Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label v.d. Steur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label v.d. Steur. Alle posts tonen

Over verdringing en ontkenning - Julie met Freud en Jung bij Villa Matuzia

Het thema van dit blog is ontkenning en verdringing. Twee bekende begrippen uit de psychologie. Hetgeen mensen verdringen of ontkennen heeft alles te maken met het instinct om te willen overleven en met keuzes maken zodat je schijnbaar 'veilig' verder kunt na traumatische gebeurtenissen. Voor veel mensen kan verdringing ook een verdedigingsmechanisme tegen ongewenste herinneringen zijn. 

In veel gevallen komen de herinneringen op hogere leeftijd en veel heftiger terug. Soms sluipend langzaam, soms op een harde en confronterende wijze. Het herbeleven van trauma kan een pijnlijk en soms ziekmakend proces zijn. Herbeleving in eenzaamheid wordt opnieuw geplaagd door de altijd sluimerende ontkenning en verdringing's mechanismen. 

'Erkenning' heeft een grote therapeutische waarde. Erkenning zal echter nooit tot volledige 'genezing' leiden. Het is hooguit een pleister op een wond die oppervlakkig lijkt maar onder de huid zoveel schade heeft veroorzaakt. Het is wel een belangrijke pleister. Een pleister die moed geeft. De moed om weer door te gaan. Schrijven helpt ook maar is een confrontatie met jezelf en moeilijker dan het praten 'over vroeger' met toehorende medemensen. Julie zou haar verhaal vast anders geschreven hebben. Zij had de moed niet. De wonden zaten te diep en toch zo dicht onder haar huid. Julie hield niet van wonden en pleisters plakken. Opkrabbelen, niet zeuren én door-gaan was haar devies. Zij was  immers Indisch.

Julie hield van Italië, omdat zij vond dat het klimaat zo overeenkwam met het warme klimaat uit de streek waar zij was opgegroeid in het oude Indië. Zij kende de geschiedenis van de Romeinen zeer goed. Op de Hogere Burger School in Bandoeng hadden bevlogen leerkrachten gewerkt die vooral de geschiedenis van Nederland en Europa er goed ‘in’ hadden gekregen. Voor de geschiedenis van Indonesië was altijd bijzonder weinig ruimte in het schoolprogramma.

Anton en Julie hadden rond 1977 in San Remo een eenvoudige vakantiewoning gevonden. Het was op sterk aandringen van Julie gekocht. Anton had eigenlijk niet zoveel op met de Italianen. Hij vond het maar fietsendieven en soms wat gladde onderkruipers. Ook met de vele Duitsers die  wat verder hun vakantiehuisjes hadden had Anton weinig op. Toen een Duitse buurman die in oud geel busje rondreed met een sticker ‘Grüsse aus Birkenau’ op een dag hulp zocht met de gastoevoer van zijn badgeiser wees Anton hem onverbiddelijk de deur. "Nein. Ich helfe nicht! Er habt ja früher auch kein problemen mit gas gehabt". Hierbij refererend aan de gaskamers in de Duitse concentratie kampen. 

Julie maakte wel eens schalkse opmerkingen dat zij een incarnatie zou zijn van Keizer Hadrianus die zo graag aan de Italiaanse Riviera had verbleven. Maar was het niet zo dat San Remo eigenlijk was vernoemd naar de heilige Sint Sanremo ofwel Sint Romulus van Genua. Een bisschop die leefde rond de 4de eeuw na Christus en die uiteindelijk overleed in de grotten van Villa Matuzia in de heuvels waar nu San Remo is gevestigd. Villa Matuzia was vernoemd naar de Godin Mater Matuta later werd zij door de Romeinen ook wel Aurora genoemd. Mater Matuta was oorspronkelijk de Godin (beschermheilige) die verantwoordelijk was over de geboorte van kinderen. 

Het leek wel of Julie een vervanging of bescherming had gezocht voor de Poenti Anak verhalen uit haar jeugd op Java die zo'n grote indruk op haar hadden gemaakt. Poenti Anak is de geest van een jonge vrouw die in het kraambed is gestorven en het daarna had voorzien op zwangere vrouwen. De heuvel waar Jullie vanuit haar huisje tegenaan keek was de Romulus heuvel. Het was Julie’s uitdrukkelijke wens om in het katholieke Italië alsnog gecremeerd te worden en een gedeelte van haar as zou in een altaartje ondergebracht moeten worden. Een altaartje wat uit zou kijken op de Romulus vanuit haar tuintje. 

Cremeren in het katholieke Italië is redelijk ongewoon. Het kon alleen in Genua de stad waar Sint Romulus (San Remo) bisschop was geweest. De nabijheid van de grillige Mater Matuta heuvel gaf haar veel voldoening en een ieder die Julie wilde bezoeken moest telkens de naast gelegen berg bestijgen waar Julie zich in 1992 volledig had gevestigd.

Enige weken na de crematie hebben Carlo en ik de bruin koperen urn van de algemene begraafplaats in San Remo ongezien en midden in de nacht opgehaald. Met een schroevendraaier hebben we de kleine afsluitdeksel losgewrikt. De zandkleurige circa 3,5 kilo asresten werden keurig verdeeld in potten. Was het toeval dat de as over enige Conimex potten werd verdeeld? Een gedeelte zou naar de geboortegrond van Julie in de buurt van de Borobudur gaan. Een ander gedeelte moest achter haar huisje in een klein altaarhuisje met uitzicht op de zee bijgezet worden. 

Dit as-verdeel-ritueel was een typische Julie beslissing. Hetgeen Julie besliste en ondernam in haar latere leven was bijna altijd een zéér bewuste keuze evenals haar vlucht in artistiek werk en haar zoeken naar afleiding om onlustgevoelens uit weg te kunnen gaan en zich te verliezen in vertalingen van dromen in textiel of op papier. Want zij wilde vooral niet 'ziek' zijn. Haar grote concentratie tijdens werk tilde haar vaak over die 'kleine ongemakken' heen zoals confrontaties met haar kinderen of de volwassenen met wie zij samen was of als zij geplaagd werd door de verwarrende beelden uit haar jeugd en de oorlogsjaren.

De bekende psychoanalyticus en later opponent van Sigmund Freud, Carl Gustav Jung zou de bovenstaande ‘toevalligheden’ in de keuze voor de woonomgeving van Julie in Italië synchroniciteit
genoemd hebben. Het gaat hierom een begrip uit de ‘hogere psychologie’. Jung en Freud waren in de eerste helft van de twintigste eeuw zeer beroemd vanwege hun moderniserende bijdragen aan de dieptepsychologie

Of de nieuwe inzichten een waardig opvolger waren van het in de 19de eeuw zo populaire spiritisme en occultisme of juist een gevolg was is een andere discussie. Stel (nu droomt de schrijver even) dat Jung en Freud gezellig op de borrel bij Julie en Carlo waren geweest dan had Julie vast en zeker naast de wat dromerige Jung gezeten en Carlo en Freud op het andere bankje. 

Freud was geen makkelijk mens. Pas toen zijn eigen moeder overleed werd hij wat meer ontspannen. Freud verklaarde veel uit het driftleven. Jung wees de mensheid erop dat verlichting mogelijk was als je op zoek ging naar de diepere betekenis van de keuzes die je maakt en daar bij onderscheid maakte tussen twee gebieden.

Citerend uit het werk van Jung*: 
Het collectief onbewuste is een begrip uit het werk van Carl Gustav Jung. Volgens deze (onbewezen) hypothese van Jung is het collectief onbewuste een soort opslagplaats van latente beelden die de mens als soort heeft geërfd uit zijn verleden, een verleden dat zowel dierlijke als menselijke voorouders omvat. 

Zo zou angst voor duisternis of voor slangen te verklaren zijn, niet uit persoonlijke ervaringen, maar doordat onze voorouders generaties lang deze angsten hebben gekend.

Volgens Jung is de droom een gedeeltelijk onwillekeurige werking van de psyche, die niet genoeg bewustzijn bezit om in het waakbestaan te worden gereproduceerd. Julie had meer binding met de ideeën van Carl Gustav Jung dan met de visie van Sigmund Freud. Haar vriend Carlo was een groot aanhanger van Freud en verklaarde minder graag zijn eigen handelingen, maar met name de handelingen van anderen als 'oerdriften en obsessies'. Nadat Julie de zeer geslaagde Freud biografie van Peter Gay volledig had doorgelezen en van veel aantekeningen had voorzien had zij droogjes tegen Carlo gezegd dat hij maar beter iets anders kon gaan doen. 

Bijvoorbeeld meer kunstwerken produceren en meer tentoonstellingen houden. Carlo meende in de lijn van Freud, dat goed luisteren en anderen een spiegel voorhouden door het beluisterde te analyseren en te interpreteren veel problemen bij zijn cliënten kon oplossen. Julie dacht meer in termen van zelfhulp door kwalitatief 'goed werk' af te leveren en je eigen niveau voortdurend te verhogen en zo mogelijk scheppend bezig zijn waardoor het 'innerlijk' zich zou bevrijden van verdriet en demonen (trauma).

De inhoud van het 'collectief onbewuste' van Jung is echter nooit in het bewustzijn aanwezig geweest en is dus nooit individueel verworven. Dat het kan bestaan dankt het uitsluitend en alleen aan evolutionaire overerving. De menselijke geest is door middel van de hersenen in die opvatting net als het lichaam gepredisponeerd door evolutie.

Immers, de hersenen zijn te beschouwen als de voornaamste organen van de geest, zodat het collectief onbewuste afhankelijk is van de evolutie van de hersenen. Volgens deze hypothese zouden herinneringen aan een vorig leven een herinnering uit het 'collectief onbewuste' kunnen zijn dat de hele mensheid deelt. - Het 'persoonlijk onbewuste' van Freud bestaat uit een wezenlijke inhoud van verdrongen herinneringen en ervaringen

Voor Julie waren verdrongen herinneringen en ervaringen niet alleen de  traumatische periodes uit haar oorlogsjaren. Ook de problemen in haar jeugd speelden een grote rol. In haar ogen was de grote oorlog een collectief drama geweest waar ook zij als mens maar een klein onderdeeltje van een veel groter en bijna onmenselijk drama was geweest. Zij relativeerde op die wijze de gebeurtenissen die diep in haar persoonlijke leven hadden ingegrepen naar de achtergrond van een groter geheel waar zij deel van uit zou maken. Behalve dat Julie zich een incarnatie van de Romeinse  Keizer Hadrianus vond gaf zij weinig prijs van haar dromen. Zij kon zich echter wel heel goed inleven in de dromen of impressionistische werkstukken van anderen.

Gelijkaardige droomsymboliek in verschillende culturen, waarvan ook sporen terug te vinden zijn in de kunst of in de alchemie, duiden volgen Jung ook op die gemeenschappelijke, onbewuste inhouden. Volgens Jung zien we in het 'collectief onbewuste' de 'oerervaring' van de mens en dus delen alle mensen, in meer of mindere mate, onbewust dezelfde 'oerervaring'.

Als de oerervaring de overwinning op de duisternis zou zijn (de schepping) dan zijn de vele kunstuitingen van Julie voor haar een motivatie geweest om zich daar zo intensief mee bezig te houden.

Jung gebruikt in zijn werken ook regelmatig de term 'archetype', een noodzakelijke aanvulling op het idee van het 'collectief onbewuste'. Het duidt de tegenwoordigheid van enkele psychische vormen aan, die altijd en overal aanwezig zijn. Het is een soort oorspronkelijk patroon waarnaar andere, soortgelijke zaken worden gemodelleerd. Volgens Jung bestaan er immers twee vormen van het psychische systeem, waarvan er één van persoonlijke- en één van niet-persoonlijke aard is.

De landschappen, bloemen. bomen en hoge huizen in het werk van Julie waren vaak van (droom) symbolische archetypische aard. Klassieke olieverf schilderijen met bloemen en andere voorwerpen heeft Julie gemaakt totdat zij zeker wist dat zij de techniek onder de knie had. Daarna begon zij aan een jarenlange reeks van textiele werkvormen waaronder een serie grote en kleine wandkleden. Het werken met wol, katoen en garens gaf haar kennelijk meer voldoening. Mogelijk ook omdat zij dan makkelijker kon corrigeren of het werk even terzijde kon leggen. Zij vond het ook wel prettig dat haar gehele werkkamer dusdanig volstond met materiaal dat er nauwelijks ruimte was voor bezoek.

C.G. Jung: "In tegenstelling tot het persoonlijke karakter van onze 'bewuste psyche', bestaat er een tweede 'niet-bewust' psychisch systeem van collectieve, 'niet-persoonlijke' aard naast ons normale bewustzijn, dat wij als het enige waarneembare ervaren, zelfs als we het 'persoonlijk onbewuste' er aan toevoegen. Het wordt verkregen door middel van overerving en ontwikkelt zich dus nooit individueel. Het bestaat uit preexistente vormen die pas secundair bewust kunnen worden en verleent daarbij vaste vorm aan de inhoud van het bewustzijn."

Deze stelling van Jung benaderd zeer sterk de wijze waarop Julie haar leven heeft vormgegeven. Julie liet zich niet beetnemen door traumatische ervaringen en de psychische gevolgen. Zij ging daar 'om heen'. De creatieve en artistieke talenten van Julie waren telkens opnieuw het ‘drijfhout’ waar zij zich aan optrok in goede en slechte tijden. Als Julie niet zoveel kinderen had gekregen was zij hoogst waarschijnlijk een bekend kunstenares geworden of anders een schrijfster. Als het krijgen van veertien kinderen ook een kunstvorm genoemd mag worden dan heeft Julie weinig tijd verloren laten gaan in haar leven. In hoeverre haar jeugd en de oorlogservaringen van Julie van invloed zijn geweest op haar  zienswijze en handelen zal mogelijk gaan blijken uit de reconstructie van haar leven en de beschrijvingen van de personen en omgevingen die van invloed op Julie zijn geweest. De geslotenheid van Julie had immers meerdere oorzaken.      

Julie trok zich steeds meer terug in zichzelf toen zij ouder werd. Zij genoot van de dagen dat zij alleen was en veel kon lezen of in haar atelier aan het werk kon zijn. Op zijn manier zorgde Carlo goed voor haar. Koken, boodschappen, praten over kunst en psychologie, galerie bezoek, veel vrienden bezoeken en uitnodigen. Het was warm en intiem tussen hen beiden en in grote tegenstelling met het leven wat zij met haar ex-man Anton had geleid. Carl Jung had vast wel plezier gehad aan de ‘toevalligheid’ dat Julie en Carlo eigenlijk naamgenoten waren. Julie heette immers voluit Juliette Caroline en was Caroline niet de ‘mannelijke versie’ van de naam Carlo.

In haar laatste jaren had Julie steeds minder moeite met het toelaten van oude herinneringen. Hierdoor droomde Julie ook veel meer. Dromen werden met herinneringen uit haar jeugd vermengd. Julie had een wekenlange reis door Thailand gemaakt met Carlo. De Aziatische sfeer, de kleurenpracht en warme gekruide geuren hadden haar geheugen opnieuw gevoed. Doorreizen naar Indonesië had haar te veel angst voor terugkeer van oude ervaringen ingeboezemd.

Toen haar broer Boy overleed vond Julie steeds vaker dat de ‘cirkel rond was’. Zij had immers in 1999 haar half zuster Wendy en half broers ontmoet die waren geboren uit de relaties die haar vader Ferdinand was aangegaan na zijn vertrek in 1933 naar de Filipijnen. Julie had voorheen wel onbevestigde verhalen gehoord dat hij in Argentinië zou wonen en ondanks haar vragen aan o.a. het Rode Kruis direct na de oorlog en in de jaren vijftig kwamen er tot 1998 geen concrete feiten op tafel. 

Stil, luisterend en soms zeer aangedaan had zij naar het relaas van haar halfzuster Wendy geluisterd. Al eerder was er veel informatie per fax bij Julie terecht gekomen maar tijdens de gespreken met  de zeventien jaar jongere Wendy kon zij een goed beeld krijgen over zijn leven en lotgevallen tot aan zijn overlijden in Bogota in 1973. 

Op de foto Julie's grootmoeder van de kant van haar moeder (Charlotte) tenminste... er is bij mij grote twijfel ontstaan of deze foto wel onze overgroot moeder is. In een later bericht zal ik hier op terug komen. 

Grootmoeder Deuning heet eigenlijk Raden Ajoe Sinem Istri Kamidjojo. Zij is geboren omstreeks 1855 en overleden op 29 Mei 1898 te Bojolali. Raden Ajoe werd ook Djeminem (later Joanna gedoopt) genoemd en zou pas  op 9 September 1893 wettelijk met 
Casper Frederik Deuning kunnen trouwen. 

Djeminem was dus jarenlang de 'Njai' van Casper Frederik Deuning. Hij werd geboren in 1842 te Soeracarta (Solo) en overleed 1905 te Klaten niet ver van Bojolali. 

De Deunings waren een familie van planters en komen vermoedelijk rond 1820 uit Zeeland of Zeeuws Vlaanderen. Er zijn ook aanwijzingen dat Deuning een opzettelijke verbastering is van de naam Dönig uit de buurt van het Duitse Hamburg. 



Javaanse batik met vertellende Wajang poppen
zoals de vroegste 'beelden' uit de jeugd van Julie 
verteld door haar Baboe haar altijd zijn bijgebleven




Julie leefde in San Remo 
niet ver van de 'schuil heuvel' waar de 
Romeinse Godin Mater Matuta 
een onderkomen zou hebben gevonden

Freud en Jung



C.G. Jung met een mandala


Mandala van Jung -
 Julie beschouwde schilderijen en wandtapijten als een 'andere' 
manier van mandala's maken





werkkamer van Freud die niet gelovig was maar wel 
veel religieuze beeldjes verzamelde

over Jung Engels gesproken 



over Freud 

1940 Soerabaya 1 - Julie en William en hun eerste kindje

Terwijl Julie en William in de december 1939 hun eerste ontmoetingen beleefden in het warme Soerabaya met zijn zwoele avonden. Onderging Nederland al de mobilisatie. Vanaf eind augustus 1939 was het wachten op een oorlog die uiteindelijk in mei 1940 Nederland in alle heftigheid zou bereiken. De Duitse invasie in Polen had vanaf september 1939 meer dan 280.000 gemobiliseerde Nederlanders in de wachtstand gezet. 

In geheel Indië woonden rond 1940 circa 350.000 Europeanen waarvan circa 200.000 met gemengd bloed. Indo’s dus. De totale bevolking was circa 70 miljoen. Voor de circa 100.000 blanken was alles duidelijk, zij behoorden tot de toplaag en hadden de touwtjes in handen. Er was formeel sprake van ‘indeling naar landaard’ . Heden zouden wij dit gewoonweg ‘apartheid’ noemen. Alle niet blanken waren ‘Nederlandsch onderdaan, geen Nederlander zijnde’.

Julie was van gemengd bloed maar William niet. Toch was William met dat ‘leuke Indische meisje’ getrouwd en het was denkbaar dat dit zijn carrière zou kunnen schaden. De blanke gemeenschap was immers zeer gesloten en het is maar de vraag of de blanke dames Julie opgenomen zouden hebben in hun ‘hogere’ kringen.  Het jonge paar zou zich gaan vestigen in een vrijstaande woning aan de Niasstraat niet ver van het centrum van Soerabaja. William kreeg het vanaf mei 1940 steeds drukker als marineman want de regering in Batavia zette alle middelen in om de defensie te versterken. Hierbij lag het accent op orde en handhaving van de rust. Terwijl de Japanners hun militairen juist trainden op offensieve tactieken. De Nederlanders in  Indië lieten zich leiden door berichten van o.a. de Engelsen dat het Japanse leger niet veel voorstelde. Anderzijds trachtte de regering in Batavia de Japanners te imponeren met veel openbare militaire demonstraties waarbij de Japanse Ambassadeur met zijn gevolg als toeschouwers werden uitgenodigd.

Toen Julie en William vanaf maart 1940 zeker wisten dat er een kindje op komst was zullen zij net als vele andere jonge echtparen gewoonweg blij geweest zijn en met de voorbereidingen begonnen om de baby in een warm nest te kunnen ontvangen. Julie’s creativiteit en handigheid moet een grote geruststelling geweest zijn voor William die lange dagen  op de Marine basis maakte vanwege de opgelopen internationale politieke spanningen met Japan. 


Julie richtte het huis grotendeels zelf in. Naaide de gordijnen, maar kon ook goed met de verfkwast, hamer en zaag overweg. Ook in haar tweede huwelijk met Anton Deijmann was het Julie die altijd het voortouw én de hamer op nam bij verbouwingen in de steeds groter wordende huizen voor haar bijna jaarlijks groeiende gezin. Julie zou haar laatste baby in 1969 krijgen. Het zou haar veertiende kind zijn en Julie werd in dat jaar 49 jaar oud. Julie hield van al haar baby’s. De zwangerschappen gingen haar gemakkelijk af. 

Net zoals de zwangerschappen van haar grootmoeder van haar moeders kant Joanna Deuning die het merendeel van haar kinderen in het grote huis bij Bojolali zou baren. Joanna werd pas zo genoemd nadat zij in 1892 tot christenvrouw was gedoopt. Haar echtgenoot was Casper Frederik Deuning die pas op 9 september 1893 met Joanna ofwel Djeminem zou trouwen. Er waren toen al 11 kinderen geboren. Na 1893 volgenden er nog 3 kinderen. Henri, Charlotte (de moeder van Julie) en Marie. De kleine Marie werd op 23 mei 1898 geboren. Het moet een zware bevalling geweest zijn. Joanna zou enige dagen later overlijden.

Het was 29 mei 1898 dat Casper het droeve nieuws aan zijn kinderen zou gaan vertellen dat moeder Djeminem in haar laatste kraambed was gestorven. De vrouw met wie Casper vanaf 1875 had samen gewoond op het terrein van Suikerfabriek Tjokro-Toelong en later na zijn pensionering in Bojolali een wijk in de heuvels niet ver bij Soerakarta (Solo) vandaan. Djeminem zal niet ouder dan 46 zijn geweest toen zij het leven liet. Casper was net 55 jaar oud geworden toen hij alleen met 14 kinderen achter bleef. Julie heeft altijd het kleine portretje gekoesterd van haar sterke grootmoeder. Haar volledige naam was Raden Ajoe Sinem Istri Kamidjojo.

Charlotte de moeder van Julie sprak altijd met zachte stem en diep respect over haar moeder 'de Prinses' voor Charlotte was haar moeder op het zelfde niveau als het Nederlands Koninklijk Huis. Raden Ajoe zou zoveel betekenen als Prinses in het Maleis. Veel inlandse vrouwen lieten zich echter ook Raden Ajoe noemen vanaf het moment dat zij samenleefde met een Europeaan. Maar eigenlijk waren zij een ‘bijzit’ een njai zonder rechten. Het siert Casper Frederik dat hij al zijn kinderen erkend heeft. Met Djeminem getrouwd is en ook toestemde in haar doop waardoor zij de laatste jaren van haar leven als Johanna door het leven kon gaan.

De moeder van Julie, Charlotte was de dochter van Casper en Johanna. Charlotte heeft haar ouders nauwelijks gekend. Haar moeder overleed toen Charlotte twee jaar oud was en in 1905 stierf haar vader Casper. Het gezin Deuning viel min of meer uit elkaar, een ieder had zijn eigen bezigheden en Charlotte woonde vanaf 1905 jarenlang in het weeshuis van de Zusters Franciscanessen in Semarang waar zij onderwijs genoot en tot circa haar 18de levensjaar zou verblijven. Charlotte moest misschien wel een ideaal beeld rond haar overleden ouders ontwikkelen om de eenzaamheid en het gemis van haar ouders in het weeshuis te kunnen overwinnen. Charlotte heeft mogelijk nooit geweten dat haar moeder een ‘inlandse bijzit’ was. Of wilde Charlotte het soms niet weten? 

Indertijd zal Charlotte niet vermoed hebben dat haar dochter Julie zoveel naar haar inlandse grootmoeder Djeminem zou gaan aarden. De moeder van de vader van Julie (Ferdinand Pieter van der Steur) heette, toeval of niet ook Joanna (Heijligers). Djeminem en Charlotte hebben beiden 14 ‘erkende’ kinderen gekregen. De eventuele miskramen zijn niet meegeteld. Waarom Djeminem  aan zoveel kinderen het leven schonk is niet duidelijk. Was het wederzijdse liefde tussen Casper en Djeminem? Casper had immers goed verdiend als beheerder en administrateur van Suikerfabriek Tjokro-Toelong en het grote publieke schandaal waar hij door zijn broer in 1882 op werd betrokken waarbij een pas geboren baby heimelijk werd vermoord had schande over de Deunings gebracht. Wilde Casper door de komst van de vele kinderen bewijzen dat hij niet zoals zijn broer was? 


De kinderen die Julie na de oorlog zou baren zouden volgens Julie geboren worden als representatie van onthoofde medegevangenen. Onthoofdingen die Julie op straffe van onthoofding met open ogen moest aanzien van de Japanners toen zij in 1943 in de gevangenis van Bandoeng was opgesloten wegens haar verzetsactiviteiten in de KNIL wijk Tjiateul.

Auteur Reggie Baay heeft in 2008 een zeer leesbaar boek gepubliceerd over het fenomeen ‘de njai’. Reggie Baay is een Indo man die met zijn boek bewijst dat Indo’s wel degelijk iets te vertellen hebben over hun verleden.



Djeminem de njai en later echtgenote van Casper Frederik Deuning rond 1896
Zij was de moeder van Charlotte en de grootmoeder van Julie


klik op het boek voor een korte beschrijving van het boek


Een illustratie uit het boek De njai; Moeder van alle volken

Machine fabriek 'De Volharding'. Hier begon de Engelse grootvader van William C. Dobson aan zijn eerste baan in Soerabaja rond 1870

Gezicht op Soerabaya

Het marine vliegveld van Soerabaya in opbouwfase 1927

1940 - Een onderzeeboot in de haven van Soerabaya

Leslokaal van de Artsen opleiding in Soerabaya

Consultatiebureau en opleiding voor verloskundigen

Een foto uit 1991 van Niasstraat 40 in Soerabaya

Glas in lood eveneens in de Niasstraat 40 Soerabaya 
- foto's zijn van Hans R vd Woude





1942 Soerabaya 9 februari - Julie en de Waringin boom

Na het vertrek van William rond 8 februari naar Australië was Julie alleen achtergebleven met de 2 kleine kinderen. Zij kon vanwege de grote onrust in Soerabaya haar dagelijkse wandelingetjes met de kinderen naar het koelte gevende stadspark waar ook een groot aantal Waringin bomen stonden niet meer maken. Hoe vaak had zij daar al niet gezeten in het afgelopen jaar, hopend op een goede afloop. Ook haar vader Ferdinand had hier als peuter met grootmoeder Joanna rond gelopen terwijl haar echtgenoot Julie’s grootvader, in 1901 in het gesticht van Lawang werd behandeld voor ‘zenuwinzinkingen’. Julie voelde zich echter steeds ‘onveiliger’ worden in het vochtig hete Soerabaya. De bekende warme stadsgeuren hadden plaats gemaakt voor een andere zwaardere geur, een brandlucht die was opgekomen nadat het eerste zware bombardement op de stad door de Japanners op 3 februari had plaats gevonden.

Julie had al vanaf 1939 zich langzaam nestelende gevoelens van ‘onveiligheid’ gekregen die zij telkens opnieuw van zich af had gezet. Het incident met haar PTT chef die haar tegen haar wens had willen verleiden en de daarop volgende heftige discussies op het kantoor en haar besluit om zelf ontslag te nemen hadden haar min of meer wakker geschud. 
Het ongeoorloofde gedrag van haar Nederlandse ‘meerdere’ werd op basis van de toen in Indië heersende rangen en standen onder tafel geveegd en Julie moest of zwijgen óf vertrekken en ‘de eer’ aan zich zelf houden. Onder de grote Waringin boom van Hotel des Indes in Batavia besloot zij haar leven in eigen hand te nemen en zich niet maar te laten leven door kantoortijden en loyaliteit aan een blanke onbekende baas die handtastelijke werknemers toeliet.

Later zou Julie vertellen dat de vele Waringin bomen op Java haar altijd geestelijke kracht hadden gegeven. Als er problemen waren dan zocht zij juist deze boom op. Het liefst een Waringin aan een kleine rivier zoals vroeger toen zij jonger was en op het terrein van Suikerfabriek Delanggoe opgroeide wat nu Pabrik Gula Delanggu heet. Toen Julie op TV het bezoek van Juliana aan Indonesia in 1971 bekeek was zij aandachtig en stil maar snikte opeens onbedaarlijk toen zij een grote Waringin boom in beeld zag verschijnen.
Julie wilde zich niet zoals vroeger, toen haar vader vanwege zijn werk het gezin had verlaten opnieuw zo eenzaam en alleen voelen. Haar moeder was weliswaar aanwezig geweest evenals haar broertje. Maar die beklaagden zich meer over hun eigen kleine problemen dan dat zij onderling solidair waren na het vertrek van vader Ferdinand. Julie stond qua psychologische ontwikkeling vanaf het vertrek van haar vader min of meer alléén! Als 12jarig meisje had zij in de jaren ’30 de gevolgen van de grote werkeloosheid op Java gezien. Bedelende en hongerende inlanders, werkeloze Indo’s en Europeanen. Haar vader had zich altijd optimistisch gedragen en had ook aan Julie uitgelegd dat hij hoe dan ook wilde werken om niet bij de pakken neer te zetten. Desnoods werk zoeken in het buitenland.

Julie miste al snel haar vader met wie zij samen een bondgenootschap had gevormd tegen het klagende en immer ontevreden gedrag van moeder Charlotte. Vaak hadden zij samen de kranten gelezen en geluisterd naar de opera’s en andere klassieke muziek die Ferdinand mee naar huis bracht. Julie genoot van zijn lange slanke vingers en handen als hij weer eens iets aan het knutselen was. Of als hij de bouwtekeningen van machines voor de suikerfabrieken op de tafel uit had gespreid en deze met plezier bestudeerde en geduldig aan Julie uitlegde welke veranderingen hij zou aanbrengen zodat er minder problemen waren en de productie niet in gevaar zou komen.
In het benauwde Batavia van 1939 besloot zij na haar ontslagname niet met de stroom van de algehele ongerustheid over de toekomst van Indië mee te gaan. Julie had geen enkele binding met Nederland. Zij had daar ook geen familie. Het verschrikkelijke incident bij de PTT had haar duidelijk gemaakt dat zij door haar Indo afkomst nooit tot de ‘elite’ zou behoren. Met enige afschuw had zij het toegefluisterde advies ‘denk toch aan je toekomst’ van haar Indo collega’s om zich ‘rustig te houden’ terzijde geschoven. Net zoals haar vader haar had geleerd wilde Julie ‘niet bij de pakken neer zitten’. Vele jaren later heeft zij dat 'nooit opgeven' als het soms niet zo makkelijk ging ook op al haar kinderen (getracht) over te brengen. Julie had het in december 1941 maar vreemd gevonden dat Nederland de oorlog aan Japan had verklaard terwijl de Nederlandse regering zelf al naar Engeland was uitgeweken. Het leek welhaast een uitnodiging aan de Japanners om dan maar Nederlands-Indië aan te vallen. Achteraf gezien was dat ook zo! De dagen gingen snel voorbij voor Julie. Haar jonge kinderen vroegen de normale aandacht. Het bezoek wat langs kwam met opgewonden of sombere verhalen  nam eveneens veel tijd in beslag. Julie luisterde naar de berichten op de radio en volgde het nieuws in de kranten als de kinderen in de achtertuin hun slaapje deden of in hun bedjes lagen. Julie voelde zich steeds minder veilig maar had geen idee wat haar te wachten stond. 1942 - Nog geen drie jaar na het incident in Batavia zat Julie min of meer opgesloten in haar huis aan de Jalan Nias te Soerabaya. Met twee kleine kinderen en een echtgenoot die was vertrokken om voor het vaderland te vechten. Jazeker, zij zou hem volgen met een boot naar Australië. Maar wanneer? Als Julie naar buiten keek zag zij aan de overkant van de weg steeds meer treinen met militairen en wapentuig aankomen of vertrekken. Op straat ook veel vrachtwagens en militairen. 

De vrouwen en vriendinnen van de collega’s van William voelden zich ook onzeker over hun toekomst. Zij hadden samen gesproken en gehuild en zich grote zorgen gemaakt over de toekomst van hun jonge gezinnen. Al vanaf de oorlogsverklaring van Nederland aan Japan op 8 december 1941 was het onrustig geworden en had William soms iets los gelaten over a.s. vernielingen in Soerbaya van de voor Japan strategische doelen. Op 10 januari 1942 verklaarden de Japanners op hun beurt de oorlog aan het Koninkrijk der Nederlanden. Julie wist dat de Japanners op 11 januari het olie eiland Tarakan voor de kust van Borneo op het KNIL hadden veroverd om van daaruit de andere eilanden te bezetten. Want olie en andere grondstoffen dáár kwamen de Japanners voor net zoals de Nederlanders honderden jaren terug. Pas vele jaren later zou zij van haar nieuwe zwager (H.J.A Deijmann) horen dat hij een rol had gespeeld bij ‘de overdracht’ van het loodslichtschip wat aldaar voor de kust had gelegen. Hij was wat Julie betreft een van de weinigen in haar nabijheid die had begrepen in welke toestand het voormalig Indië had verkeerd tijdens de oorlog. Alhoewel hij wel benadrukte dat de (zijn) kampervaringen natuurlijk veel erger waren dan het leven buiten de kampen.

Op 28 februari 1942 zou de ‘Combined Striking Force’ het op moeten geven tegen de Japanse overmacht. Dit werd later de Slag in de Javazee genoemd. De Japanners kwamen hierdoor steeds dichter bij Soerabaya en steeds dichter bij het huis van Julie en de twee kleine kinderen. Met William had zij voor zijn vertrek afgesproken dat zij in het ergste geval naar Probolinggo zou gaan. Daar woonde een tante een zus van moeder Charlotte die aldaar een pension runde. De stad was voorzien van een haven waar eventueel ook nog (visser) schepen naar Australië zouden vertrekken. Maar eigenlijk was er geen echt plan. Niemand had kunnen voorspellen hoe het met Julie en de kinderen zou vergaan vanaf de 9e februari. Ook de Waringinboom in het stadspark van Surabaya niet.




De Muziektent in het stadspark van Soerabaya

Ingang van de stadstuinen van Soerabaya

De Waringin boom bij Hotel des Indes in Batavia


Kali in Soerabaya 

Soerabaya Darmo buurt

De Simpang Societeit Soerabaya

Ook aan de muur van de Simpang Societeit zat een bordje geschroefd
'Verboden voor honden en Inlanders'


Wilhelmina zou tijdens de kersttoespraak van 1943 nieuwe beloftes doen
Veel Nederlanders weten niet dat Nederland aan Japan 
de oorlog heeft verklaard.


De Zweedse Consul schreef een lijvig rapport over de situatie in Soerabaya vanaf 1942




Tarakan olieveld na de bezetting

 lees meer op tarakan.nl/


Nationaal Archief


28 februari 1942 - 'Slag in Javazee'
Diederik van Vleuten en Theo Doorman vertellen bij Pauw en Witteman. 

Tijdens de discussie zegt mijnheer Doorman dat het om het lot van 150.000 Europeanen zou gaan. Zou hij werkelijk de meer dan 200.000 Indo's per ongeluk vergeten zijn?

 


Trouwfoto december 1951
 in het midden Julie, links achter haar echtgenoot Anton 
rechts achter haar de broer van Anton, 
H.J.A. Deijmann