Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label Joseph Luns. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joseph Luns. Alle posts tonen

1955 - Van Amsterdam naar Alkmaar en de verandering van Julie

Terwijl President Soekarno en Minister Luns van Buitenlandse zaken elkaar steeds onsympathieker vonden had Anton het idee opgevat om zijn oude beroep als tuinman weer op te pakken. Het gezin bestond inmiddels uit zes kinderen en Julie was inmiddels opnieuw zwanger. Een groter huis vinden in het door woningnood geplaagde Amsterdam was een bijna onmogelijke opgave. Politiek stonden Anton, Luns en Soekarno in die jaren aan de zelfde kant. 

De drie mannen hadden het Atlantisch denken omarmd en waren tégen de communisten. In geheel Nederland konden de communisten op steeds minder sympathie rekenen. Dat was bij Soekarno voorheen wel anders geweest maar zijn contacten met de Amerikanen brachten behalve meer politiek aanzien gewoonweg meer geld en opdrachten voor het Indonesische bedrijfsleven op. Ook de antikoloniale houding van de Amerikanen was voor Soekarno een mooi wapen tegen de onverwerkte sentimenten over het verlies van Indië in Nederland. 

Pas in 2000 zou premier Wim Kok geneigd zijn om de relatie met Indonesië in ander licht te willen stellen.  Zo niet Minister Joseph Luns die nam de opdracht om Nieuw Guinea voor Nederland te kunnen behouden in 1956 zeer serieus en moest ondanks grote tegenzin alsnog met de Indonesische regering aan de vergadertafel om de  Nederlandse (industriële) belangen in Indonesië niet in gevaar te brengen. Anton volgde via de radio en de kranten het politieke nieuws op de voet. 

Anton was zich hierdoor zeer bewust van het grote gevaar uit Rusland wat steeds dichterbij leek te komen door de Koude Oorlog. Hij luisterde veelal naar het avondnieuws op de radio terwijl hij het rekverband aan zijn onderbeen verwisselde. Het was een dichtgegroeide schotwond opgelopen tijdens een razzia door de Duitsers in de oorlogsjaren.

Anton had weinig sympathie gehad voor de acties van de Nederlandse communistische beweging tegen het optreden van het Nederlandse leger in het nieuwe Indonesië. De kaartenactie om de door de Indonesische regering aan Nederland uitgeleverd ‘overloper’ Piet van Staveren uit de gevangenis te bevrijden had hij ronduit belachelijk gevonden. Julie stond meer aan de kant van de pacifistische Koningin Juliana. Die had immers gezegd dat als de mensheid zich zo geweldig had ingespannen om de oorlog te winnen dan zouden zij toch ook met de zelfde inspanning ‘de vrede’ kunnen winnen. 

Ook Julie wist dat het op paleis van de koningin te Soestdijk niet altijd even gezellig was geweest. De gebedsgenezeres Greet Hofmans had een paar jaar grote invloed op Juliana gehad en Greet had zelfs een eigen kamer op het paleis gehad. Prins Bernhard had zich zeer verzet tegen de aanwezigheid van Greet maar anderzijds kwam de onrust in het paleis hem ook wel goed van pas zou hij vele jaren later toe geven. In 1952 werd zijn buitenechtelijke dochter geboren. 

De affaire Hofmans zou pas in 1956 door een artikel in het Duitse magazine Der Spiegel internationaal aandacht trekken. De Nederlandse pers had door zelf censuur weinig over de interne problemen op Soestdijk naar buiten gebracht. Juliana, Greet en Julie hadden met elkaar gemeen dat zij alle drie bewonderaar waren van Jidu Krishnamurti die zichzelf in 1929 zou bevrijden van de Theosofen. 

Vanaf 1925 zou Krishnamurti de door de Theosofen opgelegde volgelingen uitleggen dat hij die een ander volgt ophoudt de waarheid te volgen. Hij brak in 1930 met de Theosofen en begon de wereld af te reizen met lezingen om mensen ‘onvoorwaardelijk vrij te maken’. Julie herkende haar eigen wens naar innerlijke vrijheid in de woorden van Krishnamurti en zou haar leven lang om de zoveel tijd zijn boeken blijven lezen.

Het leven en werken als vertegenwoordiger in kantoorartikelen beviel Anton niet meer. Ondanks zijn huwelijk in 1940 met Tonia met wie hij al sinds 1938 had samengewoond was de oorlog de enige periode in zijn leven geweest waarin Anton zich het meest vrij had gevoeld. Nadat de Duitser Nederland hadden bezet in het voorjaar van 1945 had de Nederlandse samenleving zich aan moeten passen aan de nieuwe door de Duitsers opgelegde regels. Vanaf 1941 liet Anton zich steeds minder zien in zijn jonge gezin aan de Marco Polostraat. Hij wilde niet in Duitsland tewerkgesteld worden en was daarom ondergedoken geweest. 

Slechts sporadisch kon hij zijn moeder, zijn vrouw en zijn kinderen opzoeken die allen in de zelfde straat woonden. Hij leefde in die periode op tientallen ‘illegale’ adressen en verleende als zwarthandelaar hand en spandiensten aan personen die in het verzet zaten of goederen wilden ruilen voor extra voedsel. Tijdens de buitengewoon koude hongerwinter van 1944 had ook Anton grote problemen gehad om zijn kinderen, vrouw en moeder van extra voedsel en brandstof te voorzien. 

Ondanks alle spanningen die het heimelijk verzet tegen de Duitsers met zich mee had gebracht had Anton als zwarthandelaar en ritselaar voor het eerst van zijn leven een doel gehad wat op een hoger niveau had gelegen dan de economische korte termijn oplossingen waar hij voor de oorlog mee te maken had gehad. Later zou hij zijn 'werk' tijdens de oorlogsjaren 'verzetswerk' noemen. 

Anton was machteloos geweest toen hij als 8jarige mee had moeten maken dat zijn moeder had willen scheiden en heimelijk vanuit Den Helder naar Amsterdam was gevlucht. Naar een bovenwoning in de Borgerstraat. Anton’s vader was in 1890 vanwege gedragsmoeilijkheden naar de Zeevaartschool in Leiden gestuurd en zou na 30 jaar dienst als marineman recht hebben op pensioen. Een veel lager pensioen vanwege de vele voorvallen die in verband hadden gestaan met dronkenschap en agressief gedrag. Anton’s vader was in februari 1920 voor zijn laatste reis naar Batavia vertrokken. 

Helena, de moeder van Anton wilde echter zelfstandig verder en niet meer samen zijn met een echtgenoot die vaak dronken was en dan gewelddadig werd. Zij voelde zich nog jong genoeg om werk in Amsterdam aan te nemen als huishoudster of anders als winkeljuffrouw. Na zijn terugkeer uit Indië had Anton senior in zijn boosheid over de scheiding besloten om eveneens woonruimte te huren in de Borgerstraat maar dan op de tweede etage. Kort daarna raakte hij bij een vechtpartij betrokken en werd in het Huis van Bewaring opgesloten. 

Het zou tussen Anton en zijn vader nooit meer goed komen. Het melancholische en dan weer flinke gedrag van zijn moeder en de autoritaire invloed van zijn oudere zuster Marie die met de veel afwezige onderzeeboot machinist Arie was getrouwd zou een grote rol spelen in zijn psychologische ontwikkeling en zijn respect voor vrouwen en visie op het moederschap. Anton werd vanaf zijn 8ste levensjaar telkens opnieuw ergens anders ondergebracht en heeft daardoor weinig stabiliteit in zijn jeugd gekend. Vanaf 1920 tot 1947 zouden ontelbare verhuizingen volgen. De persoonskaarten uit de vele gemeente archieven zijn hier stille getuigen van.

Pas tijdens de samenleving met Julie begon Anton te ervaren wat stabiliteit was. Na de relatief vrije periode in de oorlogsjaren en het mislukken van zijn huwelijk met Tonia wilde Anton ook aan zichzelf bewijzen dat hij als echtgenoot en vader van betekenis kon zijn. De zoektocht naar een ruimer huis kwam in een nieuw daglicht te staan toen Anton in 1954 had vernomen dat de oude kwekerij van de familie Doggenaar in Alkmaar te huur zou zijn. 

Anton kende de kwekerij nabij het oude centrum van Alkmaar zeer goed. In de vooroorlogse jaren had hij herhaaldelijk als los werkman klussen in de kwekerij gedaan die verbonden was aan een bloemisterij in de Alkmaarse Langestraat. Het was ook in die periode geweest dat Anton zich bewoog tussen twee vakgebieden. Hij was samen met zijn in Den Helder wonende oudere broer Jo een kantoorboekhandel begonnen die in 1934 failliet was gegaan. Hierdoor moest hij noodgedwongen weer aan het werk als tuinman maar kon door de economische crisis geen vast werk vinden. Nadat zijn eerste huwelijk op een scheiding van de moeder van zijn eerste zoon was uitgelopen en na een avontuurlijke maar weinig succesvolle periode als vertegenwoordiger van tuinkas verwarmingen in Zuid Frankrijk zou Anton zich ‘Tuinbouwkundige’ gaan noemen. 

Na de oorlog hadden de bloemen en planten kwekers een zeer moeilijke periode. De krappe beurs van de bevolking liet niet toe dat er veel bloemen en planten werden gekocht. Toen de economie zich vanaf het begin van de jaren vijftig leek te herstellen zag Anton nieuwe kansen en ook het ruime bovenhuis wat bij de kwekerij hoorde leek aantrekkelijk te zijn. In 1955 verhuisde het hele gezin naar Alkmaar en begon Anton de bouwvallige en verwilderde kwekerij nieuw leven in te blazen. 

Voor de reeds geboren kinderen van Anton en Julie was het veel ruimere bovenhuis een zegen en de tuinderij een klein paradijs. Zij konden heerlijk spelen in de oude plantenkassen en meehelpen met het wieden van de bloemenbedden die door lange betonnen randen van elkaar werden gescheiden. Voor de twee oudste kinderen van Julie was het wonen op de kwekerij minder leuk. Die werden al snel als ‘werknemers’ van Anton in gezet. 

Omdat de kwekerij geheel opnieuw opgebouwd moest worden en nog geen inkomsten genereerde moest Julie noodgedwongen op zoek naar een vaste baan die ook de ziektekosten verzekering voor de kinderen zou gaan dekken. Julie vond al snel werk bij een grote drukkerij in de oude binnenstad van Alkmaar (Drukkerij W.F. Slinger) niet ver van de Kaasmarkt. Al heel snel maakte zij promotie omdat bleek dat Julie behalve snel drukwerk correcties kon uitvoeren ook advertenties kon schrijven en van een grafische opmaak kon voorzien. Haar salaris steeg hierdoor zo vlot dat zij besloot om een gedeelte van haar salaris te besteden aan kunstschilderlessen o.a. in het atelier van een van de bekende Alkmaarse kunstschilder Koos Stikvoort bekend van het tekengenootschap Kunst Zij Ons Doel en later van de kunstenaarsvereniging 'Doorwerken'. 

Julie genoot van haar werk en de schilderlessen. Voor het eerst na haar aankomst in het Nederland van 1946 had zij het gevoel dat haar grafische werk op de drukkerij en de teken- en schilderlessen een brug over haar traumatische ervaringen op Java zou bouwen. Julie verdiende voldoende om ook een dienstbode-kindermeisje in te kunnen huren die overdag voor de kinderen zorgde en het eten zou koken terwijl Anton de kwekerij opknapte. Het gaf haar een nieuwe vrijheid zowel op financieel als artistiek gebied. 

De zelfstandigheid van Julie beviel Anton niet geheel. Julie was vijf dagen per week aan het werk en daarnaast volgde zij nog de schilderlessen. Er waren jaloerse ruzies die geregistreerd werden door de opgroeiende kinderen. En de conflicten tussen Anton en Julie's tweede, in Indië geboren zoon liepen steeds hoger op. 

Een persoonskaart uit het gemeente archief van Den Helder
Anton is in 1912 geboren (Joseph Luns in 1911)



Anton aan het werk als vertegenwoordiger in Amsterdam



Amsterdam 1955


In 1955 verhuizen Anton en Julie naar Alkmaar. Op de foto het huis waarvan zij de boven en zolder etage in gebruik zouden nemen. Aan de achterkant was er een houten trap die over de achtertuin van de buren toegang tot de de kwekerij zou geven die door Julie - Kwekerij Bloemenland - genoemd zou worden


Op de luchtfoto links boven het adres is een parkeerterrein waar te nemen wat aansluit op het park. Hier was de oude kwekerij gevestigd waar Julie en Anton van 1955 tot 1959 zouden wonen en werken.


Een oefenschilderijtje door Julie gemaakt in 1956 
het is een van de kinderen van Julie



De Rotterdamse communist Piet van Staveren (*1925), die zich als dienstplichtige 
tegen uitzending naar Indonesië verzet had maar er toch terecht kwam, 
liep in 1947 in Djokjakarta naar de republikeinse troepen over. 
Hij veranderde zijn naam in Pitojo en probeerde in radiouitzendingen 
Nederlandse soldaten over te halen de strijd te staken. Hij werd als communist 
door de regering Hatta gearresteerd en aan Nederland uitgeleverd, 
waar hij tot 1955 gevangen zat.




Alkmaar 1956 


In 1955 werd er een conferentie in Bandung georganiseerd, 

Een belangrijk onderdeel van het debat ging over de vraag, of het beleid van de Sovjet-Unie in Oost-Europa en Centraal-Azië op dezelfde manier benaderd moest worden als het westerse kolonialisme. Men bereikte er consensus over, dat "kolonialisme in al zijn verschijningsvormen" werd veroordeeld, wat impliciet inhield dat zowel de Sovjet-Unie als het Westen dit zich konden aantrekken.  


De Greet Hofmans affaire Soestdijk bracht het Koningshuis in gevaar 
en Bernhard zocht elders troost



“Ik loop met Luns over het Plein in Den Haag”, vertelt oud-premier Piet de Jong thuis in zijn woonkamer in Den Haag. “Zegt Luns tegen mij: 'Ik heb vannacht weer mijn mooie droom gehad'. Dus ik vraag hem waarover hij het heeft. 'Nou, we liepen hier, jij en ik. En er kwam een vrachtauto om de hoek en die reed jou aan'. 
Dus ik kijk hem verbaasd aan en zeg: 'Dat is nou ook wat!' Luns gaat verder: 'Je ligt op de grond en je laatste woorden zijn: 'Neem het over, Joseph! Neem het over!'”, grijnst De Jong. Luns droomde premier te worden. En vertelde De Jong dat hij die droom had in elk kabinet waarin hij tot dan toe zitting had.


Wilde Papoea stammen in het Nieuw Guinea van Joseph Luns


Sukarno 1955


Het eerste NTS journaal in 1956. 
Pas in 1959 zouden Anton en Julie 
hun eerste TV aanschaffen.

1957- Witte Sinterklaas – Zwarte Sinterklaas en zoon Ted gaat uit huis

Het was een strenge winter met veel sneeuw die ook op de kwekerij van Anton was gevallen. Er was dat jaar weinig geld voor Sinterklaas cadeautjes. De kinderen kregen wanten en wollen mutsen en dikke wintertruien. Alhoewel Anton een auto had waar veel kinderen in zouden passen werd de auto hoofdzakelijk gebruikt voor boodschappen en het wegbrengen van bestellingen. Ook in latere jaren zouden Anton en Julie met hooguit twee tot drie kinderen op vakantie gaan. 

In Indonesië werd dat jaar onder de aldaar wonende Nederlanders een uiterst somber Sinterklaas feest gevierd. Vanwege grote onvrede over de Nieuw Guinea kwestie had de Indonesische regering op 5 december 1957 besloten alle nog in Indonesië woonachtige Nederlanders als ‘staatsgevaarlijk’ te gaan beschouwen. Zij moesten vertrekken en de Nederlandse bedrijven werden genationaliseerd. Minister Luns hield zich strak aan de opdracht om de Papoea’s op Nieuw Guinea te helpen en zodoende Nieuw Guinea voor Nederland te behouden. Ook de in Indonesië achtergebleven broer van Julie moest met zijn gezin uit Bandoeng vertrekken. Hij zou na veel strubbelingen pas in 1959 met zijn gezin in Nederland aankomen.  

De kinderen van Julie en Anton wisten zeker dat Laika ook in november 1957 over Alkmaar was gevlogen. Het was een Russisch hondje wat op 3 november 1957 door de Russen met een Spoetnik raket de ruimte in was geschoten. De schoolkinderen op het nog niet verbouwde Alkmaarse Canadaplein tuurden tijdens de ochtendpauze de hemel af terwijl de lucht bezwangerd was van de geur van de ‘Dik In Orde Pudding’ van de nabijgelegen Victrix puddingfabriek. 

De Russen deden toen toch wel rare dingen. Eerst veel problemen veroorzaken in Hongarije 1956 waardoor er ook in Alkmaar opeens Hongaarse vluchteling kinderen rond liepen en nu weer een hond de ruimte in schieten. Uit solidariteit met de Hongaren werd het 8ste kind Ilona genoemd. Anton en Julie hadden het te druk om het allemaal uit te leggen wat er zoal gaande was in de wereld en de kinderen voelden zich steeds meer met elkaar verbonden en speelden stilletjes in het huis om de sombere buien van Anton uit de weg te gaan. Terwijl de eerste zoon van Julie wat volgzamer was kwam de tweede zoon van Julie, inmiddels  bijna 16 jaar oud steeds meer in opstand tegen het bewind van Anton. 

Ted had steeds meer moeite om zich te handhaven in de jaarlijks groeiende familie die voor zijn gevoel niet zijn familie was. De conflicten tussen Anton en Ted namen toe, met name vanwege zijn weigering om na schooltijd in de kwekerij onder Anton's leiding mee te moeten werken. Er was echter meer aan de hand. In 1957 was het Dorus liedje ‘er zitten twee motten’ immens populair. Ted zal het ook meegezongen hebben en zal zich een paar regels uit de tekst persoonlijk aangetrokken hebben “Ik ben een geboren eenzaam mens. Maar dat was m’n eigen wens. Een echtverbond heb ‘k steeds kunnen verhinderen .... ". 

Ted  zou jaren later zeer vaak aangesproken worden op zijn Dorus snor en zou dan antwoorden ‘maar zo voel ik mij ook’ (een thuisloze vagebond)! Ted was een hooggevoelig kind met een grote fantasie en een scherpe blik voor wat in zijn ogen recht en onrecht zou zijn. Tijdens de Japanse bezetting en de daarop volgende opstand door de Indonesische nationalisten had Julie niet voor hem kunnen zorgen. Zij was na zware verhoren en een korte maar hevige gevangenisperiode op de vlucht geslagen om de Bandoengse Kempeitai politie te vermijden. Kleine Ted was in 1943 door oma Charlotte uit handen gegeven aan een oud PTT collega van Julie. Pas drie jaar later in juni 1946 kon Julie de inmiddels bijna 5 jarige Ted weer in Bandoeng opzoeken. 

Zijn pleegmoeder Ukkie Sombeek zou zich hevig tegen zijn vertrek verzetten ook omdat Ted zijn moeder nauwelijks herkende. Zij beschuldigde Julie daarnaast van nalatigheid en collaboratie met de Japanners. Het was de tweede keer dat Julie in verband werd gebracht met samenwerking met de Japanse bezetter. In 1942 was zij verraden nadat zij enige maanden illegaal voedsel en geld aan zeer verarmde KNIL gezinnen in de Bandoengse armenwijk Tjiateul had uitgedeeld. 

Julie heeft er nooit een ‘lintje’ voor gekregen, die gingen meestal naar de mannen. Sinds de capitulatie in maart 1942 hadden deze gezinnen geen inkomen meer en was het merendeel van de mannen die als militair bij het KNIL hadden gediend geïnterneerd. Nadat zij door de Japanse politie was gearresteerd en verhoord en vervolgens enige tijd in een Bandoengse gevangenis had doorgebracht waarbij zij ook een groot aantal onthoofdingen van medegevangenen heeft moeten aanzien werd zij voorwaardelijk vrijgelaten. 

Boze tongen zouden later roddelen dat Julie het op een akkoordje met de Japanners gegooid zou hebben en zelfs als troostmeisje voor hen gewerkt zou hebben. Dit gevoel zou in 1944 versterkt worden omdat Julie vanuit haar onderduik adres in Batavia kans had gezien om met een geleend Japans bedrijfsuniform enige malen naar Bandoeng te reizen om haar twee kinderen op te zoeken. Pas na interventie door de kinderbescherming uit Batavia en Bandoeng  (Pro Juventute) en het verhoren van personen die konden getuigen dat Julie niet had gecollaboreerd of prostituee was geweest kreeg zij Ted uit handen van de zwaar teleurgestelde Ukkie Sombeek die in latere jaren in Nederland alsnog aan Ted zou vertellen dat Julie wel degelijk prostituee was geweest en zelfs een kind zou hebben gebaard wat in Osaka zou wonen. Ukkie had kennelijk nog steeds contacten met de Japanners?

Toen kleine Ted opgroeide bleek het een innerlijk verscheurd kind te zijn geworden. In de belangrijke eerste levensjaren niet opgegroeid bij zijn eigen moeder maar opgegroeid in een stad die door honger, roddel, verraad en angst werd beheerst. Bewoont door Indonesiërs die aangemoedigd door de Japanners veelal weinig op hadden met Indo-Europeanen. In juni 1946 werd de bijna vijfjarige jongen opgehaald door een jonge vrouw die zijn moeder zou moeten zijn. Enige maanden later was hij met zijn voor hem nieuwe moeder, zijn oudere broer en grootmoeder op weg naar Nederland. 

Julie wilde weg uit het kapotte land waar het geklaag, de roddel, het verraad en de beschuldigingen onder Indo-Europeanen soms groteske vormen had aangenomen. Want hoe had je de oorlog door kunnen komen als je niet in een kamp had gezeten? Wat had je als ‘buiten-kamper’ gedaan om te kunnen overleven? Had je met de nationalisten en de Japanners geheuld om te kunnen overleven?  Kleine Ted reisde aan de hand van zijn, voor hem onbekende moeder naar Nederland om pas in de loop van de jaren te gaan begrijpen dat zijn vader in de oorlogsjaren was omgekomen. 

Ted was innerlijk een ontheemd kind, een half-wees met een voor hem onbekende moeder die bijna elk jaar een nieuwe baby baarde van een andere man die nooit zijn vader zou worden. Julie zal moeite gehad hebben met de prangende vragen van Ted over de voor hen beide nog zo kort geleden traumatische periode. Anton en Julie hadden een doel, een groot en gelukkig gezin op de wereld zetten als bijdrage aan de wederopbouw van Nederland en hen zelf. Het ontbrak Anton en Julie echter aan een pedagogisch plan en aan voldoende pedagogisch inzicht om de boel bij elkaar te houden. De eerste grote tegenslag voor het snel groeiende gezin was het vertrek van Ted, Julie’s tweede kind naar een inrichting. En hoe ging het eigenlijk met de vier andere kinderen van Anton uit zijn vorige huwelijk?


Er zullen veel ontheemde kinderen uit Indië zoals Ted zijn. Dat blijkt ook uit de soms aangrijpende reacties op dit blog. Het zijn brieven en verhalen van ‘buitenkampers’ die nog steeds geplaagd worden door de grote en kleine gebeurtenissen uit hun jeugd in Indië. Of het zijn berichten van hun kinderen of kleinkinderen die geraakt zijn door bepaalde overeenkomsten en schrijven dan verhalen over die lieve oom of tante of brieven over vaders die maar zwegen en over moeders die zeiden; ach het was zo'n mooi land maar het is voorbij. De feestjes waar het oude Indië werd verheerlijkt maar waar de verschrikkelijke oorlogsjaren en de verliezen onder het kleed werden weggeveegd. Want daar over vertellen deed te veel pijn. 

Verhalen van mensen die net zoals Ted als Indo in Indië zijn geboren en in Nederland opgegroeid of als nakomeling in Nederland zijn geboren met een Indisch uiterlijk waardoor zij op straat bijvoorbeeld ‘pinda chinees’ werden genoemd maar thuis zelden te horen kregen wáárom zij zo genoemd werden. Er zijn ook reacties van kinderen die nu volwassen zijn die zijn achtergebleven (of achter gelaten) in Indonesië. Waar zij van jongs af aan als Indo-Europeaantjes grote moeite hebben gehad om te kunnen overleven. De kleine groep waar Ted bij hoort zal geboren zijn tussen pakweg 1940 en 1945. Hun kindertijd wordt gekleurd door enkele indringende (traumatische) vroege herinneringen. Het zijn kinderen die als klein kind een oorlogssituatie hebben meegemaakt in of buiten een kamp en vaak in een omgeving die niet het veilige thuis van hun ouders was. In een omgeving met problemen, met veel vrouwen en andere kleine kinderen allen zonder een vader of soms geen van beide ouders. 

Het bleek achteraf een grote en vooral emotionele wond te veroorzaken die tijdens de naoorlogse opbouw jaren over het hoofd werd gezien of domweg niet werd herkend of beter gezegd werd erkend. Deze ‘onbehandelde wonden’ zouden later grote invloed hebben op de ontwikkeling van hun gedrag en met name op het vermogen om relaties aan te gaan en deze inhoud en diepgang te geven. Maar ook op het vermogen om met ‘verlies’ om te gaan. 

De band die Ted met zijn pleegmoeder Ukkie gehad zal hebben mag niet onderschat worden. Zij heeft hem in de moeilijke en bange dagen in het onrustige en door voedseltekorten geplaagde Bandoeng zo goed als mogelijk verzorgd waardoor er tussen Ted en Ukkie toch een bepaalde gehechtheid is ontstaan. Julie wist intuïtief dat zij de periode die Ted bij Ukkie heeft doorgebracht niet kon goed maken en ook de pedagogische kwaliteiten van Anton schoten tekort om de innerlijk verscheurde Ted voldoende op te vangen. 


Ted zou na veel moeilijkheden in en buiten het gezin opgenomen worden in het ‘open’ behandelingscentrum Stichting De Dreef te Wapenveld, in de omgeving van Zwolle. Hij zou nog maar weinig naar 'huis' komen en vervreemde van zijn broers en zusjes. Eenmaal in De Dreef zou hij tot zijn 21ste onder toezicht van Justitie en zijn begeleiders staan en zijn resterende schooljaren door gaan brengen. Het was weliswaar een ‘open inrichting’ maar het was duidelijk dat het ouderlijk gezag niet meer bij Julie en Anton lag. De getormenteerde jeugd van Ted heeft in zijn beroeps carrière grote gevolgen gehad. Ted bleek een groot gevoel te hebben voor kunst en later voor fotografie. 

Al rond zijn 22ste werd zijn schilderwerk tentoongesteld in kleine galerieën. Pas in latere jaren ontdekte Ted de fotografie. Hij plaatste de camera tussen zijn persoonlijkheid en de grote wereld en er ontstond acceptatie van de wijze waarop hij de wereld door een lens zag en deze op zijn wijze vastlegde. Ted werd een veelgevraagd fotograaf. Hij verdiende goed en was in kleine kring beroemd. Een groeiend gedeelte van zijn inkomsten ging echter op aan drank en andere experimenten. 

Vanaf het midden van de jaren ’80 kreeg hij steeds minder opdrachten en hij zou verschillende malen in een existentiële crisis geraken die hem steeds verder uit de realiteit van het heden en verleden zou brengen. Ted leefde tussen ontkenning en verdringing. Hij vertrok met zijn toenmalige echtgenote naar Nicaragua en zal aldaar relatief eenzaam in Juli 1998 overlijden. Het is het enige kind van Julie wat het tot zover niet gered heeft. 

Maar heeft Ted Dobson wel geleefd? Of balanceerde hij al die jaren tussen gevoelens van verlies en de harde werkelijkheid. Of leefde hij tussen droom en daad en op zoek naar de man en vader die hoog in de lucht in juni 1944 explodeerde. 



1957 - Winter op Kwekerij Bloemenland Alkmaar. 
De schrijver van dit blog staat geheel rechts op de foto

1957 Na 'Zwarte Sinterklaas' in Indonesië verlieten veel Nederlanders 
en Indo-Europeanen Indonesië.

1957 In het blad Tong Tong verschenen de soms wat sarcastisch 
bedoelde foto's uit Nieuw Guinea

1957 Soekarno flirt niet alleen met de Amerikanen maar ook met de 
Russische communisten waaronder Kliment Vorosjilov 
en maakt eveneens ruzie met Joseph Luns over Nieuw Guinea. 
Luns wil graag de Papoea's helpen.

1957 Het hondje Laika was door de Russen gelanceerd. 
Veel kinderen wisten toen niet dat het hondje al na enige uren was overleden.

1957 De Victrix pudding meisjes aan het werk in de Alkmaarse fabriek

1957 Anton had ook voor korte tijd een Renault Dauphine. 
Er pasten veel mensen in maar de kinderen van Anton zouden zelden mee rijden.

Opvoedingsgesticht De Dreef in Wapenveld

1939 De Dreef voor 'psychopaten uit den gegoeden stand'.


Landelijke bekendheid verwierf ze door haar specifieke onorthodoxe begeleiding van jonge delinquenten op het opvoedingscentrum De Dreef in Wapenveld. 

1964 Ted exposeerde zijn schilderijen in verschillende steden

1966 Julie met baby Niels Dobson de zoon van Ted. 
Niels zou zonder zijn vader goed te leren kennen opgroeien

Dorus in een dubbelrol - Ted werd vaak aangesproken op zijn 'Dorus snor' 

1968 circa - Ted Dobson

1973 - werk van Ted Dobson in de Spaarnestad collectie

1998 - Ted niet lang voor zijn overlijden

Links William C. Dobson (1915-1944) rechts zijn zoon Ted Dobson (1941-1998)