Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1938 Julie wordt 18 en verhuisde naar Jakarta en werkte voor de PTT

Vandaag had ik een rotdag. De voorgaande nacht was al niet zo best geweest. Werd boos wakker en sliep met moeite weer in. Ik had gedroomd over mishandelde inlanders op Java en over Wajangpoppen die waarschuwden dat er een grote oorlog op komst was. Kennelijk had ik de voorgaande dagen teveel over Indië gelezen. 

Dit Blog heeft als thema verdringing en ontkenning. Na tientallen boeken, honderden artikelen gelezen en vele foto’s over ‘ons Indië’ bekeken te hebben valt niet te ontkomen aan de beschrijving dat de voormalig koloniaal Nederland Rijks Beheerders en hun onderdanen zich honderden jaren lang vaak zeer schandalig hebben gedragen t.o.v. de inlandse bevolkingen waar zij over heersten.  En dat zit me vandaag goed dwars. 

In de naoorlogse geschiedenisboeken en op de Nederlandse scholen wordt nauwelijks iets vermeld over de deelname van Hollandse onderdanen aan de uitpersing en wandaden oogluikend toegestaan door van de vele Nederlandse regeringen die precies wisten wat er gaande was in hun ‘overzeesche gewesten’. Dat de halve Amsterdamse grachtengordel met woekerwinsten uit de Oost zijn gefinancierd zullen zich vandaag de dag maar weinigen bewust zijn. 

Naast de zeer terechte Indië herdenkingen vanwege de geleden ellende door de Japanse bezetting zou er wat mij betreft meteen een herdenkingsdag voor de mishandelde en vermoorde inlanders gehouden mogen worden. En dat zijn er heel wat meer dan het aantal slachtoffers uit 1942-1946.

Julie is een 'Indo' meisje wat opgroeide tussen de blanke en donker gekleurde inlanders en andere ‘vreemde oosterlingen’. Zij is niet in een kampong geboren maar heeft ouders met een gemengde achtergrond uit de wat hogere welstand regionen. Haar moeder had de lagere school afgemaakt en enige jaren huishoudonderwijs. Haar vader had meer kansen gehad en was op 18 jarige leeftijd in dienst gekomen bij de Verenigde Klaatensche Culturen Maatschappij die hem de gelegenheid gaven om naast zijn werk bij te studeren.

Julie’s moeder was 50% Hollands en 50% inlands. Julie’s vader 100% blank. Toch zag Julie er zeer Indonesisch uit. Er waren rangen en standen onder de Indo’s. De Hollanders waren immers A volk. De Indo’s en vreemde oosterlingen B volk en de Inlanders C volk of nog lager. Onder het B volk werd echter ook weer onderscheid gemaakt op basis van uitstraling, afkomst, opleiding, achternaam, beroep, functie, welstand enz. De doorsnee Indo woonde in twee werelden. De verfijnde Javaanse manieren werden afgewisseld met het doortastende en zakelijke van de gemiddelde Hollander. De twee (of meerdere) gezichten van de Indo. Of is het een voortdurende spagaat? Hier komen wij later op terug.

Julie was in december 1938 achttien jaar oud geworden. Zij had een goede baan bij de PTT in Batavia die zij weldra zou verliezen vanwege seksuele intimidatie door een Hollandse afdelingchef. Maar wie is zij? Waar hoorde zij bij? Bij de witte Hollanders? Of bij de inlanders? Julie’s achternaam was van der Steur maar haar donkere uitstraling zorgde ervoor dat zij toch wel heel vlot bij de Indo’s werd ingedeeld. 

En telkens opnieuw moest Julie aan de witte Hollanders uit leggen dat zij maar 25% Indonesisch bloed had en naar échte witte scholen was geweest. Omdat zij haar baan kwijt was geraakt en aldus zonder inkomen, solliciteerde zij ten einde raad bij een Dancing in de binnenstad van Batavia waar zij als serveerster aan het werk kon om de hoofdzakelijk witte bezoekers te animeren met drankjes en het zingen van liedjes onder begeleiding van een dansorkestje. Daarnaast verdiende zij bij door kleding te maken voor vrienden en kennissen. De kans op een nieuwe baan in overheidsdienst was door haar gedwongen vertrek minimaal. Want je moest als Indo geen ruzie krijgen met een witte Hollander.

Julie kwam dus niet uit de kampong rond de nabijgelegen KNIL kazernes waar een heetgebakerde jonge Nederlandse jongen onder de klamboe was gekropen met een volgzame en hongerige inlandse schoonheid. Om later haar mooie kindje bij Pa van der Steur in het Oranje Nassau Instituut in Magelang onder te brengen omdat zij de schande van het verlaten zijn niet kon verdragen én de voeding voor de baby niet kon opbrengen. Die korte warme omhelzing met die Hollandse jongen had haar een niet door de Nederlandse Regering erkende pracht baby opgeleverd. 

Alweer zo’n nieuwe Indo zonder Hollandse naam. Zijn moeder noemde hem Pierre omdat haar minnaar zich zo had genoemd. Een achternaam had zij nooit gehoord. Pierre werd een van de 7000 ‘van der Steurtjes’. Tussen de Indo’s Julie en Pierre zijn aldus vele 'Indo' varianten denkbaar die door het lot bepaald werden en zeker niet door het Nederlandse Wetboek want dat mooie wetboek was nauwelijks van toepassing op Indo's en inlanders in vergelijk met de rechten van de Hollanders.

De rond de eeuwwisseling geïntroduceerde ‘Ethische Politiek’ waardoor de inlanders het beter zouden krijgen was een wrang zoethoudertje geworden binnen een nationale en internationale marketing politiek. Het enorme inkomen uit Oost-Indie was immers belangrijker voor Nederland dan een winst verslindende welzijn organisatie op te bouwen voor miljoenen inlanders die afhankelijk werden gemaakt van de dagelijkse fooi die zij voor hun noeste arbeid ontvingen (lees hierover o.a. Koelie-ordonantie). 

De wantoestanden rond de inlandse werknemers op Sumatra werden begin 1900 beschreven in De millioenen uit Deli door mr. J. van de Brand. Naar aanleiding van zijn publicaties werden er een ook in de Tweede Kamer vragen gesteld en er zou een officieel rapport opgesteld worden wat later in de doofpot zou verdwijnen.

Dit rapport staat bekend als het Rhemrev-rapport uit 1904 opgesteld door een officier van Justitie uit Batavia. Deze J.T.L. Rhemrev (een Indo waarvan vermoedelijk verwacht werd dat hij zijn werk toch niet goed zou doen) had in mei 1903 de opdracht gekregen een administratief onderzoek in te stellen naar aanleiding van de ‘de brochure van mr. J. Van den Brand’. Er werd indertijd lacherig en smalend gereageerd in de Tweede Kamer op deze ‘brochure’. “Ach het zijn incidenten en het valt allemaal wel mee rond die luie Koelies”. 

In de jaren ’80 van de vorige eeuw deed Hoogleraar Jan Breman van de Erasmus Universiteit Rotterdam en van het Institute of Social Studies onderzoek. Uit zijn onderzoek kwam naar voren dat de toenmalig verantwoordelijke Minister er in 1904 persoonlijk op toe had gezien dat het rapport onder geen beding in de Tweede Kamer besproken zou worden. Dat de rapportage door Rhemrev vele malen schrijnender en kwalijker was dan de ‘brochure' van Van de Brand mocht niet naar buiten gebracht worden. Het gaat hier om misdragingen door Hollanders tegen inlanders die indertijd als 'normaal' werden geacht.

Hierboven wordt een summier voorbeeld gegeven van de verdringing en ontkenning waar de Nederlandse Staat en haar medewerkers in Nederlands-Indië zich telkens opnieuw en ten kostte van vele mensen(levens) zich in honderden jaren aanwezigheid in Indonesië schuldig aan hebben gemaakt. In deze hypocriete omgeving groeide Julie op waardoor zij haar goed betaalde baan verloor en op 18jarige leeftijd haar eerste grote levenles kreeg. Het ging in Indië niet alleen om ongestraft winst maken maar ook om huidskleur en afkomst. Een grapje? "Zijn er nog slachtoffers gevallen? Nee gelukkig niet, alleen maar inlanders".


Er bestaan veel 'anekdotes' over de machtswellust en het racisme van de Nederlanders in Indië vaak vermengd met flinke porties sadisme door lokale blanke potentaten. Dat was ook de 'minderen' zoals de Indo's niet vreemd als het ging om de mensen die weer onder hen stonden. Men zou in Nederland kunnen denken dat hier van overdrijving sprake is. De koloniale onderlinge verhoudingen kwamen immers nauwelijks voor in Nederland. 

De werkelijkheid van de koloniale samenleving zit verborgen achter een mist van Tempo Doeloe blabla en zoektochten naar Indische hapjes. Julie werd flink wakker geschud door haar gedwongen ontslag en begon steeds meer sympathie te krijgen voor het pacifisme en de Nationalisten.  


    Nederland had voor 1945 bijna 70 miljoen onderdanen
  
Batavia 1938 - G.G. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer aan het ontbijt met vrouw en dochter

Flat van de secretaris van de resident aan het Koningsplein van Batavia
                                  
                              Er werd goed geld verdiend in Indië - De Javasche Bank te Batavia

1904 De Balzaal van Gebouw Concordia te Batavia

Batavia Hotel des Indes

De Volksraad

Buiten werd de was gedaan

                                                              Multatuli - Max Havelaar


Jan Breman schreef o.a. 




De foto's hieronder laten een vertekend beeld zien. De werk en leefomstandigheden waren aanmerkelijk minder rooskleurig dan op de foto's zichtbaar gemaakt wordt. Mishandeling, gevangenneming, wanbetaling, onderdrukking en seksueel misbruik waren evenzeer onderdeel van het verblijf op een plantage als de keiharde werkomstandigheden.






    
     er werden ook Javanen verscheept naar Suriname



1 opmerking:

  1. aangrijpend om zo een mensenleven aan je lezersoog voorbij te zien gaan. Heel mooi, maar ook truerig soms. Weet iemand hoe ik aan dat Rhemrev rapport kan komen? mirpetauwerda@gmail.com

    BeantwoordenVerwijderen