zou vanaf 1959 een grote stap terug doen in democratisch opzicht.   

Op 5 juli 1959 werden alle democratiseringsprocessen een halt toegeroepen en werd de in 1945 opgestelde constitutie weer tevoorschijn gehaald. Soekarno werd weer alleenheerser. De PKI ofwel de Indonesische communistische partij werd uitgesloten van enige inspraak in de nieuwe regering die vanaf dat moment hoofdzakelijk door legerfiguren werd beheerst. De Amerikaanse regering steunde deze gang van zaken ten zeerste. De werkeloosheid in geheel Indonesië was inmiddels gestegen naar circa 25% en juist de achtergebleven Indo’s hadden te maken met grote jalouzie en roddelcampagnes waardoor hun vaak betere posities vanwege hun gedegen Hollandse opleiding alsnog onhoudbaar zou worden. 

Ondanks de door de broer van Julie in 1946 zeer bewust genomen beslissing om in Indonesië te blijven om het land te helpen opbouwen werd zijn initiatief niet gewaardeerd. Ook zijn status als Romusha (dwangarbeider onder de Japanners) kon op weinig nationale sympathie rekenen. Het zal vooral zijn zo Hollands klinkende achternaam zijn geweest evenals de achternaam van zijn echtgenote die zouden zorgen voor de toenemende discriminatie van de achtergebleven Indo’s. 

Lees meer over 'Spijtoptanten en Achterblijvers' in de uitgave van Boudie Rijkschroeff en Georgine Kwa. Het echtpaar Van der Steur-LeDoux kwam met vijf jonge kinderen in het najaar van 1959 in Nederland aan. Voor Julie en haar broer was het weerzien na veertien lange jaren zéér emotioneel. Want met haar broer kwamen ook de oude verhalen mee die de verdrongen trauma’s weer zouden aanwakkeren. Berichten over de verblijfplaats van Julie’s vader ontbraken toen nog. Onderwijl was Julie opnieuw zwanger van haar twaalfde kindje wat in de zomer van 1960 geboren zou worden.

De gedwongen verhuizing in maart 1959 naar Aalsmeer was voor Anton minder ingrijpend dan voor Julie en de reeds wat oudere kinderen. Anton had als jongen tussen 1928 en 1930 de Aalsmeerse Tuinbouw School doorlopen en kon via oude schoolvrienden in Aalsmeer aan de slag als vertegenwoordiger in planten en snijbloemen. Julie was zwanger geweest van kindje nr. 11 en had tijdens de zoektocht naar een nieuw onderkomen contact weten te legen met een aannemer die nieuwbouwhuizen verkocht met  een overheidssubsidie. 

Via de Sociale Verzekeringsbank in Amsterdam kon Julie haar Indische pensioen afkopen en met een geleend bedrag van Anton’s oudste broer was de koop rond gekomen. Het waren nieuwe relatief ruime woningen met grote vensters die toen populair werden als ‘doorzon woningen’. Het vloeroppervlak was circa 110 m2 exclusief een inpandige bijkeuken en er was een aparte garage. Op de boven etage 4 slaapkamers en een kleine douche ruimte. 

Een voor Anton en Julie. Een kamer voor oma Charlotte een aparte jongenskamer waar oude stapelbedden uit het leger werden geplaatst en ten leste de meisjeskamer. De woonkamer was een zogenaamde doorzonkamer vanwege de grote vensters aan beide uiteinden. In het midden van de woonkamer stond een kolen gestookte kachel die het gehele huis zou moeten verwarmen. Het huis had een kleine voor en achtertuin. De achtertuin sloot aan op een 30 meter brede groenstrook met een heg waarachter de grote weg van Haarlem naar Uithoorn was aangelegd. Het was toen al een drukke weg. De straat met nieuwbouwhuizen was doodlopend en verderop werden volop nieuwe woningen gebouwd. Indrukwekkend was het bulderende geweld van de laag overvliegende Boeing 707 straalvliegtuigen op weg naar de Aalsmeer landingsbaan. De ramen trilden heftig en de kopjes rinkelden in de kast. Het was vooruitgang en men vond het toen prachtig.

Voor de grotere kinderen was de verandering zeer groot. Het kille en religieus aandoende Aalsmeer was onvergelijkbaar met de oude sfeervolle straatjes in de eeuwenoude binnenstad van Alkmaar. De Alkmaarse kwekerij van Anton sloot aan de achterkant aan op het Clarissenbolwerk. Een park wat zich vanaf de Bergerbrug tot aan de Molen van Piet uitstrekte en in die periode een prachtig en geheimzinnig speelterrein voor de kinderen was geweest. Aalsmeer was aangelegd als een zakelijk dambord met langgerekte werk en woon vlakken. Lange lege straten, voortuintjes, schone stoepen, een trottoir en dan een weg. Alles was recht toen en recht aan. Een voor de kinderen saai aandoend straatpatroon waar weinig aan viel te ontdekken. Het bloeiende verenigingsleven in Aalsmeer was nog onbereikbaar voor de nieuw aangekomen kinderen en de katholieke St. Josephschool achter de Karmelkerk was veel strenger dan de moderne lagere school in Alkmaar. In de kerk zelf bevonden zich een groot aantal angstaanjagende muurschilderingen die grote indruk maakten op de schoolgaande kinderen van Anton en Julie. 

De treurnis en de gewelddadigheid op de muurschilderingen kwamen dichtbij de realiteit van de krantenfoto’s en TV journaals over oorlogen en andere rampen. De oorlogsverhalen van Anton en het zwijgen van Julie over Indië terwijl de kinderen via andere kanalen steeds meer te weten kwamen over hetgeen aldaar was gebeurd strookten niet met de opdracht van Julie aan de kinderen om in God te geloven en vooral naar de tien geboden te leven. Ook de school benadrukte deze streng katholieke (na)leefregels die voortdurend omstandig werden aangehaald. 

De tien geboden zijn nogal uit de mode geraakt vanaf midden jaren’60 maar hieronder de ‘normen en waarden’ waarmee Julie in navolging van de katholieke kerk en de lagere school van haar kinderen probeerde de kinderen te beïnvloeden. Gecombineerd met de angstaanjagende bijbelse verhalen en de realistische muurschilderingen van G. Van Geffen in de Onze Lieve Vrouw van de Berg Carmel zat de schrik er goed in. Als de kinderen naar de kerk gingen dan werden zij op iets boven ooghoogte omringd door de muurschilderingen. Als je de tien geboden niet goed kende werd je flink gestraft.



1. Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen.
2. Gij zult de naam van de Heer, uw God, niet zonder eerbied gebruiken.
3. Wees gedachtig dat gij de dag des Heren heiligt.
4. Eer uw vader en uw moeder.
5. Gij zult niet doden.
6. Gij zult geen onkuisheid doen.
7. Gij zult niet stelen.
8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen.
9. Gij zult geen onkuisheid begeren.
10.Gij zult niet onrechtvaardig begeren wat uw naaste toebehoort.

In het voor Julie en Anton rampzalige jaar 1958 met de vele zieke kinderen, het verlies van de kwekerij en de grote schuldenlast had Julie bijzonder ontmoedigd. Zoals in de oorlogsjaren vond zij ook deze periode veel morele en mentale steun binnen de kerk. Er werd bij Anton en Julie thuis én op school flink gebeden met een gemiddelde van een uur per dag. De kinderen hebben dat nooit als een bijzonder last ervaren. Zij wisten gewoonweg niet beter dan dat het bij de ‘lifestyle’ van Anton en Julie hoorde. In de komende jaren zou een Pastoor of een Kapelaan van de Karmelparochie veelal op zondagen rond het middageten langskomen. 

