Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

1943 - Bandoeng voorjaar 1943-deel 2 - Julie verlaat onvrijwillig haar kinderen om hen te beschermen

Het was alsof het bloed uit Julie’s lichaam weg vloeide. De warme geur van zweet en angst in de wit geverfde schoolgang mengde zich met de geluiden uit de verschillende klaslokalen en kamers die zij passeerde. Geluiden van soms geanimeerde gesprekken in het Japans dan weer gebroken Engels of Maleis en Nederlandse woorden. Dan weer geschreeuw, zacht praten het geluid van diepe zuchten en ingehouden pijn uit een half openstaande deur waar Julie in een flits zag dat iemand werd afgetuigd. Het waren allemaal mannen die zij in de schoolgangen zag. Japanse officieren, Japans-Koreaanse soldaten en Indonesiërs die minder goed gekleed waren dan hun meerderen. Ook Japanse mannen in burger kleding passeerden haar. Met dossiers in hun handen. Even dacht zij de eigenaar van de Japanse fotowinkel aan de Bragaweg te herkennen.

Julie werd naar het haar leek, urenlang ondervraagd in een kleine kamer met openstaande deuren naar de tuin van de school. Toegeschreeuwd en dan weer kalm en afgemeten pratend door verschillende Japanners en leden van de Indische Politie. Voor wie zij zou werken, hoe zij aan het geld en de goederen kwam. Meer dan één naam kon zij niet geven. En Mijnheer Ingram had zij al weken niet meer gezien. De hulpgoederen en de enveloppen met geld werden immers ’s nachts op het parkeerterrein naast de wasserij van haar moeder onder een zeil geplaatst. Julie werd in haar gezicht geslagen en er werd met een zwaard gezwaaid voor haar ogen wat telkens weer neer werd gelegd op het bureau en waar zij naar moest kijken. Nooit eerder had Julie zich zo leeg en angstig gevoeld. Zij had het gevoel dat haar ziel een prop was die diep in haar lichaam verstopt zat. Haar lichaam leek wel af te koelen door het angstzweet. De mannen ondervroegen en sloegen haar in het gezicht of op haar lichaam. Julie was onder de 160 centimeter lang. Bijna even groot als het merendeel van haar ondervragers. Die waren kennelijk niet gewend om vrouwen te ondervragen. Zij hadden veel meer te maken gehad met langere en grof gebouwde blanke Nederlanders of tanige Ambonezen die bij het KNIL dienden.

Julie huilde en herhaalde kermend dat zij niets meer wist dan hetgeen zij reeds vele malen had verteld. Later vertelde Julie dat zij tijdens het verhoor alleen maar aan haar kinderen had gedacht en zich zelf had ingepraat ‘blijf leven, blijf leven’. Nadat Julie verschillende keren was flauw gevallen werd zij naar buiten gedragen en op de koel aandoende tegels van het terras aan de tuinkant van de school neer gelegd. De mannen overlegden met elkaar. Soms lachend dan weer stoer pratend. Toen Julie weer enigermate bij haar positieven kwam dacht zij aan haar fiets die zij tegen de heg naast de school ingang had geplaatst. Na verloop van tijd stond zij schielijk op en rende door de tuin naar de uitgang van de school. Haar fiets stond er nog en razend van angst en opluchting fietste Julie naar de wasserij aan de Merdikaweg waar haar moeder ongerust had gewacht Laat op de avond werd Julie alsnog afgevoerd naar de Soekamiskin gevangenis aan de Grote Postweg. Deze gevangenis was onderwijl in een kamp veranderd en er was een gesloten afdeling met politieke gevangenen waar met name Ambonese KNIL soldaten in afzondering werden gehouden. In deze afdeling zou Julie circa twee maanden verblijven.

De Japanners hadden tijd nodig om meer onderzoek te doen naar de ‘positie’ die Julie had gehad binnen de verzetsgroep waarvan de Japanners dachten dat Julie deel van had uitgemaakt. Het verzet in Bandoeng werd zeer hard en stelselmatig de kop ingedrukt. Zo moeilijk was dat ook niet. De Indonesische bevolking hielp immers goed mee. Blanke Nederlandse mannen waren al uit het straatbeeld verdwenen en ook de Nederlandse vrouwen en kinderen werden langzaam maar zeker geïnterneerd. Indo’s zoals Julie werden voorlopig met rust gelaten maar moesten zich zeer bescheiden en terughoudend opstellen want verraad en geroddel waren aan de orde van de dag. De Bandoengse Soekamiskin gevangenis werd rond 1930 onder Nederlands bewind gebouwd. Na de capitulatie in 1942 werden daar o.a. gouverneur-generaal Starkenborch en zijn staf geïnterneerd. Het inheems gevangenis personeel stond vanaf maart 1942 onder leiding van een Japanse kampcommandant geassisteerd door Koreaanse bewakers en Indonesisch politie personeel. 

Na circa 8 weken werd Julie vrijgelaten. D.w.z. zij moest beschikbaar blijven voor eventuele nieuwe verhoren. Zij trok weer in bij haar moeder Charlotte aan de Merdikaweg waar ook de twee kinderen Billy en Ted verbleven. Julie was sterk vermagerd maar was vooral zeer aangeslagen door de gebeurtenissen in de gevangenis. De martelingen die haar celgenoten hadden moeten ondergaan. Het verzorgen van hen die wél terug kwamen uit de verhoren. Het stille treuren om hen die niet terug kwamen na de verhoren. Het samen bidden en het stille zingen tijdens deze donkere dagen en doorwaakte nachten zou haar voor de rest van haar leven verbinden met het lot van de Ambonezen die zo trouw zouden blijven aan het Koningshuis. Nog in de jaren ’90 schreef Julie protest brieven en verzocht o.a. Amnesty Internationaal om hulp voor de Ambonezen. In het laatste jaar van haar leven waren de beelden uit de gevangenis bijna dagelijks bij Julie terug gekomen. Kort na haar thuiskomst bij moeder Charlotte besloot Julie dat het veiliger voor iedereen zou zijn als zij zo snel mogelijk uit Bandoeng zou vertrekken. Welke andere keuzes had Julie in het voorjaar van 1943? Wie, in Bandoeng had haar verraden? Wie kon zij nog vertrouwen? Zij was op de vlucht voor de Japanse Kempeitai vanwege verzetsdaden. 

Julie had twee jonge kinderen en een moeder die noodgedwongen de kleding van Japanners waste in de wasserij van haar vriend die al in april 1942 in een kamp was opgesloten. Julie kon niet bij haar moeder wonen in een huis waar voortdurend Japanners in en uit liepen. Overal was gevaar en haar grootste tegenstander was haar afkomst. Een goed opgeleid Indo-Europees meisje, getrouwd met een KNIL-Marine officier. Op welke manier kon zij het beste haar twee jonge kinderen beschermen? Hoe zou zij aan middelen moeten komen om haar kinderen te kunnen verzorgen?


Bandoeng Soekamiskin gevangenis rond 1930




op de website geheugenvannederland.nl kan men 
een grote serie tekeningen vinden uit de periode Bandoeng 1943


Op de tekening zijn het Indonesische bewakers die de vrouw straffen omdat zij na 9 uur 's avonds nog op straat geweest zou zijn.



vanaf 1943 werd de Indonesische jeugd getraind



uit een Japans fotoboek; Japanse familie op Java


Ook in de Indische bioscopen werden naast de propaganda films 
Japanse cartoons vertoond. De spin in het filmpje is een 'engerd' 
afgebeeld als een neger met een pijp.

De filmbeelden zijn met name interessant omdat er geen blanke Nederlanders 
op te zien zijn. Die waren immers allen opgesloten in de kampen




Geen opmerkingen:

Een reactie posten