Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1971 - Juliana naar "De Oost" er leven haast geen mensen meer ...

Julie woonde in 1971 bijna 25 jaar in Nederland toen er eind augustus van dat jaar vele koffers op Paleis Soestdijk werden gepakt voor een reis naar ‘De Oost’. Een van de bijnamen van voormalig Nederlands-Indië. 

In 1949 had Juliana voor het tekenen van de stukken de volgende woorden tijdens haar Kerst toespraak uitgesproken: 

"Bij deze soevereiniteitsoverdracht laten wij iets los en zij ontvangen iets, namelijk onze erkenning van wat ieder volk immers met zijn diepste wezen wenst." 

Dit was een heel ander geluid dan de woorden van haar moeder Wilhelmina toen het in 1942 om de toekomst van Indië ging. Wilhelmina regeerde van 1890 tot 1948 maar is nooit in Indië geweest.

Julie had in 1949 haar vierde baby gebaard en was rond de Kerst toespraak van Juliana alweer zwanger van haar vijfde kind. In 1969 zou haar laatste kind geboren worden. Tussen 1940 en 1969 heeft Julie 14 kinderen gekregen. Voor Julie was het niet meer dan vanzelfsprekend geweest dat Indonesië in 1945 onafhankelijk was geworden. Van zeer dichtbij had Julie vóór de Japanse bezetting de jacht en opsluiting in strafkampen van de Indonesische Nationalisten meegemaakt die zich in 1945 tegen de terugkomende Nederlanders zouden verzetten. Nederland had immers van de Japanners verloren en Julie had aan den lijve ondervonden tot hoe weinig Nederland in staat was geweest om Nederlands-Indië bij te staan tijdens de Japanse bezetting.  

Na haar aankomst in Nederland had zij vaak genoeg verwijtende blikken en opmerkingen vanwege haar Indische uiterlijk moeten verwerken. Haar bleef weinig anders over dan zich rustig te houden en zo ‘geïntegreerd’ mogelijk over te komen. Dat leek aardig te lukken met haar blonde 'wederopbouw' babies die inmiddels geboren waren. Julie woonde in 1971 al weer zes jaar in een mooie wijk van Bussum. Het twee onder één kap huis bood redelijk voldoende ruimte voor het grote aantal kinderen en haar inwonende moeder. Er waren inmiddels al zeven kinderen de deur uit waardoor de overige zes kinderen wat meer ruimte hadden. Julie was 48 jaar oud geweest toen de laatste baby in de zomer van 1969 werd geboren. Het twaalfde kind na 23 jaar in Nederland. Opnieuw verbaasde en verwijtende blikken. Wat moet zo'n oudere vrouw met zo'n jonge baby? Opnieuw moest Julie ingehouden hoon verdragen. 

Voor het eerst van haar leven had de zwangere Julie maanden lang plat moeten liggen in een ziekenhuiszaal waar zij het honende gegniffel van de veel jongere aanstaande moeders heeft moeten weerstaan. Af en toe steeg er wat rook onder haar lakens vandaan. Julie mocht immers niet opstaan maar een enkel sigaretje werd oogluikend toegestaan. Er was spanning geweest over de goed afloop van deze zwangerschap. Later was er de getemperde blijdschap over de mooie kleine zoon die opnieuw leven in huis had gebracht. In het zelfde jaar werd Julie 49 en had Julie zich fysiek hersteld gevoeld. De baby bleek een sterk ventje te zijn die de stemmingen van Julie goed aanvoelde. Het was een tevreden en goedlachs jongetje die ondanks eerdere weerstand ook het hart van Anton zou veroveren en dat van de nog thuiswonende kinderen die veel van de zorg voor de jongste overnamen.

Julie zocht in het voorjaar van 1970 de kranten en personeelsadvertenties door op zoek naar een vaste baan.   Anton haar 8 jaar oudere echtgenoot had al enige jaren een arbeidsongeschiktheid uitkering en met het inkomen uit het werk van Julie bij een uitgeverij had dit voor redelijk stabiele inkomsten gezorgd. Dat was vroeger wel anders geweest. Ook voor haar Anton was het leven beslist niet makkelijk geweest. Hij droomde nog wel van grote onderzoek projecten om jonge gewassen op door hem uitgevonden gecomposteerde bodem tot bloei te brengen. Maar verder dan de aanschaf van veel laboratorium materiaal en het plaatsen van een grote broeikas in de achtertuin kwam het niet. Op 58jarige leeftijd was Anton mentaal op. Er kwamen in de komende jaren nog wel marketingopdrachten uit Duitsland maar die werden door Julie in naam van Anton uitgevoerd. Anton was min of meer de chauffeur van Julie op de lange ritten naar Noord Duitsland waar de directie Frau Deymann altijd hartelijk begroette.  

