Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1939 - Julie verhuisd van Batavia naar Soerabaya

Zo rond december 1939 is Julie haar koffers aan het pakken om naar Soerabaya te verhuizen. De stad waar haar vader is geboren in 1900. In de voorgaande maanden was er een nerveuze stemming in Batavia ontstaan. De berichten uit Nederland waren zeer verontrustend. De mobilisatie van de bevolking in Nederland was inmiddels op gang gekomen vanwege het dreigende gevaar uit Duitsland. In Batavia werden voortdurend militaire oefeningen gehouden. Er werd ook geld verdiend aan de opkomende oorlogsindustrie. Er was veel vraag naar rubber, katoen, touwvezels, kapok voor kledingvulling en matrassen. De prijzen stegen echter met de dag vanwege het gebrek aan transportschepen en de verhoogde verzekeringspremies.  Sommige handelaren verdienden vlot grote bedragen maar de arbeiders moesten opnieuw voor hun baan vrezen omdat er ook tekorten aan grondstoffen ontstonden. 

De pogingen van het Indisch Gouvernement om ‘in gesprek’ te blijven met de Japanners liepen vaak op niets uit. Dwz er werd overleg gevoerd maar er werd vooral een ‘stoere houding’ aangenomen door de Nederlanders. Tegelijkertijd realiseerden veel anderen dat het bijna onmogelijk was om met het relatief kleine leger de meer dan 40.000 kilometer kust te verdedigen. Julie volgde de berichten in de kranten en de conversaties met vrienden en bij kennissen. Maar kon er geen conclusies voor haarzelf aan verbinden ze had het zoals zoveel gewone mensen te druk met de kleine en grote dagelijkse beslommeringen. Mogelijk had zij een ongerust gevoel wat was te vergelijken met de periode 1930 – 1932 toen zij als klein meisje geconfronteerd werd met de gevolgen van de wereldcrisis die haar vader en moeder ook zouden treffen. 

Verhuizingen, zichtbare armoede onder de inlandse bevolking later zelfs honger. Charlotte haar moeder die haar altijd optimistische echtgenoot de schuld gaf van de armoede in het kleine gezin. Vrienden van vader Ferdinand die op bezoek kwamen in de economisch zeer moeilijke periode van 1930 tot 1932 en met elkaar spraken over de grote gevolgen van het ontslag uit de eens zo veilige werkomgeving binnen de suikerindustrie.

De werkeloosheid in Indië bereikte in de beginjaren ’30 een recordhoogte terwijl tegelijkertijd de salarissen met meer dan 50% werden verlaagd. Nederland bleef zich als een uitzuigend hongerig beest opstellen en had de inkomsten uit Indië hard nodig om de staatskas in Nederland aan te vullen. De bezuinigingen troffen  ook de Inlandse bevolking en er ontstond met name buiten de grote steden hongersnood. Minister-president Colijn vond indertijd 2 ½ cent salaris per dag al te hoog voor de koelies. Julie was pas 10 jaar oud maar kon zich de toen zichtbare armoede nog wel goed herinneren. 

Evenals de arrestatie in Bandoeng van nationalistenleider Soekarno en eind december 1930 en zijn daarop volgende pleitrede. Het verhoogde de spanningen tussen de Europeanen en de lokale bevolking die naar meer autonomie snakten maar de spanningen had ook gevolgen voor de Indo’s die net iets lager stonden dan Nederlanders maar weer wat hoger dan de inlanders. Zij zaten er tussen in. Maar welke keuze hadden zij? Voor Nederland of voor Indië?

De oorlogsdreiging uit Europa zorgde ook in de residentie voor een politieke verharding in het woelige 1939. Nederland weigerde Indië opnieuw meer autonomie te geven. Er werd zeer streng opgetreden tegen de Nationalisten en politici die zich wilden voorbereiden op de mogelijke komst van de Japanners. De petitie van Soetardjo die in 1936 was ingediend en in 1938 werd afgewezen zou in 1939 leiden tot de oprichting van de GAPI. De Gabungan Politik Indonesia waarin bijna alle Indonesische politieke partijen zich zouden verenigen en aanstuurden op een volwaardig Indonesisch parlementair  bestuur. Gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborg Stachouwer wees dit namens de Nederlandse regering van de hand. Hij zou hierop na jaren van gevangenschap door de Japanners persoonlijk op terugkomen. Hij was na (misschien al tijdens?) de oorlog een groot voorstander van de soevereiniteitsoverdracht zonder ‘neven oogmerken’ geworden.

In de voorgaande maanden in 1939 had Julie gewerkt als serveerster en had haar zangcarrière een vlucht genomen. Zij lakte nu dagelijks haar nagels, gebruikte make-up en droeg de laatste mode die zij hoofdzakelijk zelf maakte  of zij liet zich helpen door de vele kleine naaiateliers in de buurt van de Chinese wijk waar zij op kamers woonde  bij een Chinese familie die uit intellectuelen bestond. Een familie waar zij onder geheel andere omstandigheden in 1943 als onderduikster opnieuw voor enige maanden terecht zou kunnen.

Julie zou in december 1939 negentien jaar oud worden. Als 18jarige was zij al volkomen zelfstandig en nam zij haar eigen beslissingen zonder invloed door haar ouders. De scheiding van haar ouders en de jaren die zij in gastgezinnen had door moeten maken hadden haar een soort innerlijke en uiterlijke zelfstandigheid gegeven. Zij had ook in moeilijke omstandigheden geleerd om voor zichzelf te zorgen. Door haar Indische uiterlijk kon zij zich in alle lagen van de bevolking bewegen. Haar zo precieze en accentloos gesproken Nederlands charmeerde weer de Nederlanders die dan vroegen waar zij zo goed Hollands had leren spreken. Julie wist dan precies hoe zij op charmante wijze de verbazing over de ‘Hollandsche welsprekendheid van zoo’n donker Indisch meisje ‘ weg kon nemen. Julie sprak ook uitstekend Engels, Duits en Frans en niet te vergeten Maleis en andere lokale dialecten. 

De wijze waarop de Europeanen omgingen met de Indo’s en de inlanders wekte soms haar irritatie of schaamte op en de wijze waarop zij haar baan bij de PTT was kwijtgeraakt kon haar in latere jaren nog boos maken. Maar wie en wát ben je als 18jarig Indo meisje in een land aan de vooravond van een wereldwijde tragedie. Julie was 1.58 lang en woog circa 54 kilo en rook vaak naar Boldoot of Patschuli. In september 1939 kwam Julie in Soerabaya aan. Het was de derde grote stad op Java waar Julie kwam te wonen. Tot haar twaalfde levensjaar had zij ‘landelijk’ gewoond. Opgroeiend op het terrein van een suikerfabriek die temidden van eeuwenoude Hindoe tempelcomplexen was gebouwd. Met Chinese tempels en de vele grote en kleine moskeen in de directe omgeving. Bezocht door mensen die alleen Maleis of een andere lokale taal spraken maar geen Nederlands zoals zij thuis en op school leerde. 

Java heeft een indrukwekkend en sterk glooiend tropisch landschap met eeuwen oude vulkanen zoals de Merapi die Julie in 1930 nog angsten hadden bezorgd na een enorme uitbarsting en waar zij met haar vader en broer nog is gaan kijken. De natuur zorgde op gezette tijden voor een enorme bloempracht met sterke geuren na een forse regenbui met daarna de warme zon. Haar moeder had haar voortdurend gewaarschuwd voor de enge bossen met verborgen geesten. Voor de sterk stromende rivieren die kinderen meesleurden. Voor de grote beelden in en rond de tempel complexen die opeens tot leven konden komen. Voor Julie was het makkelijker gebleken om in de relatieve anonimiteit van de steden een leven op te bouwen en misschien voelde zij zich ook wel veiliger vanwege mogelijk natuur geweld en minder sociale controle. 

Nadat zij zich vijftig jaar later begin jaren '90 van de vorige eeuw volledig had gevestigd in de zonnige heuvels van San Remo dacht (en sprak) zij vaak terug aan de exotische natuur waar zij was opgegroeid. Bijna dagelijks werkte zij in haar heuvelachtige tuin en plantte bij voorkeur cactussen die als een beschermende wal om haar huisje heen groeide. Maar het waren toch vooral de vele hibiscusbloemen in haar tuin die Julie aan 'vroeger' deden denken. Een bloem die zich sluit en zich bij de eerste ochtendstralen opent. Julie voelde zich sterk verbonden met het karakter van deze bloem. 
                     


Julie schrijft in 1999 aan haar broer Boy

            Uitbarsting van de Merapi 1930 waar ook Julie met haar familie is gaan kijken.


Hibiscus onder de as van de Merapi na de uitbarsting in 2006


Zicht op de Merapi 2006


1930 Soekarno in het midden met dossiertas en medestanders in Bandoeng


Luchtfoto van Soerabaya met in het midden de Roode Brug


Straatbeeld Soerabaya met man op de Roode Brug


De uitgaanswijk in Soerbaya waar Julie zou gaan werken in de Tabarin Bar


Studio portret van een Europese familie in Soerabaya


Soerabaya - veroordeelden op weg naar de gevangenis


Europese familie voor hun huis in Soerabaya

een groep poserende jongens in Soerabaya


Groepsportret met leerlingen van de Koningin Emma School Soerabaya


Moskee in Soerabaya


Straatbeeld Soerabaya met Chinese tempel


Een Europese familie in Soerabaya


Soerabaya Kampong 1938


Een groep Arabische mannen bij de Arabische poort in Soerabaya


Julie vertrok naar Soerabaya en Tjarda van Starkenborgh Stachouwer bleef in Batavia en wilde Indië na de inval door de Japanners niet in de steek laten.

Soekarno als student

Sukarno met President Kennedy 1962

Geen opmerkingen:

Een reactie posten