Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1945 Batavia - onderduiken, kersenbloesem en de bom op Nagasaki

Julie heeft haar twee kinderen vanaf midden 1943 tot augustus 1945 niet vaak kunnen bezoeken in het moeilijk bereikbare Bandoeng. Julie had een grote vrees voor de militaire politie de Kempeitai ontwikkeld en zij wist dat zij in Bandoeng nog gezocht werd. Julie was op onvrijwillige wijze bekend geraakt met hun verhoortechnieken. Eerst martelen dan naar de gewenste bekentenis luisteren en vervolgens de opgelegde straf ten uitvoer brengen. De Kempeitai had immers altijd gelijk en hield niet van gezichtsverlies.

Haar verlangen naar de twee kleine jongens was er niet minder om geweest en Julie nam tussen zomer 1943 en voorjaar 1945 verschillende keren een groot risico om alsnog van Batavia naar Bandoeng te reizen. De oudste zoon woonde bij haar moeder Charlotte en de jongste bij PTT vriendin Ukkie Sombeek. Het had vooral bij Ukkie verbazing gewekt dat Julie soms en na vele maanden bij verrassing en voor korte tijd haar zoontje Ted kwam bezoeken. Ukkie had het vermoeden dat Julie met de Japanners collaboreerde. Want hoe kon het dat Julie vrij kon reizen? 

Pas vele jaren later zal blijken dat beide kinderen maar vooral jongste zoon Ted grote moeite hebben gehad met de afwezigheid van hun moeder. Ted is in 1946 als bijna 5jarige kleuter na veel touwtrekkerij nogal plotseling bij zijn pleegmoeder Ukkie opgehaald om daarna met de boot met zijn moeder, grootmoeder en broertje Billy naar Nederland te vertrekken. De psychosociale gevolgen van deze traumatische ervaring zijn in latere jaren met name voor Ted en Julie zeer zwaar geweest.

Julie had tijdens de bezoeken aan Bandoeng telkens het lichtbruine bedrijfsjurkje van Marie gedragen met het opvallend mooi geborduurde Sakura (kersen)bloesem embleem. Tot op heden het nationale symbool van Japan. Toen ook gebruikt als badge door de bijvoorbeeld zo gevreesde militaire politie, de KempeitaiHet reizen door het door hongersnood en brandstof tekorten ontregelde Java was voor Julie een angstige zaak geweest vooral vanwege de controles en de soms oplaaiende haat tegen de Indo's. 

De trein was geen optie vanwege de nog strengere controles en de benodigde reisvergunningen. De Japanners voerden vanaf 1944 een steeds strenger wordend voedsel beleid om het aanwezige leger maar ook Japan te voorzien van rijst en andere producten. Tegelijkertijd probeerden zij de nationalisten te paaien met het zicht op onafhankelijkheid onder het voorbehoud dat de het centrale bestuur vanuit Japan geregeld zou worden. 

Vanwege berichten over de oprukkende geallieerde legers nam het ronselen van mannen en jongens voor verdedigingsactiviteiten zeer toe maar ook werd er veel propaganda gevoerd voor werkprojecten zoals de Birmaspoorlijn waar meer dan 80.000 Romusha het leven bij zouden laten. Het heftige door de geallieerden uitgevoerde bombardement op Soerabaya in mei 1944  had de Japanners er toe aangezet om de samenwerking met de Indonesische nationalisten op te voeren. Toch kwamen er steeds meer berichten in oploop dat de Japanners aan de verliezende hand waren en het zelfbewustzijn onder de Indonesiërs groeide hierdoor sterk.

Steeds meer Indonesiërs hadden de betere banen van de Indo-Europeanen overgenomen en de buiten de kampen verblijvende Indo’s werden steeds vaker mikpunt van spot en haat. Niet dat alleen de Indo’s en blanken hierbij geslachtofferd werden. In alle geledingen van de Indonesische maatschappij was het onderling racisme volop aanwezig. Indonesië is samensmelting van een grote verscheidenheid verschillende volkeren en culturen en kende vele rangen en standen. In hoeverre de komst van de Islam meer onderlinge vrede heeft gebracht is tot op de dag van vandaag een bijzondere discussie. 

De voormalige aanwezigheid van het hoofdzakelijk op christelijke principes gebaseerde koloniale bewind was vanaf 1942 verrassend snel verdwenen. Het Japanse shintoïsme en boeddhisme werd niet opgelegd door de Japanners en er waren geen zwaarwegende bezwaren tegen de animistische en   Islamitische geloofsbeleving. Er waren immers grote overeenkomsten met bijvoorbeeld de Wahyu (goddelijke macht) en de verlichtende invloed van de Goddelijke Japanse Keizer. 

En er waren spirituele leiders zoals de Dukuns die de aanstaande president Soekarno het groen licht gegeven zouden hebben omdat hij de nieuwe Ratoe Adil zou zijn. Julie had van haar vader het vertrouwen in de Dukuns overgenomen en bewoog zich hiermee tussen haar katholieke geloof en het landelijke bijgeloof in de macht en kracht van de Dukuns en de pusaka’s (voorwerpen die extra kracht zouden geven). Het zou haar de kracht hebben gegeven de buitengewoon moeilijke oorlogsjaren door te komen.

Onder de Indonesische jeugd de Pemoeda broeide het verlangen naar onafhankelijkheid al ver voor 1942. Zij verweten de Nederlanders dat de Nederlandse koloniale aanpak gericht was geweest op zelfverrijking en onderdrukking en de Japanners speelden daar slim op in door hen de aandacht te geven die Nederland hen niet had willen schenken. Scholing, voeding en de belofte op zelfbeschikkingsrecht. De Pemoeda beweging kreeg steeds meer vorm en vond aanhangers tot in de uiterste hoeken van het land met al z’n eilanden.

Terwijl Julie zich schuil hield in de bijkeukens van het landhuis (Cililitan) van kapitein Tanaka vlak bij kamp  Makassar werkten de Amerikanen aan hun kernwapens. Little Boy werd op 6 augustus boven Hiroshima afgeworpen, explodeerde en veroorzaakte een enorme drukgolf en grote hitte waardoor er bijna 80.000 mensen in één keer om kwamen. Uiteindelijk zouden het dodental oplopen tot over 140.000 volwassenen en kinderen. Fat Man was de tweede atoombom. Door slecht zicht boven een dunbevolkt gebied bij Nagasaki geëxplodeerd op 9 augustus. Deze bom maakte circa 40.000 dodelijke slachtoffers. 

Op 15 augustus hield keizer Hirohito een toespraak op de radio. Het was de eerste keer dat een keizerlijke stem zich tot het Japanse volk zou richten. Het veroorzaakte veel verwaring. De keizer sprak over acceptatie van de verklaring van Potsdam maar niet over overgave. De verklaring van Potsdam was opgesteld op 26 juli 1945 en behelsde onmiddellijke overgave van Japan.

Het uiteindelijk nieuws van de capitulatie bereikte Batavia een dag later en Soekarno haastte zich om de onafhankelijk van Indonesië uit te spreken op 17 augustus 1945. Het leek erop dat Julie nu ook bevrijd zou zijn en zich weer vrij kon verplaatsen. 

Terug gaan naar Bandoeng kon echter nog niet in de daarop volgende weken. De nationalisten met hun eigen leger en de minder georganiseerde Permoeda’s met hun bamboe speren bevolkten de straten. Het bleek uiterst gevaarlijk op straat te zijn en Julie vluchtte naar oude kennissen in de wijk Meester Cornelis. Marie en haar echtgenote heeft zij nooit meer terug gezien.  Voor de Kempeitai behoefde Julie niet meer te vrezen.

Een Dukun tijdens de bereiding van geneesmiddelen



Pemoeda's 

Pemoeda's


 Atoombom de 'Fat Man'  - de lucht boven Nagasaki 



Hiroshima na de bom

vernielde tempel in Nagasaki
daaronder Soekarno die met grote haast de onafhankelijkheid van Nederland 
en Japan uitspreekt op 17 augustus 1945






Boven: afbeelding van een Kempeitai armband 

Martelingen door de Kempeitai - fotomateriaal uit het Changi museum Singapore




1945 -  jonge meisjes wuiven kamikaze piloten uit en zwaaien met kersenbloesem


Het Kempeitai logo is ook een kersenbloesem (Sakura)


In 1945 werd Nederland bevrijd door de geallieerden

Geen opmerkingen:

Een reactie posten