Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label Kolonialen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kolonialen. Alle posts tonen

1932 - 1936 Julie groeit op 3

Julie was een rustige en onopvallende leerling op de Hogere Burger School in Bandoeng. Van 1932 tot 1933 fietste Julie elke ochtend vanuit haar woonwijkje bij het Andir vliegveld naar de Bilitonstraat in het centrum van Bandoeng. Een van haar beste vriendinnen was Nel Chevalier en ook haar nichtje Dorothea ofwel Deetje Heyligers zat in haar klas. Nauwelijks meer dan 10 jaar later zou een andere vriendin Marie en Deetje een belangrijke rol in het leven van Julie gaan in nemen. Het merendeel van de leerlingen op de dure HBS was van Europese afkomst. Blanke ouders met blanke gezinnen. Dat waren niet alleen Nederlandse maar konden ook Duitse, Engelse of uit andere Europese landen afkomstige kinderen zijn wier ouders of soms al hun grootouders zich op Java hadden gevestigd ver voor 1900 en succesvol waren geweest. Een veel kleiner percentage waren de ‘gemengd bloedigen’ of ‘Vreemde Oosterlingen’. 

Er waren kinderen van succesvolle Chinezen of uit Armeense gezinnen of andere gemengde kinderen met bijvoorbeeld Hollands/Indisch, Hollands/Japans, Hollands/Chinees,  Hollands/Arabies  bloed. Deze diversiteit gaf geen problemen zolang deze kinderen maar uitstekend Hollands spraken en ook duidelijk de zeden en gewoontes van de Hollandse gemeenschap hadden overgenomen via hun ouders.  Natuurlijk was het hoge schoolgeld eveneens een mooi selectie criterium. Voor gegoede 100% Indonesische kinderen was deze privé HBS geen voor de hand liggende keuze. Liever gingen de rijkere Indonesische kinderen naar scholen waar meer landgenoten op zaten. Alhoewel het Indische nationalisme bestreden werd door de aanwezige Nederlandse overheden broeide en bloeide het steeds opnieuw op. De Indonesiërs wisten onderwijl heel goed dat goed opgeleide landgenoten een sterk wapen tegen de 'Belanda onderdrukkers' zou kunnen zijn. 

Julie las wel in de kranten dat er soms problemen waren met de inlandse Nationalisten maar kon toen nog niet overzien waar het hen om ging. Pas toen zij haar moeder in Bandoeng tijdens een NSB optocht met gestrekte arm zag lopen was zij diep geschokt en ook beschaamd en ontwaakte er bij Julie een voorkeur voor de vredesbeweging en het bijbehorende pacifistische gedachtengoed.

Julie schrijft in 1999 aan haar broer


Julie’s vader Ferdinand, verbleef inmiddels in India en op de Filippijnen en moeder Charlotte voelde zich alleen en in de steek gelaten. In het voorjaar van 1933 begon zij een verhouding met een Indisch/Chinese ‘kaartlegger’ en nam steeds minder tijd voor haar kinderen. Haar bezoek aan India met Ferdinand was geen succes geworden. De liefde was uit het huwelijk verdwenen en Charlotte had grote moeite gehad met de mentaliteit van de Indiërs en de Engelsen in het verre Bengalen. Na een paar maanden kwam zij alleen terug naar Bandoeng. Eigenlijk wist Charlotte zich geen raad met haar twee kinderen. Zonder personeel en met een 'krappe beurs' voelde Charlotte zich enorm in haar vrijheid beperkt en vooral tekort gedaan door de mensen om haar heen die haar voortdurend verlieten. Haar moeder was gestorven toen zij twee jaar oud was en daarna was zij binnen haar familie voortdurend van hand tot hand gegaan om uiteindelijk als zevenjarige naar een strenge kloosterorde met interne meisjesschool gebracht te worden. Waar zij tot haar 17de levensjaar zou blijven. 

Later zou Julie schrijven dat Charlotte nooit liefde heeft gekend. Eigenlijk bedoeld Julie ook dat haar moeder niet in staat was geweest om liefde te geven.



Aan de rustige en landelijke opgroei periode op het suikerfabriek terrein omringd door de landerijen, de gezellige kampongs en de vele tempels was door het verhuizen naar Bandoeng een einde gekomen. Julie miste de verhalen van haar Baboe over de oude Javaanse Prinsen en Prinsessen over de inlandse tovenaars met hun geheimzinnige krachten

Zij miste de gezelligheid van haar vader. Zijn grapjes en wijze woorden en de verhalen die hij vertelde uit de vele boeken die hij las. De prachtige muziek uit zijn grammofoon en vooral zijn handen die lang en slank waren geweest en haar vaak hadden opgetild. De economische crisis bevond zich in 1934 op een hoogtepunt en bracht met name veel Indische families op de rand van de financiële afgrond door de draconische bezuinigingen op het overheidsapparaat. Ook de inlandse bevolking had het bijzonder zwaar. Telkens opnieuw zou Julie zich aan moeten passen aan de nieuwe regels in elk gezin waar zij (tegen betaling door vader Ferdinand) werd ondergebracht. Na één jaar op de privé HBS moest Julie vanwege geldgebrek vertrekken naar de minder goed bekend staande en zeer religieuze Zusters Ursulinen HBS bij het Pieterspark. 

Uit het Godsdienst onderwijs op die school heeft Julie vooral genoten van de brieven van Paulus en de verhalen over de kleine en grote Heilige Theresia. Maar ook de Max Havelaar van Multatuli sprak haar aan naast de vele jeugdboeken die zij met vriendinnen ruilde of in de bibliotheek leende. Hieronder een fragment uit de Paulus Brieven die ook veel later door Julie werden herlezen:

‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen,’ want niet wie zichzelf aanprijst is betrouwbaar, maar wie door de Heer wordt aangeprezen.


Het was deze laatste zin uit deze brief die de kern zou worden van een grote aversie in Julie tegen 'opscheppers' en mensen die zich groter maakten dan zij eigenlijk waren. Hierbij past het in Indië veel gebruikte woord 'branie'.
Julie werd in die periode op haar manier zeer religieus maar zij voelde toen al de 'politiek' die vanuit de Kerk(en) bedreven werd. Zonder haar ouders werden bepaalde heiligen in die periode haar geestelijk leiders. Hierdoor kreeg zij een soort innerlijke kracht om alsnog de HBS met zeer goed cijfers af te sluiten en de dagelijkse problemen te kunnen relativeren. In tegenstelling tot haar nichtje Dee want die was gezakt voor het examen. Hierdoor moest Julie vertrekken uit het gezin van Dee waar zij het laatste schooljaar had doorgebracht. Julie zou Dee te weinig hebben geholpen volgens de moeder van Dee. 

Religie was voor Julie geen doel maar een middel om de ‘kleine dagelijkse ellende’ te kunnen ontlopen. Als het tegen zat dan fietste (vluchtte) Julie graag naar de kerk om gewoon even tot rust te komen of haar verdriet te kunnen vergeten. Sociaal deed Julie net voldoende om niet in de problemen met haar omgeving te komen. Julie had zich zelf aangeleerd om zich ondanks de grote problemen om haar heen, volledig af te sluiten en geconcentreerd aan een door haar gekozen doel te wijden. 


Pas vanaf 1970 zou Julie een aantal religieus bepaalde denkbeelden verlaten, behalve haar principe van 'vergeven en vergeten'. Het waren met name de urenlange en hevige discussies in haar kantoor aan huis met Pater J. Creighton* oud hoofd redacteur van De Linie en zijn 'zieltjeswinnerij' zoals Julie het later noemde, die haar op andere gedachten hebben gebracht. Met name het feit dat bijvoorbeeld de katholieke kerk zo weinig voor de Molukkers tijdens de bezetting in Indië had ondernomen zat haar flink dwars. Haar kleine kantoor gaf Julie de ruimte die zij nodig had om zich af te sluiten voor haar grote gezin. Zij schreef aldaar haar teksten en werkte reclamecampagnes uit maar het gaf haar ook de ruimte om te mijmeren over zaken die haar pijn hadden gedaan in haar jeugd en in de periode daarna. Toen zij jarenlang op de vlucht was. En over de rol van de kerk. Een periode waar zij door Pater Creighton aan herinnerd werd.


Op 5 April 1935 bracht Gouverneur B.C. Jonge een werk bezoek aan Surakarta (Solo). De koelieordonantie was toen nog niet geheel afgeschaft. Het was deze Gouverneur die door Nederland "De kolonie is er voor het moederland en niet andersom" was aangesteld om grote bezuinigingen in Ned.-Indië door te voeren en zodoende het Staats Inkomen in Nederland met de jaarlijkse 400 tot 600 miljoen gulden uit Indië op peil te houden. De pracht en praal van zijn bezoek staat in schril contrast met de armoe lijdende inlandse bevolking. Waarvan er maar circa 6% naar school ging. Julie was nog te jong om te bevatten wat er eigenlijk gaande was maar vertelde later wel dat zij op school of thuis geen kritische vragen mocht stellen. Uitbuiting van de inlandse bevolking werd verdedigd met argumenten zoals nieuwe scholen (circa 180 Hollands-Inlandse scholen voor 30 miljoen kinderen?) en aanleg van een infrastructuur die vooral bedoeld was om nog makkelijker zaken te doen in het belang van de blanke bevolking en de Nederlandse regering. 


"Driehonderd jaar hebben wij hier al met klewang en knuppel geregeerd en over driehonderd jaar zullen we dat nog wel doen", aldus de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, jonkheer B J. de Jonge toen zijn ambtstermijn in 1936 erop zat." *Mijnheer de Jonge zou deze uitspraak later ontkennen.

   Yogyakarta 1934 

1935 Pandhuis ofwel Bank van Lening voor de zeer verarmde inlandse bevolking

    Europese School in Indië

Montessori school Malang

    Javaanse lagere school in Indië

Dessa (platteland) school in Indië

De straatnamen in Bandoeng zijn nu allemaal veranderd. Veel van de oude Hollandse gebouwen en huizen zijn nog immer aanwezig.

De eerste HBS van Julie is vanaf 1942 gebruikt als 
'voor internerings-gebouw' door de Japanners.

Luchtfoto van Bandoeng

De Groote Postweg Oost Bandoeng

De Grote Postweg - Julie zal later in Bandoeng, Batavia (Jakarta) en Soerabaja wonen. Tussen oktober 1945 en april 1946 verblijft Julie in de Oude Boei 'Boei Lama' gevangenis van Cheribon.

De toen nog landelijke Dagoweg




1938 Julie wordt 18 en verhuisde naar Jakarta en werkte voor de PTT

Vandaag had ik een rotdag. De voorgaande nacht was al niet zo best geweest. Werd boos wakker en sliep met moeite weer in. Ik had gedroomd over mishandelde inlanders op Java en over Wajangpoppen die waarschuwden dat er een grote oorlog op komst was. Kennelijk had ik de voorgaande dagen teveel over Indië gelezen. 

Dit Blog heeft als thema verdringing en ontkenning. Na tientallen boeken, honderden artikelen gelezen en vele foto’s over ‘ons Indië’ bekeken te hebben valt niet te ontkomen aan de beschrijving dat de voormalig koloniaal Nederland Rijks Beheerders en hun onderdanen zich honderden jaren lang vaak zeer schandalig hebben gedragen t.o.v. de inlandse bevolkingen waar zij over heersten.  En dat zit me vandaag goed dwars. 

In de naoorlogse geschiedenisboeken en op de Nederlandse scholen wordt nauwelijks iets vermeld over de deelname van Hollandse onderdanen aan de uitpersing en wandaden oogluikend toegestaan door van de vele Nederlandse regeringen die precies wisten wat er gaande was in hun ‘overzeesche gewesten’. Dat de halve Amsterdamse grachtengordel met woekerwinsten uit de Oost zijn gefinancierd zullen zich vandaag de dag maar weinigen bewust zijn. 

Naast de zeer terechte Indië herdenkingen vanwege de geleden ellende door de Japanse bezetting zou er wat mij betreft meteen een herdenkingsdag voor de mishandelde en vermoorde inlanders gehouden mogen worden. En dat zijn er heel wat meer dan het aantal slachtoffers uit 1942-1946.

Julie is een 'Indo' meisje wat opgroeide tussen de blanke en donker gekleurde inlanders en andere ‘vreemde oosterlingen’. Zij is niet in een kampong geboren maar heeft ouders met een gemengde achtergrond uit de wat hogere welstand regionen. Haar moeder had de lagere school afgemaakt en enige jaren huishoudonderwijs. Haar vader had meer kansen gehad en was op 18 jarige leeftijd in dienst gekomen bij de Verenigde Klaatensche Culturen Maatschappij die hem de gelegenheid gaven om naast zijn werk bij te studeren.

Julie’s moeder was 50% Hollands en 50% inlands. Julie’s vader 100% blank. Toch zag Julie er zeer Indonesisch uit. Er waren rangen en standen onder de Indo’s. De Hollanders waren immers A volk. De Indo’s en vreemde oosterlingen B volk en de Inlanders C volk of nog lager. Onder het B volk werd echter ook weer onderscheid gemaakt op basis van uitstraling, afkomst, opleiding, achternaam, beroep, functie, welstand enz. De doorsnee Indo woonde in twee werelden. De verfijnde Javaanse manieren werden afgewisseld met het doortastende en zakelijke van de gemiddelde Hollander. De twee (of meerdere) gezichten van de Indo. Of is het een voortdurende spagaat? Hier komen wij later op terug.

Julie was in december 1938 achttien jaar oud geworden. Zij had een goede baan bij de PTT in Batavia die zij weldra zou verliezen vanwege seksuele intimidatie door een Hollandse afdelingchef. Maar wie is zij? Waar hoorde zij bij? Bij de witte Hollanders? Of bij de inlanders? Julie’s achternaam was van der Steur maar haar donkere uitstraling zorgde ervoor dat zij toch wel heel vlot bij de Indo’s werd ingedeeld. 

En telkens opnieuw moest Julie aan de witte Hollanders uit leggen dat zij maar 25% Indonesisch bloed had en naar échte witte scholen was geweest. Omdat zij haar baan kwijt was geraakt en aldus zonder inkomen, solliciteerde zij ten einde raad bij een Dancing in de binnenstad van Batavia waar zij als serveerster aan het werk kon om de hoofdzakelijk witte bezoekers te animeren met drankjes en het zingen van liedjes onder begeleiding van een dansorkestje. Daarnaast verdiende zij bij door kleding te maken voor vrienden en kennissen. De kans op een nieuwe baan in overheidsdienst was door haar gedwongen vertrek minimaal. Want je moest als Indo geen ruzie krijgen met een witte Hollander.

Julie kwam dus niet uit de kampong rond de nabijgelegen KNIL kazernes waar een heetgebakerde jonge Nederlandse jongen onder de klamboe was gekropen met een volgzame en hongerige inlandse schoonheid. Om later haar mooie kindje bij Pa van der Steur in het Oranje Nassau Instituut in Magelang onder te brengen omdat zij de schande van het verlaten zijn niet kon verdragen én de voeding voor de baby niet kon opbrengen. Die korte warme omhelzing met die Hollandse jongen had haar een niet door de Nederlandse Regering erkende pracht baby opgeleverd. 

Alweer zo’n nieuwe Indo zonder Hollandse naam. Zijn moeder noemde hem Pierre omdat haar minnaar zich zo had genoemd. Een achternaam had zij nooit gehoord. Pierre werd een van de 7000 ‘van der Steurtjes’. Tussen de Indo’s Julie en Pierre zijn aldus vele 'Indo' varianten denkbaar die door het lot bepaald werden en zeker niet door het Nederlandse Wetboek want dat mooie wetboek was nauwelijks van toepassing op Indo's en inlanders in vergelijk met de rechten van de Hollanders.

De rond de eeuwwisseling geïntroduceerde ‘Ethische Politiek’ waardoor de inlanders het beter zouden krijgen was een wrang zoethoudertje geworden binnen een nationale en internationale marketing politiek. Het enorme inkomen uit Oost-Indie was immers belangrijker voor Nederland dan een winst verslindende welzijn organisatie op te bouwen voor miljoenen inlanders die afhankelijk werden gemaakt van de dagelijkse fooi die zij voor hun noeste arbeid ontvingen (lees hierover o.a. Koelie-ordonantie). 

De wantoestanden rond de inlandse werknemers op Sumatra werden begin 1900 beschreven in De millioenen uit Deli door mr. J. van de Brand. Naar aanleiding van zijn publicaties werden er een ook in de Tweede Kamer vragen gesteld en er zou een officieel rapport opgesteld worden wat later in de doofpot zou verdwijnen.

Dit rapport staat bekend als het Rhemrev-rapport uit 1904 opgesteld door een officier van Justitie uit Batavia. Deze J.T.L. Rhemrev (een Indo waarvan vermoedelijk verwacht werd dat hij zijn werk toch niet goed zou doen) had in mei 1903 de opdracht gekregen een administratief onderzoek in te stellen naar aanleiding van de ‘de brochure van mr. J. Van den Brand’. Er werd indertijd lacherig en smalend gereageerd in de Tweede Kamer op deze ‘brochure’. “Ach het zijn incidenten en het valt allemaal wel mee rond die luie Koelies”. 

In de jaren ’80 van de vorige eeuw deed Hoogleraar Jan Breman van de Erasmus Universiteit Rotterdam en van het Institute of Social Studies onderzoek. Uit zijn onderzoek kwam naar voren dat de toenmalig verantwoordelijke Minister er in 1904 persoonlijk op toe had gezien dat het rapport onder geen beding in de Tweede Kamer besproken zou worden. Dat de rapportage door Rhemrev vele malen schrijnender en kwalijker was dan de ‘brochure' van Van de Brand mocht niet naar buiten gebracht worden. Het gaat hier om misdragingen door Hollanders tegen inlanders die indertijd als 'normaal' werden geacht.

Hierboven wordt een summier voorbeeld gegeven van de verdringing en ontkenning waar de Nederlandse Staat en haar medewerkers in Nederlands-Indië zich telkens opnieuw en ten kostte van vele mensen(levens) zich in honderden jaren aanwezigheid in Indonesië schuldig aan hebben gemaakt. In deze hypocriete omgeving groeide Julie op waardoor zij haar goed betaalde baan verloor en op 18jarige leeftijd haar eerste grote levenles kreeg. Het ging in Indië niet alleen om ongestraft winst maken maar ook om huidskleur en afkomst. Een grapje? "Zijn er nog slachtoffers gevallen? Nee gelukkig niet, alleen maar inlanders".


Er bestaan veel 'anekdotes' over de machtswellust en het racisme van de Nederlanders in Indië vaak vermengd met flinke porties sadisme door lokale blanke potentaten. Dat was ook de 'minderen' zoals de Indo's niet vreemd als het ging om de mensen die weer onder hen stonden. Men zou in Nederland kunnen denken dat hier van overdrijving sprake is. De koloniale onderlinge verhoudingen kwamen immers nauwelijks voor in Nederland. 

De werkelijkheid van de koloniale samenleving zit verborgen achter een mist van Tempo Doeloe blabla en zoektochten naar Indische hapjes. Julie werd flink wakker geschud door haar gedwongen ontslag en begon steeds meer sympathie te krijgen voor het pacifisme en de Nationalisten.  


    Nederland had voor 1945 bijna 70 miljoen onderdanen
  
Batavia 1938 - G.G. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer aan het ontbijt met vrouw en dochter

Flat van de secretaris van de resident aan het Koningsplein van Batavia
                                  
                              Er werd goed geld verdiend in Indië - De Javasche Bank te Batavia

1904 De Balzaal van Gebouw Concordia te Batavia

Batavia Hotel des Indes

De Volksraad

Buiten werd de was gedaan

                                                              Multatuli - Max Havelaar


Jan Breman schreef o.a. 




De foto's hieronder laten een vertekend beeld zien. De werk en leefomstandigheden waren aanmerkelijk minder rooskleurig dan op de foto's zichtbaar gemaakt wordt. Mishandeling, gevangenneming, wanbetaling, onderdrukking en seksueel misbruik waren evenzeer onderdeel van het verblijf op een plantage als de keiharde werkomstandigheden.






    
     er werden ook Javanen verscheept naar Suriname



1940 Soerabaya 1 - Julie en William en hun eerste kindje

Terwijl Julie en William in de december 1939 hun eerste ontmoetingen beleefden in het warme Soerabaya met zijn zwoele avonden. Onderging Nederland al de mobilisatie. Vanaf eind augustus 1939 was het wachten op een oorlog die uiteindelijk in mei 1940 Nederland in alle heftigheid zou bereiken. De Duitse invasie in Polen had vanaf september 1939 meer dan 280.000 gemobiliseerde Nederlanders in de wachtstand gezet. 

In geheel Indië woonden rond 1940 circa 350.000 Europeanen waarvan circa 200.000 met gemengd bloed. Indo’s dus. De totale bevolking was circa 70 miljoen. Voor de circa 100.000 blanken was alles duidelijk, zij behoorden tot de toplaag en hadden de touwtjes in handen. Er was formeel sprake van ‘indeling naar landaard’ . Heden zouden wij dit gewoonweg ‘apartheid’ noemen. Alle niet blanken waren ‘Nederlandsch onderdaan, geen Nederlander zijnde’.

Julie was van gemengd bloed maar William niet. Toch was William met dat ‘leuke Indische meisje’ getrouwd en het was denkbaar dat dit zijn carrière zou kunnen schaden. De blanke gemeenschap was immers zeer gesloten en het is maar de vraag of de blanke dames Julie opgenomen zouden hebben in hun ‘hogere’ kringen.  Het jonge paar zou zich gaan vestigen in een vrijstaande woning aan de Niasstraat niet ver van het centrum van Soerabaja. William kreeg het vanaf mei 1940 steeds drukker als marineman want de regering in Batavia zette alle middelen in om de defensie te versterken. Hierbij lag het accent op orde en handhaving van de rust. Terwijl de Japanners hun militairen juist trainden op offensieve tactieken. De Nederlanders in  Indië lieten zich leiden door berichten van o.a. de Engelsen dat het Japanse leger niet veel voorstelde. Anderzijds trachtte de regering in Batavia de Japanners te imponeren met veel openbare militaire demonstraties waarbij de Japanse Ambassadeur met zijn gevolg als toeschouwers werden uitgenodigd.

Toen Julie en William vanaf maart 1940 zeker wisten dat er een kindje op komst was zullen zij net als vele andere jonge echtparen gewoonweg blij geweest zijn en met de voorbereidingen begonnen om de baby in een warm nest te kunnen ontvangen. Julie’s creativiteit en handigheid moet een grote geruststelling geweest zijn voor William die lange dagen  op de Marine basis maakte vanwege de opgelopen internationale politieke spanningen met Japan. 


Julie richtte het huis grotendeels zelf in. Naaide de gordijnen, maar kon ook goed met de verfkwast, hamer en zaag overweg. Ook in haar tweede huwelijk met Anton Deijmann was het Julie die altijd het voortouw én de hamer op nam bij verbouwingen in de steeds groter wordende huizen voor haar bijna jaarlijks groeiende gezin. Julie zou haar laatste baby in 1969 krijgen. Het zou haar veertiende kind zijn en Julie werd in dat jaar 49 jaar oud. Julie hield van al haar baby’s. De zwangerschappen gingen haar gemakkelijk af. 

Net zoals de zwangerschappen van haar grootmoeder van haar moeders kant Joanna Deuning die het merendeel van haar kinderen in het grote huis bij Bojolali zou baren. Joanna werd pas zo genoemd nadat zij in 1892 tot christenvrouw was gedoopt. Haar echtgenoot was Casper Frederik Deuning die pas op 9 september 1893 met Joanna ofwel Djeminem zou trouwen. Er waren toen al 11 kinderen geboren. Na 1893 volgenden er nog 3 kinderen. Henri, Charlotte (de moeder van Julie) en Marie. De kleine Marie werd op 23 mei 1898 geboren. Het moet een zware bevalling geweest zijn. Joanna zou enige dagen later overlijden.

Het was 29 mei 1898 dat Casper het droeve nieuws aan zijn kinderen zou gaan vertellen dat moeder Djeminem in haar laatste kraambed was gestorven. De vrouw met wie Casper vanaf 1875 had samen gewoond op het terrein van Suikerfabriek Tjokro-Toelong en later na zijn pensionering in Bojolali een wijk in de heuvels niet ver bij Soerakarta (Solo) vandaan. Djeminem zal niet ouder dan 46 zijn geweest toen zij het leven liet. Casper was net 55 jaar oud geworden toen hij alleen met 14 kinderen achter bleef. Julie heeft altijd het kleine portretje gekoesterd van haar sterke grootmoeder. Haar volledige naam was Raden Ajoe Sinem Istri Kamidjojo.

Charlotte de moeder van Julie sprak altijd met zachte stem en diep respect over haar moeder 'de Prinses' voor Charlotte was haar moeder op het zelfde niveau als het Nederlands Koninklijk Huis. Raden Ajoe zou zoveel betekenen als Prinses in het Maleis. Veel inlandse vrouwen lieten zich echter ook Raden Ajoe noemen vanaf het moment dat zij samenleefde met een Europeaan. Maar eigenlijk waren zij een ‘bijzit’ een njai zonder rechten. Het siert Casper Frederik dat hij al zijn kinderen erkend heeft. Met Djeminem getrouwd is en ook toestemde in haar doop waardoor zij de laatste jaren van haar leven als Johanna door het leven kon gaan.

De moeder van Julie, Charlotte was de dochter van Casper en Johanna. Charlotte heeft haar ouders nauwelijks gekend. Haar moeder overleed toen Charlotte twee jaar oud was en in 1905 stierf haar vader Casper. Het gezin Deuning viel min of meer uit elkaar, een ieder had zijn eigen bezigheden en Charlotte woonde vanaf 1905 jarenlang in het weeshuis van de Zusters Franciscanessen in Semarang waar zij onderwijs genoot en tot circa haar 18de levensjaar zou verblijven. Charlotte moest misschien wel een ideaal beeld rond haar overleden ouders ontwikkelen om de eenzaamheid en het gemis van haar ouders in het weeshuis te kunnen overwinnen. Charlotte heeft mogelijk nooit geweten dat haar moeder een ‘inlandse bijzit’ was. Of wilde Charlotte het soms niet weten? 

Indertijd zal Charlotte niet vermoed hebben dat haar dochter Julie zoveel naar haar inlandse grootmoeder Djeminem zou gaan aarden. De moeder van de vader van Julie (Ferdinand Pieter van der Steur) heette, toeval of niet ook Joanna (Heijligers). Djeminem en Charlotte hebben beiden 14 ‘erkende’ kinderen gekregen. De eventuele miskramen zijn niet meegeteld. Waarom Djeminem  aan zoveel kinderen het leven schonk is niet duidelijk. Was het wederzijdse liefde tussen Casper en Djeminem? Casper had immers goed verdiend als beheerder en administrateur van Suikerfabriek Tjokro-Toelong en het grote publieke schandaal waar hij door zijn broer in 1882 op werd betrokken waarbij een pas geboren baby heimelijk werd vermoord had schande over de Deunings gebracht. Wilde Casper door de komst van de vele kinderen bewijzen dat hij niet zoals zijn broer was? 


De kinderen die Julie na de oorlog zou baren zouden volgens Julie geboren worden als representatie van onthoofde medegevangenen. Onthoofdingen die Julie op straffe van onthoofding met open ogen moest aanzien van de Japanners toen zij in 1943 in de gevangenis van Bandoeng was opgesloten wegens haar verzetsactiviteiten in de KNIL wijk Tjiateul.

Auteur Reggie Baay heeft in 2008 een zeer leesbaar boek gepubliceerd over het fenomeen ‘de njai’. Reggie Baay is een Indo man die met zijn boek bewijst dat Indo’s wel degelijk iets te vertellen hebben over hun verleden.



Djeminem de njai en later echtgenote van Casper Frederik Deuning rond 1896
Zij was de moeder van Charlotte en de grootmoeder van Julie


klik op het boek voor een korte beschrijving van het boek


Een illustratie uit het boek De njai; Moeder van alle volken

Machine fabriek 'De Volharding'. Hier begon de Engelse grootvader van William C. Dobson aan zijn eerste baan in Soerabaja rond 1870

Gezicht op Soerabaya

Het marine vliegveld van Soerabaya in opbouwfase 1927

1940 - Een onderzeeboot in de haven van Soerabaya

Leslokaal van de Artsen opleiding in Soerabaya

Consultatiebureau en opleiding voor verloskundigen

Een foto uit 1991 van Niasstraat 40 in Soerabaya

Glas in lood eveneens in de Niasstraat 40 Soerabaya 
- foto's zijn van Hans R vd Woude





1942 wordt 2602 - De Showa van Keizer Hirohito "een periode van verlichte vrede". Julie; 'Ik kreeg de zenuwen'

Julie vierde haar eerste Nederlandse bevrijdingsfeest in mei 1947 samen met haar nieuwe vriend Anton. Maar voor zoals vele mensen die uit Indië kwamen en vanaf 1945 gerepatrieerd werden was 5 mei niet ‘hun’ bevrijdingsdag. Julie was pas eind april 1946 uit de gevangenis in Cheribon bevrijd en kwam terecht in een Batavia waar het ook toen nog zeer gevaarlijk was. In latere jaren zou Julie eerder aan het atoombom bombardement op Nagasaki denken of aan de 17de augustus 1945 toen Indonesië tegen de zin van de Nederlandse regering haar eigen republiek uitriep. Waar  was die Nederlandse regering toen Julie op 18 oktober 1945 door de Indonesische Politie werd opgepakt en naar de gevangenis van Cheribon werd afgevoerd?

Julie gaf in april 2602 haar vijf maanden oude baby Ted nog borstvoeding terwijl zijn broertje Billy als 18 maand oud peutertje al goed kon lopen. Julie was in de afgelopen weken niet in paniek geraakt maar wel diep geschokt en zwaar aangeslagen geweest. De voorgaande maanden waren voor Julie bijzonder verdrietig geweest. De december 1941 oorlogsverklaring van Nederland aan Japan direct na de onverhoedse aanval van Japan op het Amerikaanse Pearl Harbor had Julie en William doen realiseren dat de oorlog ook naar Java zou komen. Zij wisten beiden dat William op elk moment opgeroepen zou kunnen worden en dat Julie alleen met de kinderen zou achterblijven. 

De dagelijkse berichten vanaf de oorlogsverklaring werden steeds meer overschaduwd door het op handen zijnde vertrek van William. Toen hij op 8 februari 1942 met spoed naar Australië vertrok stond Julie er geheel alleen voor in een door 'voorzorg vernielingen' en onverhoedse luchtaanvallen verlamde stad.

Het had Julie geschokt dat het merendeel van de Indonesiërs de Japanners met zoveel vreugde hadden ontvangen. Julie wist niet meer waar zij aan toe was. Was zij als Nederlandse én getrouwd met een marine officier in gevaar? Had zij als Indisch Nederlandse nog rechten? Julie wist dat de Japanners erop uit waren het Nederlandse koloniale gedachtegoed volledig uit te bannen. Julie had naar de laatste Nederlandse radio uitzendingen geluisterd. Julie had in de weken na de recapitulatie de proclamaties van de Japanse bezetters op de muren gelezen en zij had al snel bezoek gehad van twee Indonesische agenten van de Politieke Inlichtingen Dienst (PID) die gevraagd hadden waar haar echtgenoot zich bevond. Ook hadden zij gezegd dat Julie zich beschikbaar moest houden voor verder verhoor. (foto met Generaal Imamura)

Tijdens de soms noodzakelijke wandelingetjes op straat door het allengs vuiler wordende Soerabaya was het niet altijd makkelijk om te buigen voor de Japanners  als kleine Ted in de slendang (draagdoek) op haar heup lag te dutten. In de wijk waar Julie woonde zo dicht aan de spoorlijn was het voortdurend een drukte van belang door de legerwagens en treinen vol met Japanse militairen. Overal stonden Japanse soldaten op wachten en Julie had gezien dat iedereen moest buigen en als men dat niet goed deed of te laat dan werd er met een geweerkolf of met de vlakke hand flink geslagen. 

Nadat zij 80 gulden had betaald had zij haar nieuwe persoonsbewijs ontvangen. In de laatste week van april 2602 en vlak voor de verjaardag van de Japanse Keizer werd Julie’s huis van het ene op het andere moment gevorderd. In een klap raakte zij alles kwijt. Met een grote koffer, twee handtassen en twee kleine kinderen verliet Julie haar huis. Om nooit meer terug te keren.








Haar tante Wies (Vlaanderen-Deuning) dreef al enige jaren een pension in Probolinggo maar ook haar huis was gevorderd door de Japanners. En ook deze havenstad en de omgeving waren zwaar gehavend door de bombardementen en de aangebrachte vernielingen en plunderingen. Al na korte tijd verliet Julie het noodonderkomen van haar tante om naar Bandoeng te vertrekken. Julie had haar loshangende haar in een Javaans knotje gespeld waardoor zij meer op een Indonesische zou lijken maar haar lichtere huidskleur viel enigszins uit de toon en vooral kleine Billy had Europese trekken.

Toen Julie in de tweede week van mei 2602 in het eens zo Europese Bandoeng aankwam was de stad reeds overspoeld geraakt met vluchtelingen uit alle delen van Java. De Japanse militairen waren alom aanwezig en het was duidelijk dat de rollen ook voor Julie nu anders waren verdeeld. De Japanners waren de baas. De Indonesiërs stonden op de tweede plaats. De Indo’s op plaats drie. En de totok mannen verdwenen alras naar gevangenissen en speciale kampen. Vanaf november van dat jaar zouden ook de Europese vrouwen en kinderen in kampen worden opgesloten. Er bleef Julie in mei 2602 niets anders over dan bij haar moeder Charlotte in te trekken die in de grote stoomwasserij aan de Merdikaweg 10 van haar vriend De Block alleen was achtergebleven. De Block was al in maart door de Japanners gevangen gezet en zou het kamp niet overleven. Charlotte was niet uit haar huis en bedrijf gezet opdat zij de wasserij verder kon open houden. Ook de Japanse officieren hadden immers schone kleding nodig.



Op 7 maart 1942, de dag voor de capitulatie van het KNIL, kreeg Van Helsdingen het bevel om geen Brewster Buffalo's meer de lucht in te sturen, ondanks dat er nog KNIL infanterie troepen onder vuur lagen vlak bij Kembang. Van Helsdingen stelde voor met de laatste toestellen een airraid op Kalidjati uit te voeren maar kreeg van generaal ter Poorten de opdracht de grondtroepen bij Lembang luchtsteun te geven. Van Helsdingen zei: "ik zal de opdracht uitvoeren maar dit is zelfmoord".

Bombardement Soerabaya


8 maart 1942 Japanse intocht Batavia


Japanse ansichtkaart intocht Soerabaya maart 1942


De Japanners kwamen ook per fiets in 1942


Japans decreet 11 Maart 1942

Er moest voortaan gebogen worden


Het Japanse rijk in 1942


Ook het door de Indische Spoorwegen zo zorgvuldig opgebouwde spoorsysteem 
werd al snel door de Japanners overgenomen


nationale radio uitzendingen in Indië werden overgenomen 
voor Japanse doeleinden


verspreiding van Japanse propaganda 


Japans machtsvertoon ook in Nederlands-Indië


Geschiedenis van de inname van Nederlands Oost Indië


1942 De Telegraaf bericht over de capitulatie in Indië

1942 De Engelse RAF verspreid propaganda boven Nederland

De Japanse inval in Nederlands-Indië (De bezetting deel 8)

Nederlands Indië tot 1949



Nederlands bezit door de eeuwen heen