Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1965 - Julie en Kartini - Welke is toch de taal, al is men die ook nog zoo machtig, waarin men goed de emoties van de ziel uit kan drukken?

De woning in Aalsmeer was met de komst van het 13de kind in augustus 1964 te klein geworden. Er werd gezocht naar een huis met veel ruimte voor de kinderen en liefst met een kantoor waarin Julie en Anton zich van het rumoer van de kinderen konden afzonderen. Zoals een dokter met een praktijk aan huis had Anton gezegd. De kleine grijze Ford 12M kwam vanaf najaar 1964 bijna wekelijks naar het huis van Julie en Anton. Het was een makelaar die zou helpen met het vinden van een nieuw huis. Op zondagen mochten enige kinderen met de auto mee om grote huizen te bekijken in Heemstede of Bloemendaal. 

Voor het eerst zagen de kinderen enorme huizen met grote tuinen en knerpende opritten waar kennelijk nooit meer dan vier of vijf mensen hadden gewoond. De huizen roken soms zwaarmoedig, en naar oud geld. Uiteindelijk bleek er een huis in een villawijk  in Bussum geschikt bevonden. De eigenaar was een oudere weduwnaar geweest die nogal eenzaam in het totaal uitgeleefde huis zijn laatste jaren had doorgebracht. In een donker hoek van de kelder waren met zwarte kool felle anti-oorlog teksten geklad. 

Er was dus kennelijk ook oorlog geweest in deze zo rustig aandoende villawijk. Er lag ook een grote oude wit met lichtblauw gestreepte badjas die een oudere broer nog jaren gedragen heeft. Was de oude weduwjaar daar niet in gestorven? Juist omdat het huis zo uitgeleefd was en een grote open zolder had was het geschikt. De vraagprijs was hierdoor aantrekkelijk en er konden vier kleine kamers met aparte douche op de zolder gecreëerd worden. In de diepe achtertuin werd een groot houten blokhutkantoor gepland. En was Bussum ook niet de stad van de Gooi & Eemlander en van Willem Brandt die zijn machteloosheid over de periode in de Japanse interneringskampen in verschillende boeken waaronder 'De Gele Terreur*' en gedichten vastlegde. * Met gele terreur worden de Japanners bedoeld die achteraf bezien natuurlijk géén gele huidskleur hadden. 

Anton en Julie konden trots zijn op hetgeen zij bereikt hadden. In de voorgaande jaren hadden zij net zoals vele Nederlanders hard gewerkt en de economische en sociale ontwikkelingen hadden Nederland bevrijd van de grijsheid van de jaren vijftig. Nederlanders hadden weer geld voor bloemen en tuintjes en in één op de tien tuinen leek wel een verpakking van de turfstrooisel te zien die Julie had ontworpen. Julie had in 1964 al ontslag genomen bij het bouwmaterialen bedrijf in Aalsmeer waar zij parttime had gewerkt om de verplichte ziekenfondskosten voor alle gezinsleden te kunnen verdienen. De kinderbijslag bleek meer dan voldoende als basisinkomen. 

Maandelijks kwam het verdiende percentage van de omzet in verkochte turfstrooisel per check met de post mee. En terwijl Anton gemiddeld vijf dagen per week door Nederland reed om voorlichting te geven over het gebruik van turfstrooisel, begon het werk van Julie voor grote reclamebureaus steeds meer op te leveren. Julie corrigeerde en redigeerde teksten en gaf ook ontwerp aanwijzingen waar de marketing en verkoop afdelingen van grote bedrijven blij van werden, want de vrouwen in Nederland moesten bereikt worden met reclameboodschappen die een eigen ‘toon’ hadden. Nederland was immers sterk aan het veranderen. 

Het percentage werkende en zelfstandige vrouwen nam jaarlijks toe en Nederland werd met hulp van de socialisten steeds liberaler en de vrouwen begonnen zich te bevrijden uit de strakke keurslijven die mannen bedacht hadden om hen onder controle te kunnen houden. Het in 1964 verschenen boek van Jan Cremer ‘Ik, Jan Cremer’ werd ook door oudere kinderen van Julie met rode oortjes gelezen. Het boek werd als zeer verderfelijk en smerig afgedaan en was aldus een ongekend succes en in vele huizen werd besmuikt gehuiverd van afschuw en plezier over zoveel (ik)durf en zonder remmingen beschreven persoonlijk genot. Anton was tégen het boek en Julie glimlachte ondeugend. “Ach in Indië was het vroeger ook al een beetje zo met al die bijvrouwen en bijkinderen”

In die periode leek Julie zich ook te bevrijden van haar soms streng katholieke opvattingen. Anton en Julie hadden al eerder de pastoor van de Aalsmeerse kloosterorde verboden om nog langer ongevraagd op zondagen langs te komen. Hij bleef maar zeuren over het mooie kloosterleven en dat Anton en Julie toch meer dan voldoende jongens hadden die zo geschikt zouden zijn als missionaris terwijl hij het voor Anton bestemde grote stuk kip op at. Anton koos voor meer kip en wilde dat zijn jongens hém zouden opvolgen en niet de Heer. Julie vond dat de jongens zélf moesten kunnen kiezen als zij oud genoeg waren. En omdat Charlotte, de moeder van Julie was opgevoed door nonnen en Julie op een strenge middelbare nonnenschool in Indië haar HBS diploma had gehaald was Non mogen worden helemaal niet bespreekbaar. 

Tijdens en na de grote wereldoorlog had Julie het katholicisme als een soort grote reddingsband om haar aangeslagen persoonlijkheid heen gedrapeerd en kon daardoor overleven op de woelige zee van veranderingen die haar naar Holland had gebracht. Ja, Holland want zo noemde Julie het hoofdkantoor van het voormalig Koloniale Nederland. In de pacifistisch ingestelde Julie ontwaakte de sluimerende vrije geest van het libertinisme. Behalve dat Julie enorm had genoten van de charmant brutale Shirley MacLaine in de film Irma la Douce was er ook Tante Tilly, een vriendin van Anton uit de oorlogsjaren. 

Hij had grote bewondering voor haar omdat zij ondanks alle oorlogsellende toch haar universitaire studie cum laude had afgesloten en les gaf in vreemde talen op een gymnasium in Amsterdam. Tante Tilly woonde samen met een vriendin in Amsterdam en Julie vond het geen probleem om aan de oudere kinderen uit te leggen dat Tilly lesbisch was. Lesbisch in 1965? Het klonk een beetje als een Frans gerecht en zou dus wel niet zo erg zijn als het was. En wat moest je je in die jaren als puber voorstellen bij lesbisch? Er waren toen geen pornoboekjes of internet porno. 

Door Tante Tilly leerden wij ook dat o.a. cabaretier Wim Sonneveld homofiel was. Dat woord klonk al wat viezer. En er werd uitgelegd dat er dus manlijke mannen waren en vrouwelijke mannen. Mannelijke mannen speelden dus een beetje de baas over vrouwelijke mannen. Die vrouwelijke mannen verzetten zich daar dan weer tegen door nukkig en tegelijk verleidelijk te doen. Daar werd dan weer enorm om gelachen door mensen die naar dat soort TV programma’s keken. 

Niet omdat er veel erotiek te zien zou zijn, en zeker niet omdat lesbiennes en homo’s toen openlijk werden geaccepteerd maar het accepteren van mensen die ‘anders zijn’ was doen alsof je ‘modern’ was en met je tijd mee ging. Maar als je buurman of buurvrouw hét was of een collega op het werk of je kind, dan werd er wel verwacht dat men het ‘anders zijn’ zo min mogelijk zou uiten. Want puriteins en libertijns waren toen nog geen vrienden in het Nederland van 1965.

Het was Tante Tilly die Julie een boek van de schrijfster Andreas Burnier cadeau had gegeven. Het was een roman over een jonge vrouw die zich vrij maakte uit de geaccepteerde normen en waarden met als hoofdthema de polariteit tussen man en vrouw. Een thema wat Julie aansprak omdat ook in de reclamewereld ‘de vrouw’ als zelfstandig ‘wezen’ was ontdekt. Het boek sloot aan op de innerlijke ontwikkeling die Julie door maakte en had een andere toon dan het boek van Simone de Beauvoir ‘de tweede sekse’ wat Julie al in de jaren vijftig had gelezen. Waarin de Beauvoir economische onafhankelijkheid van vrouwen had bepleit. 

Een ander favoriet van Julie was een andere franse schrijfster Marguerite Yourcenar en haar boek over de Romeinse keizer Hadrianus Hadrianus' Gedenkschriften. Een door Yourcenar gedroomde biografie die ondanks een grote populariteit veel kritiek kreeg te verduren. Het zou onvoldoende waarheidsgetrouw zijn. Maar daar ging het Yourcenar niet om. Het ging haar om het idee je als vrouw te kunnen verplaatsen in de man om zodoende een beter zicht te kunnen krijgen op je manlijke kanten als vrouw. Kenmerk van de drie boeken is de zoektocht naar (eigen) identiteit als vrouw in een door mannen bepaalde maatschappij. 

Het jezelf vrij maken als vrouw was een onafhankelijkheids- thema waar Julie in die periode nog op mild filosofische wijze mee worstelde maar wat enige jaren later zou leiden tot een existentiële crisis waarin het gemis van haar vader en hetgeen haar was overkomen in haar jeugd, tijdens de oorlog en in haar relatie met Anton en haar kinderen haar psychisch te veel zou worden. 

In het vroege voorjaar van 1965 werd de koop van het nieuwe huis in Bussum gesloten. Het huis moest echter flink verbouwd worden en het resterende budget was krap. Er werden twee klusjesmannen gevonden die de gehele zolder verbouwde en vele kleine en grote aanpassingen in het huis zouden verzorgen. Julie was regelmatig aanwezig en besloot om zelf het gehele huis te schuren en te schilderen. Anton was immers druk met zijn lezingen door het land en het was altijd Julie geweest die met hamer, zaag en verfkwast de verbouwingsklussen in huis ter hand had genomen. In de twee maanden vóór de verhuizing werd ik vaak door Julie meegenomen om te helpen. 

Tijdens het klussen bespraken wij voorvallen uit het verleden van Julie in Indië en ook de wijze waarop Julie tegen politiek en religie aan keek. Het waren eigenlijk geen uitgebreide gesprekken tijdens het schuren maar eerder metaforische momenten waarin ik uitspraken uitlokte bij Julie en zij korte antwoorden gaf. Toch werd duidelijk dat Julie zich innerlijk veel meer met identiteit, verleden en toekomst bezig hield. Waardoor ik toen al steeds meer begrip voor haar vaak afwezig lijkende houding kreeg. Voor de andere kinderen moet het vaak lastig en soms zelfs een gevoel van afwijzing hebben betekend als Julie weer eens zo’n periode van geslotenheid door maakte. Anton bemoeide zich weinig met lopende zaken rond het huishouden en Julie gaf ons opdrachten en aanwijzingen vanuit haar kantoortje waardoor wij als kinderen eigenlijk het gehele huishouden deden en voor elkaar zorgden.

Op mijn latere reizen door Indonesië herkende ik opnieuw dit schijnbaar afwezige gedrag bij veel intellectuele Javanen of bij Indo's met een Indisch verleden. Met dat stille en innerlijk genieten van een verzonken onuitgesproken gedachtewereld met toch dat nieuwsgierige en spiedende vuur in de ogen, luisterend en kijkend naar de realiteit van de dag. Soms vergezeld van een vage weemoedige ook wel op verdriet lijkende glimlach waarin beschouwing en oud begrip over het gezicht zweemde. Het zou de indruk kunnen wekken van licht arrogant afstand houden en onbereikbaar willen zijn. Maar het was eerder het vermogen om met de ogen open weg te dromen en op reis te zijn in een dichtbij en soms eeuwenoud verleden. 

Veel Indo's die jong of ouder uit Indië waren gekomen hebben hebben dit reflecterende vermogen door jarenlang  hard werken en aanpassing ongebruikt gelaten. In bepaalde gevallen heeft dit tot (Indische) zwijgzaamheid, melancholie en teruggetrokkenheid geleid als voorbode van flinke depressies waarin ontkenning en erkenning het met elkaar aan de stok kregen. Pas als men van zichzelf weer terug mag kijken en praat met lotgenoten of leest en schrijft over onverwerkt verleden kan dit vaak heilzame reflecterende vermogen weer terugkomen en het innerlijk bevrijden uit het onderbewuste rouwproces wat altijd meereist in de koffer waarin onder de schaarse foto's en brieven het donkere mapje met afscheid en verlies ligt.   

Julie vertelde tijdens het schilderen over de Javaanse schrijfster Kartini die in briefvorm en met hulp van een Nederlander al vroeg in de vorige eeuw een boek had geschreven: Door duisternis naar het licht. Gedachten over en  voor het Javaansche volk door Raden Adjeng Kartini met een voorwoord door J.H. Abendanon. Julie was het boek nooit vergeten. Hieronder een citaat in een taal zoals die vroeger werd gebezigd maar inhoudelijk zou het een rake karakterisering van de gedachtewereld  kunnen zijn waar veel Indo’s zich bij tij en ontij in bevinden. Hieronder een citaat

Welke is toch de taal, al is men die ook nog zoo machtig, waarin men goed de emoties van de ziel uit kan drukken? Deze bestaat niet."
Ik geloof met u, zij bestaat niet, althans niet in die, welke gesproken en geschreven wordt; maar er is een stille, geheimzinnige taal, die in woorden noch in letterteekens zich uitdrukt, en die toch verstaan en begrepen wordt door ieder, die voelt, en waarop men ten volle kan vertrouwen, omdat in haar gansenen woordenschat 't woordje "leugen" is onbekend!