Een groot katholiek gezin met veel jongens was voor de kerk een ideaal wervingsterrein om te peilen of er niet een of meerdere jongens misdienaar wilden worden en eventueel later in het klooster zouden toetreden. Natuurlijk konden de meisjes ook voorbereid worden op een carrière als Non. En als vanzelfsprekend met toestemming van de ouders want ook zij zouden dan in het hiernamaals door HEM bedankt worden voor hun bijdrage. Het streng katholieke gezinsbeleid van Julie zal zeker ingegeven zijn door de grote economische moeilijkheden waarin Anton en Julie verkeerden. De schulden veroorzaakt in Alkmaar moesten immers afgelost worden en Julie had na aankomst in  Aalsmeer geen werkkring gevonden die voor aanvulling zou kunnen zorgen. 

De sfeer in huis was tot ver in jaar 1961 zeer sober en veranderde toen Julie weer wat kon bijverdienen met reclame ontwerpen. De kinderen hadden in hun nieuwe woonomgeving veel minder bewegingsruimte. In Alkmaar was er veel meer speelruimte geweest. Hierdoor bleven de kinderen ook door gebrek aan vriendjes veel meer in huis dan vroeger. Het enige vermaak was de TV die Anton op afbetaling in Amsterdam had weten te bemachtigen. Nederland had toen nog 1 TV kanaal wat pas later op de avond met uitzendingen begon. 

Het gebeurde echter regelmatig dat Anton nog onderweg was en dat de stroom in huis werd onderbroken doordat het geld in de ‘muntmeter’ was opgebruikt. Niet altijd had Julie een reserve gulden om de meter mee te kunnen vullen. Die werd dan snel bij de buurvrouw geleend of er moest in het donker gewacht worden tot Anton thuis zou komen. Als Julie wat meer geld over had dan spaarde zij via de muntmeter voor kleine extra's. Die dan met een brede glimlach door de muntgeld-ophaler van de PUEM aan Julie werd overgedragen. 

Een muntmeter. Met een gulden had men voor een groot aantal uren stroom. Als je geen geld had dan had je ook geen stroom.

1959 Aalsmeer december Anton en Julie met 9 kinderen. 
De twee oudste kinderen zijn afwezig. De auteur van dit blog zit vooraan 
in het midden en droomt weer eens weg.

Kolen, een kolenkit en de kolenkachel verwarmde het gehele huis niet echt goed, 
elke ochtend opstoken en tussendoor bijvullen was een noodzakelijk ritueel.



1959  Aankomst 30 december te Amsterdam. De broer van Julie met zijn gezin. 
De broer van Julie staat geheel links zijn echtgenote rechts achter Julie. 
Zij vertrokken naar contractpension St.Lambertus te Vlierden




1959 Amsterdam - demonstratie tegen uitzending van 
dienstplichtigen naar Nieuw Guinea

Papua's Nieuw Guinea

1959 - President Sukarno leest op het balkon van het voormalige 
Gouvernementele Paleis het 4 juli decreet voor waarin 
de 'geleide democratie' wordt aangekondigd.

1945 - 17 augustus Soekarno verklaart de onafhankelijkheid 

2009 -2010 Beyond the Dutch een bijzondere tentoonstelling waar men de cultuurverschillen tussen de Indonesische en Nederlandse kunstenaars kon beleven.
Rechts een schilderij van Ries Mulder 1958 - Kerk in Bandung

Harijadi Sumadidjaja was in 1952 al een geheel andere weg opgeslagen.
In Magelang het OHD museum

De oude schilderijen die aan het koloniale verleden van Indonesië zouden herinneren werden ook uit de zalen van het presidentiële onderkomen te Jakarta verwijderd. 

1925 Batavia - Het paleis van de Gouverneur-Generaal in de wijk Noordwijk


1931 circa - gebouwd te Aalsmeer - De R.K. Kerk O.L. Vrouwe van de Berg Carmel. 
Onder de toren het poortje naar de St. Josephschool voor lager onderwijs

Aalsmeer R.K. Kerk - aan de Stommeerweg.
Muurschilderingen van G. van Geffen - De lijdensweg van Jezus














1 opmerking:

  1. Kliwon de Oogleden Student9 april 2012 om 22:16

    2 woorden: Prachtige blog.

    BeantwoordenVerwijderen