Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of  begin 2018
Posts tonen met het label Amsterdam 1940-1945. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amsterdam 1940-1945. Alle posts tonen

1948 - Het DNA van Anton en Julie en hun eerste kindje wordt geboren

In 1947 was Amsterdam nog aan het bijkomen van de gevolgen van de tweede wereldoorlog die van 1940 tot 1945 ook een aanslag op het uiterlijk van de stad had veroorzaakt. De grauwsluier was nog niet weggepoetst door nieuwe aanplant, renovatie’s en aanvulling van ontbrekend stadsmeubilair. In de Amsterdamse Indische buurt met de zwoel klinkende namen van de vele eilanden rond Java had Julie vanaf haar fiets geen enkel aanknopingspunt gevonden met haar verleden op Java. Nergens waren er de warme tropische geuren met de gezellige multiculturele samenleving zoals Julie die had gekend in Jakarta, Bandoeng, Soerabaya, Solo en vele andere steden op Java.

De heerlijke warmte in de eerste weken van mei 1947 was voor Julie de eerste periode in Nederland dat zij zonder dikke jas naar buiten kon. Sinds haar aankomst eind november 1946 had zij het koud gehad. Het was nu anders. Julie kon met Anton aan haar zijde de stad ontdekken. Zij was met hem naar het oude Waterlooplein geweest en had met afschuw de nabij gelegen donkere muren rond de Jodenbuurt waargenomen. Anton had verteld over vrienden en soms hele families die niet meer terug waren gekomen. Julie miste haar vader waar niets over bekend was geweest. Haar moeder Charlotte kwam regelmatig met berichten over vermiste en omgekomen familie in Indië. Het zou nooit meer worden zoals vroeger. Vermisten werden doden.

Eind juni 1947 bemerkte Julie dat zij zwanger was. Was het een ongelukje? Of was het een ontzichtbaar anker wat uit was geworpen in de stugge aarde van een land wat nog door Julie veroverd moest worden. Julie zal het Anton verteld hebben. En hem aan hebben gekeken, zoekend naar een reaktie. Julie had al twee kinderen van een man die nooit meer terug zou komen. Anton was al eerder vijf keer vader geworden en was formeel nog samen met de vrouw die zijn laatste vier kinderen ter wereld had gebracht. Samen zouden Anton en Julie vanaf 1948 tot 1969 twaalf kinderen krijgen. Was het uit liefde voor elkaar? Of was het compensatie voor het verlies en het geleden verdriet in de uiterst moeilijke jaren die beiden achter zich wilden laten. De kinderen van Anton en Julie hebben later 25 kinderen (stand 2011) gekregen.

Het DNA van Julie en Anton bevat overerfde informatie die zich behalve bij Julie en Anton ook in de eigenschappen, talenten en karkatertrekken van hun kinderen en kleinkinderen zullen manifesteren. Hoog blonde kinderen en dan weer kinderen met sterk Indonesiese trekken of juist weer een mengeling van beide. Al lijken de kinderen van Julie en Anton op elkaar er zijn ook grote verschillen in persoonlijkheid waarneembaar die soms tot onderlinge botsingen en verwijderingen leiden dan wel tot tijdelijke groepsvorming met een sentimenteel karakter zoals verjaardagen of familiefeestjes. Het ziet er naar uit dat overgrootmoeder Djeminem uit Bojolali de oudste genen heeft. Toen Indië al duizenden jaren bewoond werd waren de aanstaande Europeanen nog onderweg vanuit Afrika via Egypte en toen linksaf door Turkije richting Europa. Charlotte de moeder van Julie was een kind van Casper Frederik Deuning. In 1843 in Soerakarta het huidige Solo geboren. Casper is een kind uit de 4de generatie Deuning.

De eerste Deuning is in 1728 met een VOC schip naar Batavia gekomen. En stamt af van de familie Dohna/Donin/Donyn en uiteindelijk Dohning uit Anspach Duitsland. Casper zou vanaf 1860 meer dan veertig jaar als landeigenaar en later als administrateur van suikerfabriek Tjokro Toeloeng in de suikerindustrie werken. Samen met zijn inheemse vrouw Djeminem zouden zij samen meer dan 14 kinderen krijgen in het prachtig gelegen Bojolali. De Deuning’s in Indië waren veelal planters en landverhuurders en zouden later ook als gewoon ambtenaar of bij staatsbedrijven zoals de Indische spoorwegen of de lokale trammaatschappijen werken. 

Charlotte, een dochter van Casper Frederik Deuning en Djeminem zou in 1920 trouwen met Ferdinand Pieter van der Steur. Zijn vader was Adriaan Hendrik van der Steur een marineman uit Amersfoort die enige jaren in Soerabaya zou werken als machinist en later stuurman op een van de speciale schepen waarmee de Indische overheid op opiumsmokkelaars jaagden. Adriaan zou in 1901 vanwege depressie’s opgenomen worden in een kliniek te Lawang en in 1907 scheiden van Joanna de moeder van Ferdinand. Adriaan is in 1914 onder mysterieuze omstandigheden verdronken en dood aangetroffen op het strand bij Katwijk. Hij liet opnieuw een zeer jonge zoon achter. Charlotte verloor al heel jong haar moeder Djeminem en was bijna 9 toen haar vader overleed. Ferdinand heeft na 1905 nooit meer iets van zijn vader vernomen. 

De Van Der Steurs zouden mogelijk via het zuiden van Italië als meetrekkende kathedralenbouwers rond 1500 in Nederland zijn aangekomen. Of waren het gewoonweg Hollandse vissers die goed waren in het vangen van de indertijd zo grote 'steur' vissen die in de Nederlandse rivieren te vangen waren? Adriaan Hendrik van der Steur trouwde op 6 december 1899 met een meisje Heijligers ook wel als Joanna Carolina Heyligers geschreven. Een familie van Duits-Nederlandse oorsprong die al enige generatie’s in Nederland en Indië woonden en veelal beroepsmilitairen waren. 

In Nederlands-Indië’s woonden veel Duitsers en andere buitenlanders die via het wervingsdepot in Harderwijk aan een militaire loopbaan in Indië konden beginnen. Een neef van Adriaan was Johannes van der Steur die later in Indië bekend zou worden als Pa van der Steur. Johannes heeft een aantal jaren in Harderwijk als zendeling gewerkt en aldaar besloten om naar Indië te vertrekken om zijn zendingswerk op Java voort te zetten.

De Deijmann’s (Deiman, Deyman, Deymann) worden zichtbaar in west europa vanaf circa 1200. In het gebied rond Haarlem. Al voor 1500 zijn er Deyman's betrokken bij de opbouw van de stad Haarlem. Zelfs in het huidige Mauretanië met een link naar Turkije komt de naam Deymani voor. Maar ook Deyman in Iran, Azerbeidzjan, Uzbekistan, Turkije, Bulgarije, Polen. 

De Deymann’s in west europa zouden veelal landarbeiders, handelsreizigers en soms regenten worden. De naam Deyman werd door veranderende taalspelling regels en mogelijk door (in)schrijffouten op verschillende wijze gevoerd. De Deymann’s waar Anton uit voort is gekomen kwamen uit Ter Apel Nederland en vestigden zich vanaf circa 1700 in het Duitse Eemsland gebied voorbij Klazinaveen. De textiel handelsroute die vanuit Nederland tot ver voorbij het Poolse Krakau zou lopen en aansluiting zou hebben met Azië heeft veel Deymann’s aangezet om als marskramer, wijn en textielhandelaar een graantje mee te pikken. In de steden aan de oude handelswegen vanuit Nederland tot ver voorbij Polen komt de naam Deyman voor. 

De grootvader van Anton is in het Duitse Meppen katholiek gedoopt en vermoedelijk in het nabijgelegen Haren geboren. Hij was samen met zijn broer in Meppen handelaar in wijnen en daar kwamen later naaimachines en aanverwante artikelen bij. Zij verkochten veel handel in Groningen waarna de broers besloten een nevenvestiging in Groningen te openen. Eerst in de Oude Kijk in 't Jatstraat en later in de Harmoniestraat. Hij zou rond 1875 in Groningen trouwen met een meisje Koets die weer banden had met de Amsterdamse fournituren en knopen familie Koets in de Utrechtsestraat in het pand waar zich nu Boekhandel Veenstra bevindt. 

Hun zoon (mijn grootvader dus) was een ‘lastpost’ en werd op 15jarige leeftijd door zijn Groningse ouders naar de toenmalige Zeevaartschool in Leiden gestuurd. Na zijn opleiding werd hij in Den Helder geplaatst. Hij zou in 1901 trouwen met een meisje uit de Van Wolferen tak die al eeuwen in de buurt van Den Helder woonden en veelal vissers en jutter’s waren. De vader van Anton werd ondanks zijn vele dienstjaren bij de marine vaak gedegradeerd vanwege ernstig alcoholmisbruik. Het huwelijk tussen de grillig aangelegde Anton senior en zijn vrouw Helena zou in een scheiding eindigen.

De 12 kinderen van Julie en Anton hebben aldus Indonesies-Duits-Nederlands bloed met mogelijk een snuifje bloed uit Perzië. Mocht het zo zijn dat de oorsprong van de Deyman's nog verder gaat dan zuid-slavische volkeren, Turkije en zelfs in Iran ligt dan zou dat geen verbazing wekken als men de fysieke en emotionele kenmerken van Anton en zijn kinderen vergelijkt met de volkeren die men daar aantreft.   
Er wordt door sommige van de kinderen verondersteld dat er Joods bloed in de familie aanwezig zou zijn maar daar zijn (nog) geen aanwijzingen voor. Veel Deymann’s bereisden de internationale textiel handelsroute en er kan natuurlijk van alles onderweg gebeurd zijn. Het merendeel van alle  familie’s was rooms katholiek en bepaald niet calvinistisch ingesteld. 

Een opvallend groot aantal familieleden had en heeft tot op vandaag een vrij beroep of geeft daar de voorkeur aan. Vaak gelieërd aan het onderwijs en/of creatieve beroepen. Julie en Anton hebben met elkaar gemeen dat hun beider vader het gezin verliet rond hun twaalfde levensjaar. Voor de verlaten moeders heeft dat tot soms grote economische en emotionele problemen geleid. Julie en Anton hebben zich hierdoor onvoldoende kunnen identificeren met de ‘vaderrol’. Vervolgens hebben Julie en Anton de grote economische crisis 1929 – 1935 meegemaakt. Waarbij opgemerkt kan worden dat Anton bijna 7 jaar oud was toen de eerste wereldoorlog voorbij was en indertijd opgroeide in een dijkhuiswinkeltje aan de levendige haven van een ‘gemobiliseerde’ marinestad.

Julie heeft de problemen die door de werkeloosheid van haar vader ontstonden van zeer dichtbij meegemaakt. De toenemende verwijdering tussen haar vader en moeder was een pijnlijk proces voor Julie. Moeder Charlotte wilde onder geen beding Indië verlaten voor een onzekere toekomst in India of de Philipijnen waar wel voldoende werk was in de suikerindustrie voor vader Ferdinand. Toen Julie’s vader naar India was vertrokken raakte haar moeder emotioneel geblokkerd en uitgekeken op haar twee kinderen. Julie en haar broer werden steeds vaker ondergebracht in pleeggezinnen zodat moeder Charlotte haar handen vrij had om werk aan te nemen maar ook om vriendschappen met mannen aan te gaan. In 1936 werd door de rechtbank in Batavia de scheiding uitgesproken maar hun relatie was al in in 1933 voorbij geweest. Anton groeide in de puberteit op op zonder vaderfiguur, evenals Julie. Julie heeft zich door de omstandigheden rond haar vader en moeder ook niet voldoende kunnen identificeren met de ‘moederrol’.

De jaren ‘20 kenden weliswaar economische voorspoed maar daar kwam vanaf 1930 een einde aan. Nederland en Nederlands-Indië werden zwaar getroffen door grote werkeloosheid en nieuwe armoede. Nadat Anton in Den Helder zijn MULO diploma had gehaald vertrok Anton in 1928 met zijn moeder Helena naar Aalsmeer. Hij werd ingeschreven op de lagere Rijks Winter Tuinbouwschool en studeerde daar tuinbouw en bloementeelt. Na twee jaar was Anton gediplomeerd tuinman en was daarnaast zeer aktief bij de NJN ofwel de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. Eind 1933 trouwde de eenentwintigjarige  Anton met Truus Bosma en opende een kantoorboekhandel in Den Helder. Hun enige zoon Warner werd op 16 juni 1934 geboren. Hun echtscheiding werd op 3 december 1936 uitgesproken. Truus zou later hertrouwen met de schrijver Antonie van Kampen die zijn stiefzoon Warner de naam Warry van Kampen zou geven. 

Door de moeilijke economische situatie en het zoeken naar werk zou Anton tot 1940 zeer vaak verhuizen. Anton trouwde toen voor de tweede maal. Hun eerste kind Karel was reeds in 1938 ‘buitenechtelijk‘ geboren. Ook dit huwelijk eindigde in een zeer moeizame echtscheiding die  in 1951 uitgesproken zou worden en zou grote emotionele gevolgen voor de inmiddels vier kinderen hebben. 

Julie en Anton hebben beiden de tweede wereldoorlog intens en van zeer dichtbij meegemaakt. Een oorlog die zich afspeelde in de zeer verschillende culturen waarin Julie en Anton opgroeiden en volwassen werden. Met ervaringen die zo verschillend waren waardoor onderlinge uitwisseling over de persoonlijke ervaringen en gebeurtenissen niet altijd op wederzijds begrip of ‘aanvoelen’ kon rekenen. De twaalf aanstaande kinderen waren zeker niet gepland maar er werd kennelijk weinig moeite gedaan om géén kinderen te krijgen. Julie wilde  ieder kind wat zich aankondigde altijd met liefde ontvangen. In hoeverre Anton al zijn kinderen (17 of waren er meer?) heeft gewenst is wat hem betreft onuitgesproken gebleven. Door welke speling van het lot Julie en Anton zijn samengebracht is een boeiende vraag. 

De eerste twee huwelijken van Anton werden voltrokken met twee struise Hollandse vrouwen die beiden uit de geboorteplaats van Anton kwamen. Anton had altijd veel ‘sjans’ gehad in de danszaal van het Carlton Hotel en tijdens het Thé Dansant in tearoom-restaurant Formosa, waar oudere dames jonge heren konden huren. Anton werd ook wel de Cary Grant van de Kalverstraat genoemd. Julie was met haar kleine ranke gestalte en haar zwart golvende kapsel een exotische tegenstelling waaraan de sporen uit de Gordel van Smaragd goed te zien waren. Julie had altijd grote bewondering voor de zwoele maar pittige amerikaanse filmactrice Joan Crawford gehad, die als kind ‘Billie’ werd genoemd. 

Het eerste dochtertje van de Amsterdamse Cary Grant en Joan Crawford werd in januari 1948 geboren.


1857 - Toen de Deuning's nog Deunin waren in Nederlands-Indië
Deunin - Donin -


De 'Duitscher Deunin' (g) werkte als militair in Fort Vastenburg te Solo

1996 - Julie herinnerde zich de oude verhalen over haar Duitse familie 
van haar moeders-zijde en begon aan een Engelstalig boek. 
Het bleek dus Deunin van Dönin van Donin te zijn.


rond 1900 - Sheikh Sidy Ahmed Ibn Ismouhou Deyman uit Mauretanië
zijn lijn gaat via Konya terug naar Tabriz in Iran. Hij was een Soefi

Rond 1880 - Een van de Deymann's uit het geslacht Deymann 
  regio Meppen, Xanten en Wesuwe in Duitsland

De Deymann's hadden ook een drankje 
de suiker kwam veelal uit Nederlands-Indië


1948 - Anton en Julie zijn tot aan de komst van de televisie in de 
Nederlandse huiskamers fervente film liefhebbers geweest. 
Anton luisterde ook veel naar de radio 
en kocht zijn eerste TV in 1959 

De korte filmpjes geven een indruk van het Amsterdam 
van Anton vóór dat hij Julie leerde kennen.

Joan Crawford, Julie, Cary Grant en Anton

Anton en Julie gingen vanaf hun kennismaking in 1947
vaak naar de Amsterdamse bioscopen.



1947 Joan Crawford in Daisy Kenyon

1947 Cary Grant in The Bishop's Wife

Vier Nederlandse speelfilms die veel stof op lieten waaien.

Max Havelaar,

Soldaat van Oranje,

Oeroeg en

De gordel van smaragd. 

Julie was in de periode 1939 - 1940 zangeres. 
Zij trad op in Soerabaja op onder de naam Mona Banister. 
Er was met name op Java een intensief uitgaansleven. 
De vele bioscopen bezoeken en 
daarna gaan 'dansen' was zeer populair.

Op de foto Esmée de la Bretoniére als Ems.

Peter Faber en Sacha Bulthuis in Max Havelaar (1976) 

Rutger Hauer en Belinda Meuldijk in Soldaat van Oranje (1977)

Oeroeg film naar het boek van Hella S. Haasse (1993)

De gordel van smaragd met Esmée de la Bretoniére met Pierre Bokma. 
Deze film zou veel meer emoties en kritiek oproepen dan bijvoorbeeld de 
Soldaat van Oranje film of Oeroeg en Max Havelaar. 

De interpretatie van regisseur Orlow Seunke die in Jakarta is gaan wonen en werken, 
en de gevoeligheden rond de koloniale geschiedenis zorgden voor 
heftige discussies en zelfs afwijzing van de film. 
Het is de eerste grote Nederlandse speelfilm waar de soms innerlijke 
verscheurdheid van de Indo-Europeaan breed uitgelicht wordt.







1947 Indonesië - verweesde kinderen in een republikeins kamp op Java 
waar Julie nog maar kort vandaan was gekomen

1947 Java - Dit kind heeft het niet gered in het Adak kamp

1946 Java - De oom van Julie heette Pa van der Steur. 



De broer van Julie heeft jarenlang op zijn Instituut "Oranje Nassau Stichting' gewoond. 
In 1946 was er van het werk van Pa van der Steur niet veel meer over. 
In de voorgaande jaren had Pa met zijn medewerkers 
meer dan 7000 kinderen opgevangen.
Toch werd zijn werk voortgezet

Het merendeel van deze kinderen had een Indo-Europese achtergrond
Op de foto verlaten 'Steurtjes' in 1946

1949 Amsterdam krijgt weer kleur en Anton junior wordt geboren.

Inmiddels zijn Anton en Julie naar de Keizersgracht verhuisd. Julie en Anton zijn gedwongen om te ‘hokken’. Trouwen kan nog niet omdat de echtscheiding van Anton’s tweede vrouw maar niet rond wil komen. Veel huwelijken zijn door de omstandigheden in de tweede oorlog op een scheiding uitgelopen. Men had elkaar op de meest bange en hongerige momenten écht leren kennen. Anton was tijdens de oorlog niet altijd in staat gebleken om zijn vrouw en kinderen voldoende te kunnen verzorgen. Zijn angst om door de Duitse bezetters opgepakt te worden had er voor gezorgd dat hij soms wekenlang niet naar Amsterdam West had kunnen gaan waar zijn vrouw en kinderen woonden.

De mysterieuze kogelwond aan zijn onderbeen zou er op toe hebben gezien dat hij niet voor de ‘Arbeitseinsatz’ was opgeroepen. In 1943 zou Anton betrokken zijn geweest bij een nachtelijke razzia door de Duitsers en de meeheulende Amsterdamse Politie. Er was geschoten. Anton had zich verstopt in de dakgoot van de Rijks Academie van Beeldende Kunsten aan de Stadhouderskade. Er werd doelgericht geschoten en zijn onderbeen werd geraakt. Anton zou in het verzet hebben gezeten. Hij had een vervalst persoonsbewijs op naam van Ton van Dijk. Het was voor de kinderen van Anton niet eenvoudig geweest om aan Anton te vragen wat hij nou precies in de oorlog had gedaan aan verzetsdaden. Tot ver in de jaren vijftig zou hij elke dag het lange rekverband op zijn linkerbeen opnieuw aanbrengen. Op een stoel gezetten met een verkrampte blik. Boos en benauwd kijkend. De wond leek mooi dichtgegroeid. Door het verband kwam er geen daglicht bij en de kleur was van heel lijkwit tot roze. Op de plek waar de kogel was binnengedrongen zat een ronde lichtgroene cirkel met zwarte schaduwen. Het donker roze naar bruin neigende rekverband leek het been meer kwetsbaar te maken. Er zat een oppervlakkige maar goed genezen wond onder die kennelijk psychisch veel dieper zat. Het verband was als een zichtbaar bewijs maar vooral een excuus om geen duidelijkheid te geven over die pijnlijke maar mogelijk ook opwindende periodes in de donkere dagen van de oorlog.

’s Avonds kon Anton uren luisteren naar zijn radio. Hij volgde de berichten over de Russen en de Amerikanen die een ‘koude oorlog’ waren begonnen. Als de populaire muziek van Glenn Miller werd gespeeld dan kan hij nog wel eens om Julie roepen en dan dansten zij intiem op de weemoedige klanken van de 'Moonlight Serenade' in de schemerige woonkamer met rotanmeubeltjes. Het was deze afwisselende weemoed dan weer het wondverband wat gewisseld moest worden of het harde om ‘stilte’ roepen als Anton naar zijn nieuwsberichten luisterde die de kinderen met ontzag voor Anton vervulden. Maar hen al hen jong met een soort vrees vervulde voor een verleden wat mysterieus maar ernstig en soms ondraagelijk was geweest. Ongemerkt raakten de kinderen van Anton en Julie betrokken op de gevolgen van de voorbije oorlog van hun ouders. Een oorlog die door rituelen, nieuwsberichten, foto's in de kranten, bezoekers, gesprekken met ingehouden emoties en weet je wie er ook opgepakt is en 'weet je nog wel' verhalen levend werd gehouden. Het werd onderdeel van de dagelijkse gang van zaken in het groeiende gezin. De kinderen waren nog te jong om vragen te stellen. Dat zou later pas komen.

Pas in het begin van de jaren zestig toen Lou de Jong in geheel Nederland bekend werd met zijn TV programma ‘De Bezetting’ ontspande Anton zich en verdween dat vermalijde verband om zijn been. Er kwam eindelijk erkenning van de verzetsdaden. En het leek alsof Anton voor het eerst de toedracht rond de oorlog leerde begrijpen. Anton liet hierdoor de oorlog steeds meer achter zich. Die kwam alleen terug als Anton weer eens problemen met zijn werkkring had en dan ‘zenuwuitslag’ rond zijn vingers ontwikkelde of andere vaak somatische klachten. Hij las dan zijn oude oorlogsboeken of sprak over het verzet alsof het een mooie tijd was geweest. Anton was 1.97cm lang en woog rond de 95 kilo maar kwam slank, sterk en beweegelijk over. Zijn schaduw was soms langer en de oudere kinderen hadden diep ontzag voor hem. Hij kon ook zo boos worden en dan weer heel vriendelijk zijn. Eigenlijk wisten de kinderen nooit zo goed waar zij op konden rekenen. Hij had de twee door Julie meegebrachte kinderen geaccepteerd maar kon toch vaak tegen Julie zeggen. He, let op je kinderen! Julie en Anton waren na het bekend worden van de eerste zwangerschap in de zomer van 1947 naar Markelo afgereisd waar oma Charlotte op de twee kinderen had gepast. Aan Charlotte werd gemeld dat Anton en Julie een gezin zouden gaan vormen. Kleine Ted was een ongeremd kind en kon best wel druk zijn. Anton heeft hem die dag een flinke tik verkocht. Anton zou laten weten wie er de baas in huis zou zijn. Tussen Anton en Ted is het nooit goed gekomen.

In 1948 was Anton een handel in de toen zeer schaarse maar zeer gevraagde schrijfmachines begonnen. Vanaf een gehuurd klein woonschip de ‘Margie’ werd er handel gedreven. Het kleine schip bevond zich schuin tegenover het grachtenpand waar Julie en Anton een paar kamers hadden gehuurd.  Julie was weer zwanger en had een klein confectie atelier opgezet waar de baby haar slaapjes kon doen. Na verloop van tijd was de Politie gekomen en had alle schrijfmachines in beslag genomen. De afkomst was ondluidelijk geweest en schrijfmacines vielen nog onder de ‘distributie’. De door Julie geïnvesteerde som geld verdween met de schrijfmachines. Anton voelde zich verraden. Voor hem was de oorlog met alle illigale vrijheden nog niet voorbij geweest. Julie sprak zelden over de oorlog. Zij zweeg.

Julie had in 1947 gevoeld dat de zwangerschap haar lichaam maar ook haar gevoelsleven weer tot leven had gewekt. Er groeide nieuw leven in haar waardoor Julie het gevoel had dat haar oorlogservaringen naar de achtergrond werden gedreven. De nabij haar flat aan de Amsteldijk gelegen Willibroduskerk was groter geweest dan de St.Theresiakerk in Jakarta. Het bood aan Julie een veilige omhulling als zij nog maar kort zwanger in de kerkbanken plaatsnam tijdens de momenten dat de kerk niet vol was met bezoekers. Hier kon zij in stilte nadenken over het heden en het nog zo verse verleden verruilen voor toekomst plannen. Veel minder dan Anton had Julie last van spanningen als het leven in de zich herstellende stad hem te zwaar werd. De toenmalige voedseldistributie bonnen waren voor Julie een wonderlijk cadeau geweest in vergelijk met de kommetjes dunne soep die zij zoveel maanden in de Boei Lama gevangenis van Cirebon had gekregen.

Religie ofwel het geloven in het goddelijke werd voor Julie belangrijk vanaf haar twaalfde levensjaar. Julie voelde zich verlaten door haar ouders en vond troost in de kerk. Voor Julie was haar Godsbeeld een houvast wat zij na het vertrek van haar vader in de kleine katholieke kerk van Bandoeng had gevonden. Het zijn in de kerk gaf haar rust en kracht en was een aanvulling op haar ‘zelfbeeld’. Julie was het nooit zo eens geweest met de wijze waarop de wijze woorden uit de bijbel door lezers werd vertaald in tegenstrijdige daden. Julie’s innerlijke opstandigheid of momenten van verdriet en eenzaamheid werden tot kalmte gemaand door de gekozen structuren en voorstellingen die in de beeldhouwerken en op de schilderingen waren aangebracht. De kerk voelde toen nog veilig aan voor Julie. Voor Julie was de oorlog een gevolg geweest van de in de bijbel geduide zondeval toen de eerste mensen uit het paradijs werden verdreven en het daarbuiten zelf op moesten lossen. Julie dacht indertijd dat de kerk haar kon helpen met het leren vergeven van hetgeen mensen elkaar aan deden. Pas vele jaren later zo Julie door studie ontdekken dat juist de kerk zich met bijna onvergeeflijke zaken had bezig gehouden maar vooral passief was geweest bij oorlogen en ander ontij.

Julie had zich innerlijk altijd meer verbonden gevoeld met het Oude Testament. De oude verhalen van de profeten en met name de brieven van Paulus uit het Nieuwe Testament hadden bij Julie het zaad gezaaid dat er eigenlijk een ‘totaalkerk’ zou moeten zijn waar alle volkeren samen zouden komen. Zij bewonderde de eerlijke twijfel en dan weer de overtuiging die Paulus tot zo’n gedreven persoon had gemaakt. Toch zou Julie pas geheel breken met het katholicisme in de eerste helft van de jaren zeventig. De eerste kinderen van Anton en Julie werden allen in Amsterdam gedoopt. Julie vond het belangrijk dat haar kinderen vanaf hun geboorte kennis zouden maken met religie als een vorm van geestelijk leven. Een geestelijk leven wat hun ziel zou voeden met het idee dat er meer is dan alleen maar de waan  en werkelijkheid van het dagelijks bestaan. Het was een levenshouding van Julie die niet alleen Anton maar ook haar kinderen soms tot grote wanhoop bracht. Julie zei dan; ‘denk zelf na’ en zeg dan ‘Ik Wil Het, Ik Kan Het’. Als je als kind aan Julie liet merken dat je niet zelfstandig tot een oplossing kon komen, dan luisterde zij alleen maar en keek je soms met grote ogen aan. Julie hielp niet, maar steunde haar kinderen binnen haar grenzen. Het Nederlandse ‘kan niet’ werd door Julie vaak vertaald in het Indische ‘ken wel’. Anton was geweldig met het verspenen van buitengewoon kleine plantjes. Zijn grote handen met sterke vingers behandelden de kleine gewassen met enorm veel zorg en liefde. Een plank recht doormidden zagen lukte hem maar zelden. Julie verfde, timmerde wiegjes, tafeltjes, boekenkastjes enz. en deed later complete verbouwingen in de huizen die zouden volgen.
                       
Er was na het politiebezoek een stencilmachine achtergebleven. Naast de kinderen en het werk in het kleine confectieatelier zag Julie er op toe dat Anton advertentie’s voor werkzoekenden uit de grote kranten knipte en van de uithangborden bij de arbeids bureau’s verzamelde. Julie maakte daar in de avonduren een krantje van en Anton draaide op de stencilmachine het krantje “Contacten” wat met redelijk succes verkocht werd in de sigaren en tijdschriften winkels van Amsterdam. Het zou in de toekomst vaker voorkomen dat Julie na het mislukken van een door Anton opgezette onderneming met creatieve ideeën de huishoud pot weer op orde zou brengen.  


De 'Sint Willibrodus buiten de Veste' kerk aan de Amsteldijk - Ceintuurbaan





1949 Werkzoekenden bij het arbeidsbureau aan de Nieuwe Doelenstraat
1947 - 1948 Het Tuindorp achter het Amstelstation in aanbouw

1949 Amsterdam kon weer zonder 'bon' roken.

1949 - Amsterdam Metz & Co een bijzondere etalage door Gerrit Rietveld

1949 - Amsterdam op de step

1949 Amsterdam - Drie dames in gesprek bij het vuilnisbak buiten zetten

Een stencilmachine voor Anton en Julie zorgt voor extra inkomsten



 3 bijzondere filmpjes  


Filmpje 1 over Java en Ceylon, het huidige Sri Lanka. 


Traveltalk: 1949 'Old Amsterdam'


1949 De onafhankelijkheid van Indonesië wordt uitgesproken


1949 - Soerabaja Cannalaan buurt

Al eerder schreef ik over de website van Hans. 
Met die humorvolle toon waar het geruis van kwajongensstreken, 
verdriet en verlies een zeer bijzonder verhaal vertellen.

Op de foto kleine Hans met zijn zus.

1949 Deel 4 - Mama wat doen we hier had het jongste kind gevraagd

28 december 1949 – Julie was diep geraakt geweest door de 27 december toespraak van Koningin Juliana uit het paleis op de Dam. De radio had haar woorden ‘live’ uitgezonden. Julie zou zich de strekking van de toespraak nog tot ver na 2000 herinneren. De woorden van Juliana hadden zo anders geklonken dan de stoere taal van haar moeder Wilhelmina die op 9 december 1941 vanuit Engeland de oorlog aan Japan had verklaard. Ook toen was Julie thuis geweest. In de huiskamer aan de Niasstraat in Soerabaya had Julie met de pas geboren baby op schoot gezeten. William en Julie hadden elkaar verschrikt en zwijgend aangekeken. Julie wist nu zeker dat William door de vliegdienst opgeroepen zou worden. Indië was nu in oorlog met Japan. De mobilisatie in Nederlands-Indië in het voorgaande jaar had al veel stress veroorzaakt in het nog jonge gezin. De tweede baby was na een onrustige zwangerschap geboren en huilde veel.

Julie verbleef op 17 augustus 1945 in Jakarta en had de ‘Proklamasi’ uitgesproken door Soekarno ook gehoord. Daarna waren op de straten van Jakarta vreugdefeesten en onlusten uitgebroken.

Wij het volk van Indonesië proclameren hierbij de onafhankelijkheid van Indonesië. Aangelegenheden met betrekking tot het bestuur zullen op ordelijke wijze en zo snel mogelijk worden geregeld

De Proklamasi was mede ondertekend door Mohammed Hatta die naast Juliana had gezeten tijdens haar toespraak. President Soekarno was niet naar Amsterdam afgereisd omdat hij vond dat op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid al was uitgesproken. Nog in december 1927 was Mohammed Hatta als Rotterdamse student gearresteerd in opdracht van de toenmalige Minister van Justitie J. Donner (de huidige P.H.Donner is huisvriend van de Oranje’s). Hatta was beschuldigd van ‘communisme’ en was de bedenker van de leus ‘Indonesia Merdeka’. 


Vier jaar en enige maanden later had Juliana’s stem door de radio geklonken in de huiskamer van Anton en Julie.

“Niet langer staan wij gedeeltelijk tegenover elkander. Wij zijn nu naast elkaar gaan staan. Hoezeer ook geschonden en gescheurd en vol van lidtekens van wrok en spijt”.

Julie had de naoorlogse interventies in Indië door de Nederlandse regering vanaf haar aankomst in 1946 via de kranten en de radio-uitzendingen gevolgd. De politionele (lees militaire) acties in Indië hadden opnieuw veel mensenlevens gekost. Maar ook verdriet en verscheurdheid veroorzaakt in vele Indonesische en Nederlandse gezinnen die hun kinderen zouden verliezen vanwege de halsstarrige houding van het naoorlogse Nederlandse bewind. Opnieuw vielen er oorlogslachtoffers en opnieuw werden er Indobaby’s geboren. Pas in 2005 zal Nederland na een officieel bezoek door toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot de onafhankelijkheids datum 17 augustus 1945 in politieke zin accepteren. Kennelijk kon dat alleen maar gebeuren door iemand die zelf als jongen gevangen had gezeten in een Japans interneringskamp in Nederlands-Indië.

Julie had zich veel zorgen gemaakt over haar vele Molukse vrienden die zij had leren kennen tijdens haar verzetswerk en gevangenschap in Bandoeng 1942/1943 en later in de Boei Lama gevangenis in Cheribon. Zij wist dat de Molukkers zeer trouw waren aan hun belofte om de Nederlandse Staat te dienen. Julie vroeg zag af hoe het haar twee Molukse petekinderen was vergaan. (hier kom ik later op terug). 

Juliana sprak verder: “Onmerkbaar groot is de voldoening van een volk dat zijn vrijheid verwerkelijkt ziet”. 


Het was deze zinsnede die Julie tot haar overlijden in 2001 zou onthouden en waar zij opnieuw aan zou denken toen Juliana in 1971 op bezoek was in Indonesië. Wilhelmina was in haar regeerperiode nooit in Indië geweest; “ach wat moet zo’n volk met een dik en zweterig mens op bezoek” had zij zelf als motivatie voor het uitblijven van een bezoek geuit. Julie was ontroerd en zeer van slag geweest tijdens de TV uitzendingen over het bezoek van Juliana. In kleur zag Julie de ongelooflijk hartelijke begroeting door de ‘vrije’ Indonesische bevolking. Maar het was vooral het terugzien van het land en de herkenning van gebouwen, straten en het natuurschoon wat Julie zo van streek zou maken.

Tijdens de laatste dagen van 1949 had Julie ook andere zorgen gehad. De jongens van 9 en 8 jaar oud speelden veel aan de grachten en in de zijstraten van het zich nog steeds herstellend Amsterdam. De jongens hadden ondertussen kennis gemaakt met de andere kinderen van Anton uit zijn vorige huwelijk. Die woonden met hun moeder op nog geen vijf minuten lopen en de oudste zoon Karel kwam wekelijks de alimentatie ophalen. Zijn toenmalige echtgenote wilde beslist niet van scheiden weten als er geen stabiele alimentatie regeling was beklonken. De echtscheidingsprocedure verliep hierdoor uiterst traag. Anton had elke week grote moeite om de alimentatie bijeen te verdienen maar er zat ook betalingsonwil van zijn kant bij. Hij had immers een nieuw gezin en zijn a.s. ex werkte immers als schoonmaakster en had dus een eigen inkomen. De twee kleine kinderen bonden Julie aan huis en ook de nieuwe zwangerschap zou opnieuw voor gezinsuitbreiding in het veel te kleine onderkomen zorgen. De zaken van Anton liepen niet echt geweldig en brachten weinig op.

In Julie groeide de wens naar meer rust en stabiliteit in haar gezin. Julie uitte nu openlijk kritiek op Anton. Hij kon dan driftig worden en was zelfs een keer handtastelijk. Julie kocht knalrode naar bloed kleurende nagellak en een dure nagelvijl. Zij liet trots haar nieuwe puntig uitlopend nagels aan Anton zien. ‘Hiermee krab ik je gezicht helemaal open als jij mij nog eenmaal slaat’. Julie vertelde dit verhaal als een serieuze anekdote in 1998. En wat zien wij op de jeugdfoto van Julie toen zij als zangeres Mona Banister een glamourfoto liet maken. Een charmante jonge vrouw die een goed gelakte en mooi gevijlde wijsvinger wat zwoel naar haar kin laat wijzen. De duim onafhankelijk en  wilskrachtig naast haar andere vingers.

Julie had Indië eind 1946 verlaten vanwege het falende beleid van de Nederlandse regering en de sterke wil van de Indonesische bevolking. De wil om onafhankelijk te zijn. Julie had voor vertrek naar Nederland gekozen omdat zij de hoop had eenmaal in Nederland aangekomen om onafhankelijk te zijn. Zij wilde haar kinderen maar ook haar moeder en zichzelf in veiligheid stellen. Niet meer op de vlucht zijn en geen honger meer hebben. In de jaren ervoor was openlijk Nederlands spreken verboden geweest. De volkswoede (bersiap periode) ten opzichte van alles wat Nederlands was had haar meer dan zeven maanden in een door de Nederlanders gebouwde gevangenis laten verblijven waar vroeger alleen Indonesische bandieten werden opgesloten.

Julie besefte eenmaal vrij gekomen uit de gevangenis dat deze periode van ontberingen en ziekte haar ook hadden beschermd tegen de aanvallen en moordpartijen van de opstandige Indonesische bevolking. Haar beslissing om naar Nederland te vertrekken was wel overwogen geweest. Julie wist dat de Indonesisch bevolking zich niet opnieuw zou laten kolonialiseren. Haar jongere broer Boy had zij niet kunnen overtuigen. Die voelde zich verraden door zijn in Soerabaya geboren Nederlandse vader. Hij voelde zich in de steek gelaten door zijn Indische moeder Charlotte die hem in 1936 naar het kinderhuis van Pa van der Steur had gestuurd. Boy wilde blijven en meehelpen de nieuwe republiek op te bouwen. Want hadden de Nederlanders hém geholpen toen hij als slaaf onder de meest verschrikkelijk omstandigheden aan de Birma spoorweg had moeten werken?

Julie had niet meer bij zich dan haar twee jongen kinderen, haar moeder en wat tassen met bagage toen zij in november 1946 voor het eerst haar voeten in het schemerdonker op de kade van de Rotterdamse kade had geplaatst. ‘Mama wat doen we hier had het jongste kind gevraagd’. Tijdens de zeereis had Julie veel nagedacht over hetgeen zij achter had moeten laten. Haar huis, haar meubelen, haar spaargeld, de fotoalbums, haar vrienden en vriendinnen. Haar baboe en de tuinjongen uit Sragen die later in Cheribon zou wonen en haar had geholpen de sieraden van Julie en anderen te verkopen op de Chinese markten. Wat Julie niet afgenomen werd waren haar herinneringen aan het uitzicht op de vulkanen en de mooie tuin met het koele water van de kleine Kali in de buurt van suikerfabriek DeLanggoe tijdens de eerste gelukkig te noemen tien jaar van haar leven. Ondanks de trieste scheiding van haar ouders had Julie het gevoel dat zij veel had kunnen leren op de scholen en tijdens de opleiding en het werken bij de Indische Posterijen in Bandoeng en Batavia.

Na haar huwelijk in 1940 werd zij moeder en er was zelfs ruimte in haar huis geweest voor Jim, de jongere broer van echtgenoot William. Die werd door hen beiden in huis genomen omdat hij anders voor galg en rad zou opgroeien. Na de moeilijke oorlogsjaren onder de Japanse bezetters en haar verblijf in de gevangenis had Julie grote moeite moeten doen om haar kinderen terug te krijgen. Kleine Jim was groot geworden en had samen met Ukkie Sombeek getuigd dat Julie een Jappenhoer was geweest en om die redenen haar tweede kind Ted niet terug zou moeten krijgen. Haar moeder Charlotte had haar Bandoengse huis, goederen en haar in leren fauteuils ingenaaide geld en sieraden tijdens een door de opstandige jeugdige Pemoeda’s aangestoken brand in vlammen op zien gaan. Ook het uithangbord aan de gevel met daarop de tekst ‘Machinale en Chemische Wasscherij De Hollandse’ was in de vlammen opgegaan. De straatnaam van het gebouw ‘Merdikaweg’ werd niet lang daarna omgedoopt in Jalan Merdeka.

Julie’s vertrouwen in de mensheid had in de jaren ’40 een onwaarschijnlijk grote knauw gekregen. Tijdens die laatste dagen van 1949 had Julie de woorden van Koningin Juliana ook op haar zelf betrokken en had er een persoonlijk tintje aan gegeven. ‘Onmeetbaar groot kan een mens zijn die zijn vrijheid verwezenlijkt ziet’. Julie had de wens gevoeld om haar kinderen in vrijheid op te laten groeien met veel broers en zussen die de niet zoals haar medegevangen lotgenoten van hun vrijheid en hun hoofd beroofd zouden worden. Begin jaren ’90 had Julie een prachtig wandkleed met een boom van gestikt gouddraad gemaakt op een zwart zijden achtergrond. Aan de grote boom hingen 15 verschillende met Indiaas garen geborduurde bladeren. Elk blad zou een omgekomen (onthoofde) gevangene representeren en elk blad was een nieuw kind van Julie geweest. Ondanks de pracht van geborduurde kunstwerk vond een van de kinderen van Julie dat hij en ook zijn zussen en broers niet gezien moesten worden als vervangers van de doden. Het zou dan zijn dat Julie in haar kinderen haar vermoorde lotgenoten zou zien. Als zodanig wilden de kinderen van Julie niet afgebeeld worden. Zij wilden allen en onafhankelijk van elkaar gewoon een kind van hun moeder zijn.

Achteraf kan voorzichtig vastgesteld worden dat de door de oorlog ontstane diepe wonden in de ziel van Julie  niet geheeld  werden door de komst van haar kinderen. Het gevolg is geweest dat veel kinderen van Julie zich emotioneel verwaarloosd voelen. Was het vijftiende blad aan de boom soms niet de miskraam uit 1966 die in de achtertuin van het huis in Bussum werd begraven? Een zelfde ritueel zoals bij haar Indische grootouders Casper en Djeminem die vanaf 1875 elke nageboorte ofwel moederkoek zouden begraven in de met tropische bloemen en planten begroeide tuin achter het grote huis in Bojolali waar Djeminem haar veertien kinderen zou baren. Zo Indisch was Julie dus weer wel. Met haar zwijgzaamheid en diepe lidtekens die niemand had mogen zien maar die altijd door haar kinderen gevoeld zouden worden. Daar kon de Hollandse nuchterheid en warmte van Anton niet tegen op.

Julie heeft tot haar laatste dagen haar nagels prachtig verzorgd. Het was een bijna noodzakelijk ritueel om haar gedachten op een rijtje te zetten. Het bracht orde in haar dagplanning. Onder die uiterlijk charmante laag van kwetsbaarheid, flegmatiek en Indisch aandoende schoonheid huisde een temperament wat niet wakker geschud moest worden. Het is vergelijkbaar met het Indonesische temperament waar ook de Nederlandse overheid zich zo vaak in vergist heeft. Anton had er kennis meegemaakt en het vervulde hem soms met vrees als hij ’s avonds moest vertellen dat er weer geen geld was verdiend. Julie kon dan stil vallen. Nadenken en dan uiterst scherp maar met zachte stem een analyse geven van wat Anton juist wél had moeten doen.

De oplossingen en de nodige gedragsverandering die Julie voorstond maakte Anton afhankelijk van de gunsten en het oordeel van Julie. Zijn moeder was nooit zo geweest. Die had altijd met zachte stem gezegd. ‘Ach jongen, het is ook allemaal niet makkelijk voor je’. Zo hoorde een vrouw te zijn volgens Anton. Liefdevol en begrijpend. In de voorgaande jaren maar ook al voor de oorlog was het huis van de moeder van Anton het belangrijkste vluchtadres geweest waar hij altijd begrip, weinig kritiek en trotse bewondering had gevonden. Zijn eerdere vriendinnen en echtgenotes waren ook altijd vol bewondering voor Anton geweest tot het moment dat zij zich kritisch zouden uiten. Anton had dan de neiging de ruzies te beëindigen met vertrek naar zijn moeder. Julie dacht daar anders over. Hij kon kiezen óf voor zijn moeder óf voor haar. Het werd een emotionele ruilhandel van geven en nemen met Julie aan het roer van een onbestendig schip wat langzaam de nog komende jaren ’50 in zou varen.

1935 De Merapi en Merbaboe gezien vanuit Klaten - Java
niet ver van de plaats waar Julie opgroeide. 

De grootmoeders van Julie - Djeminem Deuning en Joanna van der Steur

de moeder van Anton - Helena Deijmann


Een polderlandschap. 
Anton hield van de polders en was lid van de NJN
de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie