Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label RAPWI. Alle posts tonen
Posts tonen met het label RAPWI. Alle posts tonen

1940 – 1942 Deel 2 - Soerabaya, Julie wordt weer moeder en William vader & vlieger

Julie heeft nooit veel willen vertellen over haar huwelijk met William Dobson. Dus ook niet over hun relatief korte periode samen en over hun twee kinderen die in het huis aan de Niasstraat (nu Jalan Nias) aan het spoor, niet ver van het centrum van Soerabaja zijn geboren. Niet ver van de Niasstraat bevind zich de Cannalaan. Hier woonde in die periode o.a. Bep Stubert. Lees meer over de wijk waar Julie woonden op de prettig geschreven en soms ontroerende website. Over het dagelijks leven in Soerabaya 1940 en daarna. Een andere website vertelt verder over de Cannalaan maar dan in het Soerabaja van ná 1945. Opnieuw een sobere maar humorvolle website die bewogen verhaalt over Hans, een in een Jappenkamp geboren kind tot aan zijn vertrek naar Nederland in 1960. 

Nog in 1998 vertelde Julie met een licht verwijtende maar  zachte stem terwijl zij haar gezicht afdraaide dat William indertijd zelf had gekozen voor een opleiding bij het Vrijwillig Vliegers Corps (het V.V.C.) en dat deze keuze dus mede zijn lot heeft bepaald. Dus ook het lot van Julie en kleine Billy en baby Ted die in november 1941 was geboren.

Het repatriantenschip Klipfontein vertrok op 25 oktober 1946 uit Batavia met 966 passagiers aan boord. Op 20 november werd er aangemeerd in de haven van Rotterdam. In een land wat Julie en Charlotte nog nooit hadden gezien. Het was koud.

Ch.H. Deuning * 1896
J.C. Dobson - van der Steur * 1920
W.R.E.J. Dobson * 1940
R.T. Dobson * 1941

Julie een jonge moeder met twee kinderen die zij vanaf eind 1942 nauwelijks had gezien. Haar moeder Charlotte waar Julie geen goede verstandhouding mee had. Meer was er van de familie niet over. Julie wist nog niet dat William de oorlog niet had overleefd. Zij had geen idee hoe het haar vader was vergaan en waar hij zou wonen. Julie had in juni 1946 haar jongere broer Boy onverwacht op het kantoor van de AMACAB ontmoet (Tjideng Kamp). Hij woog onder de 40 kilo en was te zwak om te reizen. Toch gaf hij aan dat hij in Indië wilde blijven. De oudere zussen, broers, neven en nichten van moeder Charlotte waren allen nog in Indië of waren overleden. Alhoewel er toen nog weinig bekend was over het lot van alle familieleden.

Terug naar 1940 -
Zelfs na de inval door de Duitsers in het verre Nederland dacht men in Indië maar al te graag dat de oorlog niet naar Indië zou ‘overwaaien’. Julie was een paar maanden zwanger toen de Duitsers in mei 1940 Nederland zouden bezetten. William was al onder de wapenen en bracht vele uren op het marineterrein door. De komst van de baby zal voor Julie centraal hebben gestaan. Julie was circa 4 maanden zwanger en luisterde zoals vele anderen naar de radio waar het schokkende nieuws over de Duitse inval op verontwaardigde en tegelijkertijd meelevende toon werd besproken. Indië stond er vanaf 10 Mei 1940 alleen voor. De Nederlandse regering was naar Londen gevlucht en liet de leiding voorlopig aan het Gouvernement over. 

Het motief van William om zijn functie als jonge maar ervaren zeeman om te ruilen voor een carrière als vlieger is onduidelijk. Mogelijk realiseerde hij zich dat de marinevloot  onvoldoende was uitgerust en anderzijds was het een mogelijkheid om na jaren op zee gewerkt te hebben om ‘iets anders’ te gaan doen. In het boek over Julie zal er dieper ingegaan worden op de familie achtergrond van William. Vast is komen te staan dat William na het overlijden van zijn vader in 1930 gewend was om zijn eigen leven vorm te geven. In september 1941 werd William na een vooropleiding tot 2e Officier bevorderd en zou zich dagelijks verder bekwamen in de vliegtuigtechniek. Na de onverhoedse aanval door de Japanners op Pearl Harbor in december 1941 waarbij een kwart van de Amerikaanse vloot werd weggevaagd werd de MLD in Soerabaja ofwel de Marine Luchtvaart Dienst naar 100% paraatheid getrimd en zou William begin februari 1942 aan Julie vertellen dat hij op 8 februari naar Australië zou vertrekken alwaar hij mede betrokken zou zijn bij het opzetten van een Nederlands-Indische vliegbasis in samenwerking met de Australische luchtmacht. 

Aan William was toegezegd dat vrouwen en kinderen later zouden volgen.  Julie had geen andere keuze dan zich hierbij neer te leggen. Wanneer William voor het laatst Julie en hun twee kinderen heeft gezien om afscheid te nemen is niet duidelijk. Het zal op de 7e of misschien de 6de Februari 1942 geweest zijn. Hij zou zijn jonge gezin nooit meer terug zien. Zijn eerste heftige kennismaking met de oorlog zal in Broome zijn geweest. De Japanner hebben het kleine havenstadje op 3 maart 1942 aangevallen waarbij 88 slachtoffers vielen.  Na 15 intensieve maanden in Australië bij het 18 squadron werd hij voorjaar 1943 ingedeeld bij de vliegersopleiding in Jackson Mississipi Amerika. The Royal Netherlands Military Flying School was aldaar in 1941 heropgericht en William werd met name voorbereid op het vliegen met de Mitchell bommenwerpers. In februari 1944 vloog William met zijn collega’s met de zojuist afgeleverde Mitchell’s naar Engeland waar zij gestationeerd werden in de buurt van Horsham om deel te nemen aan het offensief op Frankrijk.

Of Julie en William na zijn gehaaste vertrek contact konden houden is zeer onwaarschijnlijk.  De Japanners rukten zeer snel op en na hevige gevechten en zware bombardementen op Soerabaya reden de Japanners op 8 maart 1942 Soerabaya binnen. Het jaartal 1942 zou vervangen worden door de nieuwe orde. De klok ging 90 minuten vooruit naar Japanse tijd en het werd jaartal 2602. Post werd niet meer verzorgd en telefoonverkeer was nauwelijks mogelijk. De inlandse bevolking had met stijgende verbazing waargenomen dat het KNIL met al zijn parades en ander oorlogsvertoon binnen een aantal maanden onder de voet was gelopen. De Japanners werden door hen met groot gejuich ontvangen. Voor de net 21 jaar oud geworden Julie brak een bijzonder moeilijke periode aan die zou aanhouden tot zij voet op Nederlandse bodem zou zetten in november 1946.

Begin december 1946 bezocht Julie het tussen Driebergen en Doorn gelegen marinerepatriëring centrum. Hier moesten vragenlijsten ingevuld worden en ontving zij een medische keuring en een traktementsvoorschot. Alleen personen die in een kamp hadden verbleven werden onderzocht op post-traumatische stress problemen. Als 'buitenkamper' hoorde Julie niet tot deze groep (?) Pas later op de dag zou Julie vernemen dat haar echtgenoot William Caistor Dobson op weg naar het slagveld boven Engeland was omgekomen na een noodlottige botsing met een andere Mitchell bommenwerper. Behalve William kwamen er nog zeven andere collega’s om. Vermoedelijk heeft Julie nooit de vriendinnen of echtgenotes van zijn eveneens omgekomen collega’s ontmoet. William was 28 jaar oud toen hij omkwam. Zijn collega’s waren vaak nog jonger.

MLD 86 (Marine Luchtvaart Dienst) zie de Gedenkrol


IJsselstein, J.A. (1917) ovl.3.kmr.tv 08-06-1944 Mitchell FR 182

Engels, P. (1921) Sgtvgtlg 08-06-1944 Mitchell FR 182

Mensingh, Th.P. (1920) mil-sgtvgsch 08-06-1944 Mitchel FR 182

Mulder, G. (1915) ozwnr.3.kmr 08-06-1944 Mitchell FR 182

Dobson, W.C. (1915) ovl.2.kmr.tv* 08-06-1944 Mitchell FR 150

Hagen, J.H. van (1916) sgtvgsch 08-06-1944 Mitchell FR 150

Stoffels, R.D. (1920) sgtvgtlg 08-06-1944 Mitchell FR 150

Meester, J. (1923) ozwnr.3.kmr 08-06-1944 Mitchell FR 150 







1941 september marine vliegveld Soerabaya
Installatie van het Corps Officieren



Uit de krant 9 februari 1942 


1942 Bombardement Soerabaya


Steden en havens in Australië die door de 
Japanners werden aangevallen vanaf 1942


De aanval op Broome 3 maart 1942
Een foto door de Japanse luchtmacht gemaakt 
direct na de aanval.


Een foto in de cockpit van een door de geallieerden genoemde Betty Bomber
het was de Mitsubishi G4M die de Japanse Zero jagers veelal 
begeleidde op hun aanvalsvluchten




1942 MLD vaantje op de brug rechts staat 'in Australië'




1943 Prinses Juliana bezoekt de in Jackson USA gelegen vliegers waar ook William verblijft.


1943 Julie over William



1945 Julie over William 






1940 - het voorspel van de inval in Nederlands-Indië

  

1942 wordt 2602 - De Showa van Keizer Hirohito "een periode van verlichte vrede". Julie; 'Ik kreeg de zenuwen'

Julie vierde haar eerste Nederlandse bevrijdingsfeest in mei 1947 samen met haar nieuwe vriend Anton. Maar voor zoals vele mensen die uit Indië kwamen en vanaf 1945 gerepatrieerd werden was 5 mei niet ‘hun’ bevrijdingsdag. Julie was pas eind april 1946 uit de gevangenis in Cheribon bevrijd en kwam terecht in een Batavia waar het ook toen nog zeer gevaarlijk was. In latere jaren zou Julie eerder aan het atoombom bombardement op Nagasaki denken of aan de 17de augustus 1945 toen Indonesië tegen de zin van de Nederlandse regering haar eigen republiek uitriep. Waar  was die Nederlandse regering toen Julie op 18 oktober 1945 door de Indonesische Politie werd opgepakt en naar de gevangenis van Cheribon werd afgevoerd?

Julie gaf in april 2602 haar vijf maanden oude baby Ted nog borstvoeding terwijl zijn broertje Billy als 18 maand oud peutertje al goed kon lopen. Julie was in de afgelopen weken niet in paniek geraakt maar wel diep geschokt en zwaar aangeslagen geweest. De voorgaande maanden waren voor Julie bijzonder verdrietig geweest. De december 1941 oorlogsverklaring van Nederland aan Japan direct na de onverhoedse aanval van Japan op het Amerikaanse Pearl Harbor had Julie en William doen realiseren dat de oorlog ook naar Java zou komen. Zij wisten beiden dat William op elk moment opgeroepen zou kunnen worden en dat Julie alleen met de kinderen zou achterblijven. 

De dagelijkse berichten vanaf de oorlogsverklaring werden steeds meer overschaduwd door het op handen zijnde vertrek van William. Toen hij op 8 februari 1942 met spoed naar Australië vertrok stond Julie er geheel alleen voor in een door 'voorzorg vernielingen' en onverhoedse luchtaanvallen verlamde stad.

Het had Julie geschokt dat het merendeel van de Indonesiërs de Japanners met zoveel vreugde hadden ontvangen. Julie wist niet meer waar zij aan toe was. Was zij als Nederlandse én getrouwd met een marine officier in gevaar? Had zij als Indisch Nederlandse nog rechten? Julie wist dat de Japanners erop uit waren het Nederlandse koloniale gedachtegoed volledig uit te bannen. Julie had naar de laatste Nederlandse radio uitzendingen geluisterd. Julie had in de weken na de recapitulatie de proclamaties van de Japanse bezetters op de muren gelezen en zij had al snel bezoek gehad van twee Indonesische agenten van de Politieke Inlichtingen Dienst (PID) die gevraagd hadden waar haar echtgenoot zich bevond. Ook hadden zij gezegd dat Julie zich beschikbaar moest houden voor verder verhoor. (foto met Generaal Imamura)

Tijdens de soms noodzakelijke wandelingetjes op straat door het allengs vuiler wordende Soerabaya was het niet altijd makkelijk om te buigen voor de Japanners  als kleine Ted in de slendang (draagdoek) op haar heup lag te dutten. In de wijk waar Julie woonde zo dicht aan de spoorlijn was het voortdurend een drukte van belang door de legerwagens en treinen vol met Japanse militairen. Overal stonden Japanse soldaten op wachten en Julie had gezien dat iedereen moest buigen en als men dat niet goed deed of te laat dan werd er met een geweerkolf of met de vlakke hand flink geslagen. 

Nadat zij 80 gulden had betaald had zij haar nieuwe persoonsbewijs ontvangen. In de laatste week van april 2602 en vlak voor de verjaardag van de Japanse Keizer werd Julie’s huis van het ene op het andere moment gevorderd. In een klap raakte zij alles kwijt. Met een grote koffer, twee handtassen en twee kleine kinderen verliet Julie haar huis. Om nooit meer terug te keren.








Haar tante Wies (Vlaanderen-Deuning) dreef al enige jaren een pension in Probolinggo maar ook haar huis was gevorderd door de Japanners. En ook deze havenstad en de omgeving waren zwaar gehavend door de bombardementen en de aangebrachte vernielingen en plunderingen. Al na korte tijd verliet Julie het noodonderkomen van haar tante om naar Bandoeng te vertrekken. Julie had haar loshangende haar in een Javaans knotje gespeld waardoor zij meer op een Indonesische zou lijken maar haar lichtere huidskleur viel enigszins uit de toon en vooral kleine Billy had Europese trekken.

Toen Julie in de tweede week van mei 2602 in het eens zo Europese Bandoeng aankwam was de stad reeds overspoeld geraakt met vluchtelingen uit alle delen van Java. De Japanse militairen waren alom aanwezig en het was duidelijk dat de rollen ook voor Julie nu anders waren verdeeld. De Japanners waren de baas. De Indonesiërs stonden op de tweede plaats. De Indo’s op plaats drie. En de totok mannen verdwenen alras naar gevangenissen en speciale kampen. Vanaf november van dat jaar zouden ook de Europese vrouwen en kinderen in kampen worden opgesloten. Er bleef Julie in mei 2602 niets anders over dan bij haar moeder Charlotte in te trekken die in de grote stoomwasserij aan de Merdikaweg 10 van haar vriend De Block alleen was achtergebleven. De Block was al in maart door de Japanners gevangen gezet en zou het kamp niet overleven. Charlotte was niet uit haar huis en bedrijf gezet opdat zij de wasserij verder kon open houden. Ook de Japanse officieren hadden immers schone kleding nodig.



Op 7 maart 1942, de dag voor de capitulatie van het KNIL, kreeg Van Helsdingen het bevel om geen Brewster Buffalo's meer de lucht in te sturen, ondanks dat er nog KNIL infanterie troepen onder vuur lagen vlak bij Kembang. Van Helsdingen stelde voor met de laatste toestellen een airraid op Kalidjati uit te voeren maar kreeg van generaal ter Poorten de opdracht de grondtroepen bij Lembang luchtsteun te geven. Van Helsdingen zei: "ik zal de opdracht uitvoeren maar dit is zelfmoord".

Bombardement Soerabaya


8 maart 1942 Japanse intocht Batavia


Japanse ansichtkaart intocht Soerabaya maart 1942


De Japanners kwamen ook per fiets in 1942


Japans decreet 11 Maart 1942

Er moest voortaan gebogen worden


Het Japanse rijk in 1942


Ook het door de Indische Spoorwegen zo zorgvuldig opgebouwde spoorsysteem 
werd al snel door de Japanners overgenomen


nationale radio uitzendingen in Indië werden overgenomen 
voor Japanse doeleinden


verspreiding van Japanse propaganda 


Japans machtsvertoon ook in Nederlands-Indië


Geschiedenis van de inname van Nederlands Oost Indië


1942 De Telegraaf bericht over de capitulatie in Indië

1942 De Engelse RAF verspreid propaganda boven Nederland

De Japanse inval in Nederlands-Indië (De bezetting deel 8)

Nederlands Indië tot 1949



Nederlands bezit door de eeuwen heen






1945 – 2012 : Bersiap-Merdeka-Revolusi Sosial: de Tante van Julie overleefde het niet


Een van de grootste inschattingsfouten van de elkaar opvolgende naoorlogse regeringen in Nederland was het weigeren van de uitdrukkelijke wens van de Indonesiërs om na de Japanse bezetting van Indië, onafhankelijk van Nederland te mogen zijn. Onbegrijpelijk. Na een bezetting van vijf jaar door de Duitsers en de internationaal steeds luider klinkende roep om het koloniale bezit terug te geven aan de respectievelijke volken. Heeft het uiterst verzwakte Nederland in 1945 de hulp nodig van de Engelsen om Indië zo snel mogelijk weer in te kunnen nemen. 

Er was immers veel geld nodig om Nederland weer op te kunnen bouwen. En daar had Indië vroeger ook al zou goed aan meegeholpen. In Nederland was de stemming verdeeld. Wel of niet de onafhankelijkheid accepteren, en tegelijk was er de bezorgdheid over de grote groep in kampen geïnterneerde Nederlanders. 


Over de veel grotere groep Indo-Europeanen die buiten de kampen hadden weten te overleven maakt men zich aanmerkelijk minder zorgen. De Nederlandse regering had grotere zorgen, de schatkist was immers leeg. Om de schatkist weer aan te vullen werd de propaganda machine opgestart met berichten over het zware lot van de gevangen Nederlanders en negatieve berichtgeving over Soekarno die met de Jappen gecollaboreerd zou hebben en nu een communistische staat van Indië wilde maken. De onderliggende doelstelling (geld) werd zo goed mogelijk uit de publiciteit gehouden. Dat gebeurde al eerder. 


O.a. in 1902 toen het Rhemrev-rapport vakkundig in een onvindbare ‘openbare lade’ van een ministerie werd opgeborgen. Het Rhemrev-rapport werd omstreeks 1985 ‘herontdekt’ door de Amsterdamse hoogleraar Jan Breman. Het gaf hem aanleiding tot het schrijven van zijn boek ‘Koelies, planters en koloniale politiek’. Het Rhemrev-rapport en het protest pamflet  van Mr. J. van den Brand 'De miljoenen van Deli’ zijn integraal in Bremans boek opgenomen en geven een verschrikkelijk beeld van de arbeidstoestanden op de plantages van Sumatra's Oostkust.

Onlangs verklaarde demissionair minister Rosenthal dat zijn regering geen geld (3 miljoen) beschikbaar zou stellen voor een nieuw Indië-onderzoek. Het NIOD, het NIHM en het KITLV hadden vlot uitgerekend dat zij met dat bedrag onderzoek konden doen naar het door Nederland gebruikte geweld tijdens de dekolonisatie periode. Hiermee werd bedoeld onderzoek naar de gevolgen van de aanwezigheid van Nederlandse militairen die pas vanaf maart 1946 op o.a. Java de positie van de Engelsen over mochten nemen. Het gezamenlijke onderzoek betreft de periode vanaf maart 1946 tot aan de laatste coup poging door ex-kapitein Raymond Westerling in januari 1950. Die met zijn eigen legermacht(je) de APRA dood en verderf zou zaaien. In hoeverre het door Nederland gebruikte geweld tot aan de overdracht van Nieuw-Guinea in 1962 onderzocht zou worden is nog niet duidelijk. 

Er was echter nóg een periode waarin veel geweld werd gebruikt en vooral veel mensen zijn vermoord. Door de arrogante en onverzoenlijke houding van de Nederlandse regering veranderde de feestelijke stemming in Indië over de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945  in geweld acties en moordpartijen  op de nog in Indië aanwezige Nederlanders, Indo-Europeanen en Indonesiërs die er van verdacht werden met de Nederlanders te heulen. De Indonesiërs wilden een duidelijk signaal afgeven aan de geallieerden én aan de Nederlandse regering dat zij onder geen beding terug wilden naar de jaren van weleer. De onlusten in de verschillende steden op Java begonnen in september 1945. 


Die drie miljoen Euro die nodig zijn voor het onderzoek zijn vermoedelijk te weinig als je het dan toch samen met de Indonesiërs gaat doen. Als al die onderzoeksbeperkingen bij het niet zo heel openbare Nationaal Archief worden opgeheven komt er genoeg nieuw geld binnen voor een veel groter onderzoekHet onderzoek kan dan  na een korte voorgeschiedenis beginnen vanaf 18 augustus 1945. Dus ruim voor de terugkeer van het Nederlands gezag en ruim voor dat de politionele acties opgestart werden.

De periode na 18 augustus 1945 was de door de Nederlanders genoemde Bersiap-periode een term die nauwelijks bekend is onder de Indonesiërs. De Indonesiërs beschouwen deze periode en de aanwezigheid van de Nederlandse militairen vanaf maart 1946 als de Merdeka of de Revolusi Sosial. De twee belangrijkste nationalistische leiders Soekarno en Hatta proclameren op 17 augustus de onafhankelijkheid van Indonesië terwijl de hoofdbewoner van de villa, de Japanse Admiraal Maeda Tadashi op de bovenetage lag te slapen. Alhoewel de nationalisten al in 1944 waren begonnen met voorbereidingen was er in augustus 1945 nog geen sprake van goed georganiseerde nationale eenheid. De door de Japanners getrainde jongeren tussen 14 en 30 jaar waren geen betrouwbare en goed bewapende legereenheid die de nieuwe rechtsorde zou kunnen implementeren. Voor de nationale communicatie werd het voormalige Japanse radiostation gebruikt maar deze zender bereikte niet iedereen. 

Er was nationale verwarring en er ontstonden lokale interpretaties over de wijze waarop de onafhankelijkheid bereikt moest worden. Islamitische fundamentalisten en communistische groeperingen die radicaler waren dan de vaak wat oudere nationalisten die de weg van de dialoog voor stonden, werden geïntimideerd en tot onlusten en rooftochten aangezet. Veelal onder aanvoering van de lokale onderwereldfiguren die als kleine ‘warlords’ ook tijdens de Japanse bezetting en in de vele jaren daarvoor de onderkant van het sociale leven op geheel Java hadden bepaald. Het waren juist deze kleine bendeleiders die een grote invloed hadden op de bevolking van de vele kampongs en daarmee ook van grote invloed waren op de moorddadige gebeurtenissen die zich tijdens de Bersiap-periode zouden afspelen. Soekarno en zijn regering hadden nauwelijks invloed op hen en de invloed van de bendeleiders zou pas in de jaren ’80 van de vorige eeuw afnemen. 

De bevolking van het door de Japanners uitgemolken en verzwakte land hadden echter één gezamenlijk doel. De grote hongersnood op Java in 1944 zou meer dan 3 miljoen mensen het leven kosten en lag nog fris in het geheugen van de overlevenden die allen wel een of meerdere familieleden waren verloren. De doelstelling van de nationalisten was duidelijk. Géén terugkeer naar de dagen toen de Hollanders de dienst uitmaakten. Het is uiteraard een theoretische vraagstelling, maar hoe zou de geschiedenis verlopen zijn als de Nederlandse regering terstond en onvoorwaardelijk de onafhankelijkheid van Indonesië op 18 augustus 1945 had erkend? Vanwege de slechte radioverbinding in die periode had dat natuurlijk ook 19 augustus mogen zijn. 

Maar stel dat! Zouden dan die 5000 Nederlandse soldaten niet zijn gevallen tussen 1946 en 1949. Zouden dan die mogelijk meer dan 200.000 Indo-Europeanen die niet in de kampen zaten het overleefd hebben? Zouden de in de kampen geïnterneerden dan werkelijk weer vrij zijn geweest na 18 augustus 1945 waardoor zij eerder geholpen hadden kunnen worden met voeding en medicijnen. En zou de exodus van meer dan 350.000 personen naar Nederland en andere landen dan anders zijn verlopen? Deze vragen zouden eveneens afgewogen kunnen worden in het onderzoek wat (voorlopig) door de huidige regering is afgewezen. Mogelijk komt uit het onderzoekresultaat naar voren dat een van de belangrijkste oorzaken van de geweldsexplosie vanaf oktober 1945 juist door de starre houding van de toenmalige Nederlandse regering is veroorzaakt.

Op 18 oktober 1945 nam Julie van der Steur een ‘Andong’ (rijtuig) vanuit de wijk Mr. Cornelis in Batavia. Zij was op weg naar het treinstation om naar Bandoeng te kunnen reizen. In de jaren ervoor had Julie zich op de vlucht voor de Japanse militaire politie schuilgehouden in Batavia. En weten te overleven door zich in het hol van de leeuw te bewegen. 

Haar vroegere schoolvriendin Marie was met een op Java geboren en tot Nederlander genationaliseerde Japanner getrouwd en samen met haar echtgenoot werkte Marie in een Sakurai Kantoor. Een handelsonderneming waar de Japanse militairen en ambtenaren hun uit Japan afkomstige boodschappen konden halen of laten bezorgen. Het kantoor was gevestigd in de zeer bevolkte handelswijk Mr. Cornelis. De bevolking bestond als vanouds uit veel Chinezen, gemengdbloedigen (Euro-Aziaten) en een laag percentage Nederlanders. Julie had zich goed schuil kunnen houden in de nauwe straatjes achter de grote markt. 

Julie had haar Indische uiterlijk mee. Zij had haar verschijning weten te benadrukken door haar diep zwarte haar strak naar achteren te kammen en een haar staart tot een knotje te vormen. Zij droeg kleding zoals bij de inlandse vrouwen gebruikelijk was en liet niet merken dat zij uitstekend Nederlands sprak. Door haar kleine en magere gestalte onderscheidde zich nauwelijks van de inlandse vrouwen. Toch was het in het voorjaar van 1945 bijna mis gegaan. Waren het haar ogen die gemiddeld groter waren dan de ogen van de Javaanse vrouwen? Of was het haar angstige oogopslag die een dienstdoende Indonesische politie agent alarmeerde? Julie werd staande gehouden terwijl zij voor een boodschap op de bedrijfsfiets van Marie onderweg was. De politieagent vertrouwde haar antwoorden niet en boeide haar met een hand aan haar fiets. 


Onderweg naar het politiebureau waarschuwde Julie omstanders zo vaak als mogelijk om Marie op de hoogte te stellen van haar arrestatie. Julie werd opgesloten in een vochtige donkere cel in afwachting van verhoor door de leidinggevende Japanse politie. Julie heeft er twee dagen en nachten door gebracht. Het angstzweet had plaats gemaakt voor koud zweet en een longontsteking. Toen de celdeur werd geopend kreeg Julie het bevel om mee te komen. Zij werd in een auto geplaatst en tot haar grote verbazing naar de achterkant van een groot landhuis gereden. 


Het was niet ver van Kampong Makassar. Achteraf zou blijken dat Marie een goed woordje voor Julie had gedaan bij de hoofdbewoner van het grote oude koloniale landhuis. De hoofdbewoner was Kapitein Tanaka Kentaro een goede klant van het Sakura Kantoor. Marie had verteld dat Julie tuberculose had en Kentaro wilde haar om die redenen niet opsluiten in het nabij gelegen burgerkamp Bunsho I Kamp 9. Julie zou tot eind augustus 1945 in de kleine bijkeuken van het grote landhuis verblijven. Zij hielp de inlandse Kokkie met hand en span diensten in de keuken en kroop weg als de Japanse medewerkers van Kentaro zich op de terrassen ophielden. Pas eind augustus durfde Julie de bijkeuken en het terrein te verlaten. De geruchten over de Japanse overgave bleken waar te zijn. 


Julie wandelde angstig en onzeker naar Mr. Cornelis terug, de wijk waar haar vrienden zich zouden bevinden.  De huizen, wegen en zijstraten waren de voorgaande jaren slecht onderhouden en veel tuinen en perken waren als groentetuin in gebruik genomen. Er was veel volk op straat. Opgewonden strijdkreten roepend. De volwassenen en jongeren zagen er mager en onverzorgd uit en de vele straatkinderen trachten met bedelen hun kostje bij elkaar te scharellen. Nog geen zeven weken later werd Julie opnieuw vastgenomen en per vrachtwagen en trein naar de Oude Boei gevangenis in Cheribon vervoerd. Julie zou daar zeven maanden en onder zeer zware omstandigheden verblijven.

Een tante van Julie zou de Bersiap-periode niet overleven. Onlangs werden er twee uitzendingen uitgezonden door Omroep Max. Het betreft een tweedelige documentaire-serie die op zondag 12 en 19 augustus werden uitgezonden. De documentaire begint met een historisch overzicht van de periode vóór de Bersiap-periode die vanaf de tweede week van augustus 1945 die het gehele eiland van diverse brandhaarden zou voorzien. De documentaire is gemaakt door Pia Media. Op hun verzorgde website www.archiefvantranen.nl kan men het uitgebreide dossier lezen wat de aanleiding zou zijn naar nog meer research en uiteindelijke de tweedelige documentaire. 

Op de website word vermeld (ik citeer) dat er naar schatting 20.000 Nederlandse mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord door Indonesische extremistische strijdgroepen, de pemoeda’s, die zich gevormd hadden na het uitroepen van de onafhankelijkheid op 17 augustus 1945 – Het is aldus een schatting, gemaakt op basis van diverse tellingen en bronnen. Er zouden echter veel meer slachtoffers genoemd kunnen worden. Er werden immers ook veel Indonesiërs vermoord omdat men hen er van verdacht bevriend te zijn met Nederlanders.

In deel twee van de sobere en soms zeer aangrijpende documentaire wordt o.a. de moord op Oma Deuning besproken en er word op locatie gefilmd in de afgelegen Desa Ngadireso. Victorine Deuning woonde in de buurt van de bijna volledig uitgemoorde familie Engelenburg. Hans Vervoort heeft hier eerder al eens over geschreven. En er moet wat rechtgezet worden. In de documentaire word gesteld dat Oma Deuning géén eigen kinderen zou hebben. Victorine was de weduwe van Georgius Gerardus Deuning. Georgius was enige jaren eerder overleden. Georgius was een oudere broer van de moeder van Julie van der Steur, Charlotte Deuning. Victorine Deuning was eerder getrouwd geweest met Albert Karel Frederik Le Febre. Een huwelijk waarin zij vier kinderen zouden krijgen waarvan er twee reeds op jonge leeftijd overleden. 

Het huwelijk hield geen stand en in 1907 is de scheiding uitgesproken. In 1909 trouwde Victorine met Georgius, zover bekend hebben zij samen geen kinderen gekregen. Dochter Pauline uit het eerste huwelijk van Victorine trouwde met Lodewijk L. Leenderts. De eerst geboren dochter van Lodewijk en Pauline werd Sonja genoemd. In de documentaire komt Sonja van der Hoff-Leenderts aan het woord en doet levendig verslag van haar contacten met haar eigen grootmoeder die in de documentaire haar kinderloze stiefmoeder wordt genoemd. 


Deze kleine details doen verder niets af aan wijze waarop de dramatische ontwikkelingen in beeld worden gebracht. Het bewijst echter ook hoe moeilijk het is om gedetailleerd onderzoek te doen naar de gebeurtenissen op Java tussen 1942 – 1949. In een land waar de gemeente en kerk registers en veel andere documenten en foto/filmmateriaal door de opgewonden Indonesiërs in brand zijn gestoken.

Julie en haar moeder Charlotte hadden na hun aankomst in Nederland geen fotoboeken of brieven van ‘vroeger’ in hun schamele bagage, zij hadden niets meer. Hun huizen en andere bezittingen waren geconfisqueerd of in brand gestoken. Van enige compensatie is nooit sprake geweest. De nieuwe Nederlandse regering liet beleefd weten dat het gebeurde in Indië onder een volstrekt andere regering had plaats gevonden. Het Nederlandse volk liet weten dat zij toch wel zo veel meer hadden geleden dan de repatrianten. Ja, daar wordt je wel stil van. 

Charlotte kwam uit een gezin van 15 kinderen en is opgeroeid in het landelijke Boyolali in de omgeving van Solo. Door trouwerijen ontstond een familie die in 1942 bijna honderd personen telde. Meer dan zeventig familieleden hebben de bezetting en de Bersiap niet overleefd. Hun stoffelijk overschotten liggen over Java, Sumatra, Thailand, Japan, Singapore en veel andere buitenplaatsen verspreid. 


Niet allen zijn (her)begraven op de vele oorlogskerkhoven en erevelden. Victorine is op 27 oktober 1945 vermoord omdat zij een Nederlandse achtergrond zou hebben. Als ik naar de prachtige sawa beelden van Michiel Praal kijk dan hoop ik dat de geest van Victorine in de buurt van haar huisje en bij de verstilde sawa’s alsnog rust heeft gevonden. In 1948 groef de Nederlandse Opsporingsdienst Overledenen 39 slachtoffers op die in de omgeving van het huisjes van Oma Deuning werden vermoord. 

De slachtoffers zijn herbegraven op Ereveld Kembang Kuning. Toen ik de beelden in de documentaire zag en de mensen hun soms zeer emotionele verhaal hoorde vertellen hoorde ik in de verte het ingehouden verdriet van mijn moeder Julie. Dan weer stil en dan soms wat luider. Het was diep weggestopt verdriet over ‘vroeger’. Verdriet waar zij niet over kon praten. Maar waarom leeft dat verdriet en verlies ‘van vroeger’ ook zo in mij? 


Tijdens de Atjeh periode 1874- 1918 werd door de 
Nederlandse militairen veel geweld gebruikt. 




Het blauwe deel van de Nederlandse vlag werd verwijderd







De villa waar de proclamatie werd voorgelezen is heden een museum


K. Wilhelmina laat ondertussen blijken dat zij er geen snars van begrepen heeft. 








Victorine Deuning-Anthonio voor haar huisje

1948 Ereveld Kembang Kuning Soerabaja


roosjeroos.nl