Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label Ans van Dijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ans van Dijk. Alle posts tonen

Troostmeisjes – een open brief aan premier Shinzo Abe (15 augustus 2020)

Beste Shinzo, 

wij hebben elkaar nooit ontmoet maar omdat ik een paar jaar ouder ben dan jij kan je mijn brief als een goed-bedoeld schrijven van een oudere broer aan een jongere broer beschouwen. Omdat ik weet dat jij ook Google Translate gebruikt schrijf ik door in het Nederlands. Onder de blauw gekleurde woorden bevindt zich telkens een link die verwijst naar westerse opvattingen of feitelijkheden over Japan. Als jij daar fouten in ziet, schrijf mij dan, en ik zorg dan voor aanpassing.


Shinzo, waarom zijn jullie toch zo boos over de wereldwijd gepubliceerde foto’s van het troostmeisjes-monument in een Zuid-Koreaans park waar sinds enige weken een knielende man voor het beeld van de vrouw in de stoel is geplaatst? Er wordt in Japan beweerd dat jij Shinzo die om 'vergeving' smekende man zou zijn. Zelf denk ik niet dat jij die smekende man bent. Jij bent van achteren niet zo fors gebouwd en op eervolle momenten zak jij hooguit door je knieën, maar zal jij je nooit volledig op de aarde werpen. 

Die wat dikke man in het gras doet mij veel meer denken aan generaal Hitoshi Imamura met een goedkope pruik op. 

Hij was de generaal die 'ons' Nederlands-Indië in maart 1942 'over zou nemen' van Nederland. Een ‘oorlogsheld’ die net als jouw grootvader Nobusuke Kishi in de Sugamo-gevangenis geïnterneerd is geweest. Deze brief schrijf ik ook omdat ik het zo bijzonder vindt dat jullie keizer tijdens de Japanse de 1945 capitulatie herdenking op 15 augustus 2020 laat horen dat hij 'diepe wroeging' heeft over het oorlogsverleden van zijn land en dat jij als aanwezig premier er geen enkel woord over wil zeggen? Wat zit je toch zo dwars rond het Japanse oorlogsverleden?

Voordat ik je meer schrijf over de troostmeisjes duik ik met jou samen de geschiedenis in en vertel ik je tevens over enige persoonlijke indrukken omtrent Japan die ik in het verleden opdeed. Als je met je muis op de foto's klikt dan worden de foto's extra groot weergegeven. 

In de eerste helft van de jaren ’90 van de vorige eeuw heb ik een aantal bezoeken gebracht aan Tokio. Naast mijn werkbezoeken aan de medische universiteit van Tokio heb ik met bewondering de oude westers getinte gebouwen bestudeerd die niet of gedeeltelijk werden verwoest gedurende de maandenlange bombardementen door de geallieerden vanaf 1943 tot ver in 1945. Bombardementen die praktisch geheel Tokio zouden verwoesten en waarbij duizenden kleine en grote mensen om zouden komen.

 In Tokio hoorde ik ook voor het eerst over atoombom overlever Sumiteru Taniguchi uit Nagasaki, een havenstad waar de Nederlanders tot 1859 op het schiereilandje Deshima een ook erotisch leuke tijd hebben gehad.

 Shinzo, jij weet vast nog wel waarom de Engelsen, Fransen, Amerikanen, Nederlanders en Australiërs zo boos waren op Japan. Jullie hadden immers hún koloniën afgepakt. Ver voor de oorlog 40-45 waren jullie zelf al begonnen met het koloniseren van geheel Korea, Taiwan en delen van China. De westerse kolonialisten noemden jullie toen ‘agressief’ omdat jullie zelf heel graag de grondstoffen (en de hoge inkomsten) uit de Aziatische koloniën wilden hebben. Vanaf de jaren ’30 in de vorige eeuw keken jullie goed naar Duitsland en gingen jullie vanaf 1936 zelfs flink samenwerken. In 1940 sloten jullie een 'pact'. 

In 1945 moesten jullie en Duitsland op de knieën, net zoals die man in het Zuid-Koreaanse park. En Shinzo kom nou niet met verhaal dat de Japanners eigenlijk Azië hebben bevrijd van de blanke overheersers. Op Java deden jullie bijvoorbeeld het zelfde als de Hollanders dat voorheen hadden gedaan, de Javaanse adel mocht 'regeren' de nationalisten werden de bureaucraten en de inlanders mochten het werk doen. En jullie bleven de superieure baas. Gelukkig voor de makers lijkt die knielende man in het Koreaanse park niet op Showa Tenno Hirohito jullie keizer die toch eigenlijk wel de échte baas was over al het Japanse oorlogsgeweld tot 1945.

Je vader Shintaro zal je wel verteld hebben over de desolate toestand in het naoorlogse Tokio en de rest van Japan. Kijk anders even naar de foto’s en de door mij gemaakte fotomontages die ik meestuur om je geheugen op te frissen. Geknipt en geplakt als ik mijn geest tot rust wil brengen, zeg maar net zoals jullie zo fijn met origami bezig kunnen zijn. Trouwens, je mag het weten, ik had best wel anti-Japanse gevoelens toen ik voor het eerst naar Japan reisde. Bij ons thuis in Nederland was praten over Japan taboe. Mijn moeder Julie van der Steur die in Indonesië is geboren stortte begin jaren ’70 van de vorige eeuw psychisch in vanwege jarenlang weggedrukte oorlogstrauma’s. Opgelopen tijdens de Japanse bezetting van Indonesië 1942-1945. 

Moeder kon er ook met een Hollandse psychiater nauwelijks over spreken. De meeste Nederlanders weten weinig over het koloniale verleden. Pas in 1986 vertelde zij meer over de martelingen en verblijf in gevangenissen door toedoen van de zo gevreesde Kempeitai. Haar ervaringen als troostmeisje heeft zij echter nooit prijsgegeven. Daar kwam ik pas na haar overlijden achter. Nadat ik jaren lang gezeurd had bij ons Nationaal Archief. Tja, Shinzo, ons land heeft ook veel goed opgeborgen doofpotgeheimen. Vóór mijn bezoeken aan Japan had ik kennis gemaakt met Fukuzawa Yukichi en heb veel bewondering voor hem opgevat omdat hij als een der eerste Japanners over vrouwenrechten schreef. Hij was een uitzonderlijke man die meegeholpen heeft om Japan uit hun honderden jaren lange conservatieve isolatie te bevrijden, en wil jij dat nu terugdraaien Shinzo? Je weet wellicht dat Fukuzawa behoorlijk goed Nederlands sprak en het in ieder geval goed kon lezen. 

Zijn eerste Nederlandse lessen had Fukuzawa in Deshima (Nagasaki) opgedaan waar de Nederlanders vanaf 1630 voorzichtig zaken mochten doen met Japan. Door de jaren heen mochten Japanse prostituees de enclave regelmatig bezoeken (Japanse troostmeisjes?). In 1855 schonk Nederland als afscheidscadeau een schip aan Japan. 

Shinzo, ik weet dat jij meer houdt van ‘regeren is vooruit zien’ en daardoor niet graag terugkijkt en historische feiten een voor jou partij gunstige draai wil geven om zodoende aan de macht te blijven. 

Dat doet jullie familie al vele generaties. Het verleden van je grootvader Nobusuke Kishi (evenals het verleden van je overgrootvader) is bepaald niet brandschoon. Van hen en je vader Shintaro heb je geleerd hoe je politiek moet manipuleren om aan de macht te komen én te blijven. Je hebt geleerd om de oorlogsgeschiedenis te relativeren en waar het jou uitkomt te ontkennen. 

Toen Japans voormalige oorlogspartner Adolf Hitler zijn boek ‘Mein Kampf’ in 1925 met allerlei nare opmerkingen over ‘De Gele Plaag’ schreef en Japan uiteindelijk toch nodig bleek te hebben voor grondstoffen uit Azië, werd het boek in opgeschoonde vorm in het Japans vertaald en werden de Japanners qua ras vergeleken met de toch wel iets hoger geplaatste Germaanse Ariërs. 

Grootvader Kishi was een grote fan van de Nazi’s en had goed begrepen dat de koloniale plannen van Hitler en die van Japan de wereld in twee voor elkaar aantrekkelijke groot-grondgebieden  op zouden kunnen delen.

 Shinzo je weet zelf hoe het afgelopen is. In 1945 lagen Duitsland en jouw land volledig in puin en waren er wereldwijd meer dan zestig miljoen slachtoffers te betreuren. In Duitsland meer dan 5 miljoen en in jouw land bijna 3 miljoen. Duitsland werd op de knieën gedwongen om schuld te bekennen terwijl veel van jouw landgenoten bleven vinden dat zij Azië van de blanke kolonialisten hadden bevrijd dus nergens schuld aan waren.

 Shinzo ik weet dat ik je lastig val met al die cijfers en ‘vroeger’ verhalen. Als politicus weet jij als geen ander dat mooie toekomstvoorspellingen meer stemmen op leveren dan alsmaar stil staan bij het verleden. Toch vermoed ik dat jij helemaal niet blij bent met de vele demonstraties en nare foto’s tegen jou en jouw regering.

Ergens heb jij ook wel een beetje zelf schuld. Onder jou regeringsbeleid zijn met name de alleenstaande vrouwen en hun kinderen een soort paria’s in eigen land geworden. Hierdoor lijkt het naoorlogse respect in Japan voor de vrouwen, en hun toen vaak vaderloze kinderen, verloren te zijn gegaan. Juist de vrouwen en kinderen hebben enorm meegeholpen om Japan weer op te bouwen. 

Fukuzawa was al ver voor 1900 een groot voorstander van gelijke rechten voor mannen en vrouwen en jij, Shinzo, breekt honderd jaar later met je nationalistische vrienden die rechten weer af? Meisjesstudenten moeten extra zware examens doen om toegelaten worden tot de universiteit waarvan veel van de mannelijke bestuurders vinden dat vrouwen laten studeren geld verspilling is omdat ze trouwen en kinderen krijgen. Het zijn met name jouw politieke aanhangers die zich behoorlijk misogyn opstellen. 

En je weet best wel dat misogynie geen misosoepje is (klik op de naam voor een recept). Misogynie is een ernstige vorm van vrouwenhaat. Jullie zeggen dat het ‘traditioneel’ is dat vrouwen onderdanig en volgzaam zijn omdat zij dat zelf ook zo zouden willen? Is dat zo? Of moeten jullie 'de vrouw' nog ontdekken?

Waarom zijn er dan evenveel scheidingen zoals bij ons in Nederland (bijna 1 op 2)? En waarom woont bijna 40% van de Japanse jongeren onder de 30 jaar alleen en hebben nauwelijks seks? Behalve dan met zich zelf. Hierbij denk ik aan wereldkampioen masturberen 2009 Masanobu Sato die vervolgens honderdduizenden masturberende volgelingen heeft gekregen. Wat een eenzaamheid onder de jongeren in jouw Japan beste Shinzo?

Shinzo, schrik niet als ik je over mijn moeder vertel. Ik zal proberen het kort te houden want jij hebt het druk met regeren. Moeder heeft altijd benadrukt dat er ook goeie Japanners zijn en dat zij de kersenbloesem (Sakura) en ook de chrysant mooie bloemen vindt ook al werd de chrysant op de Japanse Kempeitai uniformen gedragen. Mijn moeder heet Julie van der Steur (1920-2001) en is in Indonesië geboren. Julie werd in het najaar van 1942 voor het eerst langdurig verhoord door de Kempeitai in Bandoeng. 

De Kempeitai was jullie gevreesde militaire politie die nauw samen werkte met de PID, de voormalige Nederlandse Politieke Inlichtingen Dienst van Nederlands-Indië. Een binnenlands spionagenetwerk wat vanaf maart 1942 volledig door Indonesiërs werd geleid. Julie werd in november 1942 daadwerkelijk gearresteerd en wekenlang gevangen gehouden. Julie was lid van een kleine verzetsgroep die elkaar onderling niet kenden en heeft niets los gelaten. Op de foto hieronder Julie. De andere mevrouw op de foto ken jij wel, het is Jan Ruff O'Herne de eerste Europese vrouw die publiekelijk toegaf verkracht te zijn door de Japanse bezetters van Java, jij wilde haar in 1993 niet te woord staan. Weet je dat nog?

In het voorjaar van 1943 werd Julie opnieuw opgepakt en circa vier weken in een cel opgesloten met Ambonese en Inlandse gevangenen en moest vervolgens bij de onthoofding van twaalf collega verzetsstrijders aanwezig zijn. Daarna werd zij onder voorwaarden vrijgelaten. In juli 1943 werd Julie in haar huurkamer in Bandoeng-Zuid bezocht door kapitein Muri van de Kempeitai en het Indonesische hoofd van de PID. Julie was uit het huis van haar moeder vertrokken en had een kamer gehuurd omdat zij haar twee kinderen wilden beschermen. De oudste (3 jaar) woonde bij haar moeder en de jongste (2) bij een vriendin. De Kempeitai en de PID stelde aan Julie voor om in Batavia wat heden Jakarta heet als ‘animeermeisje’ in een Sakura Club te gaan werken. Je weet Shinzo wat dat voor ‘clubs’ zijn. Clubs waar Japanse militairen en Japanse burgerofficieren elkaar kunnen ontmoeten en bediend worden (of meer) door bij voorkeur licht gekleurde Indo meisjes of fijner nog door blanke Europese vrouwen. 

Julie werd voorgelegd om in ‘dienst’ te treden van een nieuwe club waar Duitse en Japanse marineofficieren elkaar zouden ontmoeten. Batavia was immers een van de havens waar de Duitse duikboten in onderhoud werden gebracht. En omdat Julie ook vloeiend Duits sprak en schreef (4-talige steno en telegrafie opleiding Post, Telefoon en Telegraaf dienst) was zij een ideale propositie. Julie weigerde. Zij werd daarna dagen lang onder druk gezet. Geslagen en vervolgens enige malen verkracht door Kapitein Muri. Nadat Muri en de PID haar duidelijk hadden gemaakt dat haar moeder en kinderen groot gevaar zouden lopen als Julie niet mee zou werken vertrok Julie alsnog naar Batavia waar zij zich moest melden bij kapitein Tanaka die de kampleiding had over het nabijgelegen kamp Makassar. Tanaka woonde in het oude grote voormalige landhuis Cililitan Besar. 

Omdat Julie ziek werd en aan Tanaka vertelde dat zij een besmettelijke longziekte had mocht zij enige maanden achter het huis naast de keuken van de ‘kokki’ onderduiken. Julie genoot ook enige bescherming via een schoolvriendin Mari C. die met een op Java geboren Japanner was getrouwd. Toen bleek dat zij zwanger was geraakt na de verkrachtingen door kapitein Muri vertrok Julie naar de havenstad Cheribon waar zij zich moest melden bij de plaatselijk Kempeitai commandant die haar toestemming gaf om in het huis van twee Indo-Europese dames die een restaurantje dreven te mogen wonen. De baby werd in maart 1944 ‘dood geboren’ en de zelfde dag naamloos in een onbekend graf begraven. Nadat Julie enigermate was opgeknapt werd zij door de Kempeitai als ‘huishoudster’ bij Dr. Ika Okuda (1893-1961) geplaatst. 

Okuda was als burgerofficier verantwoordelijk voor de kunstmestproductie in de geconfisqueerde mestfabriek in de haven van Cheribon. Het huis van Okuda was een van de ‘gezellige’ ontmoetingsplaatsen in Cheribon waar ook de Japanse Kempeitai officieren hun avonden doorbrachten en zeker veel geluisterd hebben naar de Japanse radio-uitzendingen waarop bijna dagelijks de Japanse vertaling van de eerste in Bahasa gecomponeerde tophit Bengawan Solo was te horen.

 Shinzo jij kent zoals ieder Japanner van onze generatie zeker het door Toshi Matsuda gezongen liedje. Nadat Japan had gecapituleerd werd Julie in oktober 1945 door de Indonesische republikeinen met meer dan 700 ander Indo-Europeanen zeven maanden lang in de gevangenis van Cheribon vastgehouden. Toen Julie eindelijk in juli 1946 naar Bandoeng kon reizen kreeg zij haar twee kinderen niet mee omdat zij ‘Jappenhoer’ geweest zou zijn. 
Na een moeizame procedure en verhoor door NEFIS, de nieuwe geheime dienst van Nederland, won Julie het proces om de kinderen tegen Pro Juventute Bandoeng en vluchtte voor de Indonesiërs naar Nederland. Julie had haar eerste echtgenoot verloren en bijna honderd andere familieleden. Zij had niets meer wat haar met Indië verbond. In Nederland kreeg Julie te horen dat de hongerwinter 44/45 vele malen erger zou zijn geweest dan vier jaar vervolging op Java waar er altijd zon en rijst in overvloed geweest zou zijn. Van de Hollanders en Indo’s die in de Japanse kampen hadden gezeten hoorde Julie dat de ‘buitenkampers’ toch wel heel veel geluk hadden gehad. Buitenkampers waren immers ‘vrij’ gebleven. 

Moeder Julie zweeg, zoals zo veel uit Indië gevluchte Indo’s. En wat denk jij Shinzo, zou Julie als schuldgevoel reactie op de ‘doodgeboren’ half-Japanse baby om die reden vanaf 1948 tot 1969 aan nog twaalf kinderen het leven hebben geschonken (ik ben nummer 6)?  Later in de jaren ’90 was er ook in Nederland veel ophef over de blanke troostmeisjes die geleden zouden hebben onder de Japanners in voormalig Nederlands-Indië. Men sprak van 200 tot 300 ‘gevallen’. Vreemd genoeg werd er tot eind 2000 zelden tot nooit gesproken over de (veel) meer dan 20.000 Indonesische ‘troostmeisjes’ en nauwelijks over de duizenden Indo-Europese vrouwen en kinderen die buiten de kampen waren gebleven en het jarenlang tussen de Indonesische bevolking levend vaak zeer moeilijk gehad hebben. 

Om vrij te blijven of om aan eten voor hun kinderen te komen, waren zij herhaaldelijk gedwongen om seksuele diensten te verlenen aan Japanse militairen en burgers, of werden zij ruwweg verkracht. 

Shinzo, waar komt die bijna traditionele minachting voor vrouwen in jouw politieke partij toch vandaan? Vrouwen dienden onderdanig en ‘beschikbaar’ te zijn. Zij hadden weinig rechten en veel plichten. In 1910 waren er in Japan meer dan 20.000 bordelen en rond 1940 bijna 45.000. 

Toch ziet het er in het Japan van vandaag naar uit dat de Bushido tijden echt voorbij zijn. Het zijn nu de bijna 70% vrouwen die een baan hebben en de Ikumen die een gelijkwaardige bijdrage binnen het huishouden innemen en de jonge generatie ‘grasetende’ mannen de ‘sōshukukei danshi’ die de traditionele rolpatronen op hun kop zetten. 

Is dit heden in 2020 veranderd of hebben de miljoenen verkochte opblaaspoppen hun rol overgenomen? Worden er daarom zo weinig kinderen in het steeds ‘grijzer’ wordende Japan geboren en herinneren de vervelende internationale troostmeisjes campagnes jouw partijleden aan een weinig verheffend Japans verleden wat maar niet weggepoetst wil worden?

 Al met al hebben de stoere en zo penisgerichte (youbutsu) burgers en militairen vanaf pakweg 1935 (Nanking en Mantsjoerije) en vervolgens door geheel Azië tot 1945 honderdduizenden vrouwen slachtoffer van hun lusten gemaakt terwijl in Japan hun eigen moeders en echtgenoten (en ook hun kinderen) hun bijdragen moesten leveren aan de oorlogsindustrie en hun verliezen en honger in stilte moesten verwerken.

 En beste Shinzo, vind je het ook niet een beetje vreemd dat er in de Yasukuni-schrijn meer dan 2,4 miljoen mannen worden herdacht en minder dan 60.000 vrouwen? 

Onder de mannen bevinden zich veel door het buitenland beschouwde oorlogsmisdadigers en bijna 5.900 tot zelfmoord verplichte kamikaze piloten die hun vliegtuigjes en zichzelf in geallieerde schepen boorden. Zij hebben zelfs een apart monument op het terrein van de Yasukuni Schrijn gekregen. 

Deze jonge gehersenspoelde mannen tussen de 17 en 24 jaar werd geleerd om op het laatste moment, dus vlak voor de inslag, hun moeder aan te roepen. Shinzo jij snapt toch ook wel dat geen enkele moeder het prima vindt dat haar zoon zelfmoord pleegt en tegelijkertijd duizenden andere mensen vermoord?  Helemaal bar en boos wordt het als jouw nationalistische partijgenoten de schoolboeken laten veranderen en o.a. de kamikaze piloten neer laten zetten als helden die de naoorlogse economie van Japan zo hebben bespoedigd. Dat waren toch de Amerikaanse leningen die jullie en ook de Duitsers keurig terug moesten betalen?

Wat een dolle ‘ontkenning’ boel maken jullie er toch van. Shinzo jij vind het beslist niet leuk dat jij als Hitler wordt neer gezet zoals op de foto. Lees de Japanse vertaling van Hitler’s ‘Mein Kampf’ er maar eens op na, zijn nationalistische ideeën zouden tot grote verwoestingen en vele doden leiden. En zeg nou zelf, het is toch te dol voor woorden dat Toshiaki Mukai en Tsuyoshi Noda in de Yasukuni Schrijn worden vereerd, stoere mannen die in Nanking een wedstrijd onthoofden hebben georganiseerd die veel van hun collega’s heeft geïnspireerd om het zelfde te doen. 

En op welke bladzijde van jullie Shinto bijbel staat dat onthoofden zo’n leuke hobby mag zijn?

Weet je Shinzo, ik wil je als oudere broer graag een tip geven, ik heb eens goed naar de plattegrond van het Yasukuni terrein gekeken. Bovenaan links is er nog een prachtig stuk grond vrij. Op die mooie plek met kersenbloesem bomen is absoluut voldoende ruimte om een flink internationaal monument neer te zetten geheel gewijd aan de nagedachtenis van Japanse en buitenlandse vrouwen die slachtoffer zijn geworden van onderdrukking en geweld o.a. gepleegd door de zelfde mannen die in de grote schrijn zo hevig geëerd worden.

Politiek zou jij Shinzo, dus ook jouw partij, er enorm mee kunnen scoren. Je vangt de oppositie een enorme vlieg af en je kan je 'image' weer wat oppoetsen. 

Internationaal kan je op veel instemming rekenen en je doet het helemaal goed als de nog levende slachtoffers daadwerkelijk gecompenseerd worden, en kom dan niet zoals enige jaren terug met loze beloften. 


Shinzo, in de bijna 500 Japanse interneringskampen in Indonesië werd veel gezongen. Dat mocht redelijk vaak van de Japanse commandanten omdat zij ook van muziek hielden. Julie zong als gevangene ook vaak mee in de gevangenissen van Bandoeng en Cheribon. Kijk naar een bijzondere documentaire, ik denk dat jij de muziek ook wel mooi zal vinden. 

(als de link in de tekst het niet doet - https://www.youtube.com/watch?v=JTlmBQJ-HKA)


Shinzo veel succes met alles wat je onderneemt en ik wens je veel wijsheid toe met je beslissing om een speciaal vrouwenmonument op het terrein van de Yasukuni-Schrijn toe te laten.

NB

O ja Shinzo, in Nederlands-Indië genoten de inlandse prostituees best wel bescherming. Na registratie waren zij verplicht om op gezette tijden controle op geslachtsziekten te ondergaan.

Toen Japan Nederland-Indië had bezet namen zij het 'gezondheidssysteem' meteen over. Vreemd genoeg vielen de vele mannelijke prostituees niet onder de registratieplicht. Daar kom ik in toekomstig artikel op terug.

 

1949 deel 5 - 31 december 1949 – geen oorlog maar vrede

Vroeger in Bandoeng en Soerabaya liep Julie de straat op en daar waren altijd wel straatventers (Wandelende Warong) met lekker hapjes of marskramers met huishoudelijke artikelen te vinden. Het was gezellig geweest om met vriendinnen de Europese winkels te bezoeken op de Bragaweg in Bandoeng en dan op de terugweg naar de Pasar markten langs te gaan. Waar altijd een grote verscheidenheid aan etenswaren was te vinden. Soms al kant en klaar aangemaakt waardoor je eenmaal thuis tijd bespaarde. Thuis kon Julie zich heerlijk afkoelen in de mandiekamer. De mandibak was altijd gevuld geweest met heerlijk fris water wat zij over zich heen gooide. Eenmaal in het contractpension in het Overijsselse Markelo aangekomen had de begeleidend maatschappelijk werkster gezegd dat éénmaal per week onder de douche toch écht wel voldoende was. 

Julie wist eigenlijk niet veel over Anton. Zij woonde nu bijna 2,5 jaar met hem samen. De zwangerschappen en het dagelijks ‘regelen’ van huishoudelijke zaken in het Amsterdam wat economisch langzaam opkrabbelde viel haar niet altijd even gemakkelijk. Nog elke dag waren de gevolgen van de oorlog voelbaar en zichtbaar geweest. Uiterst traag verdween de grauwheid uit de straten en wijken. De tijdens de oorlog verlaten en vaak leeggeroofde huizen van de door de Duitsers afgevoerde Joodse Amsterdammers werden opgeknapt door niet Joodse bewoners die vaak niet wisten wie er vroeger hadden gewoond.

Amsterdam was aan het vergeten, Nederland was aan het vergeten. Alles wat aan de bittere oorlogsjaren deed denken moest geschiedenis worden. En in boeken en filmdozen bewaard gaan worden. Zelfs Lou de Jong dacht in 1948 dat het RIOD wat nu het NIOD heet niet al te lang zou bestaan. De Jong dacht toen nog dat het een kwestie van ordenen en archiveren zou worden en dan het boek dicht. In februari 1950 zou Burgemeester d’Ailly een monument onthullen dat de dank van de Joodse gemeenschap zou moeten onthullen voor de tijdens de oorlog ontvangen hulp. Van de ruim 140.000 weggevoerde Joden hadden circa 30.000 Joden de oorlog overleefd. Zou deze overgebleven groep nou echt zo dankbaar geweest zijn voor de indertijd geboden ‘liefdevolle en belangeloze hulp’ door de Amsterdammers?  Overlevende Hans Krieg schreef in 1947 een lied “waar bleven de Joden van ons Amsterdam”.

Het Monument Indië-Nederland heette vroeger het Van Heutsz monument en bevindt zich op ongeveer 40 minuten lopen van het Joodse Erkentelijkheid monument aan de kop van het Olympiaplein en de Apollolaan. Julie was er wel eens gaan kijken en had het een belachelijk architectonisch gewrocht gevonden. De Amsterdammers hebben altijd wat moeite gehad met hun Van Heutsz monument. Het monument had er anders uitgezien dan het Van Heutsz monument wat Julie zo vaak in Batavia had gezien. Zij was er vaak langs gefietst op weg naar haar werk op grote postkantoor. Van Heutsz werd in Indië bepaald niet geëerd door de Indonesiërs. Die wisten onderhand ook wel dat Van Heutsz met zijn oorlogen rond 1900 in het Sumatraanse Atjeh een blauwdruk had geleverd voor succesvolle onderdrukkings methoden van onwillige koloniale gebieden. Amsterdam was dus niet alleen aan het vergeten. Het was ook aan het ontkennen en verdringen

Julie was geschokt geweest over de ontmoeting met, toen nog Antonia (Tonia) Deijmann-Jeurissen. De zomer van 1948 was net begonnen en Julie woonde als mevrouw Deijmann met de drie kinderen op Keizersgracht 505. Haar eerste dochtertje samen met Anton was enige maanden oud. Beneden in de huiskamer van mevrouw Velzeboer was er een emotionele confrontatie. Tonia vertelde dat Anton haar had verteld dat hij in de Limburgse mijnen zou werken en dat hij daardoor alleen maar in de weekeinden van zaterdagavond tot maandagochtend vroeg naar zijn gezin aan de Marco Polostraat kon komen. Anton had tegen Julie gezegd dat hij van zaterdagavond tot maandagochtend zijn invalide moeder die dus eveneens in de Marco Polostraat woonde moest verzorgen omdat zij in de weekeinden geen hulp zou hebben. Dat klopte ook wel. Anton was niet bij de geboorte van hun eerste kindje geweest. Zij werd geboren op een zondag.

Het kwam aldus uit dat Anton een dubbelleven had geleid. En Julie had nog veel meer vragen aan Anton. Zij had zich het proces rond Joden verraadster Ans van Dijk herinnerd. Het had in alle kranten gestaan. Ans van Dijk was op 13 januari 1948 geëxecuteerd. Had die ook niet in de Marco Polostraat gewoond als onderduikster. En had de bovenbuurman van Tonia en Anton ook niet Van Dijk geheten. Volgens Anton was het iemand geweest die ook Joden had verraden voor f 2.50. Tonia zou goed bevriend zijn geweest met de lesbische en Joodse bovenbuurvrouw en het was voor Anton toen te gevaarlijk geweest om nog langer aan huis te komen. Maar waarom had juist Anton een illegaal persoonsbewijs met de naam Ton van Dijk?

Julie had zich bedrogen en vooral naïef gevoeld. Zij had zich zelf beklaagd en had gevonden dat zij te weinig over de ‘goede manieren’ in dit koude land zou weten. Als keurig Indisch meisje had zij van jongs af aan gehoord wat goede manieren waren. De omgangsvormen in Indië waren zo anders geweest. De sociale controle was groter geweest en iedereen had altijd bijna alles over elkaar geweten. Amsterdam die grote stad met al die grote wijken en anonieme bovenwoningen. De Nederlandse politieagenten in voormalig Nederlands-Indië waren net zoals de Amsterdamse politie tijdens de tweede wereld oorlog gewillig volgende dienstkloppers geweest. Als je niet Joods was geweest had je relatief veilig in Amsterdam kunnen wonen. Behalve als je ‘illegale zaken’ deed zoals bezig zijn met zwarthandel, dan moest je op letten.

De verklaring van Anton dat hij in ‘het verzet’ had gezeten en daarom niet bij zijn vrouw en kinderen kon zijn zag Julie nu in een ander daglicht. De politie had immers zijn handel in gestolen schrijfmachines opgerold. Zij waren helemaal naar boven gekomen en hadden de schrijfmachines uit de woonkamer en slaapkamer meegenomen. Anton was woedend geweest en had hen Sicherheitsdienst vrienden genoemd. Wie had eigenlijk het toenmalige politie telefoonnummer 5x 8 gedraaid? Anton was gewoonweg niet opgehouden met zijn handelsgedrag wat hem door de oorlog heen had gesleept. Hij was echter nooit ‘opgepakt’ geweest.

Julie had zelf tijdens de bezetting in Bandoeng voedsel en geld uitgedeeld aan arme mensen en was toen door de Japanners gearresteerd en daarna jarenlang op de vlucht geweest. Zij wist wat het betekende om als verzetsmedewerker opgepakt te worden. Nog voor de oorlog hadden de politiemannen onder leiding van het toenmalig Indisch Gouvernement de jacht geopend op homoseksuele ambtenaren. Een leraar die Julie goed had gekend had toen zelfmoord gepleegd. Ans van Dijk was joods en lesbisch geweest. Julie had zelfs enige solidariteit met haar gevoeld. Als je joods en lesbisch was dan werd je bij wijze van spreken dubbel getroffen door het lot. Onderhuids voelde Julie dat Indo’s weliswaar nooit volgens een ‘uitroeiplan’ zoals de joden zijn vervolgd. Maar zij had zich tijdens de oorlog in Indië en later in Nederland wel vaak een ongewenste vreemdeling gevoeld.

Julie heeft Anton voor de keus gezet. Of terug naar Tonia of scheiden en uiteindelijk met haar trouwen. Het zou de derde keer zijn dat Anton noodgedwongen zou trouwen. Eerst met Trijntje Bos daarna met Tonia en toen met Julie. Was het zijn zucht naar vrijheid of was het mogelijk een narcistisch ideaal om zich als beschikbaar voor te doen voor andere vrouwen wat Anton er toe aan heeft gezet om ook in zijn verdere levensloop nooit echt verantwoordelijkheid te nemen voor zijn rol als vader én gezinshoofd? Of was het angst en onzekerheid?

Ook in de aanstaande jaren vijftig van de vorige eeuw zou Julie met veel onzekerheden te maken krijgen. Onzekerheden die haar als persoonlijkheid sterker zouden maken maar die voor veel vraagtekens over haar rol als moeder van uiteindelijk veertien kinderen zouden zorgen.  Zaterdag 31 december 1949 hebben Anton en Julie samen met de vier kinderen oudejaarsavond gevierd. De volgende dag heeft Anton zijn moeder bezocht en was ’s avonds al weer terug. Julie had geslapen zij was wat moe geweest en weer zwanger. Het zou hun derde kindje worden.

Julie schrijft op 15 januari 1998 als volgt:


Het Amsterdamse Weesperplein rond 1900

Javaanse postboden met post bestellersfietsen begin 1900

Het Van Heutsz monument te Batavia 1932


Het Van Heutsz monument te Amsterdam 1935

Het grote hoofdpostkantoor in Batavia waar Julie werkte in 1939

1947 Een de andere kant van het kanaal slaapt een klein ventje. Wat verder twee straatventer manden met koopwaar (Wandelende Warong) - De foto is van Hugo Wilmar


1948 Een Amsterdamse politiewagen. Draai 5x8 en zij kwamen.


1949 De achterkant van het Amsterdamse Centraal Station


1950 - Het Joodse Erkentelijkheid monument Weesperplein te Amsterdam


Marieke Bloembergen publicatie's

Bandoeng wordt in 1949 Bandung






Er valt meer te gedenken. Bijvoorbeeld Maarten Koman, die werd door de Sicherheitsdienst gearresteerd.


Het lied van Hans Krieg wordt gezongen door Mirjam Krieg met beelden van Amsterdam


Eind 1949 - Batavia / Jakarta



Aankomst ooievaarsschip uit Indonesië in Nederland