Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label indisch4ever. Alle posts tonen
Posts tonen met het label indisch4ever. Alle posts tonen

Troostmeisjes – een open brief aan premier Shinzo Abe (15 augustus 2020)

Beste Shinzo, 

wij hebben elkaar nooit ontmoet maar omdat ik een paar jaar ouder ben dan jij kan je mijn brief als een goed-bedoeld schrijven van een oudere broer aan een jongere broer beschouwen. Omdat ik weet dat jij ook Google Translate gebruikt schrijf ik door in het Nederlands. Onder de blauw gekleurde woorden bevindt zich telkens een link die verwijst naar westerse opvattingen of feitelijkheden over Japan. Als jij daar fouten in ziet, schrijf mij dan, en ik zorg dan voor aanpassing.


Shinzo, waarom zijn jullie toch zo boos over de wereldwijd gepubliceerde foto’s van het troostmeisjes-monument in een Zuid-Koreaans park waar sinds enige weken een knielende man voor het beeld van de vrouw in de stoel is geplaatst? Er wordt in Japan beweerd dat jij Shinzo die om 'vergeving' smekende man zou zijn. Zelf denk ik niet dat jij die smekende man bent. Jij bent van achteren niet zo fors gebouwd en op eervolle momenten zak jij hooguit door je knieën, maar zal jij je nooit volledig op de aarde werpen. 

Die wat dikke man in het gras doet mij veel meer denken aan generaal Hitoshi Imamura met een goedkope pruik op. 

Hij was de generaal die 'ons' Nederlands-Indië in maart 1942 'over zou nemen' van Nederland. Een ‘oorlogsheld’ die net als jouw grootvader Nobusuke Kishi in de Sugamo-gevangenis geïnterneerd is geweest. Deze brief schrijf ik ook omdat ik het zo bijzonder vindt dat jullie keizer tijdens de Japanse de 1945 capitulatie herdenking op 15 augustus 2020 laat horen dat hij 'diepe wroeging' heeft over het oorlogsverleden van zijn land en dat jij als aanwezig premier er geen enkel woord over wil zeggen? Wat zit je toch zo dwars rond het Japanse oorlogsverleden?

Voordat ik je meer schrijf over de troostmeisjes duik ik met jou samen de geschiedenis in en vertel ik je tevens over enige persoonlijke indrukken omtrent Japan die ik in het verleden opdeed. Als je met je muis op de foto's klikt dan worden de foto's extra groot weergegeven. 

In de eerste helft van de jaren ’90 van de vorige eeuw heb ik een aantal bezoeken gebracht aan Tokio. Naast mijn werkbezoeken aan de medische universiteit van Tokio heb ik met bewondering de oude westers getinte gebouwen bestudeerd die niet of gedeeltelijk werden verwoest gedurende de maandenlange bombardementen door de geallieerden vanaf 1943 tot ver in 1945. Bombardementen die praktisch geheel Tokio zouden verwoesten en waarbij duizenden kleine en grote mensen om zouden komen.

 In Tokio hoorde ik ook voor het eerst over atoombom overlever Sumiteru Taniguchi uit Nagasaki, een havenstad waar de Nederlanders tot 1859 op het schiereilandje Deshima een ook erotisch leuke tijd hebben gehad.

 Shinzo, jij weet vast nog wel waarom de Engelsen, Fransen, Amerikanen, Nederlanders en Australiërs zo boos waren op Japan. Jullie hadden immers hún koloniën afgepakt. Ver voor de oorlog 40-45 waren jullie zelf al begonnen met het koloniseren van geheel Korea, Taiwan en delen van China. De westerse kolonialisten noemden jullie toen ‘agressief’ omdat jullie zelf heel graag de grondstoffen (en de hoge inkomsten) uit de Aziatische koloniën wilden hebben. Vanaf de jaren ’30 in de vorige eeuw keken jullie goed naar Duitsland en gingen jullie vanaf 1936 zelfs flink samenwerken. In 1940 sloten jullie een 'pact'. 

In 1945 moesten jullie en Duitsland op de knieën, net zoals die man in het Zuid-Koreaanse park. En Shinzo kom nou niet met verhaal dat de Japanners eigenlijk Azië hebben bevrijd van de blanke overheersers. Op Java deden jullie bijvoorbeeld het zelfde als de Hollanders dat voorheen hadden gedaan, de Javaanse adel mocht 'regeren' de nationalisten werden de bureaucraten en de inlanders mochten het werk doen. En jullie bleven de superieure baas. Gelukkig voor de makers lijkt die knielende man in het Koreaanse park niet op Showa Tenno Hirohito jullie keizer die toch eigenlijk wel de échte baas was over al het Japanse oorlogsgeweld tot 1945.

Je vader Shintaro zal je wel verteld hebben over de desolate toestand in het naoorlogse Tokio en de rest van Japan. Kijk anders even naar de foto’s en de door mij gemaakte fotomontages die ik meestuur om je geheugen op te frissen. Geknipt en geplakt als ik mijn geest tot rust wil brengen, zeg maar net zoals jullie zo fijn met origami bezig kunnen zijn. Trouwens, je mag het weten, ik had best wel anti-Japanse gevoelens toen ik voor het eerst naar Japan reisde. Bij ons thuis in Nederland was praten over Japan taboe. Mijn moeder Julie van der Steur die in Indonesië is geboren stortte begin jaren ’70 van de vorige eeuw psychisch in vanwege jarenlang weggedrukte oorlogstrauma’s. Opgelopen tijdens de Japanse bezetting van Indonesië 1942-1945. 

Moeder kon er ook met een Hollandse psychiater nauwelijks over spreken. De meeste Nederlanders weten weinig over het koloniale verleden. Pas in 1986 vertelde zij meer over de martelingen en verblijf in gevangenissen door toedoen van de zo gevreesde Kempeitai. Haar ervaringen als troostmeisje heeft zij echter nooit prijsgegeven. Daar kwam ik pas na haar overlijden achter. Nadat ik jaren lang gezeurd had bij ons Nationaal Archief. Tja, Shinzo, ons land heeft ook veel goed opgeborgen doofpotgeheimen. Vóór mijn bezoeken aan Japan had ik kennis gemaakt met Fukuzawa Yukichi en heb veel bewondering voor hem opgevat omdat hij als een der eerste Japanners over vrouwenrechten schreef. Hij was een uitzonderlijke man die meegeholpen heeft om Japan uit hun honderden jaren lange conservatieve isolatie te bevrijden, en wil jij dat nu terugdraaien Shinzo? Je weet wellicht dat Fukuzawa behoorlijk goed Nederlands sprak en het in ieder geval goed kon lezen. 

Zijn eerste Nederlandse lessen had Fukuzawa in Deshima (Nagasaki) opgedaan waar de Nederlanders vanaf 1630 voorzichtig zaken mochten doen met Japan. Door de jaren heen mochten Japanse prostituees de enclave regelmatig bezoeken (Japanse troostmeisjes?). In 1855 schonk Nederland als afscheidscadeau een schip aan Japan. 

Shinzo, ik weet dat jij meer houdt van ‘regeren is vooruit zien’ en daardoor niet graag terugkijkt en historische feiten een voor jou partij gunstige draai wil geven om zodoende aan de macht te blijven. 

Dat doet jullie familie al vele generaties. Het verleden van je grootvader Nobusuke Kishi (evenals het verleden van je overgrootvader) is bepaald niet brandschoon. Van hen en je vader Shintaro heb je geleerd hoe je politiek moet manipuleren om aan de macht te komen én te blijven. Je hebt geleerd om de oorlogsgeschiedenis te relativeren en waar het jou uitkomt te ontkennen. 

Toen Japans voormalige oorlogspartner Adolf Hitler zijn boek ‘Mein Kampf’ in 1925 met allerlei nare opmerkingen over ‘De Gele Plaag’ schreef en Japan uiteindelijk toch nodig bleek te hebben voor grondstoffen uit Azië, werd het boek in opgeschoonde vorm in het Japans vertaald en werden de Japanners qua ras vergeleken met de toch wel iets hoger geplaatste Germaanse Ariërs. 

Grootvader Kishi was een grote fan van de Nazi’s en had goed begrepen dat de koloniale plannen van Hitler en die van Japan de wereld in twee voor elkaar aantrekkelijke groot-grondgebieden  op zouden kunnen delen.

 Shinzo je weet zelf hoe het afgelopen is. In 1945 lagen Duitsland en jouw land volledig in puin en waren er wereldwijd meer dan zestig miljoen slachtoffers te betreuren. In Duitsland meer dan 5 miljoen en in jouw land bijna 3 miljoen. Duitsland werd op de knieën gedwongen om schuld te bekennen terwijl veel van jouw landgenoten bleven vinden dat zij Azië van de blanke kolonialisten hadden bevrijd dus nergens schuld aan waren.

 Shinzo ik weet dat ik je lastig val met al die cijfers en ‘vroeger’ verhalen. Als politicus weet jij als geen ander dat mooie toekomstvoorspellingen meer stemmen op leveren dan alsmaar stil staan bij het verleden. Toch vermoed ik dat jij helemaal niet blij bent met de vele demonstraties en nare foto’s tegen jou en jouw regering.

Ergens heb jij ook wel een beetje zelf schuld. Onder jou regeringsbeleid zijn met name de alleenstaande vrouwen en hun kinderen een soort paria’s in eigen land geworden. Hierdoor lijkt het naoorlogse respect in Japan voor de vrouwen, en hun toen vaak vaderloze kinderen, verloren te zijn gegaan. Juist de vrouwen en kinderen hebben enorm meegeholpen om Japan weer op te bouwen. 

Fukuzawa was al ver voor 1900 een groot voorstander van gelijke rechten voor mannen en vrouwen en jij, Shinzo, breekt honderd jaar later met je nationalistische vrienden die rechten weer af? Meisjesstudenten moeten extra zware examens doen om toegelaten worden tot de universiteit waarvan veel van de mannelijke bestuurders vinden dat vrouwen laten studeren geld verspilling is omdat ze trouwen en kinderen krijgen. Het zijn met name jouw politieke aanhangers die zich behoorlijk misogyn opstellen. 

En je weet best wel dat misogynie geen misosoepje is (klik op de naam voor een recept). Misogynie is een ernstige vorm van vrouwenhaat. Jullie zeggen dat het ‘traditioneel’ is dat vrouwen onderdanig en volgzaam zijn omdat zij dat zelf ook zo zouden willen? Is dat zo? Of moeten jullie 'de vrouw' nog ontdekken?

Waarom zijn er dan evenveel scheidingen zoals bij ons in Nederland (bijna 1 op 2)? En waarom woont bijna 40% van de Japanse jongeren onder de 30 jaar alleen en hebben nauwelijks seks? Behalve dan met zich zelf. Hierbij denk ik aan wereldkampioen masturberen 2009 Masanobu Sato die vervolgens honderdduizenden masturberende volgelingen heeft gekregen. Wat een eenzaamheid onder de jongeren in jouw Japan beste Shinzo?

Shinzo, schrik niet als ik je over mijn moeder vertel. Ik zal proberen het kort te houden want jij hebt het druk met regeren. Moeder heeft altijd benadrukt dat er ook goeie Japanners zijn en dat zij de kersenbloesem (Sakura) en ook de chrysant mooie bloemen vindt ook al werd de chrysant op de Japanse Kempeitai uniformen gedragen. Mijn moeder heet Julie van der Steur (1920-2001) en is in Indonesië geboren. Julie werd in het najaar van 1942 voor het eerst langdurig verhoord door de Kempeitai in Bandoeng. 

De Kempeitai was jullie gevreesde militaire politie die nauw samen werkte met de PID, de voormalige Nederlandse Politieke Inlichtingen Dienst van Nederlands-Indië. Een binnenlands spionagenetwerk wat vanaf maart 1942 volledig door Indonesiërs werd geleid. Julie werd in november 1942 daadwerkelijk gearresteerd en wekenlang gevangen gehouden. Julie was lid van een kleine verzetsgroep die elkaar onderling niet kenden en heeft niets los gelaten. Op de foto hieronder Julie. De andere mevrouw op de foto ken jij wel, het is Jan Ruff O'Herne de eerste Europese vrouw die publiekelijk toegaf verkracht te zijn door de Japanse bezetters van Java, jij wilde haar in 1993 niet te woord staan. Weet je dat nog?

In het voorjaar van 1943 werd Julie opnieuw opgepakt en circa vier weken in een cel opgesloten met Ambonese en Inlandse gevangenen en moest vervolgens bij de onthoofding van twaalf collega verzetsstrijders aanwezig zijn. Daarna werd zij onder voorwaarden vrijgelaten. In juli 1943 werd Julie in haar huurkamer in Bandoeng-Zuid bezocht door kapitein Muri van de Kempeitai en het Indonesische hoofd van de PID. Julie was uit het huis van haar moeder vertrokken en had een kamer gehuurd omdat zij haar twee kinderen wilden beschermen. De oudste (3 jaar) woonde bij haar moeder en de jongste (2) bij een vriendin. De Kempeitai en de PID stelde aan Julie voor om in Batavia wat heden Jakarta heet als ‘animeermeisje’ in een Sakura Club te gaan werken. Je weet Shinzo wat dat voor ‘clubs’ zijn. Clubs waar Japanse militairen en Japanse burgerofficieren elkaar kunnen ontmoeten en bediend worden (of meer) door bij voorkeur licht gekleurde Indo meisjes of fijner nog door blanke Europese vrouwen. 

Julie werd voorgelegd om in ‘dienst’ te treden van een nieuwe club waar Duitse en Japanse marineofficieren elkaar zouden ontmoeten. Batavia was immers een van de havens waar de Duitse duikboten in onderhoud werden gebracht. En omdat Julie ook vloeiend Duits sprak en schreef (4-talige steno en telegrafie opleiding Post, Telefoon en Telegraaf dienst) was zij een ideale propositie. Julie weigerde. Zij werd daarna dagen lang onder druk gezet. Geslagen en vervolgens enige malen verkracht door Kapitein Muri. Nadat Muri en de PID haar duidelijk hadden gemaakt dat haar moeder en kinderen groot gevaar zouden lopen als Julie niet mee zou werken vertrok Julie alsnog naar Batavia waar zij zich moest melden bij kapitein Tanaka die de kampleiding had over het nabijgelegen kamp Makassar. Tanaka woonde in het oude grote voormalige landhuis Cililitan Besar. 

Omdat Julie ziek werd en aan Tanaka vertelde dat zij een besmettelijke longziekte had mocht zij enige maanden achter het huis naast de keuken van de ‘kokki’ onderduiken. Julie genoot ook enige bescherming via een schoolvriendin Mari C. die met een op Java geboren Japanner was getrouwd. Toen bleek dat zij zwanger was geraakt na de verkrachtingen door kapitein Muri vertrok Julie naar de havenstad Cheribon waar zij zich moest melden bij de plaatselijk Kempeitai commandant die haar toestemming gaf om in het huis van twee Indo-Europese dames die een restaurantje dreven te mogen wonen. De baby werd in maart 1944 ‘dood geboren’ en de zelfde dag naamloos in een onbekend graf begraven. Nadat Julie enigermate was opgeknapt werd zij door de Kempeitai als ‘huishoudster’ bij Dr. Ika Okuda (1893-1961) geplaatst. 

Okuda was als burgerofficier verantwoordelijk voor de kunstmestproductie in de geconfisqueerde mestfabriek in de haven van Cheribon. Het huis van Okuda was een van de ‘gezellige’ ontmoetingsplaatsen in Cheribon waar ook de Japanse Kempeitai officieren hun avonden doorbrachten en zeker veel geluisterd hebben naar de Japanse radio-uitzendingen waarop bijna dagelijks de Japanse vertaling van de eerste in Bahasa gecomponeerde tophit Bengawan Solo was te horen.

 Shinzo jij kent zoals ieder Japanner van onze generatie zeker het door Toshi Matsuda gezongen liedje. Nadat Japan had gecapituleerd werd Julie in oktober 1945 door de Indonesische republikeinen met meer dan 700 ander Indo-Europeanen zeven maanden lang in de gevangenis van Cheribon vastgehouden. Toen Julie eindelijk in juli 1946 naar Bandoeng kon reizen kreeg zij haar twee kinderen niet mee omdat zij ‘Jappenhoer’ geweest zou zijn. 
Na een moeizame procedure en verhoor door NEFIS, de nieuwe geheime dienst van Nederland, won Julie het proces om de kinderen tegen Pro Juventute Bandoeng en vluchtte voor de Indonesiërs naar Nederland. Julie had haar eerste echtgenoot verloren en bijna honderd andere familieleden. Zij had niets meer wat haar met Indië verbond. In Nederland kreeg Julie te horen dat de hongerwinter 44/45 vele malen erger zou zijn geweest dan vier jaar vervolging op Java waar er altijd zon en rijst in overvloed geweest zou zijn. Van de Hollanders en Indo’s die in de Japanse kampen hadden gezeten hoorde Julie dat de ‘buitenkampers’ toch wel heel veel geluk hadden gehad. Buitenkampers waren immers ‘vrij’ gebleven. 

Moeder Julie zweeg, zoals zo veel uit Indië gevluchte Indo’s. En wat denk jij Shinzo, zou Julie als schuldgevoel reactie op de ‘doodgeboren’ half-Japanse baby om die reden vanaf 1948 tot 1969 aan nog twaalf kinderen het leven hebben geschonken (ik ben nummer 6)?  Later in de jaren ’90 was er ook in Nederland veel ophef over de blanke troostmeisjes die geleden zouden hebben onder de Japanners in voormalig Nederlands-Indië. Men sprak van 200 tot 300 ‘gevallen’. Vreemd genoeg werd er tot eind 2000 zelden tot nooit gesproken over de (veel) meer dan 20.000 Indonesische ‘troostmeisjes’ en nauwelijks over de duizenden Indo-Europese vrouwen en kinderen die buiten de kampen waren gebleven en het jarenlang tussen de Indonesische bevolking levend vaak zeer moeilijk gehad hebben. 

Om vrij te blijven of om aan eten voor hun kinderen te komen, waren zij herhaaldelijk gedwongen om seksuele diensten te verlenen aan Japanse militairen en burgers, of werden zij ruwweg verkracht. 

Shinzo, waar komt die bijna traditionele minachting voor vrouwen in jouw politieke partij toch vandaan? Vrouwen dienden onderdanig en ‘beschikbaar’ te zijn. Zij hadden weinig rechten en veel plichten. In 1910 waren er in Japan meer dan 20.000 bordelen en rond 1940 bijna 45.000. 

Toch ziet het er in het Japan van vandaag naar uit dat de Bushido tijden echt voorbij zijn. Het zijn nu de bijna 70% vrouwen die een baan hebben en de Ikumen die een gelijkwaardige bijdrage binnen het huishouden innemen en de jonge generatie ‘grasetende’ mannen de ‘sōshukukei danshi’ die de traditionele rolpatronen op hun kop zetten. 

Is dit heden in 2020 veranderd of hebben de miljoenen verkochte opblaaspoppen hun rol overgenomen? Worden er daarom zo weinig kinderen in het steeds ‘grijzer’ wordende Japan geboren en herinneren de vervelende internationale troostmeisjes campagnes jouw partijleden aan een weinig verheffend Japans verleden wat maar niet weggepoetst wil worden?

 Al met al hebben de stoere en zo penisgerichte (youbutsu) burgers en militairen vanaf pakweg 1935 (Nanking en Mantsjoerije) en vervolgens door geheel Azië tot 1945 honderdduizenden vrouwen slachtoffer van hun lusten gemaakt terwijl in Japan hun eigen moeders en echtgenoten (en ook hun kinderen) hun bijdragen moesten leveren aan de oorlogsindustrie en hun verliezen en honger in stilte moesten verwerken.

 En beste Shinzo, vind je het ook niet een beetje vreemd dat er in de Yasukuni-schrijn meer dan 2,4 miljoen mannen worden herdacht en minder dan 60.000 vrouwen? 

Onder de mannen bevinden zich veel door het buitenland beschouwde oorlogsmisdadigers en bijna 5.900 tot zelfmoord verplichte kamikaze piloten die hun vliegtuigjes en zichzelf in geallieerde schepen boorden. Zij hebben zelfs een apart monument op het terrein van de Yasukuni Schrijn gekregen. 

Deze jonge gehersenspoelde mannen tussen de 17 en 24 jaar werd geleerd om op het laatste moment, dus vlak voor de inslag, hun moeder aan te roepen. Shinzo jij snapt toch ook wel dat geen enkele moeder het prima vindt dat haar zoon zelfmoord pleegt en tegelijkertijd duizenden andere mensen vermoord?  Helemaal bar en boos wordt het als jouw nationalistische partijgenoten de schoolboeken laten veranderen en o.a. de kamikaze piloten neer laten zetten als helden die de naoorlogse economie van Japan zo hebben bespoedigd. Dat waren toch de Amerikaanse leningen die jullie en ook de Duitsers keurig terug moesten betalen?

Wat een dolle ‘ontkenning’ boel maken jullie er toch van. Shinzo jij vind het beslist niet leuk dat jij als Hitler wordt neer gezet zoals op de foto. Lees de Japanse vertaling van Hitler’s ‘Mein Kampf’ er maar eens op na, zijn nationalistische ideeën zouden tot grote verwoestingen en vele doden leiden. En zeg nou zelf, het is toch te dol voor woorden dat Toshiaki Mukai en Tsuyoshi Noda in de Yasukuni Schrijn worden vereerd, stoere mannen die in Nanking een wedstrijd onthoofden hebben georganiseerd die veel van hun collega’s heeft geïnspireerd om het zelfde te doen. 

En op welke bladzijde van jullie Shinto bijbel staat dat onthoofden zo’n leuke hobby mag zijn?

Weet je Shinzo, ik wil je als oudere broer graag een tip geven, ik heb eens goed naar de plattegrond van het Yasukuni terrein gekeken. Bovenaan links is er nog een prachtig stuk grond vrij. Op die mooie plek met kersenbloesem bomen is absoluut voldoende ruimte om een flink internationaal monument neer te zetten geheel gewijd aan de nagedachtenis van Japanse en buitenlandse vrouwen die slachtoffer zijn geworden van onderdrukking en geweld o.a. gepleegd door de zelfde mannen die in de grote schrijn zo hevig geëerd worden.

Politiek zou jij Shinzo, dus ook jouw partij, er enorm mee kunnen scoren. Je vangt de oppositie een enorme vlieg af en je kan je 'image' weer wat oppoetsen. 

Internationaal kan je op veel instemming rekenen en je doet het helemaal goed als de nog levende slachtoffers daadwerkelijk gecompenseerd worden, en kom dan niet zoals enige jaren terug met loze beloften. 


Shinzo, in de bijna 500 Japanse interneringskampen in Indonesië werd veel gezongen. Dat mocht redelijk vaak van de Japanse commandanten omdat zij ook van muziek hielden. Julie zong als gevangene ook vaak mee in de gevangenissen van Bandoeng en Cheribon. Kijk naar een bijzondere documentaire, ik denk dat jij de muziek ook wel mooi zal vinden. 

(als de link in de tekst het niet doet - https://www.youtube.com/watch?v=JTlmBQJ-HKA)


Shinzo veel succes met alles wat je onderneemt en ik wens je veel wijsheid toe met je beslissing om een speciaal vrouwenmonument op het terrein van de Yasukuni-Schrijn toe te laten.

NB

O ja Shinzo, in Nederlands-Indië genoten de inlandse prostituees best wel bescherming. Na registratie waren zij verplicht om op gezette tijden controle op geslachtsziekten te ondergaan.

Toen Japan Nederland-Indië had bezet namen zij het 'gezondheidssysteem' meteen over. Vreemd genoeg vielen de vele mannelijke prostituees niet onder de registratieplicht. Daar kom ik in toekomstig artikel op terug.

 

1942 Kerstmis in Bandoeng, Calcutta en San Remo 1992 – deel 1


December 1942 - Het Huis van Bewaring in de Bantjeuj straat was een smerig en slecht onderhouden gebouw uit circa 1870. Het had al jaren eerder gesloopt moeten worden maar door onenigheid in de gemeenteraad was het nooit zover gekomen. Door de komst van de Japanse bezetters had een nieuwe functie gekregen. Enerzijds bleef het de vaste verblijfplaats voor beruchte criminelen en moordenaars die al voor de Japanse bezetters waren vastgezet. Anderzijds heeft het gediend als onderkomen voor ‘vijandig gezinde onderdanen’ die op lijsten voorkwamen en verhoord moesten worden. O.a. door de al snel berucht geworden Japanse militaire politie de Kempei Tai die kantoor hield in een schoolgebouw aan de nabijgelegen Heetjansweg. De Nederlandse mevrouw Wilhelmina van Kooten ook bekend geworden als spionne  ‘Nr. 30’ heeft tussen 1942 en 1945 flink meegeholpen met het aanleggen van namenlijsten die de Kempeitai goed kon gebruiken. Inmiddels werden in december 1942 ook de Europese vrouwen en kinderen naar burgerkampen gedirigeerd. Vanaf september 1943 tot 1945 was Bantjeuj een ‘burgerkamp’ waar in hoofdzaak niet–‘Europeanen’ als politieke gevangen werden opgesloten. Dat zal ook de reden zijn dat er zo weinig bekend is uit die periode. De naoorlogse ‘zwijgzaamheid’ van de Indo’s en ook de Ambonezen is kennelijk toen al begonnen. Vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw zou Bantjeuj opnieuw in de belangstelling komen als de locatie waar de later president geworden Ing. Soekarno op 31 december 1929 was ondergebracht in cel 5 om daar een jaar te verblijven. Dat er in Bantjeuj vanaf 1942 tot 1945 veel mensen als gevolg van uithongering en mishandeling zijn omgekomen staat in géén van de Indonesische geschiedenisboeken.

Bantjeuj bevond zich op nog geen 15 minuten lopen van de Merdikaweg waar oma Charlotte met de twee kinderen van Julie in de wasserij van Mijnheer De Block woonde. Na de zware verhoren begin december door de Kempeitai (Japanse militaire politie) was Julie een paar dagen vrij geweest en alsnog opgehaald en in een gemengde afdeling van Bantjeuj opgesloten. Een afdeling waar met name Ambonezen om politieke redenen werden vastgehouden. Op onbepaalde tijden werden zij opgehaald door de Indische politie of de Koreaanse bewakers om ‘verhoord’ te worden. Julie zou hun strakke gezichten nooit meer vergeten. Na de verhoren werden zij vaak meer dood dan levend terug gebracht en zo goed mogelijk door de medegevangen verzorgd. Pas na meer dan vijftig jaar kon Julie kortaf en met ingehouden emoties vertellen over de gemartelde Ambonezen die na de verhoren het leven zouden laten in het schemer van de slecht verlichte ruimte. Het waren vaak intense momenten als de stervende mannen hun hoop uitspraken dat hun familie en kinderen het ooit nog goed zouden hebben als die ‘rot oorlog’ voorbij zou zijn. Het was hun onvoorwaardelijke liefde voor God en Vaderland die grote indruk op Julie hadden gemaakt. Het merendeel van de gevangen genomen Ambonezen waren KNIL militairen die trouw hadden gezworen aan Koningin Wilhelmina en hierin zo onverzettelijk bleken te zijn dat de Japanners hen als een groot gevaar zagen.

In 1992 braken er op Ambon hevige onlusten uit gericht tegen de komst van de eerste Islamitische Gouverneur op Ambon. De Christelijke Ambonezen voelden zich diep gekwetst en bedreigd door deze politieke zet van President Soeharto om via deze vorm van Islamisering alsnog in het zadel te kunnen blijven. Door de berichtgeving in de internationale kranten kwamen bij Julie de beelden uit de Bantjeuj gevangenis weer naar boven. De beelden van de dappere Amboneze mannen die in haar schoot waren gestorven of met een strakke maar ongebroken blik naar boven hadden gestaard en met hun handen op hun rug gebonden gewacht hadden op het zwaard wat met een zucht hun hoofd van hun lichaam zou scheiden. Julie en haar medegevangen moesten de onthoofdingen verplicht aanzien op de schaars verlichte binnenplaats. Niet kijken zou betekenen dat zij het zelfde lot zouden ondergaan. Nadat Julie eind februari 1943 vrij kwam heeft zij besloten om de twee kinderen bij haar moeder achter te laten en schielijk uit Bandoeng te verdwijnen. Zij zou jarenlang op de vlucht blijven uit angst voor de Kempeitai. Julie heeft vanuit haar huisje in San Remo eind 1992 een serie emotionele oproepen geschreven aan o.a. het adres van Amnesty International opdat Amnesty toch vooral veel aandacht zou schenken aan het lot van de vervolgde christelijke Ambonezen op Ambon en de andere Molukse eilanden. 

Pas rond de kerstdagen van 1942 mocht haar moeder wat eten komen brengen. Oma Charlotte had Julie’s oudste zoontje meegenomen. Die zal zeker niet vergeten zijn dat het pannetje met eten door het grote hek aan de straatkant door een sterk vermagerde en diep verdrietige Julie werd aangenomen. Het waren die spaarzame en korte momenten dat Julie zich wél verbonden zou voelen met haar moeder. Vele jaren later zou haar ouder geworden moeder het zelfde doen. Julie had inmiddels een groot en druk gezin. Haar moeder woonde in het grote gezin van Julie en zou bij gelegenheid Julie van kleine Indische hapjes voorzien als Julie weer eens een periode had van hoge concentratie die nodig was om de huishoudkas aan te vullen. Julie sloot zich dan op in haar kleine ‘kantoortje’ om een reclame campagne af te werken waar een ‘dead line’ aan kleefde. Het waren dan die kleine Indische lekkerheden van oma Charlotte die haar op de been hielden. Net zoals toen, kerstmis 1942 in Bandoeng.

Er zullen in de schemerige ruimte van de Bantjeuj gevangenis zeker momenten zijn geweest dat Julie aan haar vader Ferdinand gedacht zal hebben. Al jaren had zij niets meer van hem gehoord. Zij wist dat hij in India woonde. En dat hij manager was van een suikerfabriek in de buurt van de Indiase stad Allahabad. Zijn laatste brieven waren van ver voor 1940 geweest. Het zou hem goed gaan had hij geschreven en weinig meer. Natuurlijk had hij ook geschreven dat de oorlogsdreiging ook veel onrust in India had gebracht. De Indiërs roken net zoals de Indonesiërs een mogelijke bevrijding van het koloniale bewind en in beide koloniën werden de krachten gemobiliseerd om juist het koloniale bewind in stand te houden of er tegen in verzet te komen. De internationale postverzorging in beide koloniën werd hierdoor onder toenemende censuur geplaatst maar ook de internationale zeevaart ondervond al grote moeilijkheden waardoor de postbezorging grote vertraging opliep en veel postzakken gewoonweg niet meer bezorgd konden worden. Pas in 1998 zou Julie enigermate gaan weten hoe het haar vader Ferdinand was vergaan vanaf 1940. De vaste lezers van dit blog weten inmiddels wel dat Ferdinand in november 1900 in Soerabaya is geboren als zoon van een in Amersfoort geboren stuurman Adriaan Hendrik van der Steur die in december 1899  in Soerabaya zou trouwen met Jeanne (Joanna Carolina Elisabeth) Heijligers. Een dochter uit een hoogstaand militair geslacht wat zich al voor 1850 op Java gevestigd had en veelal woonachting waren in Batavia, Djokja en Solo. Vanaf circa 1850 zouden nakomelingen ook hoge ambtelijke posities gaan in nemen als rechter, deurwaarder, leraar of anderzijds.

Ferdinand groeide op als enig kind in Soerabaya en later in Bandoeng en heeft zijn vader weinig gezien. Adriaan werd in 1901 ernstig ziek (depressief) opgenomen in de Centraal Burgerlijke Ziekeninrichting van de buitenplaats Lawang. Daar bevond zich ook een ‘Krankzinnigen afdeling’. De oorzaak van de depressiviteit laat zich enigszins raden. In de voorgaande periode had Adriaan al eerste machinist op een ‘opiumjager’ van de Gouvernementele Marine gewerkt. In die jaren was Nederland de grootste opiumproducent van de wereld en om de opiumsluikhandel tegen te gaan werden er speciale schepen ingezet om de illegale opium smokkel te bestrijden. In de voorgaande jaren was Adriaan al herhaaldelijk van positie veranderd en leek het nergens lang vol te kunnen houden.  Kennelijk was de spanning die rond de opiumjacht hem te veel geworden. Uiteindelijk is Adriaan meerder malen opgenomen geweest en is zonder vrouw en kind op langdurig verlof gegaan naar Nederland. In 1907 zijn Adriaan en Joanna per post gescheiden vanuit Den Haag. In hoeverre Ferdinand heeft geweten dat hij in 1912 een halfbroer (Frits) heeft gekregen weet ik niet. Ferdinand zal vermoedelijk wel hebben vernomen dat zijn vader in 1914 en 46 jaar oud na een storm en het vergaan van zijn schip begin oktober levenloos op het strand bij Wijk aan Zee was gevonden. 

Ferdinand bleek een levendig en intelligent kind te zijn. Ondanks de afwezigheid van zijn vader en de aanwezigheid van een zeer dominante moeder verliep zijn lager school periode en zijn scholing op de Christelijke HBS zeer voorspoedig. Zijn grote belangstelling voor stoommachines en stoomtechniek zou zeer van pas komen bij zijn opleiding tot machinist van suikerriet verwerkende machines die over geheel Java verspreid te vinden waren in de meer dan 100 suikerondernemingen. Op negentienjarige leeftijd ontmoet Ferdinand in de Suikerfabriek Poerworedjo de 23 jarige Nederlands-Indische Charlotte Deuning en hun eerste kindje wordt in december 1920 geboren. Zij trouwen in januari 1921 en in 1922 wordt hun zoontje Gerardus (Boy) geboren en heeft Ferdinand een goed betaalde positie als tweede machinist van de Suikerfabriek Delanggoe verworven. Door verdere studie behaalt hij elk jaar nieuwe ‘suiker diploma’s’ en wordt ook actief binnen de Bond van Suiker Geëmployeerden’ en verwerft hiermee aanzien en status als ‘notabele figuur’. Na aanvang van de grote economische wereldcrisis vanaf 1929 verslechterde de export van de suiker en in 1932 raak ook Ferdinand zijn positie en bedrijfswoning kwijt. Hij bracht zijn vrouw Charlotte en de twee kinderen in een veel kleinere en eenvoudige woning onder en in het buitenland op zoek naar werk. In 1933 vertrok hij naar de Filippijnen en in na enige maanden vond hij een nieuwe betrekking in West Bengalen en liet Charlotte overkomen. Hun relatie was al onder druk komen te staan door het veel lagere inkomen en Charlotte voelde zich bijzonder ongelukkig in het door de Engelsen overheerste India en kon ook slecht uit de voeten met de Indiase mentaliteit die zo verschillend was van hetgeen zij als Indo-europese uit de hogere middenklasse  op Java gewend was geweest. Na enige maanden was zij al weer terug op Java en bracht Julie onder in een pleeggezin en haar zoon naar het Instituut van  Pa van der Steur en trok zelf in bij een oudere zus die een pension beheerde in Bandoeng. Het gezin was in 1936 definitief uiteen gevallen.

De liefhebbende vader was een verre vader geworden. Ook Ferdinand zal zich ongelukkig gevoeld hebben maar wist dat goed te verbergen (weg te drukken?). In oktober 1936 werd de scheiding definitief uitgesproken terwijl Ferdinand nog in Allahabad verbleef. In december 1936 reisde Ferdinand naar Java en verbleef een week in het bekende Bandoengse Hotel Homan. Daar vertelde hij opgetogen over zijn nieuwe liefde. Een beeldschone jonge Engelse vrouw die zwanger zou zijn van hun eerste kindje. Julie was blij geweest voor haar vader en had ook genoten van zijn aanwezigheid. Het zou de laatste keer zijn dat Julie hem zou zien. De vader die zij in de jaren die volgenden zocht was het beeld van een gelukkig ogende jonge zesendertig jaar oude man. Pas in 1998 zou Julie na een eerste ontmoeting met haar halfzus die in 1937 in Calcutta werd geboren, gedeeltelijk horen hoe het haar vader was vergaan vanaf die laatste dagen in Bandoeng 1936.

Door oudere brieven uit het dossier van Julie en de meer recente contacten met de andere halfzusters en broers van Julie maar ook door het snuffelen in wereldwijde archieven werd steeds opnieuw duidelijk dat economische crisissen en oorlogen de mensheid enorm in beweging kan brengen. Als verdriet (en verdringing) een beest is wat diep onder de huid verborgen kan blijven en in onuitspreekbare trauma’s of onbegrepen lichamelijke klachten vertaald word of als het geheugen opspeelt. Dan lijkt het overlevingsinstinct het lange tijd te winnen van het verdrietige beest wat toch nog onverwacht opspeelt na zich zo lang verscholen te hebben. Dan uit het verdrietige beest zich niet alleen met tranen, er komen ook boosheid en soms kleine of grote woede mee. Maar ook de wens om erkenning en of genoegdoening. 

De kerstdagen waren voor Julie altijd een belangrijk feest gebleven. Een feest waarop zij vooral de wereldvrede wilde vieren. Na haar scheiding in 1992 gunde Julie het verdrietige beest meer vrijheid. Zij vierde de kerstdagen na een vijfenveertig jaar durende relatie geheel alleen. Julie liet haar verdrongen herinneringen vrijelijk toe. Julie schreef hierdoor veel brieven aan haar kinderen, aan haar ex-echtgenoot en begon oude ook rekeningen te vereffenen. Hierin leek zij in het geheel niet op haar vader Ferdinand of op haar moeder Charlotte. Als geen ander ging Ferdinand verdriet en tegenslag uit de weg en begon telkens opnieuw een nieuw leven zonder het vorige leven voldoende af te ronden. Hierin verschilde hij niet veel van de andere grootvader. De vader van Julie’s tweede echtgenote die net als zijn vader Anton genoemd werd. Lees meer over Ferdinand die zich vanaf 1937 Peter liet noemen in het volgende blog artikel.


Het Huis van Bewaring Bantjeut - Bandoeng - Penjara Banceuy Bandung



Banceuy Bandung - Bantjeut Bandoeng




Bandoeng voor de Japanse bezetting in 1942





19 dec 1942 De blijde aankomst in het Tjihapitkamp - Bandoeng'




Sakit betekend ziek in het Japans

De hygiëne in de kampen was gebrekkig. Er was een tekort aan water, zeep en schoonmaakmiddelen. De afvoer van de wc’s gaf problemen en… stank. Ziektes kregen in zo’n omgeving volop de kans. Maar medicijnen werden amper verstrekt. Dysenterie, buikloop, kwam vaak voor. Door ondervoeding hadden veel mensen hongeroedeem. In sommige kampen was aan het eind van de oorlog 1/3 deel ziek. Van de 140.000 geïnterneerden overleden er 20.000.




Vlak voor haar vertrek naar Nederland op 24 oktober 1946 met de Ms. "Klipfontein". Heeft Julie die in Indië Jill of Jilly werd genoemd een zeer gedecideerde afscheidstekst in de krant laten opnemen. De afkorting  p.p.c. staat voor 'pour prendre congé'. Alhoewel haar moeder ook op het zelfde schip meereisde heeft Julie haar naam niet in de advertentie opgenomen. Haar moeder had het tweede kindje Teddy tijdens de  bezetting aan een andere vrouw gegeven. Na een maandenlange en zeer verbeten strijd heeft Julie haar zoontje tenslotte terug gekregen. Pas tijdens de wekenlange reis naar Nederland zijn moeder en dochter weer enigermate tot elkaar gekomen. 





Vanaf 1947 kwamen er in Indië processen op gang. Uit onderstaand artikel blijkt opnieuw dat ook de Indonesiërs vaak zeer heftig tegen de Ambonezen gekant waren geweest tijdens de Japanse bezettingsjaren.





Kenpei spionne No. 30