Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label VOC. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VOC. Alle posts tonen

1935 - 1938 Julie groeit op 4

In 1937 woonde Julie tijdelijk bij haar moeder Charlotte aan de Merdikaweg. Zij had haar HBS diploma gehaald en de vraag was welke vervolgstudie het meest bij Julie zou passen. Ondertussen was de economie in Nederlands-Indië weer opgeleefd en de crisis leek voorbij te zijn. Haar ouders waren inmiddels al weer meer dan vier jaar gescheiden en Charlotte woonde samen met haar vriend Mijnheer de Block in een pand naast zijn grote wasserij. 

Charlotte en haar vriend waren tot grote ergernis van Julie nog steeds lid van de Indische NSB. Terwijl Julie zelf eerder aan gelijke rechten voor iedereen dacht. Ook omdat zij er bijna dagelijks aan herinnerd werd dat zij een 'Indo meisje' was. Julie was geen 'inlandse' maar ook geen Nederlandse.
Julie voelde zich min of meer gedwongen om het studieadvies van haar moeder op te volgen. Verpleegster worden zou al helemaal niet haar keuze geworden zijn. Julie hield van een liedje van Elsie Carlisle de tekst uit dat liedje zegt behalve iets over het gevoel voor humor ook wel iets over waar Julie werkelijk aan dacht. Anderzijds had zij al veel eerder haar respect voor Charlotte verloren. 

In de jaren ervoor was zij telkens opnieuw bij andere families ondergebracht waar zij zich ook vaak eenzaam had gevoeld. Haar broer verbleef in het Instituut van Pa van der Steur in Magelang omdat haar moeder niet voor hen beide zou kunnen zorgen vanwege haar werk op de wasserij en haar relatie met de eigenaar.
De opleiding die Julie ging volgen aan de Kweekschool ofwel de opleiding tot schooljuffrouw  werd geen succes. Achteraf bezien is dat opvallend voor een vrouw die later 14 kinderen zou krijgen maar geen affiniteit voelde met ‘liedjes zingen, spelletjes doen, enz. Nadat Julie aanvoelde komen dat zij geen carrière wilden maken als Juf solliciteerde zij buiten haar moeder om op het hoofdkantoor van de Post en kreeg vervolgens een opleidingsplaats met salaris. 

Julie werd viertalig stenotelegrafiste. Engels, Frans, Duits en Nederlands. Haar kennis van de inlandse talen kwam haar ook hier van pas omdat zij aan het loket herhaaldelijk inlandse en Chinese of Japanse klanten te woord stond die hun telegrammen in een buitenlandse taal verstuurd wilden hebben. Julie leerde lange teksten verkort weer te geven.

Doordat Julie al snel een salaris kreeg en het geld wat haar vader stuurde samen zou voegen kon zij zelfstandig gaan wonen en was dus niet meer van haar moeder afhankelijk. Net 17 jaar oud geworden huurde zij een kamer met kost en bewassing niet ver van het centrum van Bandoeng. 

’s Avonds studeerde  zij vlijtig haar talen en zij maakte al snel promotie binnen het Postkantoor. Zij raakte o.a. bevriend met commies Ukkie Sombeek een 10 jaar oudere vrouw met wie zij een hechte vertrouwensband op zou bouwen. Ook met een afdeling Chef Mijnheer Ingram had zij een plezierige werkrelatie.

In de avonduren en in de weekeinden bezocht zij haar vriendinnen ging vaak naar de bioscoop en las veel boeken onder andere de boeken van Eddy du Perron naast de vele romans en tijdschriften over mode uit Europa. Julie had ook leren naaien en verstellen op de Nonnenschool en ontwierp toen al gedeeltelijk haar eigen kleding met de gevonden stoffen op de inlandse markten.  Verbitterd of boos op haar ouders was zij niet. Al vroeg had zij geleerd dat haar moeder een wat kille en gevoelsarme vrouw was die wel een beetje van roddelen en platvloerse grappen hield maar anderzijds voortdurend op haar hoede was om bij elke gelegenheid zo Europees mogelijk over te komen. 

Charlotte was geen moederfiguur die je met raad en daad bijstond. Haar boosheid en gebrek aan zelfreflectie over het ‘verlaten’ zijn door haar echtgenoot Ferdinand kon zij moeilijk voor zich houden als zij in contact was met haar twee kinderen.

Julie ontweek om die redenen haar moeder zoveel mogelijk. Noodgedwongen werd zij al heel vroeg zelfstandig. Julie richtte geheel en al haar eigen leven in zonder enige steun van haar moeder. Nog in 1937 ontmoette zij de nieuwe vrouw van haar vader in een hotel in Bandoeng. Julie vond het een aardige en lieve vrouw en zij zag dat haar vader heel gelukkig was. 

Hij vertelde dat hij zijn werk op de Filipijnen mogelijk zou gaan verruilen voor een nog betere positie in India. Terugkeren naar Java en werk vinden in de ingestorte suiker industrie was geen optie. Julie zo zich tijdens die fijne dagen met haar vader zo dichtbij niet realiseren dat zij hem voor het laatst zou zien.

Julie leek als 17jarige stabiel en zeker niet ongelukkig. Zij had haar werk bij de Posterij en zij was niet afhankelijk van haar moeder. Zij begreep dat de grote algemene crisis voor veel andere landgenoten noodlottig was geweest en zij had het gevoel dat zij er ondanks alle familie problemen er toch goed doorheen was gekomen. Zij ging uit met groepjes vriendinnen en had in die periode geen vaste vriendschap met een van de jongens die mogelijk naar haar hand hadden gedongen. 

Haar gedrag was vergelijkbaar met het merendeel van de Katholieke meisjes uit haar oude school. Anderzijds zorgde het drukke werkschema bij de PTT en de avondstudie voor weinig vrije tijd en had Julie geen moeite met de nodige zelfdiscipline. Julie schreef trouw aan haar vader en zag haar broer Boy die in Magelang bij Pa van der Steur woonde regelmatig.

Er woonde een paar zussen van Charlotte in Bandoeng en ook de moeder van haar vader, Jeane Heijligers bezocht zij regelmatig. Soms ging zij met haar moeder op bezoek in het oude Deuning onderkomen in Boyolali. In 1938 werd Julie gepromoveerd en kan zij zich aanmerkelijk verbeteren door naar Batavia (Jakarta) te verhuizen waar inmiddels ook haar vriendin Nel Chevallier woonde in de wijk Meester Cornelis.

Ook in het veel grotere Batavia bezocht zij regelmatig de bioscopen waar haar favoriete Amerikaanse films draaiden en ’s avonds luisterde zij veel naar de Amerikaanse en Engelse liedjes op de radio. Vooral filmster Dorothy Lamour en de films met Fred Astaire en Ginger Rogers waren haar grote favorieten. Of Julie een saai en deugdelijk meisjes was in die periode? 

Zij was eerder een keurig Indo meisje wat hard werkte en zich makkelijk en zeer geconcentreerd kon verliezen in haar werk en daarnaast een grote belangstelling voor creatieve vaardigheden zoals kleding maken, schilderen, tekenen en muziek maken zoals zingen. Kwaliteiten en talenten waar zij in haar latere leven steeds opnieuw op kon terugvallen om indien nodig haar steeds groter groeiende gezin te onderhouden. 


Op de niet al te scherpe foto met Julie is een meisje te zien of anders gezegd een jonge vrouw op weg naar volwassenheid. Julie staat vooral met rechte recht en wat afgewend naar de fotograaf. Niet echt poserend maar meer alsof het dan maar even moet. Julie was circa 1.59 cm lang en had een meestal een vriendelijke blik in haar ogen die donkerder werd als zij ging nadenken of zich concentreerde. Qua temperament bewoog zij zich tussen flegmatiek en cholerische energie uitbarstingen. Zij wist haar gevoelens goed weg te drukken en kon soms scherp reageren op onrecht of onzin. 

Haar analytisch vermogen was al jong aangescherpt door de wijze waarop haar vader Julie in de gezinsproblemen had betrokken. Hij nam haar vaak in vertrouwen. Het is goed mogelijk dat hij Julie gebruikte als intermediair om via Julie bepaalde signalen ofwel zoals hij over verschillende zaken dacht aan Charlotte of haar broertje af te kunnen geven. Charlotte kon zich immers behoorlijk gevoelsarm en afwijzend op stellen en haar broer was nogal schuchter en soms onzeker. 


Toch had ook Julie het soms onbenaderbare gedrag van haar moeder. Zij bleef vriendelijk en luisterend maar écht naar binnen kwam je niet. Vermoedelijk spelen de scheiding van haar ouders en daarna verhuizingen naar de vele families waarin zij moest verblijven een rol in haar gevoelsleven ontwikkeling. Zij drukte eventuele onlustgevoelens en pijn weg door hard te werken en door positief te blijven denken.  Zij wist zich te beheersen en zorgde ervoor dat zij niet al te snel op problemen van anderen betrokken raakte. Julie leefde in Bandoeng, in een snel groeiende stad die haar best deed om zo Nederlands mogelijk te worden. Net zoals Julie.


Julie rond 1938 onderaan de foto is een waarmerk te zien van HELIOS een fotograaf 
die aan de Merdikaweg 11a was gevestigd, schuin t/o 
het woonhuis van moeder Charlotte en haar vriend.




       Jeugdhelden van Julie 
Dorothy Lamour en Ginger Rogers met Fred Astaire


De Orion Bioscoop / Preanger Theatre

Luchtfoto van Gedung Sate waar 
Julie in een van de bijgebouwen haar opleiding volgde



1936 Viering trouwdag Juliana en Bernard in Bandoeng

Postkantoor te Bandoeng

De Groote Postweg Bandoeng
   
Bandoeng 1939 Post en Telegraafkantoor 





1946 - Julie, 25 jaar oud. Op weg naar Nederland - Een tussenbalans

Indische repatrianten pension Herikerberg bij Markelo 1946




In de haven van Tandjong Priok wacht  oktober 1946 de Ms. Klipfontein om Julie met haar kinderen en moeder naar Nederland te vervoeren. Vanuit Nederland waren inmiddels vele schepen met militairen aangekomen. Militairen die vanaf 1947 onder de vreemd aandoende noemer "politionele acties" ingezet zouden worden om 'de orde' te herstellen. De lege schepen werden ingezet om repatrianten naar hun vaderland te vervoeren. Julie behoorde echter niet bij de groep repatrianten die terugkeerden naar het vaderland. Zij was er immers nooit eerder geweest. Julie voelde zich eerder vluchteling. 

De aanstaande serie blogberichten kan gelezen worden als de tweede episode uit het leven van Julie. Ook in deze tweede levensfase van Julie wordt telkens terug gekeken naar historische ontwikkelingen in Indië en Nederland vanaf circa 1730 tot het begin van de jaren '70 van de vorige eeuw toen Koningin Juliana als eerste lid van het Koningshuis een bezoek bracht aan Indonesië en Julie haar laatste baby had gekregen. 

In de documentaire 'Vrijwillig  voor het vaderland' onderzoekt Pia van der Molen hoe het met haar vader was vergaan die als vrijwilliger en deelnemer aan de politionele acties naar Indië was afgereisd. 

Julie is in november 1946 in Nederland aangekomen en was de eerste 25 jaar van haar leven in vele kleine en grote dramatische ontwikkelingen betrokken. Welke invloed hebben de eerste 25 jaren van Julie's leven op haarzelf en haar nieuwe gezin in Nederland gehad? Hoe was het met haar gezondheid? Hoe had zij zich psychologisch ontwikkeld? Welke trauma’s had Julie bij zich na die noodlottige jaren vol onzekerheden, honger en apathie? 

Heeft Julie de verborgen pijn waar zij niet aan kon of wilde werken misschien gecompenseerd met het krijgen van 12 kinderen? Wat stond haar de volgende 25 jaar te wachten in het kille Nederland? Wie was zij eigenlijk, een Indo meisje in een land waar cultuurverschillen bijna altijd als achterstand worden beoordeeld? Waren INDO's een nieuw ras die zich moesten inburgeren net zoals de huidige allochtonen of immigranten in het Nederland van vandaag?

Nederlanders behoefden zich kennelijk niet in te burgeren als zij in Indië arriveerden. Als het mis ging was er voldoende 'opvang' in de verschillende sanatoriums of anders in de gevangenissen verspreid over geheel Java. Als men te veel kritiek had op de handel en wandel van de Nederlandse overheid dan was er sprake van gebrek aan burgerzin of zelfs een geestesziekte. Als Indo moest je helemaal oppassen, want bij welke bevolkingsgroep hoorde je eigenlijk? Na de dood van Multatuli, in 1887, werd het stilzwijgen doorbroken en barstte de kritiek los. 

De aanzet daartoe werd in 1888 gegeven door een neef van Multatuli, de arts Dr. Swart Abrahamsz. Die schreef in dat jaar een stuk in het tijdschrift De Gids, niet over het werk, maar over de persoonlijkheid van Multatuli. Met die persoonlijkheid bleek iets ernstigs aan de hand. Op grond van medische en ‘zielkundige’ analyse was Swart Abrahamsz tot de slotsom gekomen, dat Multatuli geestelijk niet in orde was en als gevolg daarvan niet verantwoordelijk kon worden gesteld voor wat hij deed en schreef. 

Het resultaat van het onderzoek werd gepubliceerd in De Gids onder het veelzeggende opschrift: ‘Eene Ziektegeschiedenis’. Douwes Dekker leed — volgens de diagnose van Swart Abrahamsz — aan een zenuwziekte, die ten gevolge van zijn verblijf in Nederlands-Indië zeer ernstige vormen had aangenomen. 

Was hij in Nederland gebleven, dan zou de patiënt er minder slecht aan toe zijn geweest, want hier zouden ‘de eischen der Europeesche samenleving en voornamelijk de eisch van beroepskeuze’ een matigende uitwerking op zijn ziekte hebben gehad. Aan zijn verblijf in de tropen was het toe te schrijven, dat het met de zenuwlijder helemaal de verkeerde kant op ging. 

Het onderzoek dat Swart Abrahamsz had ingesteld, wees uit dat Douwes Dekker een ongevaarlijke neurasthenicus was. Doordat hij nogal tenger was uitgevallen, had de maatschappij niets van hem te vrezen. Je moest dus een gezonde sterke jongen zijn als je naar Indië vertrok. Julie’s oom, Pa van der Steur was in 1933 opnieuw zeer bezorgd over de toekomst van Nederland in Indië want de Nederlanders brachten hun 'geslacht' over;


Pa van der Steur spreekt in het krantenknipsel uit Het Vaderland van 13 mei 1933 over het wetenschappelijk werk van prof. Kohlbrugge  een Indië kenner en kritische tijdgenoot van prof. Lodewijk (Louis) Bolk;
"Hoe ruimer zou onze opvatting van het leven zijn, indien het ons gegeven ware dit eens te bestuderen met verkleinglazen."
Een uitspraak van anatoom Louis Bolk die rond de eeuwwisseling van de vorige eeuw met veel collega’s antropologisch onderzoek deed middels schedelmeting (Craniometrie). De ontwikkeling van de antropologie in Nederland stond nog in de kinderschoenen en was nauw verweven met de onderzoeken in Nederlands-Indië. Ook de 'Frenologie' ofwel ‘gelaatskunde’ was populair.  Bepaalde knobbels zouden zelfs kunnen wijzen op bijzondere talenten zoals een wiskundeknobbel of een talenknobbel. 

Later zouden Freud en Jung serieuze aandacht krijgen met hun theorieën over de ziel en de geest. Dr. Swart Abrahamsz had inderdaad bijzondere ideeën over geestesziektes die mede door het aanwezig zijn in Indië versterkt zouden worden. Neem anders zijn opmerking over Chinezen in zijn artikel over Multatuli :



Opmerkenswaardig is het in elk geval, dat de breedgeschedelde (brachycephale) volken, zooals b.v. de Chineezen, een zeer weinig ontwikkeld voorstellingsvermogen hebben, bij groote intelligentie en krachtigen wil.



Dr. Swart Abrahamsz is nog niet helemaal klaar met Multatuli;



Voorts zijn er onzes inziens nog enige factoren, die schadelijk inwerken op het zenuwgestel van den Europeaan in Indië, en die ook bij Douwes Dekker hun invloed niet hebben gemist. In de eerste plaats werkt het klimaat verzwakkend. Is deze invloed al niet dadelijk merkbaar op het individu, dat zij op de progenituur nimmer geheel uitblijft, pleit ontegensprekelijk voor haar bestaan. 



Wij gelooven niet te veel te zeggen, door te beweren dat nakomelingen in het vierde geslacht van Europeanen - geheel onvermengd - in de tropen niet voorkomen. Waar het tegendeel verzekerd wordt is de bewering verdacht en niet te bewijzen en mocht het wèl het geval wezen, dan zijn de gevallen toch zeldzaam. Doch meestal is de schadelijke invloed wèl merkbaar bij het individu en mocht men zelf er ook niets van meenen te bespeuren, zoolang men in Indië is, dan komen de neurasthenische verschijnselen toch te voorschijn, zoodra men zich naar Europa verplaatst. - 


Zoowel de bekende ‘apathie’ als de ‘irritabiliteit’ van onze Indische landgenooten zijn verschijnselen van zenuwverzwakking. -



Was dit een visionaire opmerking van Swart Abrahamsz? Heeft hij het over de 'Indische Zwijgzaamheid'?

In Nederlands-Indië werd in die jaren ook veel ‘materiaal’ verzameld. Bijvoorbeeld schedels en sleutelbenen van verschillende volken of er werden organen gewogen. Men vergeleek bijvoorbeeld Europeanen met Maleiers en andere lokale volkeren. Al gauw ontstond het idee dat de Europeanen toch wel superieur waren. Er werden in Indië immers veel minder 'knobbels' gevonden bij de inheemse bevolking.

Julie’s vader Ferdinand Pieter van de Steur werd in november 1900 in Surabaya geboren uit Nederlandse ouders. Zijn vader Adriaan Hendrik van der Steur (1868 Amersfoort) was machinist bij de Indische Marine en zou in 1899 trouwen met Joanna Carolina Heijligers. De Heijligers woonden al enige generaties in Indië. Het was geen gelukkig huwelijk. Adriaan leed aan depressie's en is verschillende keren opgenomen geweest in een sanatorium in de omgeving van Soerabaya. In 1907 is hun echtscheiding uitgesproken. 

Julie’s moeder Charlotte Deuning (1896) was geboren uit een relatie die haar vader Casper Frederik Deuning (Soerakarta 1842) was aangegaan met een ‘Javaansche vrouw’ die Djeminem werd genoemd. Djeminem was geboren in de omgeving van Yogyakarta en behoorde zoals zoveel meisjes bij de Kraton (terrein waar de Koning woont) van de Sultan van Yogyakarta. Dat maakt haar nog geen Prinses maar zij moet voldoende aantrekkelijk geweest zijn om door Casper als Njai (bijzit) rond 1875 geaccepteerd te worden. Casper zou haar trouw blijven en toen het wettelijk mogelijk was zijn Casper en de vele jaren jongere Djeminem, die inmiddels tot Johanna was gedoopt op 29 mei 1898 in het huwelijk getreden.

Er waren inmiddels al meer dan 12 kinderen geboren in het prachtig gelegen Bojolali. Telkens opnieuw werd de nageboorte en de navelstreng in een klein kruikje begraven in de achtertuin van de glooiende en vruchtbare aarde van het huis in de buurt van Suiker Onderneming Tjokro Toelong waar Casper zoveel jaren als gewaardeerd administrateur had gewerkt. Julie's moeder Charlotte verloor haar beide ouders al heel jong en Charlotte werd op negen jarige leeftijd naar een klooster gebracht waar hoofdzakelijk kinderen van gemengd bloed werden ondergebracht. 

Julie’s Indische achtergrond was aldus een vermenging van Duits/Nederlands en Javaanse bloed. Vanuit (sociaal) Darwinistisch standpunt bekeken  was Julie niet al te mooi samengesteld. Zeg maar 75% Nederlands en 25% Javaans. Hoe kwam het toch dat Julie er zo Indisch uitzag? De biologie kent rassen. Als je dat idee echter op mensen toepast krijg je racisme.

Met hulp van o.a. een neef van Charles Darwin, Sir Francis Galton de grondlegger van de weinig wetenschappelijk gefundeerde eugenetica (rasverbetering) die later ook door Adolf Hitler werd gebruikt om zijn ideeën over de Joden vorm te geven en met hulp van de psychometrie (bijvoorbeeld de IQ test) kon Darwin door werken aan zijn ideeën omtrent de evolutie. Hij koos hierbij voor de overtuiging dat ‘de sterkeren overleven’ op basis van natuurlijke selectie.

In de Wikipedia staat het als volgt omschreven:

*  zichzelf vermenigvuldigen
*  de kopieën moeten lijken op het origineel
*  (3) variatie: de kopieën wijken af van het origineel (mutatie)
* selectie: geërfde kenmerken moeten de mogelijkheid van reproductie beïnvloeden

Op sommige punten ging dit kennelijk mis in Nederlands-Indië. Javaanse grootmoeder Djeminem en Julie vallen onder groep 3 net zo als de 14 kinderen die zij beiden zouden baren.

Een andere onderzoeker was Gregor Mendel ook wel de vader van de genetica genoemd ofwel de erfelijkheidsleer. Die zag een mutatie niet zo negatief als Darwin dat soms beleefde. Het darwinisme werd zeer populair en de Ethische Politiek die rond 1900 in Nederlands-Indië werd ingevoerd hoorden als broer en zus bij elkaar en zouden veel wetenschappelijk onderzoekers waaronder Louis Bolk en veel van zijn tijdgenoten inspireren. 

Kritische geluiden waren er ook. Prof. Dr. J.H.F. Kohlbrugge (1865-1941) had het niet zo op het Darwinisme. Jacob Kohlbrugge was in een orthodox protestants gezin geboren en zou zich tijdens zijn gehele leven sterk verbonden blijven voelen met de christelijke ethiek en de mens vooral blijven zien als goddelijk schepsel. Het darwinisme conflicteerde reeds tijdens zijn studie met de christelijke gedachtegang van Kohlbrugge;

'Geen mijner leermeesters begreep dat ik eigenlijk een koekoeksei was, dat ik alleen studeerde en onderzocht om de geestesrichting af te breken (het Darwinisme) die alle mijne leermeesters voorstonden'

Kohlbrugge zou als jonge arts vanaf 1892 veel ervaring op doen in Sanatorium Tosari een hoog gelegen herstellingsoord voor Europeanen. Naast uitgebreid wetenschappelijk onderzoek maakt hij ook veel tijd vrij voor de kosteloze behandeling van de inheemse bevolking. Zijn lange reeks van publicaties maakte het mogelijk om het Darwinisme aan te vallen. Ondanks de dappere kritische pogingen van o.a. Kohlbrugge werden door het koloniaal imperialisme  de politieke structuren, de traditionele economie en de cultuur ernstig aangetast. Zij moesten wijken voor winstgevendheid en nieuwe infrastructuren die de export zouden verhogen. Hierdoor werd ook Java afhankelijk van de wereldeconomie en zou daardoor diep getroffen worden door o.a. de beurskrach van 1929.

Vanaf de VOC tijd tot ver na de politionele en militaire acties tot aan begin jaren '60. Werden de duizenden veelal ongehuwde Europeanen die naar Indië kwamen tégen de toen geldende wettelijke regels, opgenomen in de bescheiden en op beleefdheid gebaseerde culturen van de zeer diverse Javaanse of andere inheemse volkeren op een van de vele eilanden. D.w.z. er werd ’s nachts geslapen met inheems vrouwen die vervolgens ‘gemengd bloedige’ kinderen ter wereld brachten. 

Zo ontstond een nieuwe bevolkingsgroep waar ook Kohlbrugge en Pa van der Steur zich zo’n zorgen om zouden maken. Vele jaren later werden zij de Indo’s genoemd. Als groepering zouden zij pas na vele moeilijke jaren enigszins erkend worden. Maar een ‘eigen identiteit’ zouden zij nooit ontwikkelen want daar zijn de onderlinge verschillen te groot voor.

Julie en haar broer Boy stonden in 1946 voor een keuze. Boy koos er voor om Indonesiër te worden en Julie maakte werk van haar officiële Nederlanderschap. Geen van beiden werden hierbij geholpen door het door Darwin aangereikte darwinisme en zouden vervolgens als een échte Nederlander of échte Indonesiër beschouwd worden. Eens een Indo altijd een Indo. 

Oma Charlotte zou zich vanaf 1947 telkens over de wieg van de nieuwe baby’s van Julie buigen. De eerste 3 baby’s waren blond en fors. De 4de was donkerharig en had een getinte huid. Dat wordt niets mompelde Charlotte hoofdschuddend terwijl zij de baby doordringend aan keek. 

Er zouden nog acht baby’s geboren worden. Telkens weer donker dan weer wat lichter van huidskleur. Maar vooral innerlijk zouden alle baby’s ook Indo bloed hebben en aldus geen volbloed Nederlander worden. Dat had ook Julie nooit verwacht. Of juist wel? Hoe heet dat ook alweer? mutatis mutandis "nadat veranderd is wat veranderd moet worden". Was dit Julie’s antwoord op Charlotte en Darwin? 


Net als Kohlbrugge geloofde Julie sterk in de zoektocht naar het goddelijke in de mens, als 'loutering' en brenger van (innerlijke) vrede. Als je maar zocht, zei Julie dan.


Schedelmeting - Craniometrie


Phrenelogie - gelaatskunde



Tosari 


Tosari 2


Tosari 3

Tosari 4

Sanatorium Tosari, Java

Tosari in kleur

De weg naar Tosari 

Terug naar het vaderland

De politiek van Drees
Meer dan 100.000 soldaten stuurde de Nederlandse regering, direct na de oorlog, naar Indonesië Het doel? De revolutie van de Indonesische revolutionairen in de kiem te smoren. Maar... kan een leger wat bereiken als het door de bevolking ter plaatse als bezetter wordt gezien?