Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1949 Amsterdam krijgt weer kleur en Anton junior wordt geboren.

Inmiddels zijn Anton en Julie naar de Keizersgracht verhuisd. Julie en Anton zijn gedwongen om te ‘hokken’. Trouwen kan nog niet omdat de echtscheiding van Anton’s tweede vrouw maar niet rond wil komen. Veel huwelijken zijn door de omstandigheden in de tweede oorlog op een scheiding uitgelopen. Men had elkaar op de meest bange en hongerige momenten écht leren kennen. Anton was tijdens de oorlog niet altijd in staat gebleken om zijn vrouw en kinderen voldoende te kunnen verzorgen. Zijn angst om door de Duitse bezetters opgepakt te worden had er voor gezorgd dat hij soms wekenlang niet naar Amsterdam West had kunnen gaan waar zijn vrouw en kinderen woonden.

De mysterieuze kogelwond aan zijn onderbeen zou er op toe hebben gezien dat hij niet voor de Arbeitseinsatz was opgeroepen. In 1943 zou Anton betrokken zijn geweest bij een nachtelijke razzia door de Duitsers en de meeheulende Amsterdamse Politie. Er was geschoten. Anton had zich verstopt in de dakgoot van de Rijks Academie van Beeldende Kunsten aan de Stadhouderskade. Er werd doelgericht geschoten en zijn onderbeen werd geraakt. Anton zou in het verzet hebben gezeten. Hij had een vervalst persoonsbewijs op naam van Ton van Dijk. Het was voor de kinderen van Anton niet eenvoudig geweest om aan Anton te vragen wat hij nou precies in de oorlog had gedaan aan verzetsdaden. Tot ver in de jaren vijftig zou hij elke dag het lange rekverband op zijn linkerbeen opnieuw aanbrengen. Op een stoel gezetten met een verkrampte blik. Boos en benauwd kijkend. De wond leek mooi dichtgegroeid. Door het verband kwam er geen daglicht bij en de kleur was van heel lijkwit tot roze. Op de plek waar de kogel was binnengedrongen zat een ronde lichtgroene cirkel met zwarte schaduwen. Het donker roze naar bruin neigende rekverband leek het been meer kwetsbaar te maken. Er zat een oppervlakkige maar goed genezen wond onder die kennelijk psychisch veel dieper zat. Het verband was als een zichtbaar bewijs maar vooral een excuus om geen duidelijkheid te geven over die pijnlijke maar mogelijk ook opwindende periodes in de donkere dagen van de oorlog.

’s Avonds kon Anton uren luisteren naar zijn radio. Hij volgde de berichten over de Russen en de Amerikanen die een ‘koude oorlog’ waren begonnen. Als de populaire muziek van Glenn Miller werd gespeeld dan kan hij nog wel eens om Julie roepen en dan dansten zij intiem op de weemoedige klanken van de 'Moonlight Serenade' in de schemerige woonkamer met rotanmeubeltjes. Het was deze afwisselende weemoed dan weer het wondverband wat gewisseld moest worden of het harde om ‘stilte’ roepen als Anton naar zijn nieuwsberichten luisterde die de kinderen met ontzag voor Anton vervulden. Maar hen al hen jong met een soort vrees vervulde voor een verleden wat mysterieus maar ernstig en soms ondraagelijk was geweest. Ongemerkt raakten de kinderen van Anton en Julie betrokken op de gevolgen van de voorbije oorlog van hun ouders. Een oorlog die door rituelen, nieuwsberichten, foto's in de kranten, bezoekers, gesprekken met ingehouden emoties en weet je wie er ook opgepakt is en 'weet je nog wel' verhalen levend werd gehouden. Het werd onderdeel van de dagelijkse gang van zaken in het groeiende gezin. De kinderen waren nog te jong om vragen te stellen. Dat zou later pas komen.

Pas in het begin van de jaren zestig toen Lou de Jong in geheel Nederland bekend werd met zijn TV programma ‘De Bezetting’ ontspande Anton zich en verdween dat vermalijde verband om zijn been. Er kwam eindelijk erkenning van de verzetsdaden. En het leek alsof Anton voor het eerst de toedracht rond de oorlog leerde begrijpen. Anton liet hierdoor de oorlog steeds meer achter zich. Die kwam alleen terug als Anton weer eens problemen met zijn werkkring had en dan ‘zenuwuitslag’ rond zijn vingers ontwikkelde of andere vaak somatische klachten. Hij las dan zijn oude oorlogsboeken of sprak over het verzet alsof het een mooie tijd was geweest. Anton was 1.97cm lang en woog rond de 95 kilo maar kwam slank, sterk en beweegelijk over. Zijn schaduw was soms langer en de oudere kinderen hadden diep ontzag voor hem. Hij kon ook zo boos worden en dan weer heel vriendelijk zijn. Eigenlijk wisten de kinderen nooit zo goed waar zij op konden rekenen. Hij had de twee door Julie meegebrachte kinderen geaccepteerd maar kon toch vaak tegen Julie zeggen. He, let op je kinderenJulie en Anton waren na het bekend worden van de eerste zwangerschap in de zomer van 1947 naar Markelo afgereisd waar oma Charlotte op de twee kinderen had gepast. Aan Charlotte werd gemeld dat Anton en Julie een gezin zouden gaan vormen. Kleine Ted was een ongeremd kind en kon best wel druk zijn. Anton heeft hem die dag een flinke tik verkocht. Anton zou laten weten wie er de baas in huis zou zijn. Tussen Anton en Ted is het nooit goed gekomen.

In 1948 was Anton een handel in de toen zeer schaarse maar zeer gevraagde schrijfmachines begonnen. Vanaf een gehuurd klein woonschip de ‘Margie’ werd er handel gedreven. Het kleine schip bevond zich schuin tegenover het grachtenpand waar Julie en Anton een paar kamers hadden gehuurd.  Julie was weer zwanger en had een klein confectie atelier opgezet waar de baby haar slaapjes kon doen. Na verloop van tijd was de Politie gekomen en had alle schrijfmachines in beslag genomen. De afkomst was ondluidelijk geweest en schrijfmacines vielen nog onder de ‘distributie’. De door Julie geïnvesteerde som geld verdween met de schrijfmachines. Anton voelde zich verraden. Voor hem was de oorlog met alle illigale vrijheden nog niet voorbij geweest. Julie sprak zelden over de oorlog. Zij zweeg.

Julie had in 1947 gevoeld dat de zwangerschap haar lichaam maar ook haar gevoelsleven weer tot leven had gewekt. Er groeide nieuw leven in haar waardoor Julie het gevoel had dat haar oorlogservaringen naar de achtergrond werden gedreven. De nabij haar flat aan de Amsteldijk gelegen Willibroduskerk was groter geweest dan de St.Theresiakerk in Jakarta. Het bood aan Julie een veilige omhulling als zij nog maar kort zwanger in de kerkbanken plaatsnam tijdens de momenten dat de kerk niet vol was met bezoekers. Hier kon zij in stilte nadenken over het heden en het nog zo verse verleden verruilen voor toekomst plannen. Veel minder dan Anton had Julie last van spanningen als het leven in de zich herstellende stad hem te zwaar werd. De toenmalige voedseldistributie bonnen waren voor Julie een wonderlijk cadeau geweest in vergelijk met de kommetjes dunne soep die zij zoveel maanden in de Boei Lama gevangenis van Cirebon had gekregen.

Religie ofwel het geloven in het goddelijke werd voor Julie belangrijk vanaf haar twaalfde levensjaar. Julie voelde zich verlaten door haar ouders en vond troost in de kerk. Voor Julie was haar Godsbeeld een houvast wat zij na het vertrek van haar vader in de kleine katholieke kerk van Bandoeng had gevonden. Het zijn in de kerk gaf haar rust en kracht en was een aanvulling op haar ‘zelfbeeld’. Julie was het nooit zo eens geweest met de wijze waarop de wijze woorden uit de bijbel door lezers werd vertaald in tegenstrijdige daden. Julie’s innerlijke opstandigheid of momenten van verdriet en eenzaamheid werden tot kalmte gemaand door de gekozen structuren en voorstellingen die in de beeldhouwerken en op de schilderingen waren aangebracht. De kerk voelde toen nog veilig aan voor Julie. Voor Julie was de oorlog een gevolg geweest van de in de bijbel geduide zondeval toen de eerste mensen uit het paradijs werden verdreven en het daarbuiten zelf op moesten lossen. Julie dacht indertijd dat de kerk haar kon helpen met het leren vergeven van hetgeen mensen elkaar aan deden. Pas vele jaren later zo Julie door studie ontdekken dat juist de kerk zich met bijna onvergeeflijke zaken had bezig gehouden maar vooral passief was geweest bij oorlogen en ander ontij.

Julie had zich innerlijk altijd meer verbonden gevoeld met het Oude Testament. De oude verhalen van de profeten en met name de brieven van Paulus uit het Nieuwe Testament hadden bij Julie het zaad gezaaid dat er eigenlijk een ‘totaalkerk’ zou moeten zijn waar alle volkeren samen zouden komen. Zij bewonderde de eerlijke twijfel en dan weer de overtuiging die Paulus tot zo’n gedreven persoon had gemaakt. Toch zou Julie pas geheel breken met het katholicisme in de eerste helft van de jaren zeventig. De eerste kinderen van Anton en Julie werden allen in Amsterdam gedoopt. Julie vond het belangrijk dat haar kinderen vanaf hun geboorte kennis zouden maken met religie als een vorm van geestelijk leven. Een geestelijk leven wat hun ziel zou voeden met het idee dat er meer is dan alleen maar de waan  en werkelijkheid van het dagelijks bestaan. Het was een levenshouding van Julie die niet alleen Anton maar ook haar kinderen soms tot grote wanhoop bracht. Julie zei dan; ‘denk zelf na’ en zeg dan ‘Ik Wil Het, Ik Kan Het’. Als je als kind aan Julie liet merken dat je niet zelfstandig tot een oplossing kon komen, dan luisterde zij alleen maar en keek je soms met grote ogen aan. Julie hielp niet, maar steunde haar kinderen binnen haar grenzen. Het Nederlandse ‘kan niet’ werd door Julie vaak vertaald in het Indische ‘ken wel’. Anton was geweldig met het verspenen van buitengewoon kleine plantjes. Zijn grote handen met sterke vingers behandelden de kleine gewassen met enorm veel zorg en liefde. Een plank recht doormidden zagen lukte hem maar zelden. Julie verfde, timmerde wiegjes, tafeltjes, boekenkastjes enz. en deed later complete verbouwingen in de huizen die zouden volgen.
                       
Er was na het politiebezoek een stencilmachine achtergebleven. Naast de kinderen en het werk in het kleine confectieatelier zag Julie er op toe dat Anton advertentie’s voor werkzoekenden uit de grote kranten knipte en van de uithangborden bij de arbeids bureau’s verzamelde. Julie maakte daar in de avonduren een krantje van en Anton draaide op de stencilmachine het krantje “Contacten” wat met redelijk succes verkocht werd in de sigaren en tijdschriften winkels van Amsterdam. Het zou in de toekomst vaker voorkomen dat Julie na het mislukken van een door Anton opgezette onderneming met creatieve ideeën de huishoud pot weer op orde zou brengen.  


De 'Sint Willibrodus buiten de Veste' kerk aan de Amsteldijk - Ceintuurbaan





1949 Werkzoekenden bij het arbeidsbureau aan de Nieuwe Doelenstraat
1947 - 1948 Het Tuindorp achter het Amstelstation in aanbouw

1949 Amsterdam kon weer zonder 'bon' roken.

1949 - Amsterdam Metz & Co een bijzondere etalage door Gerrit Rietveld

1949 - Amsterdam op de step

1949 Amsterdam - Drie dames in gesprek bij het vuilnisbak buiten zetten

Een stencilmachine voor Anton en Julie zorgt voor extra inkomsten



 3 bijzondere filmpjes  


Filmpje 1 over Java en Ceylon, het huidige Sri Lanka. 


Traveltalk: 1949 'Old Amsterdam'


1949 De onafhankelijkheid van Indonesië wordt uitgesproken


1949 - Soerabaja Cannalaan buurt

Al eerder schreef ik over de website van Hans
Met die humorvolle toon waar het geruis van kwajongensstreken, 
verdriet en verlies een zeer bijzonder verhaal vertellen.

Op de foto kleine Hans met zijn zus.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten