Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label Van Heutsz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Van Heutsz. Alle posts tonen

1949 deel 5 - 31 december 1949 – geen oorlog maar vrede

Vroeger in Bandoeng en Soerabaya liep Julie de straat op en daar waren altijd wel straatventers (Wandelende Warong) met lekker hapjes of marskramers met huishoudelijke artikelen te vinden. Het was gezellig geweest om met vriendinnen de Europese winkels te bezoeken op de Bragaweg in Bandoeng en dan op de terugweg naar de Pasar markten langs te gaan. Waar altijd een grote verscheidenheid aan etenswaren was te vinden. Soms al kant en klaar aangemaakt waardoor je eenmaal thuis tijd bespaarde. Thuis kon Julie zich heerlijk afkoelen in de mandiekamer. De mandibak was altijd gevuld geweest met heerlijk fris water wat zij over zich heen gooide. Eenmaal in het contractpension in het Overijsselse Markelo aangekomen had de begeleidend maatschappelijk werkster gezegd dat éénmaal per week onder de douche toch écht wel voldoende was. 

Julie wist eigenlijk niet veel over Anton. Zij woonde nu bijna 2,5 jaar met hem samen. De zwangerschappen en het dagelijks ‘regelen’ van huishoudelijke zaken in het Amsterdam wat economisch langzaam opkrabbelde viel haar niet altijd even gemakkelijk. Nog elke dag waren de gevolgen van de oorlog voelbaar en zichtbaar geweest. Uiterst traag verdween de grauwheid uit de straten en wijken. De tijdens de oorlog verlaten en vaak leeggeroofde huizen van de door de Duitsers afgevoerde Joodse Amsterdammers werden opgeknapt door niet Joodse bewoners die vaak niet wisten wie er vroeger hadden gewoond.

Amsterdam was aan het vergeten, Nederland was aan het vergeten. Alles wat aan de bittere oorlogsjaren deed denken moest geschiedenis worden. En in boeken en filmdozen bewaard gaan worden. Zelfs Lou de Jong dacht in 1948 dat het RIOD wat nu het NIOD heet niet al te lang zou bestaan. De Jong dacht toen nog dat het een kwestie van ordenen en archiveren zou worden en dan het boek dicht. In februari 1950 zou Burgemeester d’Ailly een monument onthullen dat de dank van de Joodse gemeenschap zou moeten onthullen voor de tijdens de oorlog ontvangen hulp. Van de ruim 140.000 weggevoerde Joden hadden circa 30.000 Joden de oorlog overleefd. Zou deze overgebleven groep nou echt zo dankbaar geweest zijn voor de indertijd geboden ‘liefdevolle en belangeloze hulp’ door de Amsterdammers?  Overlevende Hans Krieg schreef in 1947 een lied “waar bleven de Joden van ons Amsterdam”.

Het Monument Indië-Nederland heette vroeger het Van Heutsz monument en bevindt zich op ongeveer 40 minuten lopen van het Joodse Erkentelijkheid monument aan de kop van het Olympiaplein en de Apollolaan. Julie was er wel eens gaan kijken en had het een belachelijk architectonisch gewrocht gevonden. De Amsterdammers hebben altijd wat moeite gehad met hun Van Heutsz monument. Het monument had er anders uitgezien dan het Van Heutsz monument wat Julie zo vaak in Batavia had gezien. Zij was er vaak langs gefietst op weg naar haar werk op grote postkantoor. Van Heutsz werd in Indië bepaald niet geëerd door de Indonesiërs. Die wisten onderhand ook wel dat Van Heutsz met zijn oorlogen rond 1900 in het Sumatraanse Atjeh een blauwdruk had geleverd voor succesvolle onderdrukkings methoden van onwillige koloniale gebieden. Amsterdam was dus niet alleen aan het vergeten. Het was ook aan het ontkennen en verdringen

Julie was geschokt geweest over de ontmoeting met, toen nog Antonia (Tonia) Deijmann-Jeurissen. De zomer van 1948 was net begonnen en Julie woonde als mevrouw Deijmann met de drie kinderen op Keizersgracht 505. Haar eerste dochtertje samen met Anton was enige maanden oud. Beneden in de huiskamer van mevrouw Velzeboer was er een emotionele confrontatie. Tonia vertelde dat Anton haar had verteld dat hij in de Limburgse mijnen zou werken en dat hij daardoor alleen maar in de weekeinden van zaterdagavond tot maandagochtend vroeg naar zijn gezin aan de Marco Polostraat kon komen. Anton had tegen Julie gezegd dat hij van zaterdagavond tot maandagochtend zijn invalide moeder die dus eveneens in de Marco Polostraat woonde moest verzorgen omdat zij in de weekeinden geen hulp zou hebben. Dat klopte ook wel. Anton was niet bij de geboorte van hun eerste kindje geweest. Zij werd geboren op een zondag.

Het kwam aldus uit dat Anton een dubbelleven had geleid. En Julie had nog veel meer vragen aan Anton. Zij had zich het proces rond Joden verraadster Ans van Dijk herinnerd. Het had in alle kranten gestaan. Ans van Dijk was op 13 januari 1948 geëxecuteerd. Had die ook niet in de Marco Polostraat gewoond als onderduikster. En had de bovenbuurman van Tonia en Anton ook niet Van Dijk geheten. Volgens Anton was het iemand geweest die ook Joden had verraden voor f 2.50. Tonia zou goed bevriend zijn geweest met de lesbische en Joodse bovenbuurvrouw en het was voor Anton toen te gevaarlijk geweest om nog langer aan huis te komen. Maar waarom had juist Anton een illegaal persoonsbewijs met de naam Ton van Dijk?

Julie had zich bedrogen en vooral naïef gevoeld. Zij had zich zelf beklaagd en had gevonden dat zij te weinig over de ‘goede manieren’ in dit koude land zou weten. Als keurig Indisch meisje had zij van jongs af aan gehoord wat goede manieren waren. De omgangsvormen in Indië waren zo anders geweest. De sociale controle was groter geweest en iedereen had altijd bijna alles over elkaar geweten. Amsterdam die grote stad met al die grote wijken en anonieme bovenwoningen. De Nederlandse politieagenten in voormalig Nederlands-Indië waren net zoals de Amsterdamse politie tijdens de tweede wereld oorlog gewillig volgende dienstkloppers geweest. Als je niet Joods was geweest had je relatief veilig in Amsterdam kunnen wonen. Behalve als je ‘illegale zaken’ deed zoals bezig zijn met zwarthandel, dan moest je op letten.

De verklaring van Anton dat hij in ‘het verzet’ had gezeten en daarom niet bij zijn vrouw en kinderen kon zijn zag Julie nu in een ander daglicht. De politie had immers zijn handel in gestolen schrijfmachines opgerold. Zij waren helemaal naar boven gekomen en hadden de schrijfmachines uit de woonkamer en slaapkamer meegenomen. Anton was woedend geweest en had hen Sicherheitsdienst vrienden genoemd. Wie had eigenlijk het toenmalige politie telefoonnummer 5x 8 gedraaid? Anton was gewoonweg niet opgehouden met zijn handelsgedrag wat hem door de oorlog heen had gesleept. Hij was echter nooit ‘opgepakt’ geweest.

Julie had zelf tijdens de bezetting in Bandoeng voedsel en geld uitgedeeld aan arme mensen en was toen door de Japanners gearresteerd en daarna jarenlang op de vlucht geweest. Zij wist wat het betekende om als verzetsmedewerker opgepakt te worden. Nog voor de oorlog hadden de politiemannen onder leiding van het toenmalig Indisch Gouvernement de jacht geopend op homoseksuele ambtenaren. Een leraar die Julie goed had gekend had toen zelfmoord gepleegd. Ans van Dijk was joods en lesbisch geweest. Julie had zelfs enige solidariteit met haar gevoeld. Als je joods en lesbisch was dan werd je bij wijze van spreken dubbel getroffen door het lot. Onderhuids voelde Julie dat Indo’s weliswaar nooit volgens een ‘uitroeiplan’ zoals de joden zijn vervolgd. Maar zij had zich tijdens de oorlog in Indië en later in Nederland wel vaak een ongewenste vreemdeling gevoeld.

Julie heeft Anton voor de keus gezet. Of terug naar Tonia of scheiden en uiteindelijk met haar trouwen. Het zou de derde keer zijn dat Anton noodgedwongen zou trouwen. Eerst met Trijntje Bos daarna met Tonia en toen met Julie. Was het zijn zucht naar vrijheid of was het mogelijk een narcistisch ideaal om zich als beschikbaar voor te doen voor andere vrouwen wat Anton er toe aan heeft gezet om ook in zijn verdere levensloop nooit echt verantwoordelijkheid te nemen voor zijn rol als vader én gezinshoofd? Of was het angst en onzekerheid?

Ook in de aanstaande jaren vijftig van de vorige eeuw zou Julie met veel onzekerheden te maken krijgen. Onzekerheden die haar als persoonlijkheid sterker zouden maken maar die voor veel vraagtekens over haar rol als moeder van uiteindelijk veertien kinderen zouden zorgen.  Zaterdag 31 december 1949 hebben Anton en Julie samen met de vier kinderen oudejaarsavond gevierd. De volgende dag heeft Anton zijn moeder bezocht en was ’s avonds al weer terug. Julie had geslapen zij was wat moe geweest en weer zwanger. Het zou hun derde kindje worden.

Julie schrijft op 15 januari 1998 als volgt:


Het Amsterdamse Weesperplein rond 1900

Javaanse postboden met post bestellersfietsen begin 1900

Het Van Heutsz monument te Batavia 1932


Het Van Heutsz monument te Amsterdam 1935

Het grote hoofdpostkantoor in Batavia waar Julie werkte in 1939

1947 Een de andere kant van het kanaal slaapt een klein ventje. Wat verder twee straatventer manden met koopwaar (Wandelende Warong) - De foto is van Hugo Wilmar


1948 Een Amsterdamse politiewagen. Draai 5x8 en zij kwamen.


1949 De achterkant van het Amsterdamse Centraal Station


1950 - Het Joodse Erkentelijkheid monument Weesperplein te Amsterdam


Marieke Bloembergen publicatie's

Bandoeng wordt in 1949 Bandung






Er valt meer te gedenken. Bijvoorbeeld Maarten Koman, die werd door de Sicherheitsdienst gearresteerd.


Het lied van Hans Krieg wordt gezongen door Mirjam Krieg met beelden van Amsterdam


Eind 1949 - Batavia / Jakarta



Aankomst ooievaarsschip uit Indonesië in Nederland

1951 - Julie en Anton kunnen eindelijk trouwen

Soerabaja 1941 - Het was een drukkend warme dag  geweest in en Julie had pijn in haar rug gehad vanwege haar zware buik. Deze zwangerschap was anders geweest. Het kindje had zich vaak bewogen en leek onrustiger te zijn dan haar eersteling. De vroedvrouw was snel gehaald door de Baboe toen de eerste weeën waren begonnen. Het voelde deze keer anders dan bij het eerste kindje van Julie en William. Hun eerste zoon was een jaar eerder in oktober geboren. Het was toen veel rustiger geweest in Soerabaja. De naderende oorlog en de mobilisatie had stad een sombere stemming bezorgd.

William was nu veel vaker van huis vanwege zijn opleiding op de Marinebasis bij de haven van Soerabaja. De berichten uit Nederland waren verontrustend en bedroefd geweest maar beiden hadden geen familie in Nederland. De dreigementen uit Japan werden steeds serieuzer genomen. William wist dat het Indische leger en de marine over veel te weinig materiaal beschikten en onvoldoende getraind waren in het oorlog voeren. Voor Julie was in die periode de wereld veel kleiner en zij maakte zich innerlijk grote zorgen over de toekomst van haar kleine gezin.

Op deze zaterdag de 22ste november draaide het om de komst van de baby. William was nog onderweg naar hun huis aan de Niasstraat 82 toen hun tweede zoon werd geboren. Een prachtig hoofdje met veel zwart haar en al duidelijk de trekken van zijn vader. William was net als bij de geboorte van hun eerste zoon opnieuw hevig geroerd door de aanblik van dit nieuwe leven. Ondanks de donkere wolken van de oorlogsdreiging had hun gezinnetje zo compleet geleken. De baby werd vernoemd naar de voormalige Amerikaanse Theodore (Teddy ) Roosevelt. Nog geen 10 weken later zou William zijn beide kinderen voor het laatst in zijn leven zien.

Amsterdam 1951 - Anton was tijdens de dodenherdenking op 4 mei altijd zeer rustig en in zich zelf terug getrokken. De oorlog lag nu 6 jaar achter hem maar de herinneringen werden dagelijks levend gehouden door herstel werkzaamheden in het land en in de stad. De ogen van alle wereldburgers waren gericht op een toekomst zonder oorlog terwijl de grootmachten Amerika en Rusland zich als overwinnaars gedroegen en zich opnieuw bewapenden met atoombommen en van zich lieten horen met dreigementen. Krantenberichten schreven over een Koude Oorlog en de Russen hadden getracht Berlijn te isoleren waardoor de splitsing van Duitsland in Oost- en West Duitsland een grimmig karakater had gekregen. 

Berlijn lag immers op nog geen 800 kilometer van Amsterdam en Anton vond dat de Russen wel heel erg dichtbij waren. De Amerikanen pompten miljarden dollars in de West Duitse economie om zodoende hun aanwezigheid in Duitsland te rechtvaardigen met als neveneffect dat de economie in de omringende landen eveneens wonderlijk snel opleefde. De zakelijke en voortvarende aanpak van de Amerikanen had ook invloed op Anton en Julie. Geen woorden maar daden hoorde Anton geregeld op het hoofdkantoor van Reynolds Ballpoints. Hij verdiende een basisloon van 250 gulden per maand waarvan 200 gulden per maand als alimentatie aan zijn aanstaande ex vrouw uitgekeerd diende te worden. 

Julie en Anton moesten hierdoor veel Reynolds producten verkopen aan hun klanten de Amsterdamse kantoorartikelen handelaren om aldoende hun jaarlijks groeiende gezin te kunnen onderhouden. Niet ver bij Julie en Anton vandaan kwamen de uit Indië terugkerende Nederlandse militairen aan en die werden opnieuw bewapend om te vertrekken naar Korea om de Amerikanen te steunen tegen de Chinese en Russische communisten. 

Dat gold echter niet voor de Ambonese ex-KNIl  militairen die in maart 1951 in Nederland aankwamen en aan boord of bij aankomst een briefje kregen waaruit zij geheel onverwacht hun ontslag konden vernemen. Zo werd trouwheid aan de Nederlandse vlag en het Koningshuis beloond in die dagen.

Inmiddels werden ook de gevallen soldaten uit de naoorlogse periode in Indië ook herdacht. Anton keek tijdens de dodenherdenking ook terug op zijn eigen verleden. Anton maakte een andere balans op. Tussen 1930 en 1950 was Anton meer dan 20 keer verhuisd. Twee keer getrouwd geweest en had vijf kinderen waar hij geen band mee kon onderhouden. Zijn zakenleven was geen succes geworden. En nu hij bijna veertig jaar oud was wilde hij juist wél een succes van zijn nieuwe leefsituatie maken. 

Julie was anders dan zijn vorige geliefden. Julie was klein van stuk, leek kwetsbaar en was toch vol levenslust. Zij luisterde aandachtig, trok conclusies maar liet eventuele beslissingen aan hem over. Hierdoor kon hij de verantwoordelijkheid voor zijn eigen beslissingen niet uit de weg gaan en dat was nieuw voor hem. Anton was nog getrouwd met zijn vorige liefde. Zij had het vermoeden dat Anton veel meer verdiende dan dat hij op de rechtbank had verteld en wilde daarom niet scheiden. Anton bewoog zich immers in zeer verzorgde kleding en straalde onafhankelijkheid en voorspoed uit. Julie had in de voorgaande jaren bewezen dat zij, en indien nodig ook zonder Anton haar gezin kon onderhouden en haar zelfstandigheid en zakeninstinct fascineerde Anton en maakte hem verliefd. 

Dat hoorde ook zo bij Anton, fascinatie en begeerte werden door hem begrepen als ‘houden van’. Anton had bij zijn moeder geleerd dat zorg en aandacht geven beloond zou worden met troost en snelle bevrediging. Het was een kortzichtig patroon waar Julie al snel mee om wist te gaan om haar eigen doelstellingen te bereiken. Als Jozef en Maria samen te leven, om nieuw leven te schenken en om een betere wereld te creëren met schepsels die de verwoestingen in de oude wereld zouden overschaduwen door een sterk geloof aan God en de wereldvrede.

In oktober 1951 werd hun vierde kindje gedoopt. De twee eerdere kinderen van Julie waren niet gedoopt. Hun vader William was immers niet katholiek en Julie had in 1940 na een inhoudelijk conflict met haar vroegere pastoor in Bandoeng afscheid van de Kerk genomen. Hij had haar ervan beticht dat zij in ‘zonde’ zou leven met een ongelovige man. Toen de oorlog in alle hevigheid ook Julie op de vlucht dreef en opsloot in gevangenissen was het geloof weer bij haar teruggekeerd. In de vaak uiterst moeilijke lange en eenzame uren hadden Julie en haar medegevangenen bijzonder veel troost gevonden in het zingen van christelijk getinte liederen en was er veel hoop gevestigd op bevrijding door de Grote Verlosser. 

Omdat de Nederlandse regering de bewoners van Indië volstrekt machteloos aan hun lot hadden overgelaten moest er naar het idee van Julie wel een hogere macht zijn geweest die ook haar had bevrijd en haar zelfs in Nederland hadden doen belanden. En was het juist niet pastoor Bollinger geweest die Julie in mei 1947 had getroost in die grote kerk op de hoek van de Ceintuurbaan en Amsteldijk en haar had verteld dat nieuw leven alle oude wonden zouden helen. 

Toen in september 1951 de vroedvrouw was aangekomen op de Blauwburgwal 13 waar Anton en Julie inmiddels woonden leek het een routine geboorte te worden. Toch duurde het deze keer langer en er ontstond paniek nadat de baby was geboren vergezeld van een heftige bloeding. De baby had vastgezeten door een onverwachte contractie en moeder en kind hadden beiden een zwaar moment beleefd. De heftigheid van de zware bevalling werd ook buiten de kraamkamer geregistreerd. Door o.a. Julie’s tweede kind die 10 jaar eerder was geboren. 

Hij zou het zijn halfbroer in 1982 vertellen tijdens de voorbereidingen voor een feest ter gelegenheid van het 25 jarig samenzijn van Julie en Anton. Ook de toenmalige vroedvrouw was op dat feest aanwezig. Zij bevestigde vriendelijk maar kortaf en dat het in 1951 geboren kindje bijna de dood van zijn moeder op zijn geweten zou hebben en dat Anton nog nooit zo zenuwachtig was geweest. Het zou tot januari 1954 duren voordat Julie weer een baby zou krijgen. Julie herstelde zich echter vlot en eindelijk had de vorige vrouw van Anton ingestemd met een echtscheiding. 

Julie en Anton zijn getrouwd op 8 december 1951. Haar eerste twee kinderen heten Dobson en de daarna volgende vier kinderen heten Van Der Steur. Dat zou pas in de jaren ’60 rechtgezet worden toen in 1962 de Algemene Kinderbijslagwet actueel werd en Julie en Anton hun aankomen ruimschoots konden aanvullen met een oogst van 10 kinderen. De twee oudsten waren inmiddels volwassen en al ‘uit huis’.

Zoals eerder geschreven was het zesde kind in 1951 geboren en zou het tot januari 1954 duren voordat er een dochter geboren zou worden. Anton en Julie hadden het in de jaren na 1951 druk met het door hen beheerde kantoorartikelen depot waaruit hoofdzakelijk vulpennen en ballpoints werden verkocht. Hun jongste kind werd veelvuldig door de moeder van Julie verzorgd. Oma Charlotte was indertijd 55 jaar oud en had een kleine uitkering. Zij deed huishoudelijke werk in Den Haag waar zij inmiddels met haar drie Indische zussen en een aangetrouwde nicht een bovenwoning deelde.  

Haar drie oudere zussen en de aangetrouwde nicht waren allen als weduwe uit Indië in Nederland aangekomen. Zij hadden behalve hun mannen ook hun zonen verloren. Oma Charlotte was formeel geen weduwe zij had na haar scheiding van de vader van Julie als ‘bijzit’  samengewoond met de eigenaar van een grote wasserij in Bandoeng.Haar vriend was in april/mei 1942 door de Japanse bezetters in een mannenkamp opgesloten en zou het niet overleven. Oma Charlotte kwam regelmatig naar Amsterdam om mee te helpen in het drukke gezin van Julie en Anton. 

Haar stille en volgzame karakter irriteerde Anton nogal eens en Julie was weliswaar loyaal aan Charlotte omdat het haar moeder was maar had zich al heel jong innerlijk van Charlotte los gemaakt omdat Charlotte niet in staat was geweest om Julie en haar broer met liefde en zorg te omgeven. Julie werd al op haar 13de in pleeggezinnen ondergebracht en haar broertje werd in het ‘Oranje Nassau Gesticht’ van hun oom, Pa van der Steur ondergebracht.

Het zesde kind van Julie en Anton heeft vele uren, dagen en weken met Charlotte doorgebracht. Het was een stil kind met een groot hoofd en veel zwart haar. Niet de favoriete haarkleur van Charlotte want die had in Indië al geleerd dat een witte huid en licht gekleurd haar de basis van succes in het leven zou zijn. Dat hadden de Zusters Franciscanen haar in het weeshuis in het verre Indië goed laten weten.  Zij was door hen alleen geschikt bevonden om de lagere school af te maken om daarna opgeleid te worden als huishoudster bij blanke mensen. 

Zij was immers een Indo meisje met een zeer Indische uitstraling maar wel met een Nederlandse naam. Nadat Charlotte de kloosterschool had verlaten had zij vele ‘dienstjes’ gehad in verschillende blanke huishoudens. Zij werkte in 1920 in het huishouden van de administrateur van Suikerfabriek Poerworedjo toen zij de bijna 4 jaar jongere aankomend machinist Ferdinand P. van der Steur zou ontmoeten. Hij werd toen nog Nand genoemd. Door zijn moeder die in Bandoeng woonde Nandje. 

Was het liefde op het eerste gezicht? Of waren het de grijze ogen en het blonde haar die Charlotte deden besluiten om werk te maken van de veel jongere Nand. Of was het Nand die door enthousiaste hormonen de warmte zocht van een mooie Indische jonge vrouw met een melancholische uitstraling. Julie werd in december 1920 geboren. En Charlotte en Ferdinand zouden in januari 1921 trouwen in het kantoor van de Assistent Gouverneur achter het stationnetje van Djenar. 

Twee en dertig jaar later liep Charlotte weer achter een kinderwagen maar nu met haar kleinzoon. Omdat het jongetje loenste met zijn linkeroog had de huisarts haar gezegd om veel met het ventje te gaan wandelen. Het liefst naar de haven achter het Centraal Station want daar kon hij ‘ver’ kijken en dat zou zijn ogen recht zetten. Het jongetje wilde nooit van huis zonder zijn speelgoed. Dat waren de afgekeurde en gekleurde balpennen uit de voorraad van zijn vader. 

Het jongetje is misschien geïnspireerd door de grote schepen en de vergezichten en zou later veel gaan reizen en is mogelijk door die balpennen o.a. dit blog gaan schrijven. Toen Charlotte in 1979 haar laatste dagen beleefde was de schrijver evenals de familie in haar nabijheid. Na het feestje in het zaaltje van het Indisch bejaardenhuis te Deventer begeleide hij Charlotte in de lift naar de hoger gelegen ziekenzaal. 

Ben je bang Oma? ‘Nou eigenlijk wel, ik heb de pastoor gesproken en de dominee en anderen maar ik geloof hen niet meer’. Charlotte werd weer stiller en opende toen haar hand. Hier pak maar aan fluisterde zij zacht. Het was een klein gevouwen biljet van 5 gulden. Genoeg voor een doosje balpennen. 


1951 Trouwdag 8 december. 
Julie in het midden en Anton links achter. 


1986 - Julie vertelde over haar Ambonese petekind en over 
een pastoor in Bandoeng. Zij spreekt over de periode 1942/1943


De woning van Julie en Anton. 
Blauwburgwal 13 - tweede etage en zolder.

Charlotte Deuning rond 1920 

Charlotte Deuning (1896 - 1979 )

Maart 1951 Aankomst Molukse gezinnen in Rotterdam 
waarvan de vader veelal als militair in Indië had gediend.

Aan boord of bij aankomst werd als complete verrassing het ontslag aangediend. 
Een nieuw schandaal uit 'Indië verloren, rampspoed geboren' 

1951 De Molukse gezinnen worden in barakken ondergebracht.

1951 Koningin Juliana bezoekt een rijtje nieuwbouw huizen speciaal 
gebouwd voor uit Indië gerepatrieerde Nederlandse weduwen.

1951 Philips introduceert hun TV in de Nederlandse huiskamers.



De Nederlandse propaganda richt zich nu op de resterende koloniale bezittingen.


Er hebben ook West Afrikanen in het Nederlands-Indische leger gediend