Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label Bussum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bussum. Alle posts tonen

1965 - Julie en Kartini - Welke is toch de taal, al is men die ook nog zoo machtig, waarin men goed de emoties van de ziel uit kan drukken?

De woning in Aalsmeer was met de komst van het 13de kind in augustus 1964 te klein geworden. Er werd gezocht naar een huis met veel ruimte voor de kinderen en liefst met een kantoor waarin Julie en Anton zich van het rumoer van de kinderen konden afzonderen. Zoals een dokter met een praktijk aan huis had Anton gezegd. De kleine grijze Ford 12M kwam vanaf najaar 1964 bijna wekelijks naar het huis van Julie en Anton. Het was een makelaar die zou helpen met het vinden van een nieuw huis. Op zondagen mochten enige kinderen met de auto mee om grote huizen te bekijken in Heemstede of Bloemendaal. 

Voor het eerst zagen de kinderen enorme huizen met grote tuinen en knerpende opritten waar kennelijk nooit meer dan vier of vijf mensen hadden gewoond. De huizen roken soms zwaarmoedig, en naar oud geld. Uiteindelijk bleek er een huis in een villawijk  in Bussum geschikt bevonden. De eigenaar was een oudere weduwnaar geweest die nogal eenzaam in het totaal uitgeleefde huis zijn laatste jaren had doorgebracht. In een donker hoek van de kelder waren met zwarte kool felle anti-oorlog teksten geklad. 

Er was dus kennelijk ook oorlog geweest in deze zo rustig aandoende villawijk. Er lag ook een grote oude wit met lichtblauw gestreepte badjas die een oudere broer nog jaren gedragen heeft. Was de oude weduwjaar daar niet in gestorven? Juist omdat het huis zo uitgeleefd was en een grote open zolder had was het geschikt. De vraagprijs was hierdoor aantrekkelijk en er konden vier kleine kamers met aparte douche op de zolder gecreëerd worden. In de diepe achtertuin werd een groot houten blokhutkantoor gepland. En was Bussum ook niet de stad van de Gooi & Eemlander en van Willem Brandt die zijn machteloosheid over de periode in de Japanse interneringskampen in verschillende boeken waaronder 'De Gele Terreur*' en gedichten vastlegde. * Met gele terreur worden de Japanners bedoeld die achteraf bezien natuurlijk géén gele huidskleur hadden. 

Anton en Julie konden trots zijn op hetgeen zij bereikt hadden. In de voorgaande jaren hadden zij net zoals vele Nederlanders hard gewerkt en de economische en sociale ontwikkelingen hadden Nederland bevrijd van de grijsheid van de jaren vijftig. Nederlanders hadden weer geld voor bloemen en tuintjes en in één op de tien tuinen leek wel een verpakking van de turfstrooisel te zien die Julie had ontworpen. Julie had in 1964 al ontslag genomen bij het bouwmaterialen bedrijf in Aalsmeer waar zij parttime had gewerkt om de verplichte ziekenfondskosten voor alle gezinsleden te kunnen verdienen. De kinderbijslag bleek meer dan voldoende als basisinkomen. 

Maandelijks kwam het verdiende percentage van de omzet in verkochte turfstrooisel per check met de post mee. En terwijl Anton gemiddeld vijf dagen per week door Nederland reed om voorlichting te geven over het gebruik van turfstrooisel, begon het werk van Julie voor grote reclamebureaus steeds meer op te leveren. Julie corrigeerde en redigeerde teksten en gaf ook ontwerp aanwijzingen waar de marketing en verkoop afdelingen van grote bedrijven blij van werden, want de vrouwen in Nederland moesten bereikt worden met reclameboodschappen die een eigen ‘toon’ hadden. Nederland was immers sterk aan het veranderen. 

Het percentage werkende en zelfstandige vrouwen nam jaarlijks toe en Nederland werd met hulp van de socialisten steeds liberaler en de vrouwen begonnen zich te bevrijden uit de strakke keurslijven die mannen bedacht hadden om hen onder controle te kunnen houden. Het in 1964 verschenen boek van Jan Cremer ‘Ik, Jan Cremer’ werd ook door oudere kinderen van Julie met rode oortjes gelezen. Het boek werd als zeer verderfelijk en smerig afgedaan en was aldus een ongekend succes en in vele huizen werd besmuikt gehuiverd van afschuw en plezier over zoveel (ik)durf en zonder remmingen beschreven persoonlijk genot. Anton was tégen het boek en Julie glimlachte ondeugend. “Ach in Indië was het vroeger ook al een beetje zo met al die bijvrouwen en bijkinderen”. 

In die periode leek Julie zich ook te bevrijden van haar soms streng katholieke opvattingen. Anton en Julie hadden al eerder de pastoor van de Aalsmeerse kloosterorde verboden om nog langer ongevraagd op zondagen langs te komen. Hij bleef maar zeuren over het mooie kloosterleven en dat Anton en Julie toch meer dan voldoende jongens hadden die zo geschikt zouden zijn als missionaris terwijl hij het voor Anton bestemde grote stuk kip op at. Anton koos voor meer kip en wilde dat zijn jongens hém zouden opvolgen en niet de Heer. Julie vond dat de jongens zélf moesten kunnen kiezen als zij oud genoeg waren. En omdat Charlotte, de moeder van Julie was opgevoed door nonnen en Julie op een strenge middelbare nonnenschool in Indië haar HBS diploma had gehaald was Non mogen worden helemaal niet bespreekbaar. 

Tijdens en na de grote wereldoorlog had Julie het katholicisme als een soort grote reddingsband om haar aangeslagen persoonlijkheid heen gedrapeerd en kon daardoor overleven op de woelige zee van veranderingen die haar naar Holland had gebracht. Ja, Holland want zo noemde Julie het hoofdkantoor van het voormalig Koloniale Nederland. In de pacifistisch ingestelde Julie ontwaakte de sluimerende vrije geest van het libertinisme. Behalve dat Julie enorm had genoten van de charmant brutale Shirley MacLaine in de film Irma la Douce was er ook Tante Tilly, een vriendin van Anton uit de oorlogsjaren. 

Hij had grote bewondering voor haar omdat zij ondanks alle oorlogsellende toch haar universitaire studie cum laude had afgesloten en les gaf in vreemde talen op een gymnasium in Amsterdam. Tante Tilly woonde samen met een vriendin in Amsterdam en Julie vond het geen probleem om aan de oudere kinderen uit te leggen dat Tilly lesbisch was. Lesbisch in 1965? Het klonk een beetje als een Frans gerecht en zou dus wel niet zo erg zijn als het was. En wat moest je je in die jaren als puber voorstellen bij lesbisch? Er waren toen geen pornoboekjes of internet porno. 

Door Tante Tilly leerden wij ook dat o.a. cabaretier Wim Sonneveld homofiel was. Dat woord klonk al wat viezer. En er werd uitgelegd dat er dus manlijke mannen waren en vrouwelijke mannen. Mannelijke mannen speelden dus een beetje de baas over vrouwelijke mannen. Die vrouwelijke mannen verzetten zich daar dan weer tegen door nukkig en tegelijk verleidelijk te doen. Daar werd dan weer enorm om gelachen door mensen die naar dat soort TV programma’s keken. 

Niet omdat er veel erotiek te zien zou zijn, en zeker niet omdat lesbiennes en homo’s toen openlijk werden geaccepteerd maar het accepteren van mensen die ‘anders zijn’ was doen alsof je ‘modern’ was en met je tijd mee ging. Maar als je buurman of buurvrouw hét was of een collega op het werk of je kind, dan werd er wel verwacht dat men het ‘anders zijn’ zo min mogelijk zou uiten. Want puriteins en libertijns waren toen nog geen vrienden in het Nederland van 1965.

Het was Tante Tilly die Julie een boek van de schrijfster Andreas Burnier cadeau had gegeven. Het was een roman over een jonge vrouw die zich vrij maakte uit de geaccepteerde normen en waarden met als hoofdthema de polariteit tussen man en vrouw. Een thema wat Julie aansprak omdat ook in de reclamewereld ‘de vrouw’ als zelfstandig ‘wezen’ was ontdekt. Het boek sloot aan op de innerlijke ontwikkeling die Julie door maakte en had een andere toon dan het boek van Simone de Beauvoir ‘de tweede sekse’ wat Julie al in de jaren vijftig had gelezen. Waarin de Beauvoir economische onafhankelijkheid van vrouwen had bepleit. 

Een ander favoriet van Julie was een andere franse schrijfster Marguerite Yourcenar en haar boek over de Romeinse keizer Hadrianus Hadrianus' Gedenkschriften. Een door Yourcenar gedroomde biografie die ondanks een grote populariteit veel kritiek kreeg te verduren. Het zou onvoldoende waarheidsgetrouw zijn. Maar daar ging het Yourcenar niet om. Het ging haar om het idee je als vrouw te kunnen verplaatsen in de man om zodoende een beter zicht te kunnen krijgen op je manlijke kanten als vrouw. Kenmerk van de drie boeken is de zoektocht naar (eigen) identiteit als vrouw in een door mannen bepaalde maatschappij. 

Het jezelf vrij maken als vrouw was een onafhankelijkheids- thema waar Julie in die periode nog op mild filosofische wijze mee worstelde maar wat enige jaren later zou leiden tot een existentiële crisis waarin het gemis van haar vader en hetgeen haar was overkomen in haar jeugd, tijdens de oorlog en in haar relatie met Anton en haar kinderen haar psychisch te veel zou worden. 

In het vroege voorjaar van 1965 werd de koop van het nieuwe huis in Bussum gesloten. Het huis moest echter flink verbouwd worden en het resterende budget was krap. Er werden twee klusjesmannen gevonden die de gehele zolder verbouwde en vele kleine en grote aanpassingen in het huis zouden verzorgen. Julie was regelmatig aanwezig en besloot om zelf het gehele huis te schuren en te schilderen. Anton was immers druk met zijn lezingen door het land en het was altijd Julie geweest die met hamer, zaag en verfkwast de verbouwingsklussen in huis ter hand had genomen. In de twee maanden vóór de verhuizing werd ik vaak door Julie meegenomen om te helpen. 

Tijdens het klussen bespraken wij voorvallen uit het verleden van Julie in Indië en ook de wijze waarop Julie tegen politiek en religie aan keek. Het waren eigenlijk geen uitgebreide gesprekken tijdens het schuren maar eerder metaforische momenten waarin ik uitspraken uitlokte bij Julie en zij korte antwoorden gaf. Toch werd duidelijk dat Julie zich innerlijk veel meer met identiteit, verleden en toekomst bezig hield. Waardoor ik toen al steeds meer begrip voor haar vaak afwezig lijkende houding kreeg. Voor de andere kinderen moet het vaak lastig en soms zelfs een gevoel van afwijzing hebben betekend als Julie weer eens zo’n periode van geslotenheid door maakte. Anton bemoeide zich weinig met lopende zaken rond het huishouden en Julie gaf ons opdrachten en aanwijzingen vanuit haar kantoortje waardoor wij als kinderen eigenlijk het gehele huishouden deden en voor elkaar zorgden.

Op mijn latere reizen door Indonesië herkende ik opnieuw dit schijnbaar afwezige gedrag bij veel intellectuele Javanen of bij Indo's met een Indisch verleden. Met dat stille en innerlijk genieten van een verzonken onuitgesproken gedachtewereld met toch dat nieuwsgierige en spiedende vuur in de ogen, luisterend en kijkend naar de realiteit van de dag. Soms vergezeld van een vage weemoedige ook wel op verdriet lijkende glimlach waarin beschouwing en oud begrip over het gezicht zweemde. Het zou de indruk kunnen wekken van licht arrogant afstand houden en onbereikbaar willen zijn. Maar het was eerder het vermogen om met de ogen open weg te dromen en op reis te zijn in een dichtbij en soms eeuwenoud verleden. 

Veel Indo's die jong of ouder uit Indië waren gekomen hebben hebben dit reflecterende vermogen door jarenlang  hard werken en aanpassing ongebruikt gelaten. In bepaalde gevallen heeft dit tot (Indische) zwijgzaamheid, melancholie en teruggetrokkenheid geleid als voorbode van flinke depressies waarin ontkenning en erkenning het met elkaar aan de stok kregen. Pas als men van zichzelf weer terug mag kijken en praat met lotgenoten of leest en schrijft over onverwerkt verleden kan dit vaak heilzame reflecterende vermogen weer terugkomen en het innerlijk bevrijden uit het onderbewuste rouwproces wat altijd meereist in de koffer waarin onder de schaarse foto's en brieven het donkere mapje met afscheid en verlies ligt.   

Julie vertelde tijdens het schilderen over de Javaanse schrijfster Kartini die in briefvorm en met hulp van een Nederlander al vroeg in de vorige eeuw een boek had geschreven: Door duisternis naar het licht. Gedachten over en  voor het Javaansche volk door Raden Adjeng Kartini met een voorwoord door J.H. Abendanon. Julie was het boek nooit vergeten. Hieronder een citaat in een taal zoals die vroeger werd gebezigd maar inhoudelijk zou het een rake karakterisering van de gedachtewereld  kunnen zijn waar veel Indo’s zich bij tij en ontij in bevinden. Hieronder een citaat

Welke is toch de taal, al is men die ook nog zoo machtig, waarin men goed de emoties van de ziel uit kan drukken? Deze bestaat niet."
Ik geloof met u, zij bestaat niet, althans niet in die, welke gesproken en geschreven wordt; maar er is een stille, geheimzinnige taal, die in woorden noch in letterteekens zich uitdrukt, en die toch verstaan en begrepen wordt door ieder, die voelt, en waarop men ten volle kan vertrouwen, omdat in haar gansenen woordenschat 't woordje "leugen" is onbekend!


't Is de reine, kuische taal der oogen, de klare spiegels van de ziel! En als u dien middag me kon zien, vijf zacht geurende velletjes trilden in mijne bevende handen, warme tranen drupten me langs de wangen, zoudt u zonder één enkelen klank van mijnen mond te vernemen, alles verstaan, begrijpen, wat er in mij omging! 

Wat de mond noch de pen vermocht te uiten, hadden u de oogen, die drijvend in een floers van tranen opblikten ten hoogen, als om daar te zoeken, te vinden te midden van andere engelen Gods, die eene, die met zachten vleugelslag tot ons was neergedaald om onze bedroefde harten, die bitter weenden om veel treurigs op deze aarde, te troosten en te vervullen met eene hemelsche vreugde! 

Dank! dank! dank! riep elke hartslag, elke polsslag, en iedere ademhaling was een dankgebed!
Wij zijn maar heel, heel gewone menschenkinderen, een mengsel van kwaad en goed, zooals millioenen anderen,

't Kan zijn, dat er op 't oogenblik in ons van 't goed meer aanwezig is, dan van 't kwaad, maar de oorzaak hiervan zou dan niet ver zijn te zoeken. Waar men leeft in eene eenvoudige omgeving, is 't geen moeite, om goed te zijn; men wordt 't als van zelf. En 't is volstrekt géén kunst, géén verdienste, om geen kwaad te doen, waar ons geen gelegenheid daartoe geboden wordt. 

