Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label San Remo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label San Remo. Alle posts tonen

San Remo 5 juni 2001 - afscheid van Julie

Julie schrijft een van de kinderen op 21 augustus 1998:



Met Julie aan de borrel in haar huisje in de heuvels van San Remo was het altijd gezellig zo rond 5 uur in de namiddag. Soms vertelde zij dan over haar dromen. Hardop mijmerend vertelde zij graag met een ironische ondertoon dat zij een reïncarnatie zou zijn van de Romeinse Keizer Hadrianus die samen met zijn geliefde Antinous regelmatig de gezonde lucht van San Remo was komen opsnuiven. 

Deze ironische toon was meteen een steek onder water naar Anton (Antinous), haar ex man en de vader van hun 12 kinderen. Anton zou graag de Keizer hebben gespeeld in hun leven met Julie als Antinous aan zijn zijde. De droom van Julie zou moeten vertellen dat het eigenlijk precies andersom was geweest tijdens hun huwelijk.

Julie had dat wel vaker gedaan in haar leven, haar dromen vertellen als een soort ironische uiting van wat er zich in haar ‘geest’ zoal afspeelde. Het waren ook momenten die om oplettendheid vroegen. Julie sprak dan in gedroomde metaforen maar vertelde eigenlijk kleine stukjes uit haar verleden. Het is goed mogelijk dat Julie zich heeft laten inspireren door de boeken van de Franse schrijfster Marguerite Yourcenar. Yourcenar stond bekend als een feministe maar ook als aanhangster van het humanisme en het individualisme. Julie voelde zich om die redenen sterk verbonden met Yourcenar. 

In 1951 was het boek ‘Herinneringen van Hadrianus’ verschenen en vanwege de toenemende populariteit opnieuw in druk genomen. Julie was nooit zo mededeelzaam over haar gevoelens en emoties geweest. Als zij veel drank op had, was het niet zeker wat waarheid en fictie was. Haar nalatenschap is als een grote puzzel van duizenden stukjes waarvan een groot gedeelte een onbestemde kleur heeft. 

Toen Julie was gestorven, werden haar schamele persoonlijke bezittingen op een kleine tafel uitgespreid zodat de kinderen en kleinkinderen een keuze konden maken. Het stelde niet veel voor. Het waren wat broches, kettingen en andere kleinigheden van weinig waarde. Versiersels waar Julie eigenlijk niet aan gehecht was. 

De puzzelstukjes bestaan merendeels uit een grote hoeveelheid verhalende anekdotes en een 30tal oude foto’s en een aantal brieven. De kleine collectie schilderijen en wandkleden die over Nederland en Duitsland zijn verspreid vertellen meer over haar grote artistieke talent dan over Julie’s leven. Een leven dat verteld kan worden vanaf haar grootouders in Nederlands Indië circa 1840 en zo’n 130 jaar laten zal ophouden als Julie haar laatste kind krijgt. In de periode daarna zal Julie zich steeds onafhankelijker gaan opstellen en zich in 1992 laten scheiden van Anton die zij in 1947 heeft leren kennen.

Julie was volgens de dokter die enige uren later langskwam, maandagavond laat op 4 juni of op dinsdagochtend 5 juni vlak na middernacht gestorven. Het lichaam van Julie had het een tijdje terug al laten afweten. Haar lever was door een cirrose enorm gaan zwellen en hield veel vocht vast. Van het ziekenhuis wilde zij echter niets weten. Ook niet van pijnstillers zoals morfine. Julie had haar eigen technieken om met pijn om te gaan. Zij ging er met haar wilskracht ‘omheen’. 

Zo deed zij dat al jaren. Zij was met deze vorm van ‘pijnbestrijding’ al heel vroeg in haar leven begonnen. Als Julie 'pijn' had dan was zij eigenlijk onbereikbaar. Als haar kinderen pijn hadden dan probeerde zij eerder haar pijnbestrijding techniek over te brengen dan hen te troosten. Of is troosten je eigen pijn leren te bestrijden? 

Julie was al enige dagen voor haar overlijden heel kalm en berustend. Nog op zaterdag moesten er veel boodschappen gedaan worden. Dat leek onnodig want de schappen in de keuken stonden overvol met Italiaanse en Indonesische pakjes en potjes en ook de koelkast leek overvol. 'Je weet maar nooit wie er allemaal langskomen' vertelde Julie. Op maandagochtend 4 juni was Julie stiller dan voorheen. Haar blikken naar buiten gericht door het raam met zicht op de groene heuvels stonden vaak op oneindig. 

Waar ben je Julie? 'Oh, ik denk aan mijn vader en moeder en aan mijn broer'. Julie was kennelijk weer terug in Indië. Carlo, haar vriend, was zeer onrustig geweest en liep veel in en uit. Hij moest tot rust gemaand worden. Het is goed Carlo, Julie is aan het loslaten werd hem gezegd. ’s Avonds rond negen uur zei Julie: “ik ben moe, ik ga nu slapen”.


Een gedicht dat aan Hadrianus is toegeschreven terwijl hij stervende was:

"Dierbaar teer en zwevend zieltje, metgezel van mijn lichaam, dat je gastheer was, je zult straks dalen naar die bleke, harde en kale oorden en afstand moeten doen van al je speelsheid van weleer".


Julie voelde die dinsdagochtend rond zeven uur al wat koud aan. Met haar arm achter haar hoofd lag zij wat naar boven opgeschoven op haar hoofdkussen. Zo lag zij vaker tijdens de ochtenden. Op die manier kon zij uitkijken over de groene heuvels en naar de Middellandse Zee kijken. Onder haar vergezicht kon zij dan het ontwakende San Remo horen. Naast haar lag het pakje sigaretten waar zij bijna twee dagen niet meer van had gerookt. Zij vertelde op  de voorgaande zaterdag dat roken eigenlijk heel ongezond was en dat zij er mee was opgehouden. Ook met haar dagelijkse drankjes zoals Campari Blanco rond het middaguur en dan de rode wijn bij het middageten. Zelfs de dagelijkse whisky die zij altijd voor het donker dronk was de afgelopen dagen in de fles gebleven. 

Met een warm washandje kon een beetje opgedroogd bloed in haar mondhoek makkelijk weggenomen worden. Julie was kennelijk niet geheel rustig ingeslapen. Maar nu lag zij er vredig en ontspannen bij. In de dagen erna lag Julie opgebaard in een open kist met ijskoeling en een zacht zoemende ventilator. ‘Julie On the rocks’ werd er gekscherend gefluisterd. 

De voorbereidingen voor een korte mis in het kerkje op 500 meter afstand van haar huis gingen vergezeld van het koken en eten van al de potjes en andere voorraad op de keukenplanken en in de koelkast. Julie had kennelijk voorzien dat er veel eten nodig was na haar overlijden. Het was eigenlijk helemaal niet zeker dat Julie een kerkmis had gewild. Wel was zij duidelijk geweest over haar crematie en het uitstrooien van haar as.

Eigenlijk kon je aan haar kleine kouder wordende lichaam helemaal niet zien dat zij 14 kinderen had gekregen. De miskramen niet meegeteld. Er zijn ook verhalen over een kind verwekt door een Japanse arts tijdens de bezetting periode toen Julie door deze arts als vluchtelinge was opgenomen in zijn huis  in Bandoeng.  Hij had haar geboeid aan zijn fiets meegenomen. Dat zij een kind van hem heeft gekregen heeft zij altijd als ‘wat een grote onzin’ afgedaan. Er waren ook goede Japanners geweest had zij verteld. 

Eerst kreeg Julie twee zoons van haar eerste man en later nog twaalf kinderen van Anton die in 1995 was overleden.  Hij had haar de avond van zijn overlijden nog gebeld. Zij wist dat het Anton was, maar Julie had de telefoon niet opgenomen. Julie had geen boodschap meer aan hem. In de laatste jaren was zij van 159 cm naar circa 155 cm geslonken. Haar Indische trekken waren altijd goed zichtbaar gebleven en toch was zij niet het typische Indische vrouwtje. Zij was heel duidelijk geen Nederlandse. Dat werd haar ook meteen verteld toen zij in 1946 in Nederland aankwam. Maar wat was zij dan wel. Een kind uit twee culturen. Of waren het er drie of nog meer?

De weinige foto’s en de vaak nog levendige herinnering aan hetgeen Julie wél kwijt wilde tijdens spaarzame momenten gaven soms een blijmoedig, soms een verontrustend beeld van een jong meisje en later jonge vrouw die onder buitengewoon moeilijke omstandigheden al heel jong volwassen moest worden. 

De stille tranen welden op bij Julie, als zij vertelde over de verschrikkingen tijdens haar gevangenschap in de gevangenissen van Bandoeng en Cheribon. Ook als zij kort maar hevig ontsteld vertelde over de verhoren op het kantoor van de Japanse Militaire Politie, de zo gevreesde Kempeitai. 

Ook de verhalen van haar moeder Charlotte, de Indische tantes en bezoeken aan Indonesië lijken een beeld te geven. Net zoals de vele boeken met en zonder foto’s over Indonesië die nog steeds aangevuld worden met nieuwe boekwerken, films en documentaires. Maar tijdens elke reconstructie zijn er soms belangrijke of onbelangrijk lijkende bouwstenen zoek. Kassian (-sorry in het Maleis), dat moet de lezer mij vergeven of anders waar mogelijk zelf aanvullen. 


1920 - Julie op de armen van haar moeder Charlotte Deuning. 
Pas na de geboorte van Julie zou Charlotte met Ferdinand trouwen


Julie, tweede van links. 1926 omgeving Klaten, Java



Julie samen met haar broer Boy - Bandoeng 1933


Julie in haar tuin te San Remo rond 1997



December 2000 San Remo - Julie over haar geboorte

Over verdringing en ontkenning - Julie met Freud en Jung bij Villa Matuzia

Het thema van dit blog is ontkenning en verdringing. Twee bekende begrippen uit de psychologie. Hetgeen mensen verdringen of ontkennen heeft alles te maken met het instinct om te willen overleven en met keuzes maken zodat je schijnbaar 'veilig' verder kunt na traumatische gebeurtenissen. Voor veel mensen kan verdringing ook een verdedigingsmechanisme tegen ongewenste herinneringen zijn. 

In veel gevallen komen de herinneringen op hogere leeftijd en veel heftiger terug. Soms sluipend langzaam, soms op een harde en confronterende wijze. Het herbeleven van trauma kan een pijnlijk en soms ziekmakend proces zijn. Herbeleving in eenzaamheid wordt opnieuw geplaagd door de altijd sluimerende ontkenning en verdringing's mechanismen. 

'Erkenning' heeft een grote therapeutische waarde. Erkenning zal echter nooit tot volledige 'genezing' leiden. Het is hooguit een pleister op een wond die oppervlakkig lijkt maar onder de huid zoveel schade heeft veroorzaakt. Het is wel een belangrijke pleister. Een pleister die moed geeft. De moed om weer door te gaan. Schrijven helpt ook maar is een confrontatie met jezelf en moeilijker dan het praten 'over vroeger' met toehorende medemensen. Julie zou haar verhaal vast anders geschreven hebben. Zij had de moed niet. De wonden zaten te diep en toch zo dicht onder haar huid. Julie hield niet van wonden en pleisters plakken. Opkrabbelen, niet zeuren én door-gaan was haar devies. Zij was  immers Indisch.

Julie hield van Italië, omdat zij vond dat het klimaat zo overeenkwam met het warme klimaat uit de streek waar zij was opgegroeid in het oude Indië. Zij kende de geschiedenis van de Romeinen zeer goed. Op de Hogere Burger School in Bandoeng hadden bevlogen leerkrachten gewerkt die vooral de geschiedenis van Nederland en Europa er goed ‘in’ hadden gekregen. Voor de geschiedenis van Indonesië was altijd bijzonder weinig ruimte in het schoolprogramma.

Anton en Julie hadden rond 1977 in San Remo een eenvoudige vakantiewoning gevonden. Het was op sterk aandringen van Julie gekocht. Anton had eigenlijk niet zoveel op met de Italianen. Hij vond het maar fietsendieven en soms wat gladde onderkruipers. Ook met de vele Duitsers die  wat verder hun vakantiehuisjes hadden had Anton weinig op. Toen een Duitse buurman die in oud geel busje rondreed met een sticker ‘Grüsse aus Birkenau’ op een dag hulp zocht met de gastoevoer van zijn badgeiser wees Anton hem onverbiddelijk de deur. "Nein. Ich helfe nicht! Er habt ja früher auch kein problemen mit gas gehabt". Hierbij refererend aan de gaskamers in de Duitse concentratie kampen. 

Julie maakte wel eens schalkse opmerkingen dat zij een incarnatie zou zijn van Keizer Hadrianus die zo graag aan de Italiaanse Riviera had verbleven. Maar was het niet zo dat San Remo eigenlijk was vernoemd naar de heilige Sint Sanremo ofwel Sint Romulus van Genua. Een bisschop die leefde rond de 4de eeuw na Christus en die uiteindelijk overleed in de grotten van Villa Matuzia in de heuvels waar nu San Remo is gevestigd. Villa Matuzia was vernoemd naar de Godin Mater Matuta later werd zij door de Romeinen ook wel Aurora genoemd. Mater Matuta was oorspronkelijk de Godin (beschermheilige) die verantwoordelijk was over de geboorte van kinderen. 

Het leek wel of Julie een vervanging of bescherming had gezocht voor de Poenti Anak verhalen uit haar jeugd op Java die zo'n grote indruk op haar hadden gemaakt. Poenti Anak is de geest van een jonge vrouw die in het kraambed is gestorven en het daarna had voorzien op zwangere vrouwen. De heuvel waar Jullie vanuit haar huisje tegenaan keek was de Romulus heuvel. Het was Julie’s uitdrukkelijke wens om in het katholieke Italië alsnog gecremeerd te worden en een gedeelte van haar as zou in een altaartje ondergebracht moeten worden. Een altaartje wat uit zou kijken op de Romulus vanuit haar tuintje. 

Cremeren in het katholieke Italië is redelijk ongewoon. Het kon alleen in Genua de stad waar Sint Romulus (San Remo) bisschop was geweest. De nabijheid van de grillige Mater Matuta heuvel gaf haar veel voldoening en een ieder die Julie wilde bezoeken moest telkens de naast gelegen berg bestijgen waar Julie zich in 1992 volledig had gevestigd.

Enige weken na de crematie hebben Carlo en ik de bruin koperen urn van de algemene begraafplaats in San Remo ongezien en midden in de nacht opgehaald. Met een schroevendraaier hebben we de kleine afsluitdeksel losgewrikt. De zandkleurige circa 3,5 kilo asresten werden keurig verdeeld in potten. Was het toeval dat de as over enige Conimex potten werd verdeeld? Een gedeelte zou naar de geboortegrond van Julie in de buurt van de Borobudur gaan. Een ander gedeelte moest achter haar huisje in een klein altaarhuisje met uitzicht op de zee bijgezet worden. 

Dit as-verdeel-ritueel was een typische Julie beslissing. Hetgeen Julie besliste en ondernam in haar latere leven was bijna altijd een zéér bewuste keuze evenals haar vlucht in artistiek werk en haar zoeken naar afleiding om onlustgevoelens uit weg te kunnen gaan en zich te verliezen in vertalingen van dromen in textiel of op papier. Want zij wilde vooral niet 'ziek' zijn. Haar grote concentratie tijdens werk tilde haar vaak over die 'kleine ongemakken' heen zoals confrontaties met haar kinderen of de volwassenen met wie zij samen was of als zij geplaagd werd door de verwarrende beelden uit haar jeugd en de oorlogsjaren.

De bekende psychoanalyticus en later opponent van Sigmund Freud, Carl Gustav Jung zou de bovenstaande ‘toevalligheden’ in de keuze voor de woonomgeving van Julie in Italië synchroniciteit
genoemd hebben. Het gaat hierom een begrip uit de ‘hogere psychologie’. Jung en Freud waren in de eerste helft van de twintigste eeuw zeer beroemd vanwege hun moderniserende bijdragen aan de dieptepsychologie. 

Of de nieuwe inzichten een waardig opvolger waren van het in de 19de eeuw zo populaire spiritisme en occultisme of juist een gevolg was is een andere discussie. Stel (nu droomt de schrijver even) dat Jung en Freud gezellig op de borrel bij Julie en Carlo waren geweest dan had Julie vast en zeker naast de wat dromerige Jung gezeten en Carlo en Freud op het andere bankje. 

Freud was geen makkelijk mens. Pas toen zijn eigen moeder overleed werd hij wat meer ontspannen. Freud verklaarde veel uit het driftleven. Jung wees de mensheid erop dat verlichting mogelijk was als je op zoek ging naar de diepere betekenis van de keuzes die je maakt en daar bij onderscheid maakte tussen twee gebieden.

Citerend uit het werk van Jung*: 
Het collectief onbewuste is een begrip uit het werk van Carl Gustav Jung. Volgens deze (onbewezen) hypothese van Jung is het collectief onbewuste een soort opslagplaats van latente beelden die de mens als soort heeft geërfd uit zijn verleden, een verleden dat zowel dierlijke als menselijke voorouders omvat. 

Zo zou angst voor duisternis of voor slangen te verklaren zijn, niet uit persoonlijke ervaringen, maar doordat onze voorouders generaties lang deze angsten hebben gekend.

Volgens Jung is de droom een gedeeltelijk onwillekeurige werking van de psyche, die niet genoeg bewustzijn bezit om in het waakbestaan te worden gereproduceerd. Julie had meer binding met de ideeën van Carl Gustav Jung dan met de visie van Sigmund Freud. Haar vriend Carlo was een groot aanhanger van Freud en verklaarde minder graag zijn eigen handelingen, maar met name de handelingen van anderen als 'oerdriften en obsessies'. Nadat Julie de zeer geslaagde Freud biografie van Peter Gay volledig had doorgelezen en van veel aantekeningen had voorzien had zij droogjes tegen Carlo gezegd dat hij maar beter iets anders kon gaan doen. 

Bijvoorbeeld meer kunstwerken produceren en meer tentoonstellingen houden. Carlo meende in de lijn van Freud, dat goed luisteren en anderen een spiegel voorhouden door het beluisterde te analyseren en te interpreteren veel problemen bij zijn cliënten kon oplossen. Julie dacht meer in termen van zelfhulp door kwalitatief 'goed werk' af te leveren en je eigen niveau voortdurend te verhogen en zo mogelijk scheppend bezig zijn waardoor het 'innerlijk' zich zou bevrijden van verdriet en demonen (trauma).

De inhoud van het 'collectief onbewuste' van Jung is echter nooit in het bewustzijn aanwezig geweest en is dus nooit individueel verworven. Dat het kan bestaan dankt het uitsluitend en alleen aan evolutionaire overerving. De menselijke geest is door middel van de hersenen in die opvatting net als het lichaam gepredisponeerd door evolutie.

Immers, de hersenen zijn te beschouwen als de voornaamste organen van de geest, zodat het collectief onbewuste afhankelijk is van de evolutie van de hersenen. Volgens deze hypothese zouden herinneringen aan een vorig leven een herinnering uit het 'collectief onbewuste' kunnen zijn dat de hele mensheid deelt. - Het 'persoonlijk onbewuste' van Freud bestaat uit een wezenlijke inhoud van verdrongen herinneringen en ervaringen. 

Voor Julie waren verdrongen herinneringen en ervaringen niet alleen de  traumatische periodes uit haar oorlogsjaren. Ook de problemen in haar jeugd speelden een grote rol. In haar ogen was de grote oorlog een collectief drama geweest waar ook zij als mens maar een klein onderdeeltje van een veel groter en bijna onmenselijk drama was geweest. Zij relativeerde op die wijze de gebeurtenissen die diep in haar persoonlijke leven hadden ingegrepen naar de achtergrond van een groter geheel waar zij deel van uit zou maken. Behalve dat Julie zich een incarnatie van de Romeinse  Keizer Hadrianus vond gaf zij weinig prijs van haar dromen. Zij kon zich echter wel heel goed inleven in de dromen of impressionistische werkstukken van anderen.

Gelijkaardige droomsymboliek in verschillende culturen, waarvan ook sporen terug te vinden zijn in de kunst of in de alchemie, duiden volgen Jung ook op die gemeenschappelijke, onbewuste inhouden. Volgens Jung zien we in het 'collectief onbewuste' de 'oerervaring' van de mens en dus delen alle mensen, in meer of mindere mate, onbewust dezelfde 'oerervaring'.

Als de oerervaring de overwinning op de duisternis zou zijn (de schepping) dan zijn de vele kunstuitingen van Julie voor haar een motivatie geweest om zich daar zo intensief mee bezig te houden.

Jung gebruikt in zijn werken ook regelmatig de term 'archetype', een noodzakelijke aanvulling op het idee van het 'collectief onbewuste'. Het duidt de tegenwoordigheid van enkele psychische vormen aan, die altijd en overal aanwezig zijn. Het is een soort oorspronkelijk patroon waarnaar andere, soortgelijke zaken worden gemodelleerd. Volgens Jung bestaan er immers twee vormen van het psychische systeem, waarvan er één van persoonlijke- en één van niet-persoonlijke aard is.

De landschappen, bloemen. bomen en hoge huizen in het werk van Julie waren vaak van (droom) symbolische archetypische aard. Klassieke olieverf schilderijen met bloemen en andere voorwerpen heeft Julie gemaakt totdat zij zeker wist dat zij de techniek onder de knie had. Daarna begon zij aan een jarenlange reeks van textiele werkvormen waaronder een serie grote en kleine wandkleden. Het werken met wol, katoen en garens gaf haar kennelijk meer voldoening. Mogelijk ook omdat zij dan makkelijker kon corrigeren of het werk even terzijde kon leggen. Zij vond het ook wel prettig dat haar gehele werkkamer dusdanig volstond met materiaal dat er nauwelijks ruimte was voor bezoek.

C.G. Jung: "In tegenstelling tot het persoonlijke karakter van onze 'bewuste psyche', bestaat er een tweede 'niet-bewust' psychisch systeem van collectieve, 'niet-persoonlijke' aard naast ons normale bewustzijn, dat wij als het enige waarneembare ervaren, zelfs als we het 'persoonlijk onbewuste' er aan toevoegen. Het wordt verkregen door middel van overerving en ontwikkelt zich dus nooit individueel. Het bestaat uit preexistente vormen die pas secundair bewust kunnen worden en verleent daarbij vaste vorm aan de inhoud van het bewustzijn."

Deze stelling van Jung benaderd zeer sterk de wijze waarop Julie haar leven heeft vormgegeven. Julie liet zich niet beetnemen door traumatische ervaringen en de psychische gevolgen. Zij ging daar 'om heen'. De creatieve en artistieke talenten van Julie waren telkens opnieuw het ‘drijfhout’ waar zij zich aan optrok in goede en slechte tijden. Als Julie niet zoveel kinderen had gekregen was zij hoogst waarschijnlijk een bekend kunstenares geworden of anders een schrijfster. Als het krijgen van veertien kinderen ook een kunstvorm genoemd mag worden dan heeft Julie weinig tijd verloren laten gaan in haar leven. In hoeverre haar jeugd en de oorlogservaringen van Julie van invloed zijn geweest op haar  zienswijze en handelen zal mogelijk gaan blijken uit de reconstructie van haar leven en de beschrijvingen van de personen en omgevingen die van invloed op Julie zijn geweest. De geslotenheid van Julie had immers meerdere oorzaken.      

Julie trok zich steeds meer terug in zichzelf toen zij ouder werd. Zij genoot van de dagen dat zij alleen was en veel kon lezen of in haar atelier aan het werk kon zijn. Op zijn manier zorgde Carlo goed voor haar. Koken, boodschappen, praten over kunst en psychologie, galerie bezoek, veel vrienden bezoeken en uitnodigen. Het was warm en intiem tussen hen beiden en in grote tegenstelling met het leven wat zij met haar ex-man Anton had geleid. Carl Jung had vast wel plezier gehad aan de ‘toevalligheid’ dat Julie en Carlo eigenlijk naamgenoten waren. Julie heette immers voluit Juliette Caroline en was Caroline niet de ‘mannelijke versie’ van de naam Carlo.

In haar laatste jaren had Julie steeds minder moeite met het toelaten van oude herinneringen. Hierdoor droomde Julie ook veel meer. Dromen werden met herinneringen uit haar jeugd vermengd. Julie had een wekenlange reis door Thailand gemaakt met Carlo. De Aziatische sfeer, de kleurenpracht en warme gekruide geuren hadden haar geheugen opnieuw gevoed. Doorreizen naar Indonesië had haar te veel angst voor terugkeer van oude ervaringen ingeboezemd.

Toen haar broer Boy overleed vond Julie steeds vaker dat de ‘cirkel rond was’. Zij had immers in 1999 haar half zuster Wendy en half broers ontmoet die waren geboren uit de relaties die haar vader Ferdinand was aangegaan na zijn vertrek in 1933 naar de Filipijnen. Julie had voorheen wel onbevestigde verhalen gehoord dat hij in Argentinië zou wonen en ondanks haar vragen aan o.a. het Rode Kruis direct na de oorlog en in de jaren vijftig kwamen er tot 1998 geen concrete feiten op tafel. 

Stil, luisterend en soms zeer aangedaan had zij naar het relaas van haar halfzuster Wendy geluisterd. Al eerder was er veel informatie per fax bij Julie terecht gekomen maar tijdens de gespreken met  de zeventien jaar jongere Wendy kon zij een goed beeld krijgen over zijn leven en lotgevallen tot aan zijn overlijden in Bogota in 1973. 

Op de foto Julie's grootmoeder van de kant van haar moeder (Charlotte) tenminste... er is bij mij grote twijfel ontstaan of deze foto wel onze overgroot moeder is. In een later bericht zal ik hier op terug komen. 

Grootmoeder Deuning heet eigenlijk Raden Ajoe Sinem Istri Kamidjojo. Zij is geboren omstreeks 1855 en overleden op 29 Mei 1898 te Bojolali. Raden Ajoe werd ook Djeminem (later Joanna gedoopt) genoemd en zou pas  op 9 September 1893 wettelijk met 
Casper Frederik Deuning kunnen trouwen. 

Djeminem was dus jarenlang de 'Njai' van Casper Frederik Deuning. Hij werd geboren in 1842 te Soeracarta (Solo) en overleed 1905 te Klaten niet ver van Bojolali. 

De Deunings waren een familie van planters en komen vermoedelijk rond 1820 uit Zeeland of Zeeuws Vlaanderen. Er zijn ook aanwijzingen dat Deuning een opzettelijke verbastering is van de naam Dönig uit de buurt van het Duitse Hamburg. 



Javaanse batik met vertellende Wajang poppen
zoals de vroegste 'beelden' uit de jeugd van Julie 
verteld door haar Baboe haar altijd zijn bijgebleven




Julie leefde in San Remo 
niet ver van de 'schuil heuvel' waar de 
Romeinse Godin Mater Matuta 
een onderkomen zou hebben gevonden

Freud en Jung



C.G. Jung met een mandala


Mandala van Jung -
 Julie beschouwde schilderijen en wandtapijten als een 'andere' 
manier van mandala's maken





werkkamer van Freud die niet gelovig was maar wel 
veel religieuze beeldjes verzamelde

over Jung Engels gesproken 



over Freud