Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

DNA deel 1 - Casper Frederik Deuning - Suikerman van de oude garde – 1842 - 1870


Al eerder schreef ik nieuwsgierig te zijn naar het DNA van Julie. Maar ook naar de overerfde eigenschappen van haar ouders en voorouders en hetgeen zij hebben overgedragen aan hun kinderen en kleinkinderen. Hierbij speur ik niet alleen naar trauma’s en andere ellende maar ook naar zintuiglijke en andere vormende ervaringen zoals opgroeien in een landelijke of stedelijke tropische omgeving of verhuizingen en andere ingrijpende veranderingen die kinderen en later volwassen geworden nakomelingen alleen kunnen doorstaan als zij ‘stevig’ genoeg zijn. Kindersterfte door zwakheid of ziekte in het Indië van voor 1900 was één op de vijf maar vermoedelijk hoger.    

Jeanne Heijligers de ‘blanke’ grootmoeder van Julie (kant van Julie's vader) heeft bijna haar gehele leven in steden zoals Soerabaja of Bandoeng geleefd. De zeer Indische grootvader en de inlandse grootmoeder van Julie Kant van Julie's moeder) hebben hun gehele leven inlands en aan de voet van vulkaan de Merbabu op Midden-Java gewoond. Er zijn geen aanwijzing dat Casper en zijn vrouw Djeminem/Johanna ooit passages geboekt hebben met schepen naar de haven van Batavia of zelfs naar Nederland. Soerabaja met de trein bereiken was in die dagen een heel avontuur.

Twee kleine krantenknipsels uit 1905 sluiten het leven van Indo-Europeaan Casper Frederik Deuning af (Soerakarta 11-03-1842 – 11-03-1905 Tjepper). Casper was de andere en wél in Indië geboren grootvader van Julie. Opnieuw een grootvader die Julie nooit zou ontmoeten. Casper was de vader waar zijn dochter Charlotte nooit over sprak. Charlotte is de moeder van Julie. Er zijn geen foto’s van Casper of brieven met een handschrift van hem gebleven. Charlotte was twee jaar oud toen haar moeder Johanna vijf dagen na de geboorte van het laatste kindje in mei 1898 overleed. Kleine Marietje zou niet lang daarna ook overlijden. Johanna heeft aan veertien kinderen het leven geschonken. D.w.z. veertien kinderen die uiteindelijk zijn ingeschreven bij de burgerlijke stand als Indo-Europeaan. 

Het geheugen van Charlotte werd overschaduwd door haar eenzame jaren ná het overlijden van Casper en Johanna. In het najaar van 1905 werd Charlotte in het internaat van de Zusters Franciscanessen in Semarang geplaatst. Haar oudere broers en zusters woonden en werkten op verschillende plaatsen in de provincie Bojolali. Casper had na het overlijden van Johanna nog twee jaar in het ouderlijk huis op het terrein van Suiker Fabriek Tjokro Toeloeng gewoond. In 1900 kon hij met pensioen na vijfentwintig jaar als administrateur van de onderneming werkzaam te zijn geweest.

Wat betekend eigenlijk ‘Suikerman van de oude garde’. Is dat een compliment of een verwijzing naar de oude tijden van het beruchte ‘cultuurstelsel’ (1830-1870)’ de periode waarin op buitengewoon slimme wijze via de opbrengsten uit ‘Landverhuur’ half Nederland werd afgebouwd. In het epicentrum van alle activiteiten bevond zich de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Een ideetje van Koning Willem I om van Nederland weer een grote mogendheid te maken na het faillissement van de VOC. De Sultans werden betaald voor het verhuren van hun landerijen inclusief de werkende bevolking. De bevolking mocht alleen voor export geschikte producten verbouwen en uit de opbrengsten werden de Sultans en hun families betaald. Uiteraard na aftrek van belastingen, ambtelijke kosten en militaire bescherming tegen andere opstandige sultanaten. Rond 1840 woonden er minder dan tienduizend Europeanen in Nederlands-Indië waarvan de helft in de hoofdstad Batavia.

Casper Frederik Deuning werd geboren in 1842. Zijn vader was de in Soerakarta aangestelde Lijfwacht-Dragonier Hendrik Deuning en woonde in Fort Vastenburg.  Hendrik diende weliswaar onder de koning Willem I en II maar stond onder bevel van  August Jan Casper Dezentjé de vader van de later zo fortuinlijke Tinus Dezentje die tevens (meer dan) 28 kinderen zou produceren. Toen Casper werd geboren was Koning Willem II ofwel Willem Frederik net twee jaar koning der Nederlanden. In het leger werd Willem II ‘Slender Billy’ genoemd. Journalist Eillert Meeter geeft in zijn in 1857 verschenen memoires wat nadere uitleg over de bijzondere bijnaam van Willem II. 

Koning Willem III was een stuk dikker en trouwde met zijn nicht. Willem III werd door Sicco Roorda van Eysinga niet geheel onterecht ‘Koning Gorilla’ genoemd. Willem III werd na zijn tweede huwelijk de vader van Koningin Wilhelmina. De kleurrijke Sicco Roorda  heeft enige jaren in de Kraton van Soerakarta gewoond en Casper zal hem vast wel eens op straat hebben zien lopen. Casper is opgegroeid in en om Fort Vastenburg waar zijn vader deel uitmaakte van de militaire eenheid die de Sultan moest beschermen. Uit het ‘Geslachts-register van 1857’ blijkt dat er in dat jaar acht mannelijke Deuning’s in Soerakarta zouden wonen. Tien jaar later zijn er nog drie in leven. 

Het zijn de Duitse afstammelingen uit de vierde generatie van Michiel Doningh uit Anspach (Hessen-D) die op 29 november 1728 voet aan wal zette in de haven van Batavia. Zes generaties lang zou géén van de Deuning’s met een Europese vrouw trouwen. Al de kinderen en kleinkinderen van Michiel Deuning kinderen hadden een inlandse moeder waarvan hun erkenning pas mogelijk werd na een wetswijziging in 1892.

Wij zijn in 2013 in Tjepper het huidige Ceper baru’. Casper is gestorven in een huis op het terrein van Suiker Fabriek (S.F.) Tjepper. Hij zal daar op bezoek geweest zijn bij twee van zijn kinderen die daar werkzaam waren. Zou Casper op die zaterdag zijn verjaardag gaan vieren met al zijn kinderen? Zijn jongste dochter Charlotte was toen nog net geen acht jaar oud. Charlotte zou vijftien jaar later de moeder van Julie van der Steur worden. Haar oudere zus Anstina (1886) was toen al samen met haar aanstaande verloofde en leerling-tramconducteur Louis Bennewitz. Anstina werkte op de administratie van de suikerfabriek. Anstina en meerdere zussen en broers hadden het Klein-Ambtenaren-Examen gehaald wat aansloot op het Lagere Hollandsche School diploma. Met dit kleine examen had kon men als Indo-Europeaan een positie veroveren in de lagere regionen van de Indische ambtenarij of men kon zoals veel zoons van Casper een (stoom)machinisten opleiding gaan doen. 

Het Groot Ambtenaren Examen was voor geen van de Indo-Europese Deuning kinderen haalbaar geweest. Om dat diploma te kunnen veroveren moest je naar de Hogere Burger School en daarna naar Batavia of naar de Indische Instelling in het verre Holland. En je moest bij voorkeur blank zijn.

In 1967 woonde tante Anstina (1886) met drie zusters waaronder mijn oma Charlotte en een nicht in Den Haag. ‘Kijk eens hier’ en tante Anstina pakte voorzichtig mijn arm en leidde mij schuifelend naar een groot schilderij. Een Javaans landschap met zicht op de Merapi vulkaan. ‘Kijk’ spraak zij met zachte stem en met dat lichte Indische accent. ‘Daar ga ik later naar toe en dan haalt de koessir (koetsier) mij op om mij naar Tjokro Toeloeng te brengen. De djongos (huisbediende) heeft mijn kamer al op orde gemaakt. Dan ben ik weer thuis weet je’. Met die typische Indische klemtoon op thuis. Tante raakte het schilderij voorzichtig aan en haar ogen dwaalden weemoedig over het landschap. In haar ogen boven de perzik kleurige wangen welden kleine tranen op. Weet je .... ik ben zo moe. Het thuis van tante Anstina was het grote vrijstaande huis op het terrein van Tjokro Toelong. Waar in de achtertuin de kleine aarden kruikjes werden begraven met de navelstreng van elk pas geboren kind.

Casper heeft nooit gestudeerd. Studeren en een Hoge Ambtenaar worden binnen het Indisch Gouvernement was een onhaalbare ambitie van de Indo-Europeaan, hooguit een droom. Wettelijk mochten alleen de in Nederland geboren ambtenaren de hoge posities in nemen. Door hun gemengde afkomst werden Indo’s zelden als volwaardige collega’s door hun blanke broeders geaccepteerd. Nog geen jaar eerder werd het in de Tweede Kamer besproken Rhemrev rapport over mistanden op Oost Sumatra door de daar heersende planters honend afgedaan als ‘weer zo’n rapport door een halve Javaan’. Dat was 1904. Het rapport was geschreven door de ‘Indische’ officier van Justitie J.L.T. Rhemrev. Met de naam Rhemrev is iets bijzonders aan de hand. Draai de naam om en je komt op  Vermehr. Casper Deuning is in het toen nog dorpse Soerakarta geboren in 1842. Hij groeide op in en rond het oude Fort Vastenburg in het gezin van soldaat Hendrik Deuning. 

In het Zeeuwse emigratieregister komt de naam Deuning veel voor. Die Deuning’s vertrokken echter allen naar Amerika en waren niet katholiek. Honderd jaar eerder op 29 november 1728 zette Michiel Doningh uit het Duitse Anspach voor het eerst voet aan wal op de kade van de haven van Batavia. Michiel was in dienst bij het VOC als soldaat. Hij zou nooit meer naar Nederland en Duitsland terugkeren. Zijn naam zou rond 1854 vernederlandst worden. In 1741 kon Michiel ontslagen worden van zijn VOC taken en werd ‘Vrijburger'. Hij zou zich vestigen in Soerakarta, het huidige Solo. Er woonden tot 1870 nauwelijks Europese vrouwen in Oost-Indië zoals het toen nog genoemd werd. En Michiel zal zo als zoveel uit Europa afkomstige sinkeh (nieuwkomers) samengewoond hebben met de vaak beeldschone Inlandse vrouwen die al zeer jong beschikbaar waren om in te trekken als bediende of Njai. 

Deze vorm van samenleving werd als onwettig beschouwd maar men kon kinderen na zeer veel administratieve rompslomp wel erkennen. Volgens de toenmalige Nederlandse wetgeving in Indië waren er maar twee categorieën bevolking. Inlands of Europees. Als de Europese vader een rechtschapen en gefortuneerd man was dan zorgde hij ervoor dat zijn kinderen ‘erkend’ werden. Toch zullen er zéér veel niet erkende kinderen met hun moeders terug naar de kampong zijn verdwenen. Dat fenomeen herhaalde zich voortdurend. Uit Nederland afkomstige soldaten mochten niet getrouwd zijn hierdoor nam het aantal gemengdbloedige kinderen aan het eind van 1800 zorgbarend toe. 

De Haarlemse oom van Julie, Johannes van der Steur. Begon in 1893 met de opvang en verzorging van uiteindelijk meer dan 7000 ‘soldaten kinderen’. Soldaten werden vaak overgeplaatst en lieten dan hun Njai met meerdere kinderen achter. Casper en zijn broers hadden mazzel met hun vader. Ondanks hun gemengde afkomst waren zij erkende Nederlanders geworden. In Soerakarta woonden rond 1840 circa 150 Europeanen waarvan er een zeer klein gedeelte echt uit Nederland kwam. Er woonden Duitsers, Fransen, Engelsen, Belgen en soms een verdwaalde Italiaan. De aanwijsbaar in Nederland geboren bewoners waren de Hoge Ambtenaren of Officieren. 

Wettelijk konden alleen in Nederland geboren personen tot de hoogste rangen in Indië doordringen. Nieuwkomers werden opgevangen in de sociëteit een belangrijke (verplichte) sociale ontmoetingsplaats. De sociëteit van Soerakarta  bevond zich niet ver bij de Kraton (paleis) van de sultan vandaan. In de sociëteit ‘de Harmonie’ werden de nieuwkomers ingewijd in de ‘kunst van het overleven in de Oost’. Daar kreeg je de tips om aan een huishoudelijke staf te geraken. Daar kreeg je te horen over hoe men zich moest gedragen in het openbare leven. Daar kreeg je te horen dat ‘un lit séparé’ de beste mogelijkheid was om niet te veel kinderen te maken. 

Rond 1840 woonden er op Java circa 5 miljoen Javanen en circa 4000 Europeanen die onder het Nederlandse bestuur sorteerden. 4/5 van Java was nog bos of bergachtig. Casper zal net als veel van zijn wel en niet erkende of gewettigde stadsgenootjes de Hollandse Lagere School hebben bezocht alwaar zij streng in de Hollandse taal werden onderwezen. Dat was ook hard nodig want de omgangstaal was een mengeling van Nederduits, Hollands, Frans en Maleis. Toch zal de inheemse invloed op Casper zeer groot zijn geweest. Aan de randen van kleine wijkjes waar de minder gefortuneerde Europeanen woonden, begonnen de kampongs waar ook vriendjes woonden en daar achter bevond zich het weelderige tropische landschap met altijd uitzicht op vulkaan de Merbaboe.

Hendrik de vader van Casper komt op 18 november 1859 te overlijden. Zijn vrouw Sara de gedoopte inlandse vrouw en moeder van Casper was hem in 1843 al voorgegaan. Casper is net zeventien jaar oud als hij wees word en samen met zijn één jaar oudere broer Frederik de verantwoordelijk hebben over de huishouding en de kleine nalatenschap die niet meer geweest zal zijn dan het ouderlijk huis en wat spaargeld. Nakomertje Frans is nog te jong om aan het werk te gaan en Casper is genoodzaakt om werk te vragen bij de eigenaren van firma Dorrepaal en Co uit Semarang die ook een bijkantoor en winkel in Soerakarta hadden. Hij kan als leerling klerk aan de slag binnen Handelsonderneming Dorrepaal wat handelde in alles wat los en vast zat en waarvan de eigenaar al snel tot de eerste lokale miljonairs van Indië geteld kon worden. 

Casper zou tot aan zijn overlijden de familie Dorrepaal trouw blijven. Veel van zijn kinderen en schoonkinderen zouden op zijn voorspraak werk vinden in één van de vele Dorrepaal kantoren, plantages of fabrieken. Als Indo-Europeaan had hij weinig andere keus. Loyaliteit en even de andere kant op kijken bij duistere zaken of helpen bij de uitvoering daarvan werden immers beloond.

In 1862 was ook het doorgaans zo rustige en saaie Soerakarta in rep en roer. Eindelijk zouden de zo vaak bijgestelde plannen voor een spoorweg waar ook Soerakarta mee verbonden zou worden doorgang gaan vinden. Op vrijdag 31 oktober waren er de gehele dag grote festiviteiten. Het Samarangsch Advertentie-Blad van 2 november bracht uitgebreid verslag. Nooit eerder was er een dergelijk feest in Soerakarta georganiseerd waar de gehele bevolking bij betrokken was geweest.  De Europese en Chinese wijken waren schitterend verlicht net zoals het huis van ‘den Resident Nieuwenhuijzen’. Behalve de Gouverneur Generaal van Indië Baron Sloet van de Beele waren ook Zijne Hoogheid de Soesoehoenan (Keizer) en ook Prins Mangkoe Negoro op het feestje. Casper kon vanaf de straatkant in het gevolg van de Resident en zijn werkgever en eveneens de bankier van de ‘Landhuurders‘, mijnheer G.L. Dorrepaal waarnemen. Een baas die het enige jaren later flink aan de stok zou krijgen met ingenieur Sicco Roorda van Eijsinga die later goede vrienden zou worden met Multatuli ofwel Eduard Douwes Dekker de schrijver van het boek Max Havelaar.

Al die hoge bezoekers die Casper en zijn broers met ontzag en verwondering tijdens het spoorweg-aanleg-feest van 1862  voorbij zagen komen vertegenwoordigden een kleine ‘witte’ gemeenschap die de dienst uitmaakte over  geheel Indië. Een dienst die maar één belang en opdracht had, een forse bijdrage leveren aan het ‘Batig Slot’. Ofwel de winst die voortkwam uit het ‘cultuurstelsel’. Toen Casper geboren werd in 1842 heerste er enige jaren later grote hongersnood onder de inlandse bevolking die ook de landerijen rond Soerakarta zouden treffen. Enerzijds ontstaan door klimatologische problemen anderzijds door de veeleisende landverhuurders die ondanks de hongersnood hun export naar Nederland op peil wilde houden. Casper groeide relatief veilig op binnen de muren van het grote fort. 

Pas vanaf begin 1850 kon Soerakarta weer opgelucht ademhalen en werd het stadje beetje bij beetje uitgebreid en kwamen er meer inwoners die meehielpen de economische groei te bevorderen. Er ontstonden nieuwe straten en daaromheen weer nieuwe wijken. Er werden stenen Kerken en een Komedie gebouwd en ook een schoolgebouw voor vervolgonderwijs. En buiten het centrum belevende de Chinezen en Arabieren hun eigen religies. De Javanen hadden meerdere geloven en veel mysterieuze rituelen. Casper zal ze allen gekend hebben ondanks dat zijn familie christelijk was (of werd). Rituelen en gebruiken waar de Hollanders gaan bezwaar tegen hadden zou lang die niet tot onrust of zelfs opstanden zouden leiden. Ook Casper en zijn familie verhuisden naar een nieuwe wijk vlak bij de Chinese wijk waar tot ’s avonds laat altijd heerlijke hapjes te krijgen waren. Of anders wel bij inlandse warong die ieder hun eigen specialiteiten hadden. Het was een leven zonder haast behalve als de oogsten binnen gehaald moesten worden.

In 1862 was Casper twintig jaar oud en zal zich vast niet bezig hebben gehouden met kritiek op de  uitbuitingspraktijken van het Gouvernement wat onder direct bevel van de Koning stond. Hij zal zich ook niet al te vaak opgewonden hebben over het lot van de Inlanders. Hij was een kind uit de vijfde generatie van een uit Duitsland afstammende blanke grootvader die hem een Europese naam had geschonken. Door de relaties die zijn grootvaders met inlandse vrouwen hadden gehad was er vijf generaties later bar weinig Duits bloed te vinden in de genen van Casper. Hij sprak met familie en vrienden Maleis en een mengeling de lokale Javaanse talen. Op school had hij vriendjes gehad met een Europese Chinese, Arabische of inlandse achtergrond. Zijn vader behoorde tot de onderste laag van de groeiende middenklasse en zijn moeder was een inlandse uit de kampong van Soerakarta. 

Kinderen van Lijfwachten-Dragoniers werden niet als vanzelfsprekend lijfwacht. Dit stond los van de vraag of zij het ook wilden worden. Je werd aangewezen of niet gevraagd. Casper zal op verschillende kantoren en cultuurmaatschappijen het vak van ‘administrateur’ aangeleerd hebben. Een vak wat vanaf medio 1870 sterk zou veranderen door de afschaffing van het cultuurstelsel en de overgang naar twee nieuwe wetten de Agrarische wet en  de Suikerwet. Door de introductie van beide wetten kreeg ook Casper de kans om carriere te maken. – De onder deze tekst geplaatste afbeeldingen geven een indruk van het leven in en rond het oude Soerakarta het huidige Solo. Heden wonen daar meer dan 600.00 mensen.

Meer lezen over Casper ga naar - Deel 2 periode 1870 – 1905







1852 uitzicht op de Merbabu


1862-1866 Soerakarta

1852 - "De Europeaan in Nederlandsch Indië.”



Pakoe Boewono IX met echtgenote - 
Gouverneur Generaal Baron Sloet van de Beele - 
Prins Mangkoe Negoro die ook eigenaar was van S.F. Tjolomadoe

Sicco Roorda van Eysinga -
 G.L. Dorrepaal (Droogstoppel II) - 
Multatuli 

Soerakarta - Lijfwacht-Dragonier met echtgenote - 
Charles Louis Deuning oudste zoon van Casper Deuning

1860 - Suiker Fabriek Tjolomadoe 

Entree Kraton Soerakarta omstreeks 1870

1890 circa - Straatje in Soerakarta

Een Javaanse arbeiderswoning

Omstreeks 1870 Fort Vastenburg Soerakarta

1924 Fort Vastenburg Soerakarta

1870 Residentiehuis Soerakarta

1870 - Johannes Zoetelief Resident van Soerakarta en later Suiker Inspecteur - 
Hendrikus Zoetelief zoon van Johannes

!870 omstreeks - Javaanse Jonge Mannen


Pa van der Steur met 'Soldaten kinderen' 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten