Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label Batavia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Batavia. Alle posts tonen

Spekkoek - Het leven van Julie, een Indisch meisje

Eindelijk mocht ik in augustus 2015 na veel brieven en vragen uit Den Haag de supergeheime dossiers in het Nationaal Archief zien. Een zaal met veel witte formica tafels. Met zwijgende lezers die dikke dossiers uit genummerde kartonnen dozen doornemen. De vriendelijk maar afstandelijk ogende en zwijgzame bewaker zat kalm op mijn vingers kijkend op twee meter afstand. 

Er mag niets gekopieerd worden. Je mag alleen een potlood en een notitieblok bij je hebben. Overschrijven mag wel. Toen ik tijdens het lezen van de voor mij volledig onbekende informatie rood aanliep keek ik even verloren de bewaker aan. Zijn toch wel begrijpende blik ging de andere kant op. Hij zal het vaker meegemaakt hebben dat bezoekers van slag raken. Ik vroeg mij af of ik wel verder wilde lezen. De inhoud is intiem en huiveringwekkend. Het betreft immers mijn moeder. Deze dag begreep ik waarom Julie nooit heeft kunnen spreken over haar oorlogsjaren. 

Ik voelde mij duizelig, misselijk en aangeslagen. En later boos worden tijdens het lezen van de zogenaamde getuigenverklaringen uit Bandoeng die bol stonden van 'horen zeggen' en een goed beeld gaven van het geroddel, de achterklap en het verraad binnen de Indo gemeenschap die niet in de kampen had verbleven.

Julie had vanaf juni 1942 tot april 1943 deelgenomen aan verzetsactiviteiten in Bandoeng. In april 1943 werd Julie verraden en verschillende malen gevangen gezet. Dan weer een korte periode huisarrest met verhoren in haar kamer en vervolgens weer een korte detentie. Na het gedwongen bijwonen van onthoofdingen en martelingen van met name Ambonese medegevangenen werd Julie voor de keuze gesteld. Onthoofding van haar moeder en andere familie en het weghalen van haar twee kinderen of deelnemen aan spionage voor de Kempeitai en de inlandse Politieke Inlichtingen Dienst. 

Uit de dossiers in het Nationaal Archief blijkt dat Julie niet de enige Indo-Europese vrouw was die in werd gezet voor spionage of andere vormen van informatieverstrekking aan de Japanners. Of anderzijds aan de Indische politie de P.I.D. Die zeer nauw samenwerkte met de uitstekend georganiseerde Japanners. Er zullen duizenden Indo-Europeanen geweest zijn die niet in de interneringskampen verbleven en bewust of onbewust informatie verstrekt hebben aan vriendelijke inlandse buren of kennissen. Die de verkregen informatie vervolgens discreet door gaven aan de P.I.D. en de Kempeitai. 

Julie heeft op 7 augustus 1946 op acht getypte A4tjes gedetailleerd verslag gedaan over de periode mei 1943 tot augustus 1945. Na een korte detentie, verhoren, verkrachtingen en mishandelingen en poging tot zelfmoord dwong de Kempeitai haar inlichtingen te verzamelen. Met name officieren van de Duitse U-Bootdienst die de Sakura bar's in Batavia bezochten, moesten afgeluisterd en bewerkt worden. 

Julie vertrok eind juli 1943 na een zelfmoord poging onder dwang met een groepje geronselde vrouwen naar Batavia. Het groepje stond onder leiding van een Nederlandse mevrouw die speciaal vanuit Batavia naar Bandoeng was gekomen om blanke en Indo vrouwen te werven. Julie zou te werk gesteld worden in de Tsugara Bar niet ver van de Sluisbrug. En aldaar als animeermeisje onder de schuilnaam Conchita werken. Julie bleek na een aantal verhoren en verkrachtingen in juni in Bandoeng zwanger te zijn. Haar dikker wordende buik maakte haar ongeschikt om in de bar te blijven werken.

December 1943 werd Julie 'overgeplaatst' naar Cheribon waar zij als secretaresse en 'persoonlijk assistente' van directeur Dr. Okuda op de "Mestfabriek Java" kantoorwerk moest doen. De nachten en weekeinden was Julie verplicht om in het huis van Okuda aan de Kedjaksaan 18 te verblijven. In maart 1944 werd de baby dood geboren. In hoeverre de twee bij de bevalling aanwezige Indo vrouwen mee hebben geholpen bij het overlijden van de baby is onduidelijk. 

Pas toen de bommen op Hiroshima en Nagasaki in augustus 1945 waren gevallen begreep ook Dr. Okuda dat Japan de oorlog had verloren. Julie mocht weg en belande met een vrijbrief van Okuda in het uiterst onrustige Batavia waar zij opnieuw moest onderduiken.

Het flinke dossier zal de opzet van het boek ingrijpend veranderen. Vele pagina's zullen herschreven moeten worden. De tot zover ontbrekende periode van mei 1943 tot augustus 1945 heeft Julie op 7 augustus 1946 nauwgezet beschreven in het langdurig verhoor door de toenmalige geheime dienst. De NEFIS ofwel de Netherlands Forces Intelligence Service.

Toen Julie in 2001 overleed had zij een dunne kartonnen dossiermap voor mij achter gelaten. Met daarop mijn naam in zwierig handschrift en de tekst 'Alle belangrijke bewijsstukken'. Meer dan tien jaar lag de map onaangeroerd in mijn bureaula. Als zoon moest ik mij eerst trachten te bevrijden uit de soms beklemmende en somber makende herinneringen die het opgroeien bij Julie en mijn in 1995 overleden vader Anton hadden veroorzaakt.

En is dat gelukt, ben ik 'vrij'? Immers, die rotoorlogen in Nederland en Indië hebben een grote rol gespeeld in het steeds maar groeiende gezin van Anton en Julie. Ik ben geboren aan het begin van de 'grijze' jaren vijftig. In een gezin wat gedomineerd werd door twee culturen. In de periode toen het Nederland van mijn vader zich herstelde van de gevolgen van de 1940-1945 oorlog en het Indonesië van mijn gevluchte moeder zich na een bittere strijd en onder grote internationale druk in 1949 los had weten te maken van Nederland. 

Het verhaal over Julie laat zich lezen zoals het recept voor een te bereiden Indische spekkoek. Het verhaal is opgebouwd uit vele laagjes met historische ingrediënten uit Nederlands-Indië, Nederland en vele andere landen. Julie is geboren op Java. Onderdeel van een voormalige kolonie waar de Nederlanders meer dan 350 jaar aanwezig zijn geweest. En waar onze Duits-Nederlandse stamvader rond 1728 in de haven van Batavia wat nu Jakarta heet, aan zou meren en in Semarang een gezin zou  stichten.

Vanaf 1945 vertrokken er meer dan 350.000 Nederlanders of 'gemengdbloedigen' naar een vaderland waar het merendeel nooit eerder was geweest. Een land wat zij alleen maar kenden uit verhalen. Naar een land wat niet écht zat te wachten op deze grote toevloed van voor het merendeel bruin getinte immigranten.  


Dit blog zijn schrijfsels of eigenlijk aantekeningen die ik maak tijdens tijdens mijn soms zeer aangrijpende onderzoeksreis naar het verleden van Julie van der Steur, mijn moeder. Het onderzoek is begin 2011 gestart en levert telkens weer nieuwe feiten en wetenswaardigheden op die de voorgenomen publicatie van het boek over Julie vertragen.

De boekpublicatie zal een andere structuur hebben dan deze blog berichten. De in dit blog opgenomen artikelen zijn het resultaat van nog niet afgesloten onderzoek of eigenlijk een zoektocht en zullen wat dit blog betreft ingaan op de geschiedenis van Julie in Nederlands-Indië en later in Nederland. Anders dan het boek biedt dit blog de gelegenheid foto's te bekijken en door te 'linken' naar andere website's die als bron hebben gediend of nadere toelichting geven. 

In dit blog ligt het accent niet op de bekende Indische Tempo Doeloe sfeer waarin gedroomd wordt over het oude Indië en het vaak geromantiseerde verleden. Het accent ligt op verdringing, ontkenning en relativering van een soms bitter en zwaarmoedig stemmend verleden en de invloed die dit heeft gehad op Julie's leven en daardoor ook op haar kinderen en verdere nakomelingen. 

De in dit blog verkorte impressies uit het leven van Julie  worden afgewisseld met feiten die soms een geheel nieuw licht werpen op de reeds bekende verhalen uit Nederlands-Indië die door mythe vorming, ontkenning maar ook relativering achteraf kleuren kregen die in die periode nooit werden gebruikt. 

Pas vanaf de jaren '60 kreeg Nederland weer kleur. De welvaart nam toe. De opbouw van het land als gemeenschap met dezelfde regels en wetten werd minder belangrijk. Het individu mocht zich laten zien. Het werd 'ik ben' of 'ik wil'. Er kwamen nieuw immigranten vanaf de jaren '60. Immigranten die zich zeker niet zo makkelijk en stilzwijgend zouden vestigen als de Indo's. Zij worden allochtonen genoemd. 

En bij ons thuis? Was het wel een thuis, bij moeder Julie en vader Anton? Daar heersten twee culturen. De dominante Hollandse cultuur van Anton en de bescheiden verfijnd aandoende maar onderliggend eigenzinnige en trotse Indo-Europeese cultuur van Julie. Met aanvullingen en kleine verwijzingen van haar moeder Charlotte die regelmatig een paar maanden in  huis woonde en dan, na woorden met Anton weer voor een paar maanden verdween om pas later vanaf het midden van de jaren zestig volledig in te trekken. 

Er was door de aanwezigheid van oma Charlotte altijd, die bijna ongrijpbare Indische zweem in huis. De warme geur van een Indische kruiden die wat onverschillig in potjes en zakjes in de buurt van de grote pannen met Hollandse pot stonden. Oma, vertel toch eens over vroeger? Ach, dat is al zo lang geleden en zo ver van Holland vandaan. Ik ging op vijftien jarige leeftijd het huis uit. Het was mij thuis te benauwd geworden. Ik was opstandig geworden en had afstand nodig. Om te kunnen ontdekken wie ik zélf was. Ik kon mij onvoldoende identificeren met Pa. Hij was geen vaderfiguur voor mij. En Ma vond ik geen moederfiguur. Het was geen moeder die na schooltijd met een kopje thee op de kinderen wachtte. Pa en Ma waren altijd aan het werk. 's Avonds was er vermoeidheid en ver weg was er onuitspreekbaar verdriet, weemoed en onverwerkt verlies. 

Mijn ouders waren niet zoals de ouders van mijn vrienden. In hun huizen zag ik een soort warmte en geborgenheid die mij vaak in verwarring bracht. Waarom kon het bij mij thuis niet zó zijn vroeg ik mij dan af? Welke plaats nam ik in tussen de zeven zusters en zes broers? Ik was vijftien "heb ik dan niets meer over je te zeggen" vroeg Julie toen ik aankondigde uit huis te vertrekken. Jaren later zou ik vanuit de verte wat dichterbij te komen. Om te luisteren, te vragen en te begrijpen. Ma vertel eens, wat is er vroeger toch gebeurd? Met Pa, en met jou? Met jouw vader en wat voor mensen waren jou grootvaders en grootmoeders? 

Vader Anton sprak veel maar vertelde eigenlijk weinig. Hij sprak over de 'grote economische crisis' in de jaren dertig en de tweede wereldoorlog in de vorige eeuw. Over zijn jarenlange verzet tegen de Duitsers in Amsterdam, tijdens de oorlog. Julie was zwijgzaam en gesloten. Maar áls Julie vertelde dan waren het vaak korte en indrukwekkende en veelal zeer gedetailleerde flarden van kindergeluk op de suikerplantage waar zij met haar haar ouders en broertje woonden. En later heftige maar summiere mededelingen over de zware beproevingen tijdens de bezetting van Java door de Japanners. 

Door de jaren heen verzamelde ik de korte verhalen als puzzelstukjes die zich pas later zouden voegen tot het onvolmaakte beeld wat ik nu heb. En beeld wat bijna dagelijks wordt aangevuld door nieuwe informatie uit correspondentie, onderzoek en terugkerende herinneringen. 

Er bevonden zich wat foto's in de kartonnen map die ik in 2001 ongelezen in mijn bureaula had gelegd. Tussen de stapel papieren bevond zich een schrift met een kartonnen kaft 'Thailand 1996'. Julie was toen op weg naar Indonesië maar durfde uiteindelijk niet door te reizen. In dit schrift las ik het begin van een door Julie begonnen autobiografie waarin de hoofdpersonen waaronder haar overgrootouders, haar grootouders en ouders gefingeerde namen kregen. In  de verkleurde map bevinden zich circa veertig brieven en 'doorslagen' van getypte brieven en wat handgeschreven brieven die Julie 'bewijstukken' noemden. Brieven van en aan Anton, aan of over de kinderen en getypte brieven aan haar broer en haar halfzusters en broers die Julie enige jaren voor haar overlijden zou leren kennen.

Pas in 2011 was er voldoende emotionele afstand om de weinige brieven en documenten door te nemen. Het zeer beperkte aantal foto's en de korte alinea's uit haar brieven schetsen een beeld van haar onrustige jeugd en de verschrikkingen tijdens de Japanse bezetting van 1942 tot 1945 met daarna de Bersiap-periode toen de Indonesische Nationalisten het roer in Indonesië over wilden nemen. In het najaar van 1946 vertrok Julie met haar twee jonge kinderen en haar moeder naar Nederland. Naar een onbekend en geruïneerd land waar Julie als 26jarige oorlogsweduwe bepaald niet met open armen werd ontvangen. 

Dit blog is de gedeeltelijke weergave van een tocht door het verleden van Julie aangevuld met de toenmalige actualiteiten en bevat als voorpublicatie verkorte schetsen uit een nog samen te stellen boekpublicatie waarin met name de geschiedenis van Julie en de mensen om haar heen vanuit een psychoanalytisch perspectief wordt beschreven. Met specifieke aandacht voor 'verdringing' en 'ontkenning' en de gevolgen hiervan. 

Een andere rol speelt ook het 'relativeren' van hetgeen gebeurd was. De drie genoemde afweermechanismen spelen een grote rol bij de behoefte om te willen 'vergeten' maar vragen ook veel energie die tot geestelijke uitputting en depressies kunnen leiden. Vanaf het begin van de jaren '70 in de vorige eeuw had Julie steeds vaker terugkerende korte en langere perioden met depressies en had grote moeite haar verdriet maar ook boosheid over hetgeen haar in het verleden was overkomen onder woorden te brengen. 

Juist door het alsmaar relativeren en het ontkennen (ach, het viel wel mee, anderen hebben het zwaarder gehad) zorgde verdringing voor emotionele onbereikbaarheid en steeds langer durende  'verdriet perioden' bij Julie. Waarbij Julie zich afsloot voor haar directe omgeving en zich verstopte in haar atelier.

Het tekortschieten van de taal om te kunnen overbrengen wat was doorgemaakt is een terugkerend thema in het werk van Dr. Hans Keilson. Het is een thema wat ook op gaat voor de in Indonesië geboren Indo's die volgens de Nederlandse overheid zo 'succesvol en geruisloos' zijn geïntegreerd in de naoorlogse Nederlandse samenleving. Julie en de auteur van dit blog hebben Hans Keilson als therapeut gekend. Dit blog is geschreven in de geest van de uitspraken die Hans Keilson in een interview* deed. 

Het wezen van de psychoanalyse is dat je op de bank ligt en vrijuit associeert zonder ook maar iets te verzwijgen. 

Je moet precies de dingen die je niet graag hoort over jezelf kunnen zeggen, zodat je weet wat er in je leeft. 

Je moet eerlijk zijn tegenover jezelf, ook al schaam je je dood voor je gedachten. 


De uitspraken van Dr. Keilson zijn de basis voor de aanstaande blogberichten. Wie was Julie? Wat is haar overkomen? Het is een onderzoek naar achtergronden en een zoektocht naar het begrijpen van een intelligente en artistieke vrouw met een multiculturele achtergrond die in een door economische crisissen en oorlogen geplaagde wereld naar eenvoudig 'geluk' zocht.

Alinea's uit de brieven van Julie zijn aangevuld met teksten uit krantartikelen waarin Julie over zichzelf verteld. In het blog worden telkens momentopnames opgenomen die zich later tot een geheel zullen vormen. De traumatische gebeurtenissen tussen 1941 en 1946 gaan vooraf aan een onrustige periode waarin Julie opgroeit en volwassen wordt. In 1940 en in 1941 krijgt Julie twee kinderen. Na aankomst 1946 zal  Julie enige jaren later voor de tweede keer trouwen en nog eens 12 kinderen krijgen. In 1992 besluit Julie van Anton te scheiden en vertrekt naar Italië. 

Ondanks de ook bij Julie zo bekende Indische zwijgzaamheid heeft Julie tijdens de laatste 20 jaar van haar leven momenten gehad waarin zij iets meer los liet dan voorheen. Het geheugen is niet altijd even betrouwbaar maar foto's, agenda's, boeken, kranten, archieven, filmmateriaal en de gesprekken met kinderen, vrienden en kennissen van Julie brengen weer veel geschiedenissen tot leven. Langzaam bouwen zich de laagjes op, net zoals bij het maken van een spekkoek ofwel Lapis Legit


De omgeving waar Julie is opgeroeid heeft een uitzonderlijk rijke culturele geschiedenis die vele jaren ouder is dan Nederland. Miljoenen jaren oude vulkanen die op gezette tijden actief werden zorgden voor een uiterst vruchtbare bodem. Er bevinden zich eeuwen oude tempelcomplexen met verborgen mythische verhalen waar Julie al heel jong veel over hoorde en ook vaak op bezoek is geweest. Paleizen waar de Sultanaten zich hadden gevestigd met landerijen die plantage's werden waar Julie's voorouders zijn geboren. Java was het eerste eiland in Indië waar Nederlanders en andere Europeanen veel geld verdienden en zich daarnaast vermengden met de lokale bevolking. 

Al bij aankomst van de VOC schepen rond 1600 begon de vermenging met de lokale bevolking. De eerste Indo-Europeanen waren al geboren uit de Portugezen in de jaren daarvoor. Er werd handel gedreven, er kwamen havens, verharde wegen en spoorlijnen. Er werden plantages aangelegd en fabrieken gebouwd. Er ontstonden Europese en Chinese wijken tussen de kampongs in de almaar groter groeiende steden. De rond 1900 geïntroduceerde Ethische Politiek zou de samenleving in Nederlands-Indië van meer gelijkheid en welvaart moeten voorzien.

Het verhaal van Julie begint op Java rond 1840 in de omgeving van Soeracarta. Het was de periode van het landrentestelsel daarna volgen het cultuurstelsel en de ethische politiek. Meer dan 1000 jaar geleden werden er grote en kleine boeddhistische tempels gebouwd. Met de komst van de Islam op Java en de omringende eilanden werden er vele grote en kleine moskeeën gebouwd. Later kwamen er de kerken en kloosters en er werden verharde wegen aangelegd en steden met flinke Hollandse gebouwen en grote en kleine huizen in Hollandse stijl. 

Hollandse invloeden in een land met een bevolking die al duizenden jaren op de vele eilanden woonden en die hun eigen animistische tradities zouden vermengen met  nieuwe religies en door buitenlanders opgelegde wetten. Julie groeide op in een Nederlands-Indisch gezin. Een Indo-Europeese familie. 

Als Julie, eenmaal in Nederland aangekomen en opnieuw een gezin sticht worden deze 'roots' opnieuw doorgegeven. Er wonen heden circa 1 miljoen mensen in Nederland met gedeeltelijk Indisch DNA. In het huidige Indonesië wonen volgens schattingen meer dan 7 miljoen personen met Hollandse roots. In 1920 het geboortejaar van Julie, was het oude Indië al meer dan 300 jaar de belangrijkste externe inkomstenbron van Nederland. Een zeer gering aantal witte Europeanen had de leiding over meer dan 70 miljoen 'onderdanen'. 

De gemengdbloedigen zoals de familie van de moeder van Julie bevonden zich op een lager (wettelijk) niveau. Bij gebrek aan een heldere cultuurpolitiek vanuit Nederland lag de nadruk op geld verdienen en onderdrukking van de lokale bevolkingen en zeker niet op het in stand houden van het culturele erfgoed. 

Hoe donkerder de huid des te minder kansen op een 'goede functie' tussen de blanke overheersers. Er waren wetten en regels om de blanke Europeanen te bevoordelen t.o.v de Indo's of inheemse bewoners. De verontwaardiging was groot in Nederland toen de Japanners steeds dichterbij kwamen. Dwz Nederland was al bezet door de Duitsers maar de vlot naar Engeland 'uitgeweken' Nederlandse regering vond toch nog tijd en de wijsheid om in 1941 de oorlog aan Japan te verklaren. 


In 1942 werd Nederlands-Indië binnen een paar maanden door de Japanners bezet. De Japanners wisten eigenijk niet zo goed wat zij aan moesten met de gevangen genomen Nederlanders. De Nederlanders waren immers hun 'Vaderland' al kwijt aan de Duitsers. De Nederlanders die in kampen werden opgesloten weigerden zich als 'verslagen' volk aan te passen aan de regels van de Japanse bezetters. De Indonesiërs waren in eerste instantie blij dat zij van de Hollanders af waren. De gemengdbloedige 'Indo's' werden niet in kampen opgesloten maar hadden als 'buitenkamper' een buitengewoon onzeker bestaan en werden door de Japanners, Indonesiërs en Nederlanders gewantrouwd want waren zij Europeanen of Indonesiërs?  

Er kwam een nieuwe vlag in 1942. De Nederlandse scholen gingen dicht en het Nederlands werd afgeschaft men moest een nieuwe taal leren en de zeden en gewoontes van de Japanners leren accepteren. De blanke Nederlanders werden in afgeschermde wijken of kampen opgesloten en de meer dan 200.000 'gemengdbloedigen' moesten kiezen. Indonesiër worden of ook het kamp in. Dat werden de 'buitenkampers'Omdat Julie er zo Indisch uitzag en over de juiste papieren kon beschikken werd zij niet geïnterneerd. 

Julie bleef buiten de voor de Europeanen ingerichte kampen. Er volgde voor Julie alsnog vier jaar van verraad, vluchten, vernederingen, gevangenneming en vele ontberingen voordat zij haar kinderen weer bij zich zou hebben. Julie was vanwege het uitdelen van voedsel (de Japanners beschouwden dat als een verzetsdaad) in 1943 mogelijk verraden door een nichtje. Na het einde van de Japanse bezetting werd Julie door verschillende Indo's die wél in de kampen hadden verbleven voor Jappenhoer uitgemaakt omdat zij buiten de kampen had weten te overleven?  

Vanaf 1945 probeerde Nederland weer het 'gezag' in Nederlands-Indië te herstellen maar de Indonesiërs wilden niet opnieuw 'bezet' worden. Zeker niet door de Hollanders die immers van de Japanners hadden verloren toen het er op aan kwam. Opnieuw volgde een periode van vervolging, opsluiting, honger, ziekte en grote onzekerheid voor de Nederlanders de Indo's maar ook voor de Indonesiërs. In Julie's bescheiden dossiermap bevinden zich ook brieven omtrent haar scheiding in 1992 van Anton, haar tweede echtgenoot. 

Uit de brieven in het mapje valt op te maken hoe bijzonder goed het geheugen van Julie was. Details uit haar leven na aankomst in Nederland werden moeiteloos opgeschreven tot eind jaren '90. Dit in tegenstelling tot haar geslotenheid over de periode's van haar leven van vóór 1947. De brieven die Julie in 1999 aan haar broer Boy schreef lichten de sluiers van het verleden opnieuw enigermate op. 


De kinderen van Julie en Anton groeiden op met ouders die beiden een zeer verschillende culturele achtergrond hadden. Julie en Anton hebben beiden een andere oorlog meegemaakt. Zij hebben een onvergelijkbare jeugd gehad die ook binnen hun relatie een grote rol zou spelen. Samen kregen zij twaalf kinderen. Julie had al twee kinderen en Anton had reeds vijf kinderen uit eerder relaties. Er zijn heden meer dan vijftig kleinkinderen. In hoeverre de gebeurtenissen en trauma's uit het verleden van Anton en Julie effekt op hun kinderen en kleinkinderen hebben is een ander verhaal. 

In dit blog wordt de geheimzinnigheid en terughouding rond de achtergrond van Julie afgewisseld met de soms heftige verhalen die Anton over 'zijn' oorlog en de grote vooroorlogse crisis vertelde. Over zijn leven van vóór en tijdens de oorlog was net zoals over het leven van Julie niet veel bekend. Hun beider jeugd, hun oorlogservaringen en het Nederland van ná de oorlog hebben echter een groot individueel effekt op hun opgroeiende kinderen gehad. De magere inhoud van de bruine dossiermap van Julie is een lange en bijzondere reis geworden door het verleden van Julie en vele anderen. Een verleden wat met zekerheid ook in het DNA van hun kinderen en hun kleinkinderen te vinden zal zijn.


Julie hield o.a. van de gedichten van Leo Vroman hieronder twee citaten:


Ach, laten wij het leed dat men ons deed, vergeten,
God zal het allemaal wel weten

De laatste regels uit het gedicht Vrede uit ‘Slaapwandelen' 1957 passen meer bij haar echtgenoot Anton die tijdens de oorlog in Amsterdam verbleef.

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen, 

en herhaal ze honderd malen: 

alle malen zal ik wenen.



We gaan op reis naar Tropisch Nederland






Het handschrift van Julie 1999 met de tekst die op de dossiermap staat













Pas op hoge leeftijd liet Julie iets méér los. 
Bijvoorbeeld in de binnenzijde van een boek


Hieronder een 'kladje' gevonden in een schrift. Circa 20 pagina's van een script wat een aanzet zou moeten worden tot een biografie in boekvorm. 

Julie is er in 1996 in Thailand aan begonnen. Zij schreef het in de Engelse taal. Vermoedelijk om 'emotioneel afstand' te kunnen houden van de 
pijnlijke ervaringen maar ook vanwege het grote gemis van haar 
geboorteland waar zij zo dichtbij was maar niet naar toe durfde te gaan. 


1996 - Het boek over Julie zal met deze pagina beginnen.

San Remo 8 december 2000 

Julie en haar vriend Carlo Maglitto in Bangkok 1996

1988 Amsterdam, Anton en Julie

1969 December - Julie met Marco de laatst geboren baby

Julie midden jaren '60 in haar kleine thuis-reclamebureau

Eind december 1959 komt na jaren van moeilijkheden het gezin van 
Gerard van der Steur vanuit Java in Amsterdam aan met de ss Zuiderkruis. 
Gerard is de broer van Julie en werd Boy genoemd. 
Het gezin was nooit eerder in Nederland geweest.  


1959 Aankomst in Amsterdam. Links Boy van der Steur en naast hem Julie. 
Boy en Julie hadden elkaar voor het laatst in Jakarta oktober 1946 gezien. 
Boy heeft van 1943 tot 1945 als Romusha - dwangarbeider onder 
de Japanse bezetters moeten werken. 

1959 December - Julie met negen kinderen. 
De oudste twee kinderen staan niet op deze foto en er zouden 
nog drie kinderen geboren worden in 1960, 1964 en 1969

Amsterdam 1952 Anton en Julie

Soerabaja - April 1940 William en Julie

1937 Julie aan de Merdikaweg - Bandoeng


Julie circa 1927 - In de buurt van Solo ofwel Soerakarta




het zal het enige recept in dit blog zijn!


1942 Oorlog

Zenuwzwakte en racisme en Ferdinand wordt verliefd op Charlotte in Nederlands-Indië


‘Zo leuk was het allemaal heus niet geweest’ hierbij doelde Julie op de grote groepen oud-Indiëgangers en Indo’s die na de tweede wereldoorlog dus vanaf 1945 naar Nederland waren gekomen, en die volgens Julie aan ‘verheerlijking’ deden. De geschiedenis van Julie is door haar relativerende geslotenheid en stille verdriet incompleet. De foto’s en andere afbeeldingen uit het oude Nederlands-Indië zijn ‘momentopnamen’ van een tijd die al weer lang achter ons ligt. Beelden van grote huizen met ruime terrassen omgeven door tropische planten. Met poserende volwassen en kinderen in tropenkleding met soms een aantal inlandse bedienden die zijdelings op de foto staan en wat onzeker kijken. 

Julie had een blanke grootmoeder en grootvader van de kant van haar vader. Het enige kind van haar grootouders was haar blanke vader. Julie had een vader die in Soerabaya op Haagse wijze werd opgevoed en naar de Hollandse lagere school en de Hollandse HBS beiden in Soerabaya werd gestuurd. Als hij na school naar huis kwam was er zijn lieve baboe die hem als kind jaren lang waste en naar bed bracht. En hem fijne hapjes toestopte die zijn moeder verbood. De lieve en warme baboe was zo anders als zijn strenge en afstandelijke moeder. De baboe van Ferdinand kon lief troosten. 

Toen Ferdinand ver van zijn moeder en baboe aan zijn eerste baan begon als negentien jarige assistent-machinist op een suikerfabriek in Poerworedjo werd hij al snel verliefd op de vier jaar oudere Charlotte. Een halfbloed meisje met de warme melancholische maar troostende uitstraling van zijn baboe en die net zo accentloos Nederlands sprak als zijn moeder. 

Twee maanden na de geboorte van hun eerste kindje Julie, trouwden zij heimelijk en zonder groot feest in het huis van de assistent-resident niet ver van het station van Jenar. De moeder van Ferdinand was niet aanwezig, zij was woedend en diep verdrietig geweest. Haar énig kind was gevallen voor een meisje uit de lagere rangen. Dat gaf toch geen stand, en wat zou men in Holland wel niet denken.  

Die mooie oude Tempo Doeloe beelden die in menig boek over het oude Indië te vinden zijn en zo gekoesterd worden. Beelden die zelden de kleine en grote waarheden aan het licht brengen rond de discriminerende en racistische opvattingen en de daarbij bedachte wetten die de koloniale overheersers de inlandse bevolking oplegde. 

Er waren drie soorten wetten: Voor de Inlanders,  voor de nieuwe ‘tussenlaag’ die Indo’s werden genoemd en voor de Europeanen c.q. Nederlanders. De rechtspositie van de Indo’s zou pas vanaf 1898 enigszins verbeterd worden. Vanaf de VOC periode begin 1600 werden er al gemengdbloedige kinderen geboren o.a. door het grote gebrek aan blanke vrouwen. In een later stadium zouden deze kinderen zich weer mengen met andere halfbloed kinderen of anders met een Hollander of een inlander. 

Het Indo zijn komt dus voor in vele varianten. Julie werd geboren uit een blanke vader en een halfbloed moeder maar zag er desondanks zeer Indisch uit. Al jong werd haar voorgehouden dat zij ‘anders’ was en zich vooral zeer Hollands diende te gedragen. Door haar zeer Indische uitstraling kon Julie zich tijdens de Japanse bezetting relatief onopvallend in verschillende steden op Java min of meer schuil houden. Eenmaal in Nederland aangekomen eind 1946 werd Julie er bijna dagelijks aan herinnerd dat zij Indisch was, dus anders. Of zij Nederlands sprak (begreep) en kon schrijven werd haar vaak gevraagd. 

Het verhaal rond Julie noteren is als een dwaaltocht door een ver verleden waarin kleine en grote gebeurtenissen voortdurend nieuwe consequenties lijken te hebben, niet in het minst voor het opslagvermogen in het DNA van Julie en haar kinderen en kleinkinderen. Ouderwetse uitspraken zoals ‘je neemt er wat van mee’ of ‘je houd er wat aan over’ krijgen weer betekenis. Julie en haar nakomelingen komen immers voort uit gemengde relaties. De moeder van Julie heet Charlotte Deuning en háár moeder was een Javaanse uit de kraton van Yogyakarta en geboren rond 1855. Bezien met de toenmalige westerse ideeën over de ‘Inlanders’ moet mijn overgrootmoeder primitief, infantiel en ook ‘niet goed snik’ zijn geweest. 

De in Solo (Soeracarta) geboren overgrootvader van Julie, Casper F. Deuning (1841) was ook niet helemaal van het zuiverste bloed en zou daardoor niet op kunnen klimmen op de maatschappelijke ladder om bijvoorbeeld hoofdambtenaar te worden. Hij bracht het tot administrateur van de Suiker Fabriek Tjokro Toeloong in de buurt van Klaten. De beste posities waren immers gereserveerd voor Hollanders met 100% Nederlands bloed.

De Rotterdamse verfhandelaar Hendrik Tollens schreef in 1816 een prijswinnend en later tot volkslied verheven gedicht:

Wien Neêrlands bloed in d’âd’ren vloeit,
Van vreemde smetten vrij,

Dat  was duidelijke taal en sloot zo mooi aan op de goedburgerlijke opvattingen ter bescherming van de geldende normen en waarden om het anders zijn (dus geen Hollander) en afwijkend gedrag tot infantiel, ziek of ongewenst te verklaren. Een zienswijze die ook naar Nederlands-Indië werd geïmporteerd (en ook heden nog op nieuwkomers in Nederland als etiket wordt geplakt). 

Dat je door een verblijf in Nederlands-Indië enorm zou veranderen en ook de tropenkolder kon oplopen of ‘zenuwziek’ kon worden blijkt wel uit een artikel in de toenmalig veel gelezen “De Gids”. In het magazine verscheen in 1888 een artikel van de arts Th. Swart Abrahamsz. over Eduard Douwes Dekker. Toen al zeer bekend onder zijn pseudoniem Multatuli en schrijver van o.a. het veel gelezen boek Max Havelaar. Een geromantiseerde aanklacht tegen de uitbuiting van de Javaanse landarbeiders maar ook een aanklacht tegen de toenmalige politieke keuzes. 

Het is niet bekend of Dr. Swart Abrahamsz ooit in Nederlands-indië is geweest maar Swart Abrahamsz dacht aan te kunnen tonen dat Dekker behoorlijk ziek(er) was geworden vanwege zijn verblijf in de ‘West’. Lees eens aantal passages mee uit een van de vele lezenswaardige ‘opstellen’ van de letterkundige Jean Koene* die geven een goed beeld van de polemieken geschreven na het overlijden in 1887 van Multatuli. Het opstel uit 1997 is getiteld; ‘Een hooggewaardeerde zenuwlijder’

‘eene ziektegeschiedenis’

Na de dood van Multatuli, in 1887, werd het stilzwijgen doorbroken en barstte de kritiek los. De aanzet daartoe werd in 1888 gegeven door een neef van Multatuli, de arts Dr. Swart Abrahamsz. Die schreef in dat jaar een stuk in het tijdschrift De Gids, niet over het werk, maar over de persoonlijkheid van Multatuli. Met die persoonlijkheid bleek iets ernstigs aan de hand. Op grond van medische en ‘zielkundige’ analyse was Swart Abrahamsz tot de slotsom gekomen, dat Multatuli geestelijk niet in orde was en als gevolg daarvan niet verantwoordelijk kon worden gesteld voor wat hij deed en schreef. 

Het resultaat van het onderzoek werd gepubliceerd in De Gids onder het veelzeggende opschrift: ‘Eene Ziektegeschiedenis’. Douwes Dekker leed — volgens de diagnose van Swart Abrahamsz — aan een zenuwziekte, die ten gevolge van zijn verblijf in Nederlands-Indië zeer ernstige vormen had aangenomen. 

Was hij in Nederland gebleven, dan zou de patiënt er minder slecht aan toe zijn geweest, want hier zouden ‘de eischen der Europeesche samenleving en voornamelijk de eisch van beroepskeuze’ een matigende uitwerking op zijn ziekte hebben gehad. Aan zijn verblijf in de tropen was het toe te schrijven, dat het met de zenuwlijder helemaal de verkeerde kant op ging. Het onderzoek dat Swart Abrahamsz had ingesteld, wees uit dat Douwes Dekker een ongevaarlijke neurasthenicus was. Doordat hij nogal tenger was uitgevallen, had de maatschappij niets van hem te vrezen. Heel anders zou het zijn geweest, als hij een atletisch type was geweest. In dat geval had men hem, in zijn eigen belang en in het belang van de maatschappij, moeten opsluiten in een krankzinnigengesticht of in een gevangenis.

Dr. Swart Abrahamsz had inderdaad bijzondere ideeën over geestesziektes die mede door het aanwezig zijn Indië versterkt zouden worden. Neem anders zijn opmerkingen over Chinezen in zijn artikel over Multatuli :

Opmerkenswaardig is het in elk geval, dat de breedgeschedelde (brachycephale) volken, zooals b.v. de Chineezen, een zeer weinig ontwikkeld voorstellingsvermogen hebben, bij groote intelligentie en krachtigen wil.

Dr. Swart Abrahamsz is nog niet helemaal klaar met Multatuli;

Voorts zijn er onzes inziens nog enige factoren, die schadelijk inwerken op het zenuwgestel van den Europeaan in Indië, en die ook bij Douwes Dekker hun invloed niet hebben gemist. In de eerste plaats werkt het klimaat verzwakkend. Is deze invloed al niet dadelijk merkbaar op het individu, dat zij op de progenituur nimmer geheel uitblijft, pleit ontegensprekelijk voor haar bestaan. Wij gelooven niet te veel te zeggen, door te beweren dat nakomelingen in het vierde geslacht van Europeanen - geheel onvermengd - in de tropen niet voorkomen. 

Waar het tegendeel verzekerd wordt is de bewering verdacht en niet te bewijzen en mocht het wèl het geval wezen, dan zijn de gevallen toch zeldzaam. Doch meestal is de schadelijke invloed wèl merkbaar bij het individu en mocht men zelf er ook niets van meenen te bespeuren, zoolang men in Indië is, dan komen de neurasthenische verschijnselen toch te voorschijn, zoodra men zich naar Europa verplaatst. Zoowel de bekende ‘apathie’ als de ‘irritabiliteit’ van onze Indische landgenooten zijn verschijnselen van zenuwverzwakking. 

Wie pas in Indië komt, herkent zijne landgenooten niet meer. Niet onaardig gaf Van Rijckevorsel den indruk, die zij op hem maakten weêr, door te zeggen, dat het hem voorkwam, als waren zij allen onder den verdoovenden invloed van morphine. Hij zou echter, bij nauwkeuriger observatie hebben ingezien, dat dit hoofdzakelijk geldt van de zoogenaamd hooggeplaatste ambtenaren, dat de ‘hommes satisfaits,’ - die in woorden en daden steeds blijken nimmer voldaan te zijn - veelal dit kenmerk vertoonen, maar dat er onder de jongeren en onder de lagergeplaatsten velen gevonden worden, die u voorkomen in een voortdurenden staat van zenuw opgewonden-heid te leven. 

Welnu, dat een zenuwstimulans onzen kalmen landaard geen minder beminnelijk aanschijn verleent, kan men aan het Indische leger waarnemen. Het Indische leger draagt een stempel, heeft een wijze van doen en laten, een bij de Hollandsche dapperheid en taaiheid gevoegd ‘élan’, dat men bij een Hollandsche troepenmacht niet zou zoeken.

Krankzinnig worden kwam ook in het oude Indië kwam regelmatig voor. Het Maleise woord amok is ook in Nederland jarenlang goed ‘ingeburgerd’ geweest. In het woordenboek staat: plotseling onbesuisd optreden, opschudding verwekken. Ofwel zomaar iemand aanvallen of willen vermoorden. Later kregen hele groeperingen de naam van amokmakers. De Nederlandse psychiaters in Indië die indertijd in de ‘krankzinnigenzorg’ werkten ontdekten ook andere ziektebeelden zoals ‘tropenkolder’ een tropische variant op de in Amerika 1869 ontdekte ziekte ‘neurasthenie’. Tropenkolder kon je krijgen door langdurig en eenzaam verblijf in de tropen. Neurasthenie behoort tot de somatoforme stoornissen

Men heeft dan lichamelijke klachten waar geen lichamelijke ziekte bij gevonden kan worden.  Tegenwoordig valt het onder de chronische vermoeidheid ziekten zoals fybromyalgie. Ziek worden in de tropen was toen ook al geen pretje. De diagnostiek was nog zeer beperkt evenals het aantal ‘behandelbare’ ziektebeelden. In de Javapost.nl schrijven Menne Bartelsman en Pieter Eckhardt een geslaagd artikel over vier psychiatrische syndromen die in Indië behandeld werden.

Voor de Europeanen waren er wel zorg voorzieningen maar voor de Indo’s en inlanders was dat een aanzienlijk minder of soms in het geheel niet. Hierbij speelde ook een rol of je een Nederlands Onderdaan was. Rond 1880 woonden er circa 60.000 Europeanen in de Indische archipel. Hoeveel Indo’s er werden geboren werd niet bijgehouden. Als een militair een syfilis  had opgelopen dan kon hij wel behandeld worden maar zijn Njai niet. 

Als de militair genezen werd verklaard dan was het advies om een nieuwe vrouw te zoeken snel gegeven. Inlandse vrouwen die syfilis hadden in de ‘sluimerstand’ gaven zonder dat zij het wisten de ziekte door aan hun nieuwe kinderen. Die werden dan ‘Tolol’ (dom, getikt). Maar er was verbetering op komst. Er klonken steeds meer protesten tegen de op uitbuiting gestoelde politiek en vanaf 1901 is het nieuwe beleid een feit.

Koningin Wilhelmina bepleit in 1901 tijdens haar troonrede de Ethische Politiek:

- Als Christelijke mogendheid is Nederland verplicht, in de Indische Archipel de rechtspositie der inlandse Christenen beter te regelen, aan de Christelijke zending op vaster voet steun te verlenen en geheel het regeringsbeleid te doordringen van het besef dat Nederland tegenover de bevolking dezer gewesten een zedelijke roeping heeft te vervullen. In verband hiermee trekt de mindere welvaart der inlandse bevolking op Java mijn bijzondere aandacht. Ik wens naar de bijzondere oorzaken hiervan een onderzoek in te stellen. Aan bepalingen ter bescherming van de onder contract werkende koelies zal gestrengelijk de hand worden gehouden. Naar decentralisatie van het bestuur zal gestreefd worden. De toestand op het noordelijk gedeelte van Sumatra zal, naar ik vertrouw, bij handhaving van het thans gevolgde stelsel tot algehele pacificatie leiden -.

Kritische geluiden waren er ook te horen vanuit Nederland maar ook uit de Europese gemeenschap in Indië. Men maakten zich zorgen over het opkomend nationalisme onder de inlanders. Stel dat zij allemaal goed onderwijs genieten! Dan zouden ‘zij’ zich wel eens tegen de Europeanen kunnen keren. De Fransen hadden ondertussen een ander systeem opgezet voor hun koloniën. ‘Meer welvaart onder de bevolking brengen door meer economische vrijheid’. Hierbij werd niet gekeken naar ras of afkomst. De Nederlanders waren echter niet van plan om deze aanpak over te nemen. Nog rond 1930 was meer dan 90% van de bevolking analfabeet. 

De nieuwgebouwde scholen werden wel steeds meer bevolkt door Indo’s. Waarvan het merendeel zich later ‘tegen’ de Nederlandse aanwezigheid zou keren. De zo geroemde Hollandse Koopmansgeest won het telkens opnieuw van de nieuwe inzichten op het gebied van de ontwikkeling van de psychologie en de Nederlandse onderwijs methoden die op de scholen in Indië werden gehanteerd gaven de Indo’s en de knappe inlandse kinderen die naar school mochten eveneens veel inzicht in de ‘geest’ van het Nederlandse denken. Het gezegde er zijn ‘kapers aan de kust’ werd goed uitgelegd in het kader van de wereldgeschiedenis. De ‘verovering’ van Indië werd als heldendaad aan de onschuldige kindertjes uitgelegd. De inlandse kindertjes leerden op hun Desaschool ook waar Hoogezand en Sappemeer lagen.

Er waren ook mensen die zich grote zorgen maakten over het gedrag van Nederland in Indië. Met name Nederlanders die Indië goed kenden en zonder racistische vooroordelen herhaaldelijk blijk gaven van de intelligentie onder de Javaanse bevolking. Een van hen was Dr. J. H. Abendanon. Jaques Henrij Abendanon was in 1852 in Suriname geboren in een joodse familie van vermoedelijk Portugees-Braziliaanse afkomst. In 1862 het zelfde jaar dat het tweede kabinet van Johann Rudolph Thorbecke was geïnstalleerd kwam Abandanon in Nederland aan. 

Het was ook het jaar dat Fukuzawa Yukichi in Nederland op bezoek was om kennis te maken met de zeden en gewoontes in Europa. Fukuzawa is later de oprichter geworden van de Keio School voor Nederlandse Studies die nu de huidige Keio Universiteit is genoemd. Abandanon is later rechter geworden in Batavia het huidige Jakarta. Door dit werk ontstond bij hem de overtuiging dat door verouderde voorschriften en rechtspreking er geen ‘recht’ aan de Javaanse bevolking werd gedaan. Abandanon bekritiseerde de misstanden en drong aan op gelijkwaardige behandeling van alle inwoners zonder onderscheid op huidskleur (Indo’s) of ras.  

Zijn vriendschap met Raden Mas Ismangoen Danoe Winoto die in latere jaren onderwijs inspecteur op Java was en met de eerste vrouwelijke inlandse die uitstekend Nederlands schrijvende Raden Adjeng Kartini zal Abandanon zeker beïnvloed hebben tijdens zijn werk na zijn benoeming tot directeur van Onderwijs, Eredienst en Nijverheid in 1900. Na zijn pensionering bleef hij nog actief vanuit Nederland als publicist van vele artikelen en heeft op de achtergrond een zeer grote rol gespeeld bij de introductie van het onderwijs in de koloniën.

Nog in 1911 nam Jaques Abandanon deel aan de First Unversal Races Congress in Londen. Een van de initiatief nemers was Felix Adler oprichter van de Ethical Culture Movement  in Amerika. Als vertegenwoordigers van de Nederlandse Ethische Politiek was er een grote groep Nederlanders aanwezig. Wereldwijd was er belangstelling geweest voor dit eerste congres. Er was ook een  vertegenwoordiging uit Japan waaronder professoren van de Keio Universiteit uit Tokio en natuurlijk was er een ook vanuit Duitsland veel belangstelling. Japan en Duitsland hadden zo hun eigen ideeën over de verschillende rassen. Dat zou pas vele jaren later  blijken uit de Duitse plannen met de joden en zigeuners. 

Rond 1911 had Duitsland veel minder koloniën dan de Britten, Fransen of Nederland. Koloniën die Duitsland allen weer zou kwijt raken door het Verdrag van Versailles uit 1919. Japan had ook geen Koloniën van betekenis behalve dan Taiwan (Formosa) van 1895 tot 1945. De Amerikanen hadden het overigens in 1910 wel op een akkoordje gegooid met de Japanners. Uit zorg tegen de Russische invloed in Korea had Amerika er geen bezwaar tegen dat Japan Korea volledig zou annexeren. Als zij Filipijns Amerika dan maar met rust zouden laten. Japan en Duitsland hebben vanaf 1930 getracht hun achtergestelde positie in te halen wat uiteindelijk zou leiden tot de tweede grote wereldoorlog van 1940 tot 1945.

Hoeveel Indo’s ofwel gemengdbloedigen er indertijd zijn achtergebleven in het huidige Indonesië is niet precies bekend. Er wordt hier en daar geschreven over enige miljoenen. Velen onder hen zullen zich niet (meer) bewust zijn geweest van hun westerse roots of waren al dusdanig in de Indonesische maatschappij geïntegreerd dat zij geen aanleiding of mogelijkheid zagen om zich alsnog Nederlander te willen voelen. Na de nationalistische oproer periode de Bersiap-periode in 1945 en nog tientallen jaren daarna was het in Indonesië ‘not done’ en zelfs levensbedreigend om je voor je voor te laten staan op gedeeltelijke blanke afkomst. 

In Nederland wonen momenteel circa 1,2 miljoen nakomelingen van wie beide ouders of grootouders of een van hen in een van de voormalige Nederlandse koloniën zijn geboren. Een steeds grotere groep van deze nakomelingen wil weten waar zij vandaan komen en wil begrijpen waarom hun ouders of grootouders zo zwijgzaam en weemoedig waren. Of soms zo onvoorstelbaar boos. 

Na de tweede wereldoorlog zijn er circa 350.000 grote en kleine mensen uit het voormalige Nederlands Indië ‘gerepatrieerd’. De hieruit voortgekomen bevolkingsgroep wordt wel de eerste generatie van de ‘succesvolle integratie van  buitenlanders’ in Nederland genoemd. Ook in Indonesië was men trots op de succesvolle integratie van de Indo’s die zelfs hun Hollandse namen veranderden. 

 angst voor vroegtijdige paring in Indië



Jeanne van der Steur-Heyligers en haar schoondochter Charlotte van der Steur-Deuning

Pa van der Steur met 8 Indo jongens rond 1906 - 
Uiteindelijk zou Pa van der Steur rond de 7000 veelal uit  gemengde 
relaties geboren kinderen in zijn opvanghuizen opnemen

kweekschool voor Inlandse onderwijzers

Hollandse meisjesschool in Indië

Een Desaschool in Indië 

Hollandse mannen na het zware werk in Indië

Dr. Swart Abrahamsz en Multatuli (Douwes Dekker)



Een ambulance in Indië

Behandel ruimte in een psychiatrisch ziekenhuis Indië

 De Herenafdeling van een ziekenhuis op Java

De Damesafdeling van een ziekenhuis op Java

Een groepje tennisspelers in een krankzinnigengesticht op Java

Inlandse patiënten in een ziekenhuis op Java aan de middagmaaltijd  


Tijdens de oorlogen op Sumatra/Atjeh vochten er behalve Inlanders ook speciaal 
uit West Afrika gecontracteerde soldaten mee. 
Het merendeel woonde in Poerworedjo en huwden veelal met Inlandse vrouwen.