Later, als wij 't warme, veilige ouderlijke nest zijn uitgevlogen ; staan in 't volle menschenleven, waar geen trouwe oudersarmen om ons heen worden geslagen; als om ons 's levens stormen woeden en razen; geen liefdevolle hand ons steunt; vasthoudt,, als onze voeten wankelen. . . dan eerst zal 't blijken, wat we zijn! O! ik bid zoo vurig, dat wij niet nog verhoogen mogen den berg van teleurstellingen, dien het leven u reeds heeft ge- ......



Het nieuwe huis van Anton en Julie in Bussum

Voor de kinderen maar ook voor Anton en Julie was Bussum een bijna 
revolutionaire verandering na de magere en soms grijze jaren doorgemaakt 
in de toen relatief gesloten Aalsmeerse gemeenschap.
Studio Concordia in Bussum onderdeel van de "Gooise matras" 
en bevond zich in de wijk van het nieuwe huis van Julie en Anton

Willem Duys spreekt met Bart Huges in Studio Concordia 
Huges had een gaatje in zijn voorhoofd geboord om 
zijn geest te bevrijden

Presentatie over Willem Brandt - Bamboe en Bussum 

Uit de Gele Terreur van Willem Brandt




1964 - Shirley MacLaine in Irma la Douce - een film en later ook musical die veel vrouwen in Nederland 'ondeugender' zouden maken

Julie met kleinkind 

Raden Adjeng Kartini

Marguerite Yourcenar

Jean Paul Sartre en Simone de Beauvoir

Andreas Burnier

Wim Sonneveld met Mies Bouman

Een jonge Albert Mol

Ronnie Tober zat nog 'in de kast'






Het wapen van Indonesië


De vlag van Indonesië - vroeger zat het blauw van Nederland onder het wit


In het Indonesië van 1965 gaat het minder goed. 
De droom van Soekarno en zijn toenmalige collega's in 1945 wordt een nachtmerrie.
De politieke onrust zal uiteindelijk het leven kosten aan meer dan 1 miljoen burgers.
In Nederland is de berichtgeving over dit drama zeer schaars.

Sukarno en Hatta tijdens de 'Proklamasi' 17 augustus 1945

1947 - Het voormalige gebouw van 'De Volksraad' in Batavia. 
Het gebouw heet nu 'Gedung Pancasila' en staat in Jakarta.



 Oktober 1965 - Sukarno bij het graf van boezemvriend Generaal A.Yani

1965 - Generaal Suharto tijdens de begrafenis van vijf vermoorde generaals

Een onderzoek naar de genocide uit die periode

Het Krokodillengat is gebaseerd op Saskia Wieringa’s eigen onderzoek 
naar het verhaal achter de Indonesische genocide.

Vanwege dit onderzoek was ze jarenlang persona non grata in Indonesië.

1966 – 1967 – onverschilligheid, verborgen wanhoop, een kinderrechter, een psychiater en vrijheid door anarchisme

Anton was inmiddels 54 jaar oud en samen met Julie (46) genoot hij van het zoveel ruimere en grotere huis in de villawijk van Bussum. Julie woont inmiddels twintig jaar in Nederland en haar integratie in het Nederlandse denken en doen lijkt ogenschijnlijk geslaagd. In huis waren er weinig voorwerpen die aan het Indische verleden van Julie doen herinneren. De inschrijving van de meer dan 13 nieuwe bewoners die Anton op één ochtend aanbracht op het Bussemse gemeentehuis was een flinke klus geweest voor de gemeenteambtenaar. 

Aha, dus uw echtgenote is in Indië geboren was zijn reactie op het grote kindertal. Alsof de afkomst van Julie de logische verklaring voor het grote kindertal zou zijn. Ook de buren hadden licht geschokt gereageerd op zoveel exotisch ogende nieuwe kinderen uit één gezin in hun voorheen zo rustige chique laan. Bussum had in 1966 meer dan 42.000 inwoners en was daardoor de meest dichtbevolkte gemeente van Nederland. 

De tegenstelling met de voormalige woonplaats Aalsmeer kon haast niet groter zijn. Het vertrek uit de Aalsmeerse straat met doorzonwoningen waarin kleine gezinnen woonden die bijna allen in de bloemen en plantenteelt industrie hun brood hadden verdiend naar de chique villawijk van Bussum had Anton veranderd. Nooit eerder had hij zo ‘op stand’ gewoond. Zijn jeugd had hij door gebracht in kleine arbeiderswoningen en tijdens de vooroorlogse crisisjaren was hij vanwege gebrek aan vast werk tientallen malen verhuisd van kosthuis naar kosthuis. Zijn kleding kocht hij niet meer bij Peek en Kloppenburg in Amsterdam maar bij het chique Old England aan de Bussumse Brinklaan. De grote Mercedes op het schone grind naast de ruime en mooi aangelegde voortuin gaf het beeld van een zeer welvarend gezin.

Julie en Anton hadden het druk. De verkoop van turfstrooisel in Nederland en omringende landen was een groot succes geworden. Naast haar werk aan diverse reclamecampagnes werkte Julie in haar werkkamer aan een boek over het heden en verleden van de turf in Nederland. Het boek verscheen in het najaar van 1966 en had als titel ‘Turf heeft een nieuw gezicht’. Hierbij refererend aan voorgaande jaren toen turf vooral als brandstof had gediend en in het heden als bedekking en mest voor tuinen of als bijmengsel voor potplanten. Anton en Julie hadden het druk, heel druk. De vele kinderen op evenzoveel scholen werden opgevangen door de oudste dochter, of door grootmoeder Charlotte en soms voor enige maanden door leerling verzorgsters van een Leger des Heils opleiding die dan enige maanden op weekdagen 24 uur in huis verbleven. 

Die meisjes hebben niet altijd makkelijk gehad. Zeker niet met de grote jongens die midden in hun puberteit zaten en daardoor zeer ongezeglijk en ruw waren. Anton en Julie kwamen meestal pas na 20.00 thuis en hadden dan al in een restaurant gegeten waardoor zij het werkprogramma in alle rust konden evalueren en bij thuiskomst het merendeel van de kinderen al zou slapen. Het harde werken van Julie en Anton had ook een keerzijde. Voor de oudere kinderen was er geen aandacht en voldoende toezicht op hun schoolgang. Ook was Anton zeer zuinig waardoor het betalen van de noodzakelijke kosten voor de middelbare scholen van de vijf oudste kinderen een voortdurende strijd met de schoolleiding en zijn kinderen zou zijn. De kinderen begonnen zelf naar oplossingen te zoeken. Krantenwijken nemen voor het eigen zakgeld en noodgedwongen banen zoeken in het beroepsonderwijs waarin het toenmalige leerlingstelsel voorzag in één dag theorie op een praktijkschool en de resterende dagen bij een baas werken. 

De oudste kinderen hebben hierdoor geen van allen in die periode een middelbaar school diploma kunnen halen. Terwijl zij allen met weinig moeite HAVO of hoger hadden kunnen doorlopen áls Anton de middelen ter beschikking had gesteld. Julie kon weinig aan deze situatie doen zij verzorgde het huishoudbudget en Anton deed de grotere uitgaven. Het grote nieuwe huis met de entourage van een Mercedes voor de deur en het ruime kledingbudget van Anton maar ook de kleding en het schoeisel voor de kleinere kinderen en een groeiende spaarrekening raakten voor Anton de grenzen van zijn zorgbeleid.

Als je nog niet zo goed kan zwemmen en je komt door overmoed en bij gebrek aan toezicht door een badmeester of badjuffrouw in het diepe gedeelte van het zwembad terecht. Dan doe je soms wanhopige pogingen om aan de kant te komen. Opgelucht kan jezelf dan optrekken aan de zwembadrand. Maar je bent wel alleen en geschrokken. Die eenzaamheid op die zwembadrand doet iets met je. Je gaat je eigen keuzes maken en leert jezelf aan om zonder badmeester of juf je eigen gang te gaan. Je komt thuis om te eten en te slapen. Een andere keuze heb je immers nog niet. Maar innerlijk broeit het. Je wil je afzetten en vrij zijn en je volgt niet meer de autoritaire aanwijzingen van de badmeester. Want was hij het niet die jou bijna deed verdrinken omdat hij de andere kant op keek. 

Je maakt je los van autoriteit en leert zwijgend niet te doen van hetgeen van jou verwacht wordt. Anton kreeg steeds meer moeite om zijn jongens in de hand te houden. Zij zorgden dat zij veel weg waren dus uit het zich bleven. Ook Julie kreeg het niet makkelijk met haar dochters die hadden vragen zoals je die aan moeders zou willen stellen. Maar Julie was druk en kon dan zo afwezig reageren. De jongere kinderen zal dit alles ontgaan zijn en die kregen het ook iets makkelijker door het uit huis gaan van de oudere kinderen. De oudere kinderen waren allen min of meer zelfstandig in hun denken en doen vanaf hun vijftiende. Zij moesten noodgedwongen hun lot in eigen hand nemen in een periode dat de welvaart in Nederland met jaarlijkse sprongen naar grote hoogte steeg en het consumentengedrag regels oplegde met betrekking tot kleding en schoenen die voor de oudere kinderen van Julie en Anton onbereikbaar waren behalve als zij er zélf voor werkten. 

In de HEMA werden de eerste tennisrackets verkocht tot soms ingehouden ergernis van de rijkere bewoners in het Gooi. Het ging goed met Nederland. Maar minder goed met de emotionele ontwikkeling van de oudere kinderen van Julie en Anton. Gezien de eigen ontwikkeling van Anton en Julie in hun jeugd met alle problemen die zij toen hebben ervaren kan het niet anders dat Anton en Julie vanuit dat toenmalige perspectief hun oudere kinderen al zo jong los lieten.

In het voorjaar van 1966 zaten Julie en ik in lijn 16 op weg naar de kinderrechter in het Palies van Justitie aan de Prinsengracht. Ik was vijftien jaar oud en had een brommer ‘geleend’. Dat had de politie niet leuk gevonden. Vanwege benzinegebrek zeulde ik met de brommer over straat om hem terug te zetten op de plek waar ik hem ‘gevonden’ had en werd aangehouden. Mijn verhaal werd kwalijker gevonden toen men ontdekte dat ik nog geen zestien jaar oud was. Ik moest voorkomen bij de kinderrechter. De Bussemse advocate was een geweldige hulp geweest. Voor het eerst in mijn leven werd ik mij bewust van een systeem wat verder ging dan de moraliserende opvattingen van de Kerk of in het gezin. Ik zou straf gaan krijgen van een systeem wat sterker was dan mijn anarchistisch verzet tegen Anton en Julie of de leraren op mijn scholen. Julie was stil, zij hield niet van grote hoge gebouwen waar mensen werkten die straffen uit zouden kunnen delen. Waar je gehoord werd in de vorm van een verhoor. 

De lichtgroen geverfde zaal was hoog met grote ramen. Het hekje was licht gebogen en van donkerbruin hout. Hoeveel kinderhanden had dit hekje al niet gevoeld. Ik keek naar mijn handen en knokkels die wit werden. En ik huilde. Ik huilde van schaamte en onmacht. Ik kreeg een vorm van aandacht die ik nooit had gewild maar wel over mijzelf had afgeroepen. Julie had ook tranen. Dat vond ik het ergste van alles. Want ik was nu in handen van een vrouwelijke rechter en links en rechts ook twee vrouwen die eigenlijk háár rol hadden overgenomen. Mijn advocate hield een kort pleidooi en benadrukte dat ik spijt had. Ik kreeg een jaar voorwaardelijk. Nog nooit in mijn leven had ik mij zo vernederd gevoeld. En tegelijkertijd was ik gefascineerd geraakt door het mechanisme wat achter de kinderrechtspraak als motor functioneerde. Met Julie kon ik er toen goed over praten maar het was voor mij onvoldoende. 

Ik heb Julie gevraagd of zij de advocate wilde bellen omdat ik eigenlijk de kinderrechter persoonlijk wilde ontmoeten om haar als mens te leren kennen. Ik zag een ontmoeting als enige mogelijkheid om te kunnen begrijpen waarom ik mij zo diep vernederd en eenzaam had gevoeld voor dat vermaleidde hekje in de rechtbank. Julie begreep het en belde waar ik bij was naar de advocate. Ik mocht bij haar langskomen en het uitleggen. De advocate luisterde aandachtig en zou kijken wat zij kon doen. Het was een zeer ongebruikelijk verzoek. Na enige maanden vertelde Anton dat de advocate had gebeld en waarom hij daar niets van af wist? Anton vond als patriarch dat hij van alles op de hoogte moest zijn en voelde zich gepasseerd in zijn autoriteit. Maar tussen mij en Anton was er iets gebeurd wat nooit meer goed zou komen. Hij had mij niet beschermd tegen de vernedering die ik had moeten ondergaan. 

Natuurlijk het was mijn eigen schuld. Maar waar was Anton in de afgelopen jaren? De weg terug naar de rechtbank was een zelf opgelegde kwelling. Het wachten op de gang in het oude gebouw was al rustgevender. Na een half uurtje werd ik door een bode naar de werkkamer geleid. Mijn schrik was groot. De mevrouw die achter haar bureau vandaan kwam was klein van gestalte en had donker grijs haar wat op haar schouders viel en een kruk want zij had kennelijk polio gehad.  Wij hebben een gesprek gehad wat tekenend is gebleken voor de rest van mijn leven. Zij kende Hans Keilson en vroeg mij of ik ook ene Lea Dasberg kende, het was een vriendin van haar. Het leek die middag alsof ik naar een bibliotheek was geweest en urenlang vele boeken zonder enige dwang had mogen lezen. 

Ik had een buitengewoon mens ontmoet die met grote inzet kinderen sterker wilde maken en juist niet straffen maar zonodig regels oplegde waar wettelijke afspraken over waren gemaakt. Zo klein als ik was geweest toen ik voor het hekje had gestaan zo veel groter en bemoedigd verliet ik de kamer van de rechter. Thuis vertelde ik het gebeuren aan Julie wij huilden samen in stilte. Wij wisten beiden dat mijn leven een andere wending zou nemen en dat mijn tekortkomingen en de tekortkomingen van Anton en Julie mij voor het hekje hadden gebracht en dat ik op eigen kracht nu vóór het hekje stond aan het begin van een nog onbekende weg. Mijn besluit stond vast. Nooit zou ik meer in zo'n vernederende situatie 'voor een hekje' willen komen. Dan liever zwakkere mensen helpen en onrecht bestrijden. De rechter was een 'role model' voor mij geworden. Doe dat maar zei Julie.

Na een paar maanden kwam er een nieuwe brief. De rechtbank had bevolen dat ik in therapie moest. Anton vond dat een uitstekend idee want zei hij; er zit misschien een draadje los bij jou. Intuïtief voelde ik aan dat het een cadeau was van de vrouwelijke kinderrechter uit Amsterdam. Het huis van Dr. Keilson kende ik al omdat ik in zijn wijk kranten had bezorgd. In de wachtkamer zaten drie grote Perzische katten zwijgend naar buiten te kijken, mij werd geen blik gegund. En weer had ik die sterke ervaring zoals bij de kinderrechter in haar werkkamer. Dr. Keilson glimlachte naar mij. Vertel zei hij. En ook hij luisterde aandachtig en gaf mij alle ruimte om te vertellen over mijzelf en thuis, tot vier sessies toe. Tijdens de vijfde sessie vertelde hij over zijn onderzoek naar het lot van joodse jongeren die soms geheel verweesd bij christelijke gezinnen of in tehuizen tijdens en na de oorlog waren opgegroeid. In huizen die niet van hun ouders waren. 

Hun lot trof mij zeer diep want in het geheim had ik al vaker bedacht dat ik eigelijk een wees was en net zoals Anton en Julie een oorlog had meegemaakt waar over gezwegen werd maar die als een open wond onder de hartstreek dooretterde. Dokter Keilson vertelde dat de het merendeel van de weeskinderen toch een succes van hun leven hadden weten te maken en dat anderen in stilte nog hevig zouden lijden. Maar dat er door luisteren en praten zonder enige afkeuring opluchting was ontstaan. Na de vijf sessies schreef Dr. Hans Keilson een briefje.

      'Geachte heer Deymann uw zoon is volledig normaal. Graag nodig ik u uit om eens te komen praten'. - Het briefje zat niet in een envelop. Ik kon het dus lezen en gloeide van trots. Julie en ik lazen het samen nog eens door voordat ik het met een uitgestreken gezicht aan Anton gaf. Hij las het met grote ogen en zei: ach, wat weet die man nou! Anton was zeer ontstemd en is nooit bij Keilson langs geweest. Op de stoel zittend naast het bureau van Julie heb ik verteld over de sessies bij Keilson en over zijn onderzoek. Julie luisterde stil en geconcentreerd. Af en toe gleden haar ogen weg naar donkere uiteinden. Ik zelf had iets geleerd over Julie en Anton. Anton leek onverschillig en vast te houden aan zijn mening en Julie was zeker niet onverschillig maar leek wel vastgeklonken te zijn aan een innerlijk hek waardoor beiden hun liefde voor hun kinderen met moeite konden tonen. 

De kinderen van Anton en Julie hadden ouders die zich emotioneel moeilijk konden uiten en daardoor moest er altijd een klimaat heersen van doen wat er gezegd werd en opgelegde vrede en soms onnatuurlijke vreugde. De kinderen van Anton en Julie waren minder belast en brachten vreugde en een lach in huis die de donkere dagen uit het verleden van Anton en Julie deden vergeten. Hoe meer vreugde hoe beter, terwijl de dieper liggende problemen niet besproken werden. Was het onverwerkte verleden van Anton en Julie soms de reden voor het grote kindertal? Pas in de jaren negentig van de vorige eeuw komen antwoorden op deze vraag.

Voor Anton brak er in 1966 met de herhaling van de TV serie 'De bezetting' een nieuwe verwerking van zijn oorlogservaringen aan. Het wekelijkse programma greep hem veel meer aan dan hij op het oog liet merken. Als het programma was afgelopen kon hij soms wat verslagen en nadenkend in zijn stoel blijven zitten. Het kijken was voor Anton deze keer anders dan voorheen. Zijn oudere kinderen keken mee en reageerden soms openlijk geschokt en verbaasd en hadden vragen die met de inhoud van het programma te maken hadden en niet zozeer met de persoonlijke beleving van Anton. Hierdoor leek de oorlog in Nederland niet meer zijn exclusieve domein te zijn. Omdat de productie activiteiten rond 'de turf' naar Duitsland waren verlegd en de door Anton in Nederland verzorgde voorlichtingscampagne's niet meer nodig waren kwam het werkcontract geheel op naam van Julie en was Anton haar adviseur/begeleider en chauffeur geworden. 

Thuis trok Anton zich steeds vaker terug in zijn kantoor in de achtertuin en 's avonds keek hij TV. Anton ontwikkelde somatische klachten en bezocht steeds vaker de huisarts met onverklaarbare klachten. Na verloop van tijd zou hij arbeidsongeschikt verklaard worden en omdat het resterende werk op naam van Julie stond kwam zijn uitkering niet in gevaar. Hier werd niet openlijk over gesproken en voor veel kinderen zal dit aspect een verrassing zijn. De oorlog en de politionele acties zoals die zich in Indië hadden afgespeeld waren in de toenmalige samenleving nog niet aan de beurt het was 'flower power' en jezelf ontdekken Nederland was nog niet klaar voor terugkijken en openlijke verwerking en erkenning van grove fouten. Julie keek zelden TV maar deed handwerkjes op de bank en was veelal in haar werkkamer aan het werk. Werkend aan een boek en reclame campagnes over Nederlands-Duitse turf voor Nederlandse tuinen.  

Julie had er moeite mee toen ik in april 1967 zelfstandig besloot om naar Noord Ierland te gaan. Heb ik dan helemaal niets meer te zeggen? vroeg Julie? Op de drukkerij waar ik als leerling typograaf werkte kreeg ik naar mijn idee te weinig begeleiding en ook op de grafische school moest ik zaken leren die ik al lang beheerste omdat ik voorheen zoveel uren in het kantoor van Julie had meegeholpen met het knippen, plakken en monteren van teksten en beeldmateriaal. Een grotere drijfveer was echter het absoluut weg willen zijn uit het huis van Anton en Julie. In Ierland kon Ik aan de slag als hulp in een verzorgingshuis voor diep zwakzinnige kinderen. 

Het contact met Ierland werd gelegd door bemiddeling van een Ierse buurthuiswerkster die daar vandaan kwam en met een Nederlandse onderwijzer was getrouwd. Zij werkte in buurthuis Centrum De Engh in Bussum waar ik toen knutselclubjes mee hielp te organiseren voor kleine kinderen. In de voorgaande maanden had ik met baantjes en klussen een vliegtuigticket, een koffer en reiskleding en wat zakgeld bij elkaar gespaard. Om de KLM ticket te mogen kopen had ik Julie’s formele toestemming nodig. Anton protesteerde hevig maar ik hield voet bij stuk en vroeg aan Anton of hij mij soms meer kon bieden dan de mensen in Ierland?

In mijn aankomstbrief schreef ik aan Julie;
10 juni 1967 - Mama, het is hier ontzettend mooi. Het is een soort dorpje met kleine huizen aan een grote baai met zeeleeuwen.Wij wonen samen met leidsters en verzorgers en heel erg zieke kinderen die vaak niet kunnen praten en veel aandacht en zorg nodig hebben. Ik zorg voor vier ‘eigen’ kinderen die allemaal niets terug kunnen zeggen. In de huizen en gebouwen hangt een foto van een serieuze man waarvan ik vermoed dat hij de directeur is. De mensen zeggen dat hij Rudolf Steiner heet. De huizen zijn niet allemaal goed gebouwd want de ramen en deuren maar ook de daken zijn vaak heel scheef geplaatst dus het is wel een beetje misgegaan tijdens het bouwen. Als de kinderen ouder zijn geworden kunnen zij hier toch blijven wonen tot dat zij bejaard zijn. Het dorpje heet Glencraig en ligt niet ver van Belfast. Ma, ik wil hier nooit meer weg!

Julie schreef een lange brief terug. Vol blijdschap en dankbaarheid dat ik het zo naar mijn zin had. Over elke kind schreef zij een paar warme regels en over Anton dat hij niet veel was veranderd. Julie was buitengewoon blij geweest met de eerste nieuwe koelkast in huis die zij met Albert Heijn zegeltjes bij elkaar had gespaard. Zij legde verder uit dat ik bij antroposofen terecht was gekomen en dat haar vader vroeger in Indië naar de theosofen avonden in Bandoeng was gegaan en ook  naar de vrijmetselarij. 

Omdat Steiner ruzie had gehad met mevrouw Annie Besant van de theosofen was hij een eigen stroming begonnen met een iets andere naam. Julie schreef dat zij persoonlijk zeer op Jiddu Krisnamurthi was gesteld in Nederland bekend van de toenmalige ‘Orde van de Ster in het Oosten’ bijeenkomsten in Ommen. Krisnahmurti had weer onenigheid met mevrouw Besant gehad en had zich in 1929 in Ommen, volledig vrijgemaakt. Oma Charlotte ging in die periode liever naar Guna Guna avonden en op bezoek bij Chinese waarzeggers. 


24 november 1966 - De Gooi en Eemlander




Anton en Julie 1967 

1967 - de politie wordt steeds moderner

Hangt dit bordje er nog? Rechtbank Prinsengracht Amsterdam

Annie Besant

Rudolf Steiner

Jiddu Krishnamurti

Bandoeng - Vrijmetselaars Loge St. Jan

Julie heeft altijd grote bewondering gehad voor Thomas A. Kempis die in Zwolle 
niet ver van Ommen is begraven. In 1977 verhuizen Julie en Anton naar Ommen. 
Het Ommen waar Krishnamurti zich volledig vrij zou maken. 
Net zoals Julie zou doen vanaf 1990.

Vraag niet wie dit of dat gezegd heeft, 
maar geef u rekenschap van hetgeen er gezegd wordt.



Kasteel Eerde te Ommen waar vroeger 'De Ster' kampen werden gehouden 
en waar Krishnamurti in 1929 zijn afscheid aankondigde.

Julie ging graag op bezoek in deze omgeving vanwege het bijzondere licht.