Anton kwam net zoals als Julie uit een gebroken gezin en hij moest al heel vroeg aan het werk om vooral zijn moeder bij te staan. Vanaf zijn twaalfde was Anton kostverdiener geweest. De vader van Anton was marineman geweest en was vaak van huis. Veelal naar Indië. Vanaf midden jaren zestig begon ook bij Anton de oorlog en de crisis periode uit de jaren dertig een rol te spelen in zijn gevoelsleven. Beiden hadden moeite om elkaar hierin op te vangen en te steunen. Anton en Julie groeiden beetje bij beetje uit elkaar. Ook omdat hun achtergrond en 'oorlogen' zo verschillend waren geweest.

Het staatsbezoek van Juliana en Bernhard ("eerst hield ik niet van haar, dat kwam pas later") werd voor het eerst in de geschiedenis van de Nederlandse TV life en per satelliet uitgezonden. In die laatste dagen van augustus 1971 werden dagelijks de beelden van het bezoek overgeseind en Julie zat op de bank met een van haar vele breiwerken en de rondkruipende baby. Ogenschijnlijk rustig onderging zij de beelden. Toch was na verloop van tijd een wat verstarde blik en verkrampte houding waar te nemen. Haar ogen zogen de beelden op en toen de koninklijke stoet in Bandung aan kwam braken de stille tranen door en wees zij naar het scherm en zei met verstokte stem: ‘kijk, kijk die boom daar! Daar heb ik als meisje zo vaak gezeten .... ‘. Nooit eerder was Julie zo openlijk ontroerd en aangeslagen geweest. Telkens opnieuw kreunde zij zachtjes ‘Oh daar ben ik ook geweest en kijk die Toko bestaat nog steeds’. Zij sprak echter niet tegen de kinderen of tegen Anton terwijl zij gespannen stilte de beelden in zich op nam.

Voor de oudere kinderen die aanwezig waren was het opzienbarend om te zien dat Julie zo openlijk haar emoties liet blijken. Voorheen werd Indonesië altijd afgedaan met ‘ach het is voorbij, laat maar’. De dagen en weken na de uitzendingen was Julie nog zichtbaar aangedaan. Zij sloot zich vaker op in haar werkkamer en verschool zich achter haar vele brei en textiel projecten. Enige maanden later ging zij opnieuw in therapie. Want al eerder was zij ‘onderuit gegaan’ en zocht toen een psychiater op die haar had verteld dat zij aan een existentiële crisis zou lijden. In de komende jaren zouden de steeds opnieuw terugkerende krantenberichten over het oude Indië en de nasleep vanaf de jaren '50 telkens opnieuw een soms kleine dan weer forse aanslagen op de veelal verdrongen emoties van Julie plegen. Haar opgroeiende kinderen begonnen steeds vaker vragen te stellen waardoor zij zich soms in het nauw gedreven voelde en emotioneel reageerde.

Koningin Juliana had zich er goed doorheen geslagen daar in het verre Indië. Prins Bernhard had op gezette tijden rond gelopen in een mooi gebloemd Hawaï hemd met een bloemenkrans. De ontvangst van het koningspaar door de bevolking was dan ook overweldigend geweest. Er was ook geen zweem van anti-Nederlandse gevoelens geweest. Pas veel later zou ook Juliana een existentiële crisis krijgen toen in 1977 uitkwam dat Bernhard jarenlang smeergeld had ontvangen en deze ‘Lockheed Affaire’ het Koningshuis op haar grondvesten zou laten schudden. Vele jaren later zou blijken dat Prins Bernhard in 1950 betrokken zou zijn geweest bij een mislukte staatsgreep in Indonesië. Bernhard zou zich nog minder aan de regels houden dan zijn schoonvader Prins Hendrik

Beatrix had het in 1995 een stuk moeilijker tijdens en na haar staatsiebezoek aan Indonesië. De Indische-Nederlanders en de Indo’s in Nederland waren zich steeds beter aan het organiseren en de roep om ‘excuses’ werd steeds sterker. Over de bijzondere rol van Wilhelmina, haar grootmoeder die voorheen en telkens opnieuw de monarchie wist te redden werd nauwelijks gesproken of geschreven. Haar radiorede van 7 december 1942 waarin zij kort over het naoorlogse Indië sprak en uiteindelijk het Linggadjati akkoord wat na veel gedoe op 25 maart 1947 in Batavia werd ondertekend was bepaald niet naar 'haar zin' tot stand gekomen. Nederland heeft een constitutionele monarchie waarin de rol van het koningshuis is vastgelegd in de grondwet. De hoogste macht ligt hierdoor bij het parlement. Die ook  de macht heeft om schandalen af te dekken en doofpotten te vullen. De wet openbaarheid van bestuur (WOB) uit 1980 biedt nieuwe kansen voor onderzoek. Alhoewel het huidige Nationaal Archief nog vele zaken geheim wenst te houden.  In een toespraak door Professor Dr. Emil Salim ( Sumatra 1930, zijn vader was Agus Salim) en ceremoniemeester tijdens de 50-jarige onafhankelijkheidsviering van Indonesië in 1995 liet hij fijnzinnig blijken dat zijn land niet zou aandringen op verontschuldigen voor het koloniale verleden:
 “Nederlanders, dit is een zaak van jullie eigen geweten.''

De persoonlijke crisis waar Julie in terecht was gekomen had grotendeels te maken met haar onverwerkte verleden. Zij kon zich niet meer verstoppen achter zwangerschappen en daar ‘existentiële kracht’ uit putten. Of door alsmaar opnieuw nieuwe banen aan te nemen waar zij volledig in op kon gaan om dan vervolgens vermoeid thuis te komen in het nog steeds drukke gezin. Vanaf 1970 was er voor Julie een periode aangebroken van noodgedwongen verwerking en gaan leren begrijpen wat haar allemaal was overkomen voor en tijdens de Japanse bezetting. Maar ook gaan inzien en accepteren welke invloed haar Indische verleden heeft gehad op haar beslissingen en gedragingen ná aankomst in Nederland. Deze verwerking ging niet zonder slag of stoot. Julie verstopte haar verdriet zo goed mogelijk en kon uren door brengen in haar werkkamer waar zij piekerend en tobbend aan een breiwerk of anders bezig zou zijn. Maar met wie kon zij praten? Over 'welk' vroeger? Het was mogelijk een schrale troost voor Julie om te beseffen dat meer dan 350.000 andere Indo’s in en buiten Nederland zich inmiddels ook afvroegen ‘waarom'.


Julie, Bandoeng 1937/1938




1937 januari Bandoeng 
feestelijke optocht vanwege het huwelijk van Juliana met Bernard

1937 was ook het jaar dat Japan via door hen uitgelokte incidenten 
hun oorlog begonnen met als ideaal om tot een 


Ondanks alle agressie en wandaden tijdens zijn regeringsperiode
 is Keizer Hirohito altijd een goede vriend van 
het Koninklijk Huis gebleven.

  

van 1949 tot 1956 was Juliana 'Hoofd' van de 


Linggadjati


Voor Juliana was het haar eerste bezoek aan Indonesië, 
haar moeder Wilhelmina is nooit in Indonesië geweest.



Juliana in Bandoeng 31 augustus 1971. 
Bernard staat met zonnebril achter de Gouverneur



Beatrix met Hirohito op de trap van Paleis Soestdijk oktober 1971


Wim Kan en de komst van de Japanse keizer in 1971 
door Kustaw Bessems




In 2009 verschijnt er een boek van de hand van 
Harry Veenendaal en Jort Kelder 
waarin opnieuw het gedrag van Bernard rond 
'de kwestie' Indonesië 1949-1956 aan de orde komt


Voorafgaand aan het bezoek van Juliana was er in 1970 bezoek uit Indonesië. Suharto kwam langs.


Beatrix bezocht 1995 Indonesië




Nederlands-Indonesische Unie

Geen opmerkingen:

Een reactie posten