't Is de reine, kuische taal der oogen, de klare spiegels van de ziel! En als u dien middag me kon zien, vijf zacht geurende velletjes trilden in mijne bevende handen, warme tranen drupten me langs de wangen, zoudt u zonder één enkelen klank van mijnen mond te vernemen, alles verstaan, begrijpen, wat er in mij omging! 

Wat de mond noch de pen vermocht te uiten, hadden u de oogen, die drijvend in een floers van tranen opblikten ten hoogen, als om daar te zoeken, te vinden te midden van andere engelen Gods, die eene, die met zachten vleugelslag tot ons was neergedaald om onze bedroefde harten, die bitter weenden om veel treurigs op deze aarde, te troosten en te vervullen met eene hemelsche vreugde! 

Dank! dank! dank! riep elke hartslag, elke polsslag, en iedere ademhaling was een dankgebed!
Wij zijn maar heel, heel gewone menschenkinderen, een mengsel van kwaad en goed, zooals millioenen anderen,

't Kan zijn, dat er op 't oogenblik in ons van 't goed meer aanwezig is, dan van 't kwaad, maar de oorzaak hiervan zou dan niet ver zijn te zoeken. Waar men leeft in eene eenvoudige omgeving, is 't geen moeite, om goed te zijn; men wordt 't als van zelf. En 't is volstrekt géén kunst, géén verdienste, om geen kwaad te doen, waar ons geen gelegenheid daartoe geboden wordt. 

Later, als wij 't warme, veilige ouderlijke nest zijn uitgevlogen ; staan in 't volle menschenleven, waar geen trouwe oudersarmen om ons heen worden geslagen; als om ons 's levens stormen woeden en razen; geen liefdevolle hand ons steunt; vasthoudt,, als onze voeten wankelen. . . dan eerst zal 't blijken, wat we zijn! O! ik bid zoo vurig, dat wij niet nog verhoogen mogen den berg van teleurstellingen, dien het leven u reeds heeft ge- ......



Het nieuwe huis van Anton en Julie in Bussum

Voor de kinderen maar ook voor Anton en Julie was Bussum een bijna 
revolutionaire verandering na de magere en soms grijze jaren doorgemaakt 
in de toen relatief gesloten Aalsmeerse gemeenschap.
Studio Concordia in Bussum onderdeel van de "Gooise matras
en bevond zich in de wijk van het nieuwe huis van Julie en Anton

Willem Duys spreekt met Bart Huges in Studio Concordia 
Huges had een gaatje in zijn voorhoofd geboord om 
zijn geest te bevrijden

Presentatie over Willem Brandt - Bamboe en Bussum 

Uit de Gele Terreur van Willem Brandt




1964 - Shirley MacLaine in Irma la Douce - een film en later ook musical die veel vrouwen in Nederland 'ondeugender' zouden maken

Julie met kleinkind 

Raden Adjeng Kartini

Marguerite Yourcenar

Jean Paul Sartre en Simone de Beauvoir

Andreas Burnier

Wim Sonneveld met Mies Bouman

Een jonge Albert Mol

Ronnie Tober zat nog 'in de kast'






Het wapen van Indonesië


De vlag van Indonesië - vroeger zat het blauw van Nederland onder het wit


In het Indonesië van 1965 gaat het minder goed. 
De droom van Soekarno en zijn toenmalige collega's in 1945 wordt een nachtmerrie.
De politieke onrust zal uiteindelijk het leven kosten aan meer dan 1 miljoen burgers.
In Nederland is de berichtgeving over dit drama zeer schaars.

Sukarno en Hatta tijdens de 'Proklamasi' 17 augustus 1945

1947 - Het voormalige gebouw van 'De Volksraad' in Batavia. 
Het gebouw heet nu 'Gedung Pancasila' en staat in Jakarta.



 Oktober 1965 - Sukarno bij het graf van boezemvriend Generaal A.Yani

1965 - Generaal Suharto tijdens de begrafenis van vijf vermoorde generaals

Een onderzoek naar de genocide uit die periode

Het Krokodillengat is gebaseerd op Saskia Wieringa’s eigen onderzoek 
naar het verhaal achter de Indonesische genocide.

Vanwege dit onderzoek was ze jarenlang persona non grata in Indonesië.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten