Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label soevereiniteits overdracht 1949. Alle posts tonen
Posts tonen met het label soevereiniteits overdracht 1949. Alle posts tonen

Troostmeisjes – een open brief aan premier Shinzo Abe (15 augustus 2020)

Beste Shinzo, 

wij hebben elkaar nooit ontmoet maar omdat ik een paar jaar ouder ben dan jij kan je mijn brief als een goed-bedoeld schrijven van een oudere broer aan een jongere broer beschouwen. Omdat ik weet dat jij ook Google Translate gebruikt schrijf ik door in het Nederlands. Onder de blauw gekleurde woorden bevindt zich telkens een link die verwijst naar westerse opvattingen of feitelijkheden over Japan. Als jij daar fouten in ziet, schrijf mij dan, en ik zorg dan voor aanpassing.


Shinzo, waarom zijn jullie toch zo boos over de wereldwijd gepubliceerde foto’s van het troostmeisjes-monument in een Zuid-Koreaans park waar sinds enige weken een knielende man voor het beeld van de vrouw in de stoel is geplaatst? Er wordt in Japan beweerd dat jij Shinzo die om 'vergeving' smekende man zou zijn. Zelf denk ik niet dat jij die smekende man bent. Jij bent van achteren niet zo fors gebouwd en op eervolle momenten zak jij hooguit door je knieën, maar zal jij je nooit volledig op de aarde werpen. 

Die wat dikke man in het gras doet mij veel meer denken aan generaal Hitoshi Imamura met een goedkope pruik op. 

Hij was de generaal die 'ons' Nederlands-Indië in maart 1942 'over zou nemen' van Nederland. Een ‘oorlogsheld’ die net als jouw grootvader Nobusuke Kishi in de Sugamo-gevangenis geïnterneerd is geweest. Deze brief schrijf ik ook omdat ik het zo bijzonder vindt dat jullie keizer tijdens de Japanse de 1945 capitulatie herdenking op 15 augustus 2020 laat horen dat hij 'diepe wroeging' heeft over het oorlogsverleden van zijn land en dat jij als aanwezig premier er geen enkel woord over wil zeggen? Wat zit je toch zo dwars rond het Japanse oorlogsverleden?

Voordat ik je meer schrijf over de troostmeisjes duik ik met jou samen de geschiedenis in en vertel ik je tevens over enige persoonlijke indrukken omtrent Japan die ik in het verleden opdeed. Als je met je muis op de foto's klikt dan worden de foto's extra groot weergegeven. 

In de eerste helft van de jaren ’90 van de vorige eeuw heb ik een aantal bezoeken gebracht aan Tokio. Naast mijn werkbezoeken aan de medische universiteit van Tokio heb ik met bewondering de oude westers getinte gebouwen bestudeerd die niet of gedeeltelijk werden verwoest gedurende de maandenlange bombardementen door de geallieerden vanaf 1943 tot ver in 1945. Bombardementen die praktisch geheel Tokio zouden verwoesten en waarbij duizenden kleine en grote mensen om zouden komen.

 In Tokio hoorde ik ook voor het eerst over atoombom overlever Sumiteru Taniguchi uit Nagasaki, een havenstad waar de Nederlanders tot 1859 op het schiereilandje Deshima een ook erotisch leuke tijd hebben gehad.

 Shinzo, jij weet vast nog wel waarom de Engelsen, Fransen, Amerikanen, Nederlanders en Australiërs zo boos waren op Japan. Jullie hadden immers hún koloniën afgepakt. Ver voor de oorlog 40-45 waren jullie zelf al begonnen met het koloniseren van geheel Korea, Taiwan en delen van China. De westerse kolonialisten noemden jullie toen ‘agressief’ omdat jullie zelf heel graag de grondstoffen (en de hoge inkomsten) uit de Aziatische koloniën wilden hebben. Vanaf de jaren ’30 in de vorige eeuw keken jullie goed naar Duitsland en gingen jullie vanaf 1936 zelfs flink samenwerken. In 1940 sloten jullie een 'pact'. 

In 1945 moesten jullie en Duitsland op de knieën, net zoals die man in het Zuid-Koreaanse park. En Shinzo kom nou niet met verhaal dat de Japanners eigenlijk Azië hebben bevrijd van de blanke overheersers. Op Java deden jullie bijvoorbeeld het zelfde als de Hollanders dat voorheen hadden gedaan, de Javaanse adel mocht 'regeren' de nationalisten werden de bureaucraten en de inlanders mochten het werk doen. En jullie bleven de superieure baas. Gelukkig voor de makers lijkt die knielende man in het Koreaanse park niet op Showa Tenno Hirohito jullie keizer die toch eigenlijk wel de échte baas was over al het Japanse oorlogsgeweld tot 1945.

Je vader Shintaro zal je wel verteld hebben over de desolate toestand in het naoorlogse Tokio en de rest van Japan. Kijk anders even naar de foto’s en de door mij gemaakte fotomontages die ik meestuur om je geheugen op te frissen. Geknipt en geplakt als ik mijn geest tot rust wil brengen, zeg maar net zoals jullie zo fijn met origami bezig kunnen zijn. Trouwens, je mag het weten, ik had best wel anti-Japanse gevoelens toen ik voor het eerst naar Japan reisde. Bij ons thuis in Nederland was praten over Japan taboe. Mijn moeder Julie van der Steur die in Indonesië is geboren stortte begin jaren ’70 van de vorige eeuw psychisch in vanwege jarenlang weggedrukte oorlogstrauma’s. Opgelopen tijdens de Japanse bezetting van Indonesië 1942-1945. 

Moeder kon er ook met een Hollandse psychiater nauwelijks over spreken. De meeste Nederlanders weten weinig over het koloniale verleden. Pas in 1986 vertelde zij meer over de martelingen en verblijf in gevangenissen door toedoen van de zo gevreesde Kempeitai. Haar ervaringen als troostmeisje heeft zij echter nooit prijsgegeven. Daar kwam ik pas na haar overlijden achter. Nadat ik jaren lang gezeurd had bij ons Nationaal Archief. Tja, Shinzo, ons land heeft ook veel goed opgeborgen doofpotgeheimen. Vóór mijn bezoeken aan Japan had ik kennis gemaakt met Fukuzawa Yukichi en heb veel bewondering voor hem opgevat omdat hij als een der eerste Japanners over vrouwenrechten schreef. Hij was een uitzonderlijke man die meegeholpen heeft om Japan uit hun honderden jaren lange conservatieve isolatie te bevrijden, en wil jij dat nu terugdraaien Shinzo? Je weet wellicht dat Fukuzawa behoorlijk goed Nederlands sprak en het in ieder geval goed kon lezen. 

Zijn eerste Nederlandse lessen had Fukuzawa in Deshima (Nagasaki) opgedaan waar de Nederlanders vanaf 1630 voorzichtig zaken mochten doen met Japan. Door de jaren heen mochten Japanse prostituees de enclave regelmatig bezoeken (Japanse troostmeisjes?). In 1855 schonk Nederland als afscheidscadeau een schip aan Japan. 

Shinzo, ik weet dat jij meer houdt van ‘regeren is vooruit zien’ en daardoor niet graag terugkijkt en historische feiten een voor jou partij gunstige draai wil geven om zodoende aan de macht te blijven. 

Dat doet jullie familie al vele generaties. Het verleden van je grootvader Nobusuke Kishi (evenals het verleden van je overgrootvader) is bepaald niet brandschoon. Van hen en je vader Shintaro heb je geleerd hoe je politiek moet manipuleren om aan de macht te komen én te blijven. Je hebt geleerd om de oorlogsgeschiedenis te relativeren en waar het jou uitkomt te ontkennen. 

Toen Japans voormalige oorlogspartner Adolf Hitler zijn boek ‘Mein Kampf’ in 1925 met allerlei nare opmerkingen over ‘De Gele Plaag’ schreef en Japan uiteindelijk toch nodig bleek te hebben voor grondstoffen uit Azië, werd het boek in opgeschoonde vorm in het Japans vertaald en werden de Japanners qua ras vergeleken met de toch wel iets hoger geplaatste Germaanse Ariërs. 

Grootvader Kishi was een grote fan van de Nazi’s en had goed begrepen dat de koloniale plannen van Hitler en die van Japan de wereld in twee voor elkaar aantrekkelijke groot-grondgebieden  op zouden kunnen delen.

 Shinzo je weet zelf hoe het afgelopen is. In 1945 lagen Duitsland en jouw land volledig in puin en waren er wereldwijd meer dan zestig miljoen slachtoffers te betreuren. In Duitsland meer dan 5 miljoen en in jouw land bijna 3 miljoen. Duitsland werd op de knieën gedwongen om schuld te bekennen terwijl veel van jouw landgenoten bleven vinden dat zij Azië van de blanke kolonialisten hadden bevrijd dus nergens schuld aan waren.

 Shinzo ik weet dat ik je lastig val met al die cijfers en ‘vroeger’ verhalen. Als politicus weet jij als geen ander dat mooie toekomstvoorspellingen meer stemmen op leveren dan alsmaar stil staan bij het verleden. Toch vermoed ik dat jij helemaal niet blij bent met de vele demonstraties en nare foto’s tegen jou en jouw regering.

Ergens heb jij ook wel een beetje zelf schuld. Onder jou regeringsbeleid zijn met name de alleenstaande vrouwen en hun kinderen een soort paria’s in eigen land geworden. Hierdoor lijkt het naoorlogse respect in Japan voor de vrouwen, en hun toen vaak vaderloze kinderen, verloren te zijn gegaan. Juist de vrouwen en kinderen hebben enorm meegeholpen om Japan weer op te bouwen. 

Fukuzawa was al ver voor 1900 een groot voorstander van gelijke rechten voor mannen en vrouwen en jij, Shinzo, breekt honderd jaar later met je nationalistische vrienden die rechten weer af? Meisjesstudenten moeten extra zware examens doen om toegelaten worden tot de universiteit waarvan veel van de mannelijke bestuurders vinden dat vrouwen laten studeren geld verspilling is omdat ze trouwen en kinderen krijgen. Het zijn met name jouw politieke aanhangers die zich behoorlijk misogyn opstellen. 

En je weet best wel dat misogynie geen misosoepje is (klik op de naam voor een recept). Misogynie is een ernstige vorm van vrouwenhaat. Jullie zeggen dat het ‘traditioneel’ is dat vrouwen onderdanig en volgzaam zijn omdat zij dat zelf ook zo zouden willen? Is dat zo? Of moeten jullie 'de vrouw' nog ontdekken?

Waarom zijn er dan evenveel scheidingen zoals bij ons in Nederland (bijna 1 op 2)? En waarom woont bijna 40% van de Japanse jongeren onder de 30 jaar alleen en hebben nauwelijks seks? Behalve dan met zich zelf. Hierbij denk ik aan wereldkampioen masturberen 2009 Masanobu Sato die vervolgens honderdduizenden masturberende volgelingen heeft gekregen. Wat een eenzaamheid onder de jongeren in jouw Japan beste Shinzo?

Shinzo, schrik niet als ik je over mijn moeder vertel. Ik zal proberen het kort te houden want jij hebt het druk met regeren. Moeder heeft altijd benadrukt dat er ook goeie Japanners zijn en dat zij de kersenbloesem (Sakura) en ook de chrysant mooie bloemen vindt ook al werd de chrysant op de Japanse Kempeitai uniformen gedragen. Mijn moeder heet Julie van der Steur (1920-2001) en is in Indonesië geboren. Julie werd in het najaar van 1942 voor het eerst langdurig verhoord door de Kempeitai in Bandoeng. 

De Kempeitai was jullie gevreesde militaire politie die nauw samen werkte met de PID, de voormalige Nederlandse Politieke Inlichtingen Dienst van Nederlands-Indië. Een binnenlands spionagenetwerk wat vanaf maart 1942 volledig door Indonesiërs werd geleid. Julie werd in november 1942 daadwerkelijk gearresteerd en wekenlang gevangen gehouden. Julie was lid van een kleine verzetsgroep die elkaar onderling niet kenden en heeft niets los gelaten. Op de foto hieronder Julie. De andere mevrouw op de foto ken jij wel, het is Jan Ruff O'Herne de eerste Europese vrouw die publiekelijk toegaf verkracht te zijn door de Japanse bezetters van Java, jij wilde haar in 1993 niet te woord staan. Weet je dat nog?

In het voorjaar van 1943 werd Julie opnieuw opgepakt en circa vier weken in een cel opgesloten met Ambonese en Inlandse gevangenen en moest vervolgens bij de onthoofding van twaalf collega verzetsstrijders aanwezig zijn. Daarna werd zij onder voorwaarden vrijgelaten. In juli 1943 werd Julie in haar huurkamer in Bandoeng-Zuid bezocht door kapitein Muri van de Kempeitai en het Indonesische hoofd van de PID. Julie was uit het huis van haar moeder vertrokken en had een kamer gehuurd omdat zij haar twee kinderen wilden beschermen. De oudste (3 jaar) woonde bij haar moeder en de jongste (2) bij een vriendin. De Kempeitai en de PID stelde aan Julie voor om in Batavia wat heden Jakarta heet als ‘animeermeisje’ in een Sakura Club te gaan werken. Je weet Shinzo wat dat voor ‘clubs’ zijn. Clubs waar Japanse militairen en Japanse burgerofficieren elkaar kunnen ontmoeten en bediend worden (of meer) door bij voorkeur licht gekleurde Indo meisjes of fijner nog door blanke Europese vrouwen. 

Julie werd voorgelegd om in ‘dienst’ te treden van een nieuwe club waar Duitse en Japanse marineofficieren elkaar zouden ontmoeten. Batavia was immers een van de havens waar de Duitse duikboten in onderhoud werden gebracht. En omdat Julie ook vloeiend Duits sprak en schreef (4-talige steno en telegrafie opleiding Post, Telefoon en Telegraaf dienst) was zij een ideale propositie. Julie weigerde. Zij werd daarna dagen lang onder druk gezet. Geslagen en vervolgens enige malen verkracht door Kapitein Muri. Nadat Muri en de PID haar duidelijk hadden gemaakt dat haar moeder en kinderen groot gevaar zouden lopen als Julie niet mee zou werken vertrok Julie alsnog naar Batavia waar zij zich moest melden bij kapitein Tanaka die de kampleiding had over het nabijgelegen kamp Makassar. Tanaka woonde in het oude grote voormalige landhuis Cililitan Besar. 

Omdat Julie ziek werd en aan Tanaka vertelde dat zij een besmettelijke longziekte had mocht zij enige maanden achter het huis naast de keuken van de ‘kokki’ onderduiken. Julie genoot ook enige bescherming via een schoolvriendin Mari C. die met een op Java geboren Japanner was getrouwd. Toen bleek dat zij zwanger was geraakt na de verkrachtingen door kapitein Muri vertrok Julie naar de havenstad Cheribon waar zij zich moest melden bij de plaatselijk Kempeitai commandant die haar toestemming gaf om in het huis van twee Indo-Europese dames die een restaurantje dreven te mogen wonen. De baby werd in maart 1944 ‘dood geboren’ en de zelfde dag naamloos in een onbekend graf begraven. Nadat Julie enigermate was opgeknapt werd zij door de Kempeitai als ‘huishoudster’ bij Dr. Ika Okuda (1893-1961) geplaatst. 

Okuda was als burgerofficier verantwoordelijk voor de kunstmestproductie in de geconfisqueerde mestfabriek in de haven van Cheribon. Het huis van Okuda was een van de ‘gezellige’ ontmoetingsplaatsen in Cheribon waar ook de Japanse Kempeitai officieren hun avonden doorbrachten en zeker veel geluisterd hebben naar de Japanse radio-uitzendingen waarop bijna dagelijks de Japanse vertaling van de eerste in Bahasa gecomponeerde tophit Bengawan Solo was te horen.

 Shinzo jij kent zoals ieder Japanner van onze generatie zeker het door Toshi Matsuda gezongen liedje. Nadat Japan had gecapituleerd werd Julie in oktober 1945 door de Indonesische republikeinen met meer dan 700 ander Indo-Europeanen zeven maanden lang in de gevangenis van Cheribon vastgehouden. Toen Julie eindelijk in juli 1946 naar Bandoeng kon reizen kreeg zij haar twee kinderen niet mee omdat zij ‘Jappenhoer’ geweest zou zijn. 
Na een moeizame procedure en verhoor door NEFIS, de nieuwe geheime dienst van Nederland, won Julie het proces om de kinderen tegen Pro Juventute Bandoeng en vluchtte voor de Indonesiërs naar Nederland. Julie had haar eerste echtgenoot verloren en bijna honderd andere familieleden. Zij had niets meer wat haar met Indië verbond. In Nederland kreeg Julie te horen dat de hongerwinter 44/45 vele malen erger zou zijn geweest dan vier jaar vervolging op Java waar er altijd zon en rijst in overvloed geweest zou zijn. Van de Hollanders en Indo’s die in de Japanse kampen hadden gezeten hoorde Julie dat de ‘buitenkampers’ toch wel heel veel geluk hadden gehad. Buitenkampers waren immers ‘vrij’ gebleven. 

Moeder Julie zweeg, zoals zo veel uit Indië gevluchte Indo’s. En wat denk jij Shinzo, zou Julie als schuldgevoel reactie op de ‘doodgeboren’ half-Japanse baby om die reden vanaf 1948 tot 1969 aan nog twaalf kinderen het leven hebben geschonken (ik ben nummer 6)?  Later in de jaren ’90 was er ook in Nederland veel ophef over de blanke troostmeisjes die geleden zouden hebben onder de Japanners in voormalig Nederlands-Indië. Men sprak van 200 tot 300 ‘gevallen’. Vreemd genoeg werd er tot eind 2000 zelden tot nooit gesproken over de (veel) meer dan 20.000 Indonesische ‘troostmeisjes’ en nauwelijks over de duizenden Indo-Europese vrouwen en kinderen die buiten de kampen waren gebleven en het jarenlang tussen de Indonesische bevolking levend vaak zeer moeilijk gehad hebben. 

Om vrij te blijven of om aan eten voor hun kinderen te komen, waren zij herhaaldelijk gedwongen om seksuele diensten te verlenen aan Japanse militairen en burgers, of werden zij ruwweg verkracht. 

Shinzo, waar komt die bijna traditionele minachting voor vrouwen in jouw politieke partij toch vandaan? Vrouwen dienden onderdanig en ‘beschikbaar’ te zijn. Zij hadden weinig rechten en veel plichten. In 1910 waren er in Japan meer dan 20.000 bordelen en rond 1940 bijna 45.000. 

Toch ziet het er in het Japan van vandaag naar uit dat de Bushido tijden echt voorbij zijn. Het zijn nu de bijna 70% vrouwen die een baan hebben en de Ikumen die een gelijkwaardige bijdrage binnen het huishouden innemen en de jonge generatie ‘grasetende’ mannen de ‘sōshukukei danshi’ die de traditionele rolpatronen op hun kop zetten. 

Is dit heden in 2020 veranderd of hebben de miljoenen verkochte opblaaspoppen hun rol overgenomen? Worden er daarom zo weinig kinderen in het steeds ‘grijzer’ wordende Japan geboren en herinneren de vervelende internationale troostmeisjes campagnes jouw partijleden aan een weinig verheffend Japans verleden wat maar niet weggepoetst wil worden?

 Al met al hebben de stoere en zo penisgerichte (youbutsu) burgers en militairen vanaf pakweg 1935 (Nanking en Mantsjoerije) en vervolgens door geheel Azië tot 1945 honderdduizenden vrouwen slachtoffer van hun lusten gemaakt terwijl in Japan hun eigen moeders en echtgenoten (en ook hun kinderen) hun bijdragen moesten leveren aan de oorlogsindustrie en hun verliezen en honger in stilte moesten verwerken.

 En beste Shinzo, vind je het ook niet een beetje vreemd dat er in de Yasukuni-schrijn meer dan 2,4 miljoen mannen worden herdacht en minder dan 60.000 vrouwen? 

Onder de mannen bevinden zich veel door het buitenland beschouwde oorlogsmisdadigers en bijna 5.900 tot zelfmoord verplichte kamikaze piloten die hun vliegtuigjes en zichzelf in geallieerde schepen boorden. Zij hebben zelfs een apart monument op het terrein van de Yasukuni Schrijn gekregen. 

Deze jonge gehersenspoelde mannen tussen de 17 en 24 jaar werd geleerd om op het laatste moment, dus vlak voor de inslag, hun moeder aan te roepen. Shinzo jij snapt toch ook wel dat geen enkele moeder het prima vindt dat haar zoon zelfmoord pleegt en tegelijkertijd duizenden andere mensen vermoord?  Helemaal bar en boos wordt het als jouw nationalistische partijgenoten de schoolboeken laten veranderen en o.a. de kamikaze piloten neer laten zetten als helden die de naoorlogse economie van Japan zo hebben bespoedigd. Dat waren toch de Amerikaanse leningen die jullie en ook de Duitsers keurig terug moesten betalen?

Wat een dolle ‘ontkenning’ boel maken jullie er toch van. Shinzo jij vind het beslist niet leuk dat jij als Hitler wordt neer gezet zoals op de foto. Lees de Japanse vertaling van Hitler’s ‘Mein Kampf’ er maar eens op na, zijn nationalistische ideeën zouden tot grote verwoestingen en vele doden leiden. En zeg nou zelf, het is toch te dol voor woorden dat Toshiaki Mukai en Tsuyoshi Noda in de Yasukuni Schrijn worden vereerd, stoere mannen die in Nanking een wedstrijd onthoofden hebben georganiseerd die veel van hun collega’s heeft geïnspireerd om het zelfde te doen. 

En op welke bladzijde van jullie Shinto bijbel staat dat onthoofden zo’n leuke hobby mag zijn?

Weet je Shinzo, ik wil je als oudere broer graag een tip geven, ik heb eens goed naar de plattegrond van het Yasukuni terrein gekeken. Bovenaan links is er nog een prachtig stuk grond vrij. Op die mooie plek met kersenbloesem bomen is absoluut voldoende ruimte om een flink internationaal monument neer te zetten geheel gewijd aan de nagedachtenis van Japanse en buitenlandse vrouwen die slachtoffer zijn geworden van onderdrukking en geweld o.a. gepleegd door de zelfde mannen die in de grote schrijn zo hevig geëerd worden.

Politiek zou jij Shinzo, dus ook jouw partij, er enorm mee kunnen scoren. Je vangt de oppositie een enorme vlieg af en je kan je 'image' weer wat oppoetsen. 

Internationaal kan je op veel instemming rekenen en je doet het helemaal goed als de nog levende slachtoffers daadwerkelijk gecompenseerd worden, en kom dan niet zoals enige jaren terug met loze beloften. 


Shinzo, in de bijna 500 Japanse interneringskampen in Indonesië werd veel gezongen. Dat mocht redelijk vaak van de Japanse commandanten omdat zij ook van muziek hielden. Julie zong als gevangene ook vaak mee in de gevangenissen van Bandoeng en Cheribon. Kijk naar een bijzondere documentaire, ik denk dat jij de muziek ook wel mooi zal vinden. 

(als de link in de tekst het niet doet - https://www.youtube.com/watch?v=JTlmBQJ-HKA)


Shinzo veel succes met alles wat je onderneemt en ik wens je veel wijsheid toe met je beslissing om een speciaal vrouwenmonument op het terrein van de Yasukuni-Schrijn toe te laten.

NB

O ja Shinzo, in Nederlands-Indië genoten de inlandse prostituees best wel bescherming. Na registratie waren zij verplicht om op gezette tijden controle op geslachtsziekten te ondergaan.

Toen Japan Nederland-Indië had bezet namen zij het 'gezondheidssysteem' meteen over. Vreemd genoeg vielen de vele mannelijke prostituees niet onder de registratieplicht. Daar kom ik in toekomstig artikel op terug.

 

1949 Deel 4 - Mama wat doen we hier had het jongste kind gevraagd

28 december 1949 – Julie was diep geraakt geweest door de 27 december toespraak van Koningin Juliana uit het paleis op de Dam. De radio had haar woorden ‘live’ uitgezonden. Julie zou zich de strekking van de toespraak nog tot ver na 2000 herinneren. De woorden van Juliana hadden zo anders geklonken dan de stoere taal van haar moeder Wilhelmina die op 9 december 1941 vanuit Engeland de oorlog aan Japan had verklaard. Ook toen was Julie thuis geweest. In de huiskamer aan de Niasstraat in Soerabaya had Julie met de pas geboren baby op schoot gezeten. William en Julie hadden elkaar verschrikt en zwijgend aangekeken. Julie wist nu zeker dat William door de vliegdienst opgeroepen zou worden. Indië was nu in oorlog met Japan. De mobilisatie in Nederlands-Indië in het voorgaande jaar had al veel stress veroorzaakt in het nog jonge gezin. De tweede baby was na een onrustige zwangerschap geboren en huilde veel.

Julie verbleef op 17 augustus 1945 in Jakarta en had de ‘Proklamasi’ uitgesproken door Soekarno ook gehoord. Daarna waren op de straten van Jakarta vreugdefeesten en onlusten uitgebroken.

Wij het volk van Indonesië proclameren hierbij de onafhankelijkheid van Indonesië. Aangelegenheden met betrekking tot het bestuur zullen op ordelijke wijze en zo snel mogelijk worden geregeld

De Proklamasi was mede ondertekend door Mohammed Hatta die naast Juliana had gezeten tijdens haar toespraak. President Soekarno was niet naar Amsterdam afgereisd omdat hij vond dat op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid al was uitgesproken. Nog in december 1927 was Mohammed Hatta als Rotterdamse student gearresteerd in opdracht van de toenmalige Minister van Justitie J. Donner (de huidige P.H.Donner is huisvriend van de Oranje’s). Hatta was beschuldigd van ‘communisme’ en was de bedenker van de leus ‘Indonesia Merdeka’. 


Vier jaar en enige maanden later had Juliana’s stem door de radio geklonken in de huiskamer van Anton en Julie.

“Niet langer staan wij gedeeltelijk tegenover elkander. Wij zijn nu naast elkaar gaan staan. Hoezeer ook geschonden en gescheurd en vol van lidtekens van wrok en spijt”.

Julie had de naoorlogse interventies in Indië door de Nederlandse regering vanaf haar aankomst in 1946 via de kranten en de radio-uitzendingen gevolgd. De politionele (lees militaire) acties in Indië hadden opnieuw veel mensenlevens gekost. Maar ook verdriet en verscheurdheid veroorzaakt in vele Indonesische en Nederlandse gezinnen die hun kinderen zouden verliezen vanwege de halsstarrige houding van het naoorlogse Nederlandse bewind. Opnieuw vielen er oorlogslachtoffers en opnieuw werden er Indobaby’s geboren. Pas in 2005 zal Nederland na een officieel bezoek door toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot de onafhankelijkheids datum 17 augustus 1945 in politieke zin accepteren. Kennelijk kon dat alleen maar gebeuren door iemand die zelf als jongen gevangen had gezeten in een Japans interneringskamp in Nederlands-Indië.

Julie had zich veel zorgen gemaakt over haar vele Molukse vrienden die zij had leren kennen tijdens haar verzetswerk en gevangenschap in Bandoeng 1942/1943 en later in de Boei Lama gevangenis in Cheribon. Zij wist dat de Molukkers zeer trouw waren aan hun belofte om de Nederlandse Staat te dienen. Julie vroeg zag af hoe het haar twee Molukse petekinderen was vergaan. (hier kom ik later op terug). 

Juliana sprak verder: “Onmerkbaar groot is de voldoening van een volk dat zijn vrijheid verwerkelijkt ziet”. 


Het was deze zinsnede die Julie tot haar overlijden in 2001 zou onthouden en waar zij opnieuw aan zou denken toen Juliana in 1971 op bezoek was in Indonesië. Wilhelmina was in haar regeerperiode nooit in Indië geweest; “ach wat moet zo’n volk met een dik en zweterig mens op bezoek” had zij zelf als motivatie voor het uitblijven van een bezoek geuit. Julie was ontroerd en zeer van slag geweest tijdens de TV uitzendingen over het bezoek van Juliana. In kleur zag Julie de ongelooflijk hartelijke begroeting door de ‘vrije’ Indonesische bevolking. Maar het was vooral het terugzien van het land en de herkenning van gebouwen, straten en het natuurschoon wat Julie zo van streek zou maken.

Tijdens de laatste dagen van 1949 had Julie ook andere zorgen gehad. De jongens van 9 en 8 jaar oud speelden veel aan de grachten en in de zijstraten van het zich nog steeds herstellend Amsterdam. De jongens hadden ondertussen kennis gemaakt met de andere kinderen van Anton uit zijn vorige huwelijk. Die woonden met hun moeder op nog geen vijf minuten lopen en de oudste zoon Karel kwam wekelijks de alimentatie ophalen. Zijn toenmalige echtgenote wilde beslist niet van scheiden weten als er geen stabiele alimentatie regeling was beklonken. De echtscheidingsprocedure verliep hierdoor uiterst traag. Anton had elke week grote moeite om de alimentatie bijeen te verdienen maar er zat ook betalingsonwil van zijn kant bij. Hij had immers een nieuw gezin en zijn a.s. ex werkte immers als schoonmaakster en had dus een eigen inkomen. De twee kleine kinderen bonden Julie aan huis en ook de nieuwe zwangerschap zou opnieuw voor gezinsuitbreiding in het veel te kleine onderkomen zorgen. De zaken van Anton liepen niet echt geweldig en brachten weinig op.

In Julie groeide de wens naar meer rust en stabiliteit in haar gezin. Julie uitte nu openlijk kritiek op Anton. Hij kon dan driftig worden en was zelfs een keer handtastelijk. Julie kocht knalrode naar bloed kleurende nagellak en een dure nagelvijl. Zij liet trots haar nieuwe puntig uitlopend nagels aan Anton zien. ‘Hiermee krab ik je gezicht helemaal open als jij mij nog eenmaal slaat’. Julie vertelde dit verhaal als een serieuze anekdote in 1998. En wat zien wij op de jeugdfoto van Julie toen zij als zangeres Mona Banister een glamourfoto liet maken. Een charmante jonge vrouw die een goed gelakte en mooi gevijlde wijsvinger wat zwoel naar haar kin laat wijzen. De duim onafhankelijk en  wilskrachtig naast haar andere vingers.

Julie had Indië eind 1946 verlaten vanwege het falende beleid van de Nederlandse regering en de sterke wil van de Indonesische bevolking. De wil om onafhankelijk te zijn. Julie had voor vertrek naar Nederland gekozen omdat zij de hoop had eenmaal in Nederland aangekomen om onafhankelijk te zijn. Zij wilde haar kinderen maar ook haar moeder en zichzelf in veiligheid stellen. Niet meer op de vlucht zijn en geen honger meer hebben. In de jaren ervoor was openlijk Nederlands spreken verboden geweest. De volkswoede (bersiap periode) ten opzichte van alles wat Nederlands was had haar meer dan zeven maanden in een door de Nederlanders gebouwde gevangenis laten verblijven waar vroeger alleen Indonesische bandieten werden opgesloten.

Julie besefte eenmaal vrij gekomen uit de gevangenis dat deze periode van ontberingen en ziekte haar ook hadden beschermd tegen de aanvallen en moordpartijen van de opstandige Indonesische bevolking. Haar beslissing om naar Nederland te vertrekken was wel overwogen geweest. Julie wist dat de Indonesisch bevolking zich niet opnieuw zou laten kolonialiseren. Haar jongere broer Boy had zij niet kunnen overtuigen. Die voelde zich verraden door zijn in Soerabaya geboren Nederlandse vader. Hij voelde zich in de steek gelaten door zijn Indische moeder Charlotte die hem in 1936 naar het kinderhuis van Pa van der Steur had gestuurd. Boy wilde blijven en meehelpen de nieuwe republiek op te bouwen. Want hadden de Nederlanders hém geholpen toen hij als slaaf onder de meest verschrikkelijk omstandigheden aan de Birma spoorweg had moeten werken?

Julie had niet meer bij zich dan haar twee jongen kinderen, haar moeder en wat tassen met bagage toen zij in november 1946 voor het eerst haar voeten in het schemerdonker op de kade van de Rotterdamse kade had geplaatst. ‘Mama wat doen we hier had het jongste kind gevraagd’. Tijdens de zeereis had Julie veel nagedacht over hetgeen zij achter had moeten laten. Haar huis, haar meubelen, haar spaargeld, de fotoalbums, haar vrienden en vriendinnen. Haar baboe en de tuinjongen uit Sragen die later in Cheribon zou wonen en haar had geholpen de sieraden van Julie en anderen te verkopen op de Chinese markten. Wat Julie niet afgenomen werd waren haar herinneringen aan het uitzicht op de vulkanen en de mooie tuin met het koele water van de kleine Kali in de buurt van suikerfabriek DeLanggoe tijdens de eerste gelukkig te noemen tien jaar van haar leven. Ondanks de trieste scheiding van haar ouders had Julie het gevoel dat zij veel had kunnen leren op de scholen en tijdens de opleiding en het werken bij de Indische Posterijen in Bandoeng en Batavia.

Na haar huwelijk in 1940 werd zij moeder en er was zelfs ruimte in haar huis geweest voor Jim, de jongere broer van echtgenoot William. Die werd door hen beiden in huis genomen omdat hij anders voor galg en rad zou opgroeien. Na de moeilijke oorlogsjaren onder de Japanse bezetters en haar verblijf in de gevangenis had Julie grote moeite moeten doen om haar kinderen terug te krijgen. Kleine Jim was groot geworden en had samen met Ukkie Sombeek getuigd dat Julie een Jappenhoer was geweest en om die redenen haar tweede kind Ted niet terug zou moeten krijgen. Haar moeder Charlotte had haar Bandoengse huis, goederen en haar in leren fauteuils ingenaaide geld en sieraden tijdens een door de opstandige jeugdige Pemoeda’s aangestoken brand in vlammen op zien gaan. Ook het uithangbord aan de gevel met daarop de tekst ‘Machinale en Chemische Wasscherij De Hollandse’ was in de vlammen opgegaan. De straatnaam van het gebouw ‘Merdikaweg’ werd niet lang daarna omgedoopt in Jalan Merdeka.

Julie’s vertrouwen in de mensheid had in de jaren ’40 een onwaarschijnlijk grote knauw gekregen. Tijdens die laatste dagen van 1949 had Julie de woorden van Koningin Juliana ook op haar zelf betrokken en had er een persoonlijk tintje aan gegeven. ‘Onmeetbaar groot kan een mens zijn die zijn vrijheid verwezenlijkt ziet’. Julie had de wens gevoeld om haar kinderen in vrijheid op te laten groeien met veel broers en zussen die de niet zoals haar medegevangen lotgenoten van hun vrijheid en hun hoofd beroofd zouden worden. Begin jaren ’90 had Julie een prachtig wandkleed met een boom van gestikt gouddraad gemaakt op een zwart zijden achtergrond. Aan de grote boom hingen 15 verschillende met Indiaas garen geborduurde bladeren. Elk blad zou een omgekomen (onthoofde) gevangene representeren en elk blad was een nieuw kind van Julie geweest. Ondanks de pracht van geborduurde kunstwerk vond een van de kinderen van Julie dat hij en ook zijn zussen en broers niet gezien moesten worden als vervangers van de doden. Het zou dan zijn dat Julie in haar kinderen haar vermoorde lotgenoten zou zien. Als zodanig wilden de kinderen van Julie niet afgebeeld worden. Zij wilden allen en onafhankelijk van elkaar gewoon een kind van hun moeder zijn.

Achteraf kan voorzichtig vastgesteld worden dat de door de oorlog ontstane diepe wonden in de ziel van Julie  niet geheeld  werden door de komst van haar kinderen. Het gevolg is geweest dat veel kinderen van Julie zich emotioneel verwaarloosd voelen. Was het vijftiende blad aan de boom soms niet de miskraam uit 1966 die in de achtertuin van het huis in Bussum werd begraven? Een zelfde ritueel zoals bij haar Indische grootouders Casper en Djeminem die vanaf 1875 elke nageboorte ofwel moederkoek zouden begraven in de met tropische bloemen en planten begroeide tuin achter het grote huis in Bojolali waar Djeminem haar veertien kinderen zou baren. Zo Indisch was Julie dus weer wel. Met haar zwijgzaamheid en diepe lidtekens die niemand had mogen zien maar die altijd door haar kinderen gevoeld zouden worden. Daar kon de Hollandse nuchterheid en warmte van Anton niet tegen op.

Julie heeft tot haar laatste dagen haar nagels prachtig verzorgd. Het was een bijna noodzakelijk ritueel om haar gedachten op een rijtje te zetten. Het bracht orde in haar dagplanning. Onder die uiterlijk charmante laag van kwetsbaarheid, flegmatiek en Indisch aandoende schoonheid huisde een temperament wat niet wakker geschud moest worden. Het is vergelijkbaar met het Indonesische temperament waar ook de Nederlandse overheid zich zo vaak in vergist heeft. Anton had er kennis meegemaakt en het vervulde hem soms met vrees als hij ’s avonds moest vertellen dat er weer geen geld was verdiend. Julie kon dan stil vallen. Nadenken en dan uiterst scherp maar met zachte stem een analyse geven van wat Anton juist wél had moeten doen.

De oplossingen en de nodige gedragsverandering die Julie voorstond maakte Anton afhankelijk van de gunsten en het oordeel van Julie. Zijn moeder was nooit zo geweest. Die had altijd met zachte stem gezegd. ‘Ach jongen, het is ook allemaal niet makkelijk voor je’. Zo hoorde een vrouw te zijn volgens Anton. Liefdevol en begrijpend. In de voorgaande jaren maar ook al voor de oorlog was het huis van de moeder van Anton het belangrijkste vluchtadres geweest waar hij altijd begrip, weinig kritiek en trotse bewondering had gevonden. Zijn eerdere vriendinnen en echtgenotes waren ook altijd vol bewondering voor Anton geweest tot het moment dat zij zich kritisch zouden uiten. Anton had dan de neiging de ruzies te beëindigen met vertrek naar zijn moeder. Julie dacht daar anders over. Hij kon kiezen óf voor zijn moeder óf voor haar. Het werd een emotionele ruilhandel van geven en nemen met Julie aan het roer van een onbestendig schip wat langzaam de nog komende jaren ’50 in zou varen.

1935 De Merapi en Merbaboe gezien vanuit Klaten - Java
niet ver van de plaats waar Julie opgroeide. 

De grootmoeders van Julie - Djeminem Deuning en Joanna van der Steur

de moeder van Anton - Helena Deijmann


Een polderlandschap. 
Anton hield van de polders en was lid van de NJN
